Welkom op de speciaal toegankelijke website van HANDICAPNIEUWSnet. HANDICAPNIEUWSnet is uitgsproken actueel: Startpagina
Keuzeknoppen om verder te gaan naar: vandaag maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag Startpagina
::

HandicapnieuwsMAIL

Keuze: ReadSpeaker uit.

WELKOM

Hartelijk welkom bij Handicapnieuws.net. De dagelijkse nieuwssite door Handicap Nationaal. Handicapnieuws.net probeert DE website te zijn voor hen die niet of moeilijk op de gebruikelijke manier kunnen lezen, surfen en/of internet kunnen hanteren.

Dagelijks wordt hier door een kleine, enthousiaste groep vrijwilligers nieuws gezocht, geselecteerd en geplaatst voor, door en/of over gehandicapten, chronisch zieken en hun omgeving en in toegankelijke, (voor-/mee-)leesbare vorm aangeboden.

Het nieuws van Handicapnieuws.net wordt verder uitgedragen door gebruik te maken van Social Media, e-mail (HANDICAPNIEUWSmail), RSS-feed, deze platte tekst-versie (met o.a. automatische voorlzen en eenvoudige 6-knops bediening) en per gedrukt magazine (HNnieuwsbrief).

[MEER INFO]

Handicap Nationaal is een algemeen nut beogende organisatie (vereniging) voor gehandicapten, chronisch zieken en hun omgeving.

De kerntaken van Handicap Nationaal zijn:
- (toegankelijke) Nieuwsvoorziening en informatieverstrekking.
- Vraagbaak en adviespunt.
- Belangenbehartiging op lokaal, regionaal en nationaal gebied.
- Lotgenotencontact op regionaal gebied.

Voor meer informatie over Handicap Nationaal gaat u naar: www.handicapnationaal.nl.

U luistert naar HANDICAPNIEUWSnet NIEUWSUPDATE van donderdag 23 maart 2017.
Handicapnieuwsmail is het dagelijkse mailmagazine van handicap nationaal.
De artikelen zijn afkomstig van hun internetsite www.handicapnieuws.net.
De voorleesfunctie wordt u aangeboden door readspeaker nederland.

VANDAAG IN HANDICAPNIEUWSMAIL.
Drempels weg voor wmo-aanpassingen in huurwoningen.
Samenwerkende partijen gaan mensen met beperking beschermen tegen schulden.
Nijmeegs ziekenhuis test honderden oud-patiënten op MRSA.
Jonge overlevers van kanker houden jarenlang sociale problemen.
Kwaliteit van leven en gezondheid van mensen met DSD intersekse conditie.
Meer diabetes door klimaatverandering.
Mensen ouder dan 35 onderschatten slagaderverkalking en daarmee risico op een hartinfarct.
Verpleeghuiszorg: hoe vinden bewoners dat het gaat?
Eerste Nederlandse leven gered met bacteriofagen.
Patiënten slecht op de hoogte van 'het nieuwe EPD'.
Mogelijk rookverbod in wachtrij van pretparken.
Verwijzingen ggz vereenvoudigd.
Van Rijn: Wijkverpleging heeft geen budgetprobleem.
Heerlen slaat compleet nieuwe weg in met zorg en welzijn.
Vader maakt rap voor dochtertje met Downsyndroom. [+Video]
Eigen dug-out voor gehandicapte Darjan. [+Video]
Jongeren wachten lang met het zoeken van hulp bij psychiatrische stoornissen.
Subsidie voor deliriumonderzoek op IC.
Blinde vlogger Marina (12) heeft heldere boodschap. [+Video]
Renske Leijten neemt afscheid van de zorg.
Griepgolf bijna voorbij.
Ziekenomroep opnieuw bedreigd om Turks muziekuur. [+Video]
Navigatie schakelt deel hersenen uit.
INFOpunt: Wat betaal ik voor medicijnen op recept?
Onze Lachafsluiting.

Voor meer informatie over de handicap nationaal? ga naar hun site: www.handicapnationaal.nl, mail naar info@handicapnationaal.nl, of bel op kantoortijden naar 06-12390746. en dan nu onze artikelen van vandaag.







ARTIKEL: DREMPELS WEG VOOR WMO-AANPASSINGEN IN HUURWONINGEN.
bron: Redactioneel/weekblad De Bode/NU.nl.
door: Marlies van der Vloot.

Het wordt voor huurders makkelijker om een woningaanpassing in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning in hun huurhuis doorgevoerd te krijgen.

De woningstichtingen Woensdrecht en Stadlander hebben samen met de gemeente een overeenkomst bereikt, waarbij zij zoveel mogelijk drempels in de aanvraag hebben weggenomen.

Kleine ingrepen.

Jaarlijks kloppen er zo’n 75 huurders bij de gemeente aan voor een aanpassing aan hun woning om langer zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. Het gaat dan vaak om kleine ingrepen, zoals het plaatsen van een douchezitje, opklapbare toiletbeugels, een drempelhulp of het doorgankelijk maken van de woning voor een rolstoel.

Voorheen moesten de huurders eerst een wmo-indicatie aanvragen bij de gemeente en daarna een zelfde soort proces nog doorlopen om de benodigde woningaanpassing bij de woningstichting er doorheen te krijgen.

Korte lijnen.

De woningstichtingen en gemeente hebben daarom afspraken gemaakt om het proces te vereenvoudigen. Bij aanpassingen onder de 1361 euro kan de gemeente de aanvrager meteen doorverwijzen naar de aannemer, zonder tussenkomst van de woningstichting.

“De huurder heeft hier baat bij: zo is veel sneller duidelijk welke eigen bijdrage nodig is en kan hier rekening mee worden gehouden bij de woningaanpassingen. Door de korte lijnen kunnen de aanpassingen bovendien ook sneller worden uitgevoerd”, stelt wethouder Lars van der Beek.

Traplift.

Ook voor duurdere aanpassingen hebben de corporaties en gemeente afspraken gemaakt, al moeten huurders bij de plaatsing van bijvoorbeeld een traplift of automatische deuropeners wel toestemming vragen van de woningstichting.

Bij de plaatsing van een traplift hebben de drie organisaties afgesproken dat huurders gebruik kunnen maken van het voordelige contract dat de gemeente met Handicare heeft. Dat biedt vooral voordeel voor mensen met een hoog inkomen, die onder normale omstandigheden de traplift niet vergoed krijgen.

Via het contract van de gemeente kunnen zij toch gebruikmaken van de gemeentelijke voorwaarden en de afgesproken prijs. Daardoor zijn zij vaak veel goedkoper uit.

De woningstichtingen en gemeente hebben tot slot afgesproken dat aangepaste woningen die na huuropzegging vrijkomen zoveel mogelijk toegewezen worden aan woningzoekenden die eveneens een aangepaste woning nodig hebben.







ARTIKEL: SAMENWERKENDE PARTIJEN GAAN MENSEN MET BEPERKING BESCHERMEN TEGEN SCHULDEN.
bron: Redactioneel/Philadelphia.
door: Carlijn de Groot.

Philadelphia gaat alle 7800 cliënten screenen op financiële risico’s. De gehandicaptenzorgorganisatie laat Mijn Geld en Zo onderzoek doen naar de zelfredzaamheid van de cliënten op het gebied van geld.

De serie 'Schuldig' maakte onlangs maar weer eens duidelijk hoe lastig het is als je schulden hebt. Dat geldt nog meer voor mensen met een verstandelijke beperking. Zij komen eerder in de financiële problemen en zijn extra kwetsbaar voor financieel misbruik. Om deze doelgroep beter tegen schulden te beschermen hebben Mijn Geld en Zo, Philadelphia en Mesis een overeenkomst getekend die bruikbaar kan zijn voor heel Nederland. De media was ook direct geïnteresseerd!

Extra kwetsbaar.

“Mensen met een verstandelijke beperking zijn vaak extra kwetsbaar voor schulden en financieel misbruik.” Zegt bestuursvoorzitter Pauline van Esterik van Mijn Geld en Zo. “Een serie als Schuldig laat goed zien hoe moeilijk het is om uit de financiële problemen te komen. Voor mensen met een verstandelijke beperking is dat nog moeilijker. Daarom zetten we de stap om op maat te onderzoeken wat mensen zelf kunnen en waar we bij kunnen helpen.’’

Goedgekeurd door NIBUD.

Van Esterik: “Mesis is goedgekeurd door het NIBUD. Het is een screeningsinstrument dat bijvoorbeeld door gemeentes wordt ingezet om in beeld te brengen hoe mensen hun geldzaken regelen, of er schulden zijn en of ze met een bewindvoerder of een curator werken."

''Er worden heel specifieke vragenlijsten ingevuld en die vragenlijsten worden nu geschikt gemaakt voor mensen met een verstandelijke beperking. Zo brengen we in kaart wanneer mensen meer bescherming nodig hebben of juist minder. Beschermingsbewind is bijvoorbeeld niet in alle gevallen echt nodig. Als het ook zonder kan, heeft de cliënt meer vrijheid en minder onkosten.’’

Financieel de zaken op orde.

Greet Prins: ‘’Het beste uit jezelf is ons credo. Daar hoort ook bij dat onze cliënten hun zaken financieel op orde hebben. Het is fantastisch dat we nu op maat hulp kunnen bieden.” Bestuurder van Mesis Roeland van Geuns voegt daar aan toe: “ons screeningsinstrument geschikt maken en inzetten voor cliënten van Philadelphia is een belangrijke stap om beschermingsbewind alleen in te zetten waar het écht nodig is.”

Media.

Mensen die extra bescherming nodig hebben om ze te behoeden voor en te helpen bij schulden is een onderwerp dat flink in de belangstelling staat. Radio 5 besteedde al aandacht aan de overeenkomst tussen Mijn Geld en Zo, Philadelphia en Mesis en ook het Radio 1 Journaal. Klik hier om het item op Radio 1 te beluisteren!







ARTIKEL: NIJMEEGS ZIEKENHUIS TEST HONDERDEN OUD-PATIËNTEN OP MRSA.
bron: Redactioneel/ANP.
door: Ton van Vugt.

Het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen roept enkele honderden patiënten op om zich te laten testen op de MRSA-bacterie.

Vorige week werd bekend dat bij vier patiënten MRSA was aangetroffen. Het ziekenhuis wil weten of de bacterie zich verder heeft verspreid. Alle patiënten die na 1 februari hebben gelegen op een afdeling waar de bacterie is aangetroffen, krijgen een brief.

Wattenstokjes.
De patiënten krijgen een setje met wattenstokjes opgestuurd met de vraag een uitstrijkje af te nemen en dat op te sturen naar het ziekenhuis.

"Ze kunnen het kweekje van mond, neus en perineum ook bij ons komen afleveren", zegt een woordvoerder van het ziekenhuis tegen Omroep Gelderland. "Als wij de bacterie vinden, worden mensen direct op de hoogte gebracht."

Patiëntenstop.
De bacterie is tot nu toe geconstateerd bij patiënten van twee verpleegafdelingen. Voor deze afdelingen is tijdelijk een patiëntenstop ingesteld.

De MRSA-bacterie is voor gezonde mensen ongevaarlijk, maar kan wel riskant zijn voor mensen met een verminderde weerstand. Infectie kan onder meer leiden tot longontsteking of bloedvergiftiging. De bacterie is resistent voor veel antibiotica.







ARTIKEL: JONGE OVERLEVERS VAN KANKER HOUDEN JARENLANG SOCIALE PROBLEMEN.
bron: Redactioneel/RadboudUMC.
door: Ton van Vugt.

Adolescenten en jongvolwassenen die kanker overleven, worstelen vaak nog jaren na de diagnose met sociale problemen. Uit onderzoek van Olga Husson van het Radboudumc onder 215 jonge kankerpatiënten blijkt dat deze patiënten vanaf het eerste jaar na de diagnose sociaal stagneren, waardoor zij er na genezing slechter er aan toe zijn dan hun kankervrije leeftijdsgenoten. Op 20 maart publiceerden de onderzoekers de resultaten in het wetenschappelijke tijdschrift Cancer.

Mensen in de leeftijd van 15 tot 39 maken normaal gesproken al grote lichamelijke, emotionele, cognitieve en sociale ontwikkelingen door. Voor wie in deze leeftijd de diagnose kanker krijgt, komt daar een zware uitdaging bij. Eerder onderzoek liet zien dat jonge kankerpatiënten meer problemen hebben met sociaal functioneren dan gezonde leeftijdsgenoten en patiënten van oudere leeftijd. Bijvoorbeeld in het aangaan van relaties, of het functioneren in groepen. Hoe deze sociale problemen zich ontwikkelen in de jaren na de diagnose, was nog nauwelijks onderzocht.

Vragenlijstenonderzoek.

Om de veranderingen in sociaal functioneren bij kankerpatiënten van 15 tot 39 jaar te volgen in de eerste twee jaar na hun diagnose, vroegen Olga Husson van het Radboudumc en haar Amerikaanse collega’s aan patiënten van vijf Amerikaanse ziekenhuizen een vragenlijst in te vullen. Dit deden zij vlak na het krijgen van de diagnose, één jaar en twee jaar daarna. Uiteindelijk vulden 141 kankerpatiënten op alle drie de momenten een vragenlijst in.

Stagneren.

Op alle drie de meetmomenten was het sociaal functioneren van de jonge kankerpatiënten slecht in vergelijking met dat van hun gezonde leeftijdsgenoten. In het eerste jaar vond er gemiddeld genomen wel verbetering plaats, maar daarna stagneerde dat en hadden de jonge kankerpatiënten nog steeds een lager niveau in vergelijk met gezonde mensen.

Van patiënt naar overlever.

Een op de drie kankerpatiënten verbeterde helemaal niet en functioneerde gedurende de gehele onderzoeksperiode sociaal slecht. Deze patiënten waren doorgaans niet meer onder behandeling, waarmee zij in de overgang van patiënt naar overlever waren beland. Dit ging gepaard met zorgen over onder andere geld, eigenwaarde, carrièreperspectief, relaties en kinderwens.

Klachten of stress.

Overlevers van kanker die het sociaal slecht deden, hadden ook vaker last van lichamelijke klachten, of psychische stress. Ook gaven zij aan minder steun uit hun omgeving te ervaren. Olga Husson: “Hulp bij lichamelijke klachten en psychische stress, en het versterken van het sociaal netwerk in de periode na een kankerbehandeling zou een eerste stap kunnen zijn om deze jonge overlevers van kanker beter te helpen met hun terugkeer in de samenleving.”

Meer informatie over de zorg voor jonge kankerpatiënten in het Radboudumc op de website van de AYA poli.







ARTIKEL: KWALITEIT VAN LEVEN EN GEZONDHEID VAN MENSEN MET DSD INTERSEKSE CONDITIE.
bron: Redactioneel/VUmc.
door: Ton van Vugt.

In samenwerking met VUmc en Radboudumc in Nederland, heeft het Charité Universiteitsziekenhuis in Berlijn een internationaal onderzoeksproject afgerond, dsd-LIFE.

Het doel van dit onderzoek is om de klinische zorg voor mensen met geslachtsdifferentiatie-aandoeningen te verbeteren

De meeste van deze aangeboren aandoeningen vallen onder de Engelse term 'differences of sex development' (DSD)1 of intersekse conditie. Hiertoe behoren "Turner Syndroom", "Klinefelter Syndroom" , "Congenitale Bijnierhyperplasie of Adreno Genitaal Syndroom (AGS)" en "Androgeen Synthese/Werking Condities." Bij verschillende van deze aandoeningen is levenslange hormoonbehandeling nodig en in sommige gevallen genitale chirurgie. dsd-LIFE onderzocht kwaliteit van leven, klinische zorg, lange termijn effecten van hormoonbehandeling, ervaringen met chirurgische ingrepen en psychologische hulp bij mensen met deze aandoeningen. De studie is gefinancierd door de Europese Unie en vond plaats in 14 Europese centra in Frankrijk, Duitsland, Nederland, Polen, Zweden en het Verenigd Koninkrijk.

Samenwerking patiëntenorganisaties.

Het multidisciplinaire Europese dsd-LIFE consortium had ten doel behandeling en zorg voor de verschillende aandoeningen te evalueren en verbeteren in nauwe samenwerking met patiëntenorganisaties. Deze organisaties hebben deelgenomen in alle stadia van het project. Het onderzoeksproject is daarmee uniek en heeft niet alleen zaken onderzocht die relevant zijn voor de zorg, maar ook voor empowerment van mensen met DSD.

"Afgelopen dinsdag presenteerden we de belangrijkste resultaten aan alle patiëntenorganisaties die deel hebben genomen aan het project. Ook de aanbevelingen die uit deze resultaten voortkomen, zullen worden bediscussieerd. De bijeenkomst vindt plaats in Berlijn. We hopen dat we inderdaad in staat zijn geweest om een bijdrage te leveren aan verbetering van kwaliteit van leven en gezondheidszorg voor mensen met DSD", zegt dr. Annelou de Vries. Zij is een van de Nederlandse artsen die vanuit VUmc bij dit project is betrokken.







ARTIKEL: MEER DIABETES DOOR KLIMAATVERANDERING.
bron: Redactioneel/LUMC.
door: Ton van Vugt.

Naarmate de gemiddelde buitentemperatuur hoger is, krijgen meer mensen diabetes, zo blijkt uit een statistische analyse van LUMC onderzoekers.

Ze denken dat de verklaring ligt in de verminderde activiteit van bruin vet. Het onderzoek is gepubliceerd in BMJ Open Diabetes Research & Care.

De gemiddelde temperatuur op aarde stijgt, en het aantal nieuwe diabetespatiënten per jaar ook. Dat is geen toeval: een hogere temperatuur gaat samen met meer diabetes. LUMC-onderzoekers concluderen dat uit een vergelijking van gegevens uit meer dan vijftig staten van de VS. Dat kan omdat al die staten hun gegevens over het voorkomen van diabetes op dezelfde manier bijhouden, aldus Lisanne Blauw, eerste auteur en promovendus bij de afdelingen Endocrinologie en Epidemiologie van het LUMC.

Florida en Alaska.

“Wij werkten met het aantal nieuwe gevallen van diabetes per staat per jaar. Ook gegevens over de gemiddelde temperatuur waren beschikbaar”, vertelt Blauw. Met statistische technieken ging ze na of het aantal nieuwe diabetespatiënten verband houdt met de buitentemperatuur. Ze deed dat eerst per staat, omdat je een warme staat als Florida niet zomaar kan vergelijken met een koele staat als Alaska. Daarna combineerde ze de uitkomsten per staat in een overkoepelende analyse.

Warmte = meer diabetes.

“Het resultaat is duidelijk: in warme jaren komen er meer nieuwe gevallen van diabetes bij dan in koele jaren. Dat komt voor een deel omdat het aantal mensen met obesitas in warme jaren toeneemt en obesitas vergroot de kans op diabetes. Maar los daarvan brengt een hogere temperatuur op zich ook het aantal gevallen van diabetes omhoog.”
“Gezien de mondiale opwarming van de aarde is dat een belangrijk gegeven”, zegt senior auteur prof. Patrick Rensen. “Elke temperatuurstijging van 1°Celsius leidt volgens onze berekeningen tot meer dan 100.000 nieuwe gevallen van diabetes, alleen al in de VS.”

Wereldwijd.

Medeauteur dr. Ahmad Aziz (afdeling Neurologie) deed ook een analyse op wereldniveau, met gegevens uit 190 landen. Hij had geen gegevens over het voorkomen van diabetes in die landen, maar wel over het aantal mensen met verhoogde bloedsuikerwaarden, een oorzaak van diabetes. Blauw zegt: “Ook daar zien we een samenhang met de gemiddelde temperatuur: hoe hoger de temperatuur in een land, hoe meer mensen met verhoogde bloedsuikerwaarden.”

Bruin vet.

Het verband vertelt niet hoe een hogere buitentemperatuur diabetes in de hand werkt, maar de LUMC'ers hebben daar wel een idee over. Aziz: “Andere onderzoekers hebben ontdekt dat mensen met diabetes vooruit gaan als ze enkele dagen worden blootgesteld aan milde kou. Wij denken dat hun bruin vet dan actiever wordt en vetten uit organen gaat verbranden om warmte te produceren. Het idee is dat die organen vervolgens, om zelf aan energie te komen, suiker uit bloed opnemen, zodat de bloedsuikerwaarde daalt.” Als dat zo is, dacht hij, zou een hogere buitentemperatuur, waarbij bruin vet minder actief is, het voorkomen van diabetes moeten verhogen. “Tot onze verrassing hebben we dat dus inderdaad gevonden.”







ARTIKEL: MENSEN OUDER DAN 35 ONDERSCHATTEN SLAGADERVERKALKING EN DAARMEE RISICO OP EEN HARTINFARCT.
bron: Redactioneel/Hartstichting.
door: Ton van Vugt.

Ruim 70 procent van mensen die ouder zijn dan 35 jaar denkt ten onrechte dat slagaderverkalking, de belangrijkste oorzaak van een hartinfarct, te genezen is.

Ook staat 38% van hen niet bewust stil bij de conditie van hun hart en vaten.

Slagaderverkalking is een langzaam, onzichtbaar en vooralsnog onomkeerbaar proces in de bloedvaten dat ervoor zorgt dat de slagaders steeds verder vernauwen. Vrijwel niemand weet dat slagaderverkalking al in de jeugd begint. Dit blijkt uit onderzoek van GfK in opdracht van de Hartstichting onder ruim 1.000 mensen van 35 jaar en ouder.

Volgens de Hartstichting kan het aantal slachtoffers worden teruggedrongen als mensen zich bewuster worden van de risicofactoren. Daarnaast is het urgent dat we hart- en vaatproblemen eerder opsporen, zodat de groei van het aantal patiënten een halt kan worden toegeroepen.

Onderzoek GfK: 70% van de 35-plussers denkt ten onrechte dat belangrijkste oorzaak hartinfarct te genezen is.

Het merendeel van de 35-plussers (70%) realiseert zich dat de conditie van bloedvaten achteruit kan gaan. Toch staat 38% van hen niet (bewust) stil bij de gezondheid van hun hart en bloedvaten, voornamelijk omdat ‘er geen klachten zijn’. 16% is zich hier wel bewust van, maar leeft niet extra gezond terwijl het grootste deel wél een verhoogd risico loopt door overgewicht, hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol en/of roken.

De meerderheid van de respondenten (64%) denkt dat slagaderverkalking na het 40e levensjaar ontstaat, terwijl dit verouderingsproces in de vaten al in de jeugd begint. Opvallend is dat slechts 16% weet dat slagaderverkalking niet te genezen is. Het beeld heerst dat deze ziekte eenvoudig op te lossen is, bijvoorbeeld met een operatie of medicijnen, terwijl de conditie van de vaten steeds verder verslechtert.

Floris Italianer, directeur Hartstichting: “Een hartinfarct slaat in veel gevallen onverwachts toe. Ongeveer de helft van de mensen die plotseling een hartinfarct krijgt, had vooraf géén duidelijke klachten. We kunnen het aantal slachtoffers terugdringen als mensen zich bewust zijn van de risicofactoren. Je kunt jaarlijks je bloeddruk en cholesterol meten. Ga na of hart- en vaatziekten in de familie voorkomen. Daarnaast is het noodzakelijk dat artsen het risico op een hartinfarct eerder kunnen opsporen, zeker met het oog op de groei van het aantal hart- en vaatpatiënten. Signaalstoffen, stofjes in het bloed die een verhoogd risico op vaatproblemen in een vroeg stadium kunnen aantonen, vormen daarbij de sleutel.”

Slagaderverkalking: vooralsnog onomkeerbaar en ongeneeslijk.

Slagaderverkalking is de voornaamste oorzaak van een hartinfarct en een beroerte. Het is een langzaam, ingewikkeld en vooralsnog onomkeerbaar proces in de bloedvaatwand, dat ervoor zorgt dat de slagaders steeds nauwer worden en dichtslibben. Jaarlijks worden circa 30.000 mensen getroffen door een hartinfarct en 46.000 door een beroerte.

Signaalstoffen.

Om een verhoogd risico op hart- en vaatziekten in een vroeg stadium op te sporen, zoekt de Hartstichting met wetenschappers naar signaalstoffen in het bloed. Voorbeelden van deze signaalstoffen zijn DNA en eiwitten, die cruciale informatie kunnen geven over hoe gevaarlijk de slagaderverkalking in iemands bloedvaten is. Door te meten welke stoffen actief of veranderd zijn, krijgen artsen veel informatie over wat er gaande is in het bloed en de bloedvaten. Met meer kennis van deze signaalstoffen kunnen artsen het risico op een hartinfarct of beroerte in de toekomst veel beter en op een laagdrempelige manier inschatten. Zo kunnen mensen op tijd een behandeling krijgen, hun leefstijl aanpassen of medicijnen slikken.

Eerder opsporen topprioriteit.

Het eerder herkennen en opsporen van hart- en vaatziekten is een van de topprioriteiten van de Hartstichting en onderdeel van onze Onderzoeksagenda. Deze is in 2014 opgesteld samen met wetenschappers, zorgverleners, patiënten, vrijwilligers, donateurs en het Nederlandse publiek. Onderzoek richt zich op drie thema’s: meer kennis van klachten, het ontwikkelen van nieuwe manieren om families met een erfelijke aanleg op te sporen en het ontwikkelen van nieuwe tests voor diagnose.







ARTIKEL: VERPLEEGHUISZORG: HOE VINDEN BEWONERS DAT HET GAAT?
bron: Redactioneel/Zorg.nu/Radar.
door: Carlijn de Groot.

De verzorgings- en verpleeghuizen in Nederland zijn de laatste tijd vaak in het nieuws. Er zou van alles mis zijn.

Hoe vinden de bewoners, bezoekers en zorgmedewerkers dat het gesteld is met dergelijke zorginstellingen? 11.000 ervaringsdeskundigen, afkomstig uit het Radar Testpanel, geven hun mening.

Tekort aan personeel en administratieve druk.

Bewoners, bezoekers en medewerkers van verzorgings- en verpleeghuizen zijn het eens dat medewerkers te weinig tijd (kunnen) besteden aan de bewoners. Als oorzaken worden een tekort aan personeel genoemd en de administratieve druk. 'Van de twee medewerkers zit er altijd één rapporten te schrijven, zo blijft slechts de helft van de verzorgenden over', merkt een respondent op. Ook zijn veel mensen niet te spreken over de regelzucht. Als toelichting geeft een andere respondent: 'Twee keer per dag plassen is hier heel normaal.'

Medewerkers geven aan zich zorgen te maken of mensen wel genoeg naar buiten kunnen. De bewoners zelf rapporteren dit niet direct als een probleem. Over het eten oordelen de partijen juist andersom: hierover zijn de medewerkers tevreden terwijl de bewoners zelf negatiever zijn. Een panellid geeft aan dat het eten wellicht beter zou zijn als bewoners mee zouden helpen in de keuken. Ook merkt hij op dat bewoners er dan bovendien een activiteit bij zouden hebben.

Wat doen als je je niet gehoord voelt?

Een derde van de bewoners maakt zich druk om privacy. Daarnaast voelen sommige bewoners zich niet gehoord binnen de organisatie. Wat je precies kunt doen wanneer je je als bewoner of betrokkene niet gehoord voelt, vertelt Sophie Houtzager, locatiemanager van zorgcentrum De Hogewey in Weesp. 'Je wilt niemand beledigen of kwetsen, zeker niet omdat je afhankelijk bent van de zorg die gegeven wordt.' Houtzager geeft als tip: omschrijf je klacht of feedback op een opbouwende manier. 'Vraag jezelf allereerst af wat je dwars zit. Bij mantelzorgers is het misschien deels een schuldgevoel, omdat je de zorg uit handen hebt moeten geven. Bedenk dan dat een verzorger voor zes, zeven of twaalf personen moet zorgen, en dus nooit zoveel aandacht kan geven als jij. En laat zien dat je wilt meedenken: heb je ideeën hoe je zelf zou kunnen bijdragen aan een oplossing?'

Nog een tip van Houtzager: stap altijd naar iemand in een verantwoordelijke positie binnen de organisatie. Voelt dat niet goed tegenover het verplegende personeel? 'Houd het dan transparant door te zeggen dat je ziet hoe lastig zij het hebben, en dat je daarover met iemand wil gaan praten.'

100 miljoen extra? 'Dat is een dikke plak cake bij de koffie'

De betaalbaarheid van verzorgings- en verpleeghuizen leidt ook tot ontevredenheid. Volgens Houtzager verandert er niets nu er ten minste 100 miljoen extra is toegezegd. 'Omgerekend is dat 2 euro per bewoner per dag. Dat is een dikke plak cake bij de koffie, of een keer een pianist inhuren. Maar de Van Rijn-gelden voegen wel degelijk iets toe. Je moet namelijk in gesprek met de cliëntenraad om te kijken hoe je dat geld kunt besteden. En daar komen dan weer mooie plannen uit, zoals meer 1-op-1-momenten met bewoners.'

Zorg.nu ging mee met de inspectie

Zorg.nu besteedde eerder aandacht aan de verpleeghuiszorg en mocht mee tijdens een inspectiebezoek van IGZ. Bekijk het fragment hier.

Over dit onderzoek
De vragenlijst is ingevuld door 10.988 leden van het Radar Testpanel, allen ervaringsdeskundigen op het gebied van verzorgings- en verpleeghuizen: ruim 2000 medewerkers, ruim 160 bewoners, en ruim 8700 mensen die regelmatig contact hebben met iemand in een verzorgings- of verpleeghuis. Het onderzoek vond plaats tussen 13 en 18 januari 2017. De resultaten stonden eerder in het magazine RADAR+, nummer 1 van 2017.

Jouw mening en ervaring telt
Het Radar Testpanel bestaat uit meer dan 100.000 mensen. Zij nemen deel aan online enquêtes. De resultaten uit deze onderzoeken worden gebruikt in het tv-programma Radar, het magazine RADAR+ en/of voor nieuwsberichten op de website van Radar. Ben je geen Testpanellid, maar wil je dat wel graag worden? Je kunt je gratis aanmelden via deze vragenlijst.







ARTIKEL: EERSTE NEDERLANDSE LEVEN GERED MET BACTERIOFAGEN
bron: Redactioneel/Zorg.nu.
door: Marlies van der Vloot.

In het Militair Hospitaal Koningin Astrid in België is voor het eerst met behulp van bacteriofagen het leven gered van een Nederlander. Dinsdagavond besteedt Zorg.nu hier aandacht aan. De 61-jarige Bart Vissers uit Valkenburg kreeg na een operatie aan zijn darmen langdurig antibiotica en raakte volledig resistent. Vissers raakte vier maanden geleden comateus, waarna behandelend arts Serge Jennes over is gegaan op een behandeling met bacteriofagen.

Bacteriofagen zijn virussen die bacteriën te lijf gaan. Per bacterie kan een faag ontwikkeld worden in het laboratorium. Voor de behandeling van Bart Vissers moest de arts zich beroepen op artikel 37 van het Verdrag van Helsinki, waarin staat dat er, met toestemming van de patiënt, experimentele medicijnen mogen worden toegediend als er geen enkel ander middel meer werkt. Het bericht over de eerste behandelde Nederlander komt nu pas naar buiten, omdat de behandelend artsen eerst zeker wilden zijn van het herstel van de patiënt.

Leven gered.

'Fagen hebben zijn leven gered', zegt zijn behandelend arts Serge Jennes over Bart Vissers. 'Ik was verrast dat hij zo snel herstelde.' Bart Vissers ligt nog steeds in het ziekenhuis, maar hij is buiten levensgevaar. De faag was gekweekt in het laboratorium van het Militair Hospitaal Koningin Astrid.

WHO: Alarmerende proporties.

Bacteriën raken niet resistent voor fagen, maar wel voor antibiotica. Ieder jaar sterven wereldwijd 700.000 mensen aan antibioticaresistentie. De WHO (De Wereldgezondheidsorganisatie) waarschuwt dat het alarmerende proporties heeft bereikt. Recent onderzoek wijst uit, dat als we niets doen, er in 2050 wereldwijd 10 miljoen mensen zullen sterven aan antibiotica resistentie.

Georgië.

Het Militair Hospitaal Koningin Astrid werkt samen met de Eliava kliniek in Georgië. Daar hebben ze bijna 100 jaar ervaring met fagen, die daar gewoon in de apotheek te krijgen zijn. Ze worden bijvoorbeeld gebruikt voor een oor, keel of blaasontsteking. Begin twintigste eeuw werden de bacteriofaag en de antibiotica ongeveer tegelijk ontdekt. Antibiotica leek toen een beter geneesmiddel, omdat één medicijn heel veel verschillende soorten bacteriën kan doden. Een bacteriofaag is een klein virus dat maar tegen één soort bacterie werkt. Doordat in de voormalige Sovjet-Unie moeilijk aan antibiotica te komen was, bleef men daar fagen gebruiken en doorontwikkelen. De Eliava kliniek in Georgië heeft zich hierin gespecialiseerd.

Meer weten over bacteriofagen? Klik hier.

Update (van de redactie):
Helaas heeft ons het bericht bereikt dat meneer Vissers dinsdagavond 21 maart is overleden. Het ziekenhuis in Brussel heeft dit bevestigd. Wij wensen de familie veel sterkte toe.







ARTIKEL: PATIËNTEN SLECHT OP DE HOOGTE VAN 'HET NIEUWE EPD'.
bron: Redactioneel/Zorg.nu.
door: Marlies van der Vloot.

Het Landelijk Schakelpunt (LSP) is de opvolger van het Elektronisch Patiëntendossier (EPD): een digitaal systeem waarmee zorgverleners onderling medische gegevens kunnen delen. Mits jij hier toestemming voor geeft. Uit onderzoek onder ruim 35.000 leden van het Radar Testpanel blijkt dat een meerderheid niet weet dat het LSP is ingevoerd. 45 procent geeft aan niet te weten of hij of zij zelf op het systeem is aangesloten. Daarnaast blijkt dat mensen die zeggen dat zij goed zijn voorgelicht, veelal toch niet weten wat het LSP precies inhoudt.

In 2008 werd het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) geïntroduceerd. Na heftige discussie zorgde de Eerste Kamer er in 2011 voor dat dit EPD niet doorging. Het systeem zou niet veilig zijn voor het delen van medische gegevens. Sinds die tijd is er een soortgelijk systeem ontwikkeld waarin artsen medische gegevens over hun patiënten kunnen delen; het Landelijk Schakelpunt (LSP). Je kunt zelf beslissen of je wel of niet op het LSP aangesloten wil worden, dit is het belangrijkste verschil met het oude EPD waar je automatisch op werd aangesloten. Je huisarts of apotheek is degene die je om toestemming kan vragen, en die jou informatie moet geven over wat het systeem inhoudt.

'Grootste groep wist van niets'

Inmiddels zijn zo'n 11 miljoen mensen op het LSP aangesloten. Op ruim 17 miljoen Nederlanders is dat een behoorlijke meerderheid. Uit onderzoek onder het Radar Testpanel blijkt echter dat slechts 39 procent wist van de invoering van het nieuwe systeem. 17 procent had er wel van gehoord, zonder te weten wat het precies inhoudt. De grootste groep wist van niets.

Wanneer we vragen of mensen zelf zijn aangesloten op het LSP, geeft 45 procent aan dit niet te weten. 32 procent zegt wel aangesloten te zijn, 23 procent niet. Uit de vervolgvragen blijkt echter dat veel mensen, ondanks de uitleg, niet precies weten waar het over gaat.

'Eenmaal toestemming geven is voldoende'

Wie is aangesloten op het LSP, zegt in de meeste gevallen (93%) hier ook toestemming voor te hebben gegeven. 4 procent heeft dat niet, 3 procent weet het niet meer. 80 procent heeft toestemming gegeven aan de huisarts, 64 procent (ook) aan de apotheker. In principe is eenmaal (schriftelijk) toestemming geven voldoende. Dit kan overigens alleen bij de huisarts of apotheker, dus de 10 procent die zegt het ergens anders gedaan te hebben, heeft waarschijnlijk een ander systeem dan het LSP voor ogen.

Dat respondenten helemaal niet altijd weten wat het LSP precies inhoudt, blijkt ook uit een belronde. Veel mensen die hebben aangegeven goed te zijn voorgelicht, blijken aan de telefoon toch niet op de hoogte te zijn. Zij denken dat het om een ander systeem gaat waarmee gegevens worden gedeeld, of weten toch niet wat het LSP precies inhoudt.

'Geen uitleg over wat het LSP inhoudt'

1 op de 10 respondenten die om toestemming zijn gevraagd en dit ook hebben gegeven, zegt dat destijds géén uitleg is gegeven over wat het LSP precies inhoudt. Van degenen die wél uitleg hebben gekregen, geeft 9 procent aan deze niet (geheel) te begrijpen. Ook vond niet iedereen dat er voldoende gelegenheid werd gegeven om vragen te stellen.

Van de groep die aansluiting geweigerd heeft, geeft een derde aan geen uitleg te hebben ontvangen – fors meer dan bij degenen die wél toestemming hebben gegeven. Van wie uitleg kreeg, vindt slechts de helft (53%) dat zij voldoende mogelijkheid kregen om vragen te stellen.

Wie niet is aangesloten op het LSP, is in 77 procent van de gevallen nooit iets gevraagd, of kan zich dit niet herinneren. Bijna een kwart heeft expliciet geweigerd. De meest genoemde reden hiervoor (73%) is onvoldoende vertrouwen in de veiligheid van het systeem. 51 procent noemt (daarnaast) privacy als reden. 1 op de 6 weigerde omdat zij vonden dat ze onvoldoende informatie kregen over het systeem.

Delen met zorgverzekeraar.

Om te testen of mensen weten met wie medische gegevens via het LSP gedeeld worden, vroegen we of deze volgens hen ook met de zorgverzekeraar worden gedeeld. Slechts 34 procent geeft het correcte antwoord: Nee, dat worden ze niet. De grootste groep geeft aan het niet te weten.

Van de 45 procent die niet weet of ze zijn aangesloten, zegt bijna de helft dit wel te willen: het lijkt ze nuttig als alle zorgverleners bij hun medische gegevens kunnen. 36 procent heeft meer informatie nodig om een keuze te kunnen maken. 1 op de 10 wil überhaupt niet dat hun medische gegevens digitaal worden gedeeld.

Wil jij weten hoe je je aan- of juist af kan melden voor het LSP? Wil je weten wie er in jouw medische gegevens heeft gekeken? Kijk op de site van VZVZ.

Over dit onderzoek:

De vragenlijst is ingevuld door 35.161 respondenten, allen lid van het Radar Testpanel. Het onderzoek vond plaats tussen 14 en 21 maart 2017.

Jouw mening en ervaring telt:

Het Radar Testpanel bestaat uit ruim 100.000 mensen. Zij nemen deel aan online enquêtes. De resultaten uit deze onderzoeken worden gebruikt in het tv-programma Radar, het magazine RADAR+ en/of voor nieuwsberichten op de website van Radar. En in dit specifieke geval ook voor het tv-programma Zorg.nu.

Ben je geen Testpanellid, maar wil je dat wel graag worden? Je kunt je gratis aanmelden via deze vragenlijst.







ARTIKEL: MOGELIJK ROOKVERBOD IN WACHTRIJ VAN PRETPARKEN.
bron: Redactioneel/ANP.
door: Ton van Vugt.

Roken in de wachtrij voor een attractie in een pretpark gaat waarschijnlijk verboden worden. Volgende week dinsdag 28 maart komt De Club van Elf (de vereniging van 21 grote dagattractiebedrijven) met meer duidelijkheid.

Er wordt momenteel nog gewerkt aan de juiste formulering, maar alle pretparken hebben aangegeven het roken in de wachtrijen te gaan verbieden. Kees Klesman van de Club van Elf tegen het AD: 'We werken er hard aan. Het vergt ook handhaving, en de juiste informatie in de parken om de mensen op het rookbeleid te wijzen. Het moet ook allemaal haalbaar zijn. Wacht u de verklaring af.'







ARTIKEL: VERWIJZINGEN GGZ VEREENVOUDIGD.
bron: Redactioneel/GGZ Nederland.
door: Ton van Vugt.

GGZ Nederland is blij met de gemaakte afspraken over vereenvoudiging van het verwijzen naar en binnen de ggz. Vanaf 1 april is er geen verwijzing van de huisarts meer nodig als de patiënt wordt overgedragen van de generalistische basis-ggz naar de gespecialiseerde ggz en vice versa. Een melding aan de huisarts volstaat. De nieuwe afspraken, opgesteld door zorgaanbieders, zorgverzekeraars en het ministerie van VWS, moeten administratieve lasten verlagen en tijd en geld besparen. De regels over verwijzing waren een van de knelpunten in het onderzoek Het Roer Moet Om van GGZ Nederland.

Met de nieuwe afspraken is verder een aantal regels voor de verwijzing verduidelijkt en is onder meer vastgesteld onder welke voorwaarden een incomplete verwijzing toch voor vergoeding van de zorgverzekeraar in aanmerking komt.

Een verwijzing naar de ggz moet momenteel voldoen aan verschillende administratieve en inhoudelijke eisen. Het opvolgen van al deze regels kost betrokkenen onnodig veel tijd en geld. Om de administratieve belasting voor alle betrokkenen te verlagen en tijd en kosten te besparen zijn gezamenlijk nieuwe afspraken gemaakt. Om deze doelstellingen te halen, is het belangrijk dat alle zorgaanbieders en zorgverzekeraars de nieuwe afspraken hanteren én zich daar ook aan houden.

Door de minister van VWS en de bestuurders van de branche- en beroepsverenigingen is eind 2016 een aantal speerpunten geformuleerd om de administratieve last in de ggz terug te dringen. De partijen hebben zich gecommitteerd aan het behalen van snelle en tastbare resultaten en de nieuwe verwijsafspraken zijn het eerste resultaat van deze aanpak. Naar andere onderwerpen, zoals vermindering of vereenvoudiging van alle kwaliteitseisen, het standaardiseren van contracten en het beter organiseren van de overgang van jeugd- naar volwassenzorg, wordt momenteel gekeken.

De verwijsafspraken tussen huisarts en (binnen de) ggz gelden vanaf 1 april. Voor alle verwijzers en regiebehandelaars in de ggz zijn de afspraken kort weergegeven in een flyer.

De nieuwe afspraken zijn gemaakt door de branche- en beroepsverenigingen in de ggz en zorgverzekeraars. Betrokken organisaties zijn NIP, LVVP, NVvP, GGZ Nederland, NVZ, LHV, NHG, VPH, InEen, V&VN, ZN en het ministerie van VWS.







ARTIKEL: VAN RIJN: WIJKVERPLEGING HEEFT GEEN BUDGETPROBLEEM.
bron: Redactioneel/Zorgvisie.
door: Carina van Aartsen/Carlijn de Groot.

Het budget in de wijkverpleging is ‘ruim voldoende’, zegt Martin van Rijn. Aanbieders moeten met zorgverzekeraars in gesprek blijven om de werkdruk te monitoren en afspraken te maken over mogelijke personeelstekorten.

Dat antwoordt staatssecretaris Martin van Rijn op Kamervragen over patiëntenstops in de wijkverpleging.

Tekorten.

In zijn antwoorden gaat Van Rijn in op de tekorten in de wijkverpleging. Het beschikbare budget voor wijkverpleging is in 2017 ruim 400 miljoen euro hoger dan het budget in 2015. Volgens de staatssecretaris hebben zorgverzekeraars daarmee voldoende ruimte om de benodigde hoeveelheid wijkverpleging in te kopen. De zorgverzekeraars zouden hem hebben gezegd dat aanbieders aan de bel moeten trekken als de budgetplafonds ontoereikend blijken te zijn. Zorgverzekeraars hebben zorgplicht en moeten er dus voor zorgen dat er voldoende kwalitatief aanbod is voor hun verzekerden. Dit betekent ook dat de contractafspraken rekening moeten houden met de inzet van voldoende personeel. Aanbieders moeten met zorgverzekeraars in gesprek blijven om de werkdruk te monitoren en afspraken te maken over mogelijke personeelstekorten.

Akkoord.

Inmiddels is ZN samen met de betrokken partijen van de wijkverpleging op bestuurlijk niveau een overleg gestart om het inkooptraject voor 2018 te verbeteren. Hier komen de knelpunten aan de orde en ook de arbeidsmarktproblematiek. Volgens Van Rijn zijn de eerste signalen van de betrokken partijen positief. De staatssecretaris zal het traject ‘nauwlettend blijven volgen’ en ook met zorgverzekeraars in gesprek blijven om het belang van voldoende wijkverpleegkundige zorg te benadrukken.

Arbeidsmarkt.

Het feit dat er steeds meer ouderen zijn die zorg nodig hebben, staat volgens Van Rijn los van de hervormingen van de zorg. De instroom van verpleegkundigen in de opleiding is al flink toegenomen. Ook wordt gewerkt aan een betere en slimmere inzet van het huidige personeel. Alle partijen dienen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid bij te dragen aan het oplossen van het arbeidsmarktprobleem. Wanneer zorgverzekeraars de arbeidsmarktproblematiek meenemen bij de inkoop ontstaat volgens Van Rijn de ruimte voor stageplekken, tijd voor opleiden van jonge wijkverpleegkundigen en het op een interessante manier uit kunnen voeren van het vak.

Wachttijden.

Van Rijn wil het probleem met de wachttijden regionaal gaan aanpakken. Uit een interne poll van V&VN onder 65 van de 83 ziekenhuizen blijken er op een totaal van 28.217 patiënten op dit moment 138 wachtenden zijn. Daarvan wacht de helft op wijkverpleging, meestal een of enkele dagen. De problemen hebben volgens hem met name te maken met het feit dat men elkaar in de keten sinds de veranderingen in de ouderenzorg nog niet altijd even goed weet te vinden en dat hernieuwde samenwerkingsverbanden moeten worden gesloten.







ARTIKEL: HEERLEN SLAAT COMPLEET NIEUWE WEG IN MET ZORG EN WELZIJN.
bron: Persbericht/Welzijnsgroep.
door: Ton van Vugt.

Een compleet andere aanpak van de zorg en maatschappelijke ondersteuning, dat is waar Heerlen STAND-BY! voor staat. Samen met organisaties in de regio haalt het Heerlense stadsbestuur de bezem door het oude systeem. “Hierin gaan we verder dan welk vergelijkbaar initiatief in Nederland dan ook. We ruimen alle elementen op die ons belemmeren om de juiste zorg en ondersteuning te verlenen. Van de schotten tussen organisaties tot de eigen bijdrage en gemeentelijke beschikkingen. Voortaan zijn het de professional en de klant die samen bepalen wat er nodig is. De leefwereld van de klant staat nu voorop”, zegt Paul Schefman, secretaris van het dagelijks bestuur van Heerlen STAND-BY!

De aanpak van het stadsbestuur en betrokken organisaties getuigt van lef. Na een succesvolle pilot in het stadsdeel Hoensbroek, besloot de gemeente Heerlen om de zorg en maatschappelijke ondersteuning die vallen onder de Wmo 2015 helemaal anders aan te besteden. Er kwam één bedrag voor één coöperatie en de vraag luidde: wie wil op basis hiervan instappen en de zorg en ondersteuning in Heerlen met dat geld regelen? Met als uitgangspunt: geen financiering van diensten meer op basis van het aantal contacten, maar op basis van het resultaat.

Acht organisaties in de regio gingen de uitdaging aan en stapten in. De verantwoordelijk wethouder Peter van Zutphen: “In plaats van marktwerking en concurrentie tussen zorgaanbieders te stimuleren, regelt Heerlen de Wmo-taken rond ondersteuning, begeleiding en dagbesteding nu via één samenwerkingsverband van welzijns- en zorginstellingen, dat een jaarlijks bedrag krijgt om ondersteuningszaken te regelen. De professionals met de voeten in de modder krijgen het vertrouwen en de ruimte om vanuit hun deskundigheid en betrokkenheid samen met de burger te regelen wat nodig is. We besparen op deze manier heel veel op bureaucratie."

Voor de goede orde: de Hulp bij het Huishouden is geen taak van de coöperatie; hiervoor contracteerde de gemeente twee organisaties in de regio. Ook zaken als taxivervoer en hulpmiddelen vallen niet onder de coöperatie.

Schotten tussen organisaties en concurrentie zijn verdwenen.

Erik Hoesbergen is blij met de radicale koerswijziging van de gemeente. “Door zaken als schotten, aparte financieringsstromen en de eigen bijdrage allemaal op te ruimen, scheppen we ruimte voor nieuwe ideeën. En kunnen we ons als coöperatie richten op het faciliteren van de professionals.” Hoesbergen is voorzitter van het dagelijkse bestuur van Heerlen STAND-BY!, dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de acht deelnemende organisaties. “Maar eigenlijk doet dat er niet toe”, benadrukt Paul Schefman. In de coöperatie zijn de schotten immers opgeruimd en is concurrentie verleden tijd. “We werken nu samen en laten onze rugnummers allemaal thuis, al worden medewerkers wel formeel door de eigen organisatie aangestuurd en op basis van hun kennis en kunde ingezet voor Heerlen STAND-BY! ” White Label als uitgangspunt dus.

Voor de klant is dat een enorme stap vooruit, vertelt Elvira van Bergen, directeur Innovatie van Heerlen STAND-BY! “Het systeem werd lange tijd gedomineerd door financieringsstromen en veel minder door de leefwereld van mensen. In de praktijk betekende dat een jungle van loketten waar je als burger je weg in moest zien te vinden. En als je dan een loket gevonden had, was het maar de vraag of je bij het juiste loket was. Door in de coöperatie samen te werken, wordt dit soort situaties voorkomen. Als klant kom je voortaan naar Heerlen STAND-BY! Wij kijken dan wat er nodig is en organiseren die zorg of ondersteuning. Je bent als burger dus geen klant meer van een afzonderlijke zorgaanbieder.”

Geen beschikkingen en eigen bijdragen meer.

De burger die bij de coöperatie aanklopt heeft daarvoor geen beschikking van de gemeente nodig. Want ook die is tijdens de ingrijpende opruimactie afgeschaft. De gemeente Heerlen voert sinds 1 januari geen gesprekken meer met burgers over de vraag op welke zorg of ondersteuning mensen eventueel recht hebben. “En daarmee is ook het vooraf vastgesteld aantal uren zorg verdwenen. Professionals kunnen nu anticiperen op wat werkelijk nodig is en de ene week zijn dat meer uren dan de andere week. Zij werken dus flexibel en naar eigen inzicht en kunnen adequater reageren op hulpvragen”, zegt Elvira van Bergen. Ja, knikt procesmanager Karin Landuyt. “Je kunt Heerlen STAND-BY! vergelijken met de knop op de afstandsbediening van je televisie. We zijn stand-by en zodra dat nodig is gaan we mensen helpen, zonder overigens alles van mensen over te nemen.” Karin Landuyt benadrukt dat de coöperatie goed aansluit bij ontwikkelingen die de gemeente Heerlen eerder in gang heeft gezet. Zo telt de stad veertien sociale buurtteams, met elk onder andere een maatschappelijk werker, een jeugdconsulent, een wijkverpleegkundige en een gemeentelijke Wmo-medewerker. “Het voordeel van het werken in de sociale buurtteams is dat medewerkers zich op den duur identificeren met het werkgebied. Zij voelen zich niet alleen verantwoordelijk voor de zorg, maar ook voor de buurt”, vertelt de procesmanager. De sociale buurtteams werken bovendien samen met partners in de buurt, zoals huisartsen, wijkagenten en jongerenwerkers. En als er meer ondersteuning nodig is, kunnen zij terugvallen op een van de teams ambulante begeleiding in de stad. Hierin werken verschillende organisaties in de langdurige begeleiding samen en zijn professionals vertegenwoordigd uit de wereld van de somatiek, psychotherapie, geestelijke gezondheidszorg en zorg voor verstandelijk gehandicapten.

Positieve gezondheid als uitgangspunt.

De nieuwe werkwijze bevordert bovendien een integrale kijk op gezondheid. Daarbij gaan professionals niet alleen uit van het individu, maar ook van diens leefwereld en geldt positieve gezondheid als uitgangspunt. “We redeneren dus niet meer vanuit ziekte en gebreken, maar focussen op de eigen kracht van mensen. Op hun sterke kanten en mogelijkheden, hun kansen”, zegt Paul Schefman. Het is dus beslist niet zo dat iemand die bij Heerlen STAND-BY! aanklopt, automatisch hulp krijgt, benadrukt hij. “Ook wij onderzoeken wat iemand zelf nog kan, al dan niet met de inzet van het eigen netwerk of vrijwilliger. We schakelen alleen professionele hulp in als dat werkelijk nodig is.” Erik Hoesbergen knikt. “In het verleden zijn eenvoudige voorzieningen dichtbij de burger, zoals het vertrouwde buurthuis, verdwenen. Die keren nu in nieuwe vormen terug. Neem de wijkpunten waar je informatie kunt krijgen en waar je informeel samen kunt zijn, die zijn heel belangrijk in het ondersteunen van burgers.”

Door de samenwerking van verschillende disciplines binnen de coöperatie wordt een integrale kijk op gezondheid vanzelf bevorderd, is de ervaring van Elvira van Bergen. “Ik hoorde laatst het verhaal van een medewerker met een verstandelijk gehandicapte cliënt die almaar niet leek te begrijpen wat er van hem verwacht werd. ‘Misschien kan hij het gewoon niet goed verstaan’, opperde een wijkverpleegkundige. En dat was dus precies wat er aan de hand was. Medewerkers vullen elkaar aan en wisselen kennis uit.” Ja, knikt penningmeester Wim Pécasse van het dagelijks bestuur. “Dat is dus echt van waarde voor de klant. We zeggen al heel lang dat we die centraal stellen, maar nu doen we het echt.”

Cultuurshock voor medewerkers.

Geen rugnummer meer, zelf beoordelen wat een klant nodig heeft, uren flexibel inzetten en meer samenwerken met andere disciplines in het belang van de klant. Voor de medewerkers van de betrokken organisaties is de nieuwe werkwijze “een complete cultuurshock”, zegt Paul Schefman. En zeker ook een uitdaging, zegt hij. “Je moet beseffen dat medewerkers van de betrokken organisaties vaak ook in andere gemeenten werken. Het ene moment zijn ze in Heerlen White Label actief en op andere momenten komen ze weer namens de eigen organisatie.”

Medewerkers zijn daar wel op voorbereid, vertelt Mariska van der Hoek, die als communicatieadviseur bij de coöperatie betrokken is. Een aantal van hen heeft in de pilot in Hoensbroek al kunnen ervaren hoe de nieuwe werkelijkheid er uit ziet. Verder zijn er diverse informatiebijeenkomsten georganiseerd, is er een gezamenlijk intranet en hebben alle medewerkers een uitgebreide handleiding ontvangen. Elvira van Bergen: “Op 1 januari is het roer omgegaan en ik zie heel veel blije medewerkers. Professionals willen graag zo werken, dat blijkt nu al in de praktijk. Een enkeling ziet het misschien niet zitten. Wat we ook merken: er zijn nu al mensen buiten Heerlen die belangstelling tonen om hier te komen werken.”

Toekomst.

Het betekent niet dat alles al soepel verloopt. Door het wegvallen van de noodzaak van een gemeentelijke beschikking en de eigen bijdrage, kloppen mensen wel heel makkelijk aan. “We krijgen heel veel vragen en het is niet eenvoudig om daar goed op in te spelen”, vertelt Wim Pécasse. Zijn eigen organisatie is bovendien in meerdere gemeenten actief en zodoende beslist nog niet van alle bureaucratische ballast verlost. “We hebben nog altijd te maken met achttien financiers en werken zowel White Label als in het oude systeem”, verzucht hij. “Daarom willen we andere gemeenten zo graag in deze werkwijze meenemen”, vult Paul Schefman aan. “Te beginnen in de regio Parkstad, later hopelijk in andere delen van Limburg. We willen laten zien dat we met onze schoonmaakactie ruimte maken voor nieuwe ideeën en echt kunnen innoveren. Verder wil de gemeente vanaf 2019 naar populatiebekostiging. Daarom verzamelen we data in de gebieden waar we werken, zodat we inzicht krijgen in wat je ongeveer aan zorg en ondersteuning in specifieke gebieden nodig hebt.”

De coöperatie heeft voorlopig even tijd om te bewijzen of de nieuwe werkwijze inderdaad in het belang van de burger is. Het contract met de gemeente Heerlen loopt drie jaar en kan dan nog eens twee keer met twee jaar verlengd worden. “Als we kunnen aantonen dat dit werkt en inwoners hier sterker van worden, kan geen enkele partij dat naast zich neerleggen”, besluit Elvira van Bergen.







ARTIKEL: VADER MAAKT RAP VOOR DOCHTERTJE MET DOWNSYNDROOM.
bron: Redactioneel/HvNL/RTLnieuws.
door: Marlies van der Vloot

De driejarige dochter Eline van Thijs de Bruijn is geboren met het syndroom van Down. Nu heeft hij een rap voor haar gemaakt. "Het nummer gaat over mijn dochtertje en hoe ze mij positief heeft veranderd sinds haar geboorte", zegt Thijs tegen RTL Nieuws.

Met het nummer wil Thijs laten zien dat daar heus niet alleen negatieve kanten aan zitten. "Toen ze net geboren was, had ik er wel even moeite mee, maar ik had het al snel geaccepteerd."

Thijs en zijn vrouw wisten niet dat zij een dochtertje met down zouden krijgen. "Ik dank God op mijn knieën dat we de zwangerschap niet hebben afgeblazen. Eline is hartstikke gelukkig. Ze doet het goed, alleen wat langzamer dan andere kinderen."

(Bekijk de videoreportage van Hart van Nederland op onze website)

Volgens Thijs denkt de maatschappij te negatief over down en benadrukken artsen de mogelijke complicaties en problemen van het syndroom. "Dan kan er een doembeeld ontstaan", zegt Thijs. Ouders die weten dat er een down-kindje aankomt, zijn daardoor eerder geneigd de zwangerschap af te breken, zegt hij. "Waarom laat je het weghalen? Voor angstbeelden."

'Wil niemand verwijten maken'
Met zijn rap wil Thijs een ander geluid laten horen. "Ik ga niet zeggen dat je het niet moet doen. Natuurlijk zijn er mensen met down die wel slechter zijn. Ik wil ook niemand verwijten maken. Iedereen zit met zijn eigen, oprechte bedoelingen. Maar ik wil zeggen: er is ook een andere kant die belicht moet worden. Wat Johnny de Mol ook doet, maar dan op mijn manier."

Om zijn rap te verspreiden, wil Thijs ook een videoclip maken. Op zijn Facebookpagina roept hij andere ouders met kinderen met down op om filmpjes in te sturen om te gebruiken in de clip. "Want het is niet alleen mijn verhaal, maar van een hele groep."







ARTIKEL: EIGEN DUG-OUT VOOR GEHANDICAPTE DARJAN.
bron: Redactioneel/HvNL.
door: Carlijn de Groot.

Darjan Wamelink (42) is gehandicapt en rolstoelafhankelijk. Om hem op een comfortabele manier de voetbalwedstrijden van zijn favoriete club te laten volgen, krijgt hij zijn eigen dug-out.

Het maakt niet uit wat voor weer het is, Darjan komt om het eerste team van sportclub Lochem aan te moedigen. Dat betekent dat hij vaak in zijn rolstoel in de stromende regen zit.

En dat vond de voetbalclub niet kunnen. Want zo kun je niet met je grootste supporter omgaan. En dus werd besloten om een speciale dug-out voor Darjan te bouwen en deze op met een groot feest te openen.

(Bekijk de videoreportage van Hart van Nederland op onze website)







ARTIKEL: JONGEREN WACHTEN LANG MET HET ZOEKEN VAN HULP BIJ PSYCHIATRISCHE STOORNISSEN.
bron: Redactioneel/UMCG.
door: Ton van Vugt.

Na het ontstaan van een psychiatrische stoornis duurt het vaak vele jaren voordat jongeren hulp zoeken.

Hoe vroeger in het leven psychiatrische stoornissen zijn ontstaan, des te langer duurt het voordat jongeren hulp zoeken. Dit blijkt uit onderzoek van socioloog Dennis Raven van het Universitair Medisch Centrum Groningen, uitgevoerd in samenwerking met GGZ Friesland. Raven publiceert over zijn onderzoek in Epidemiology and Psychiatric Sciences. Zijn artikel werd door de European Psychiatric Association (EPA) gekozen tot beste artikel op het gebied van kinder- en jeugdpsychiatrie gepubliceerd in het afgelopen jaar.

Psychiatrische stoornissen komen veel voor en ontstaan vaak al in de kindertijd of adolescentie. Slechts een minderheid van de jongeren met een psychiatrische stoornis ontvangt professionele hulp. Eerder onderzoek bij volwassenen heeft aangetoond dat mensen vaak lang wachten, soms wel tientallen jaren, totdat ze professionele hulp zoeken voor een psychiatrische stoornis. Dennis Raven onderzocht voor het eerst hoe lang het duurt voordat jongeren professionele hulp zoeken. Voor zijn onderzoek gebruikte Raven de gegevens van TRAILS (TRacking Adolescents’ Individual Lives Survey), een langlopend onderzoek naar de psychische, sociale en lichamelijke ontwikkeling van adolescenten en jongvolwassenen, waaraan meer dan 2500 jongeren al vanaf hun elfde jaar meedoen. Bij deze deelnemers zijn psychiatrische interviews afgenomen toen zij ongeveer 19 jaar oud waren.

Na vele jaren pas hulp zoeken.

Uit het onderzoek van Raven blijkt dat ook jongeren na het ontstaan van een psychiatrische stoornis lang, vaak vele jaren, wachten voordat ze professionele hulp zoeken. Veel TRAILS-deelnemers met een psychiatrische stoornis die al in de kindertijd was ontstaan, hadden daarvoor op 19-jarige leeftijd (nog) geen hulp gezocht. In het algemeen lijkt te gelden: hoe vroeger in het leven een psychiatrische stoornis is ontstaan, des te langer het duurt voordat jongeren hulp zoeken. Relatief het snelst zochten jongeren hulp voor stemmingsstoornissen, zoals een depressie; maar zelfs voor een depressie zocht slechts een derde van de TRAILS-jongeren binnen een jaar hulp.

Geen verschil in type gezondheidszorg.

In zijn onderzoek heeft Raven gekeken naar zowel professionele gezondheidszorg in het algemeen als naar tweedelijns geestelijke gezondheidszorg in het bijzonder. De uitkomsten hiervan zijn vrijwel gelijk.

Symptomen niet opgemerkt of deel van identiteit jongere.

Als mogelijke verklaring voor zijn bevinding dat het lang kan duren voordat jongeren met problemen hulp zoeken noemt Raven dat symptomen niet altijd worden opgemerkt. Dit kan zijn omdat de omgeving er geen last van heeft, of omdat ze worden ervaren als onderdeel van de identiteit van het kind (“zo is hij/zij nu eenmaal”). Ook is het mogelijk dat jongeren en hun omgeving strategieën ontwikkelen om met de symptomen om te gaan. Zulke strategieën werken vaak minder goed naarmate het leven meer zelfredzaamheid vereist, waardoor later alsnog behoefte aan zorg ontstaat. Jongeren zijn voor toegang tot de zorg afhankelijk van hun ouders en leerkrachten, dus het is belangrijk dat zij de psychische problemen van jongeren (leren) herkennen.

EPA-prijs.

De prijs van de EPA is bedoeld voor jonge onderzoekers die werkzaam zijn op het gebied van de psychiatrie. Dennis Raven krijgt de prijs (een certificaat en €2000) op 1 april uitgereikt tijdens het congres van de EPA in Florence, Italië.







ARTIKEL: SUBSIDIE VOOR DELIRIUMONDERZOEK OP IC.
bron: Redactioneel/ErasmusMC.
door: Ton van Vugt.

De afdeling IC Volwassenen van het Erasmus MC heeft circa € 800.000 ontvangen van ZonMw.

Met de subsidie wordt het effect van het medicijn haloperidol onderzocht bij patiënten met een delirium.

Verward.

Een delirium is een plots optredende verwardheid, die veel voorkomt bij patiënten op de intensive care (IC). Het is een ingrijpende ervaring voor patiënten en familieleden, onder andere vanwege angsten en hallucinaties die ermee gepaard gaan. De aandoening levert op lange termijn geheugen- en denkstoornissen op. Ook lijkt de kans op overlijden groter.

Lange termijn.

Ondanks wijdverbreid gebruik op IC’s van haloperidol bij een delirium, zijn effect en bijwerkingen nooit goed in kaart gebracht. Dr. Mathieu van der Jagt, neuroloog-intensivist op de IC Volwassenen, is projectleider en hoofdaanvrager van de studie: “Wij willen onderzoeken of haloperidol de duur van een delirium bij IC-patiënten verkort. Ook richten we ons op de lange termijn: hoe is het na één jaar gesteld met de cognitieve achteruitgang?”

Component.

In het onderzoek van Van der Jagt zit ook een sociale en economische component: “We nemen de patiënt- en familie-ervaringen mee, en doen ook een uitgebreide economische analyse, met aanbevelingen.”

Experts.

De groep wetenschappers die de studie uitvoert, is breed samengesteld, met een IC-apotheker, neuropsycholoog, gezondheidseconoom, epidemioloog, revalidatiearts, psychiater en een implementatiedeskundige. Van der Jagt: “Daar wordt nog een promovendus aan toegevoegd. Ook hebben we experts op het gebied van IC-deliriumonderzoek uit het UMC Utrecht en uit Boston als adviseurs erbij betrokken.”

Zes ziekenhuizen.

De studie start op 1 juni en duurt tot medio 2021. In die periode nemen 740 patiënten eraan deel, in zes ziekenhuizen in de regio: het Erasmus MC, Albert Schweitzer, Maasstad, Ikazia, IJsselland en Sint Franciscus.

Vervolg.

Het onderzoek is een vervolg van een eerder door ZonMw gesubsidieerde implementatiestudie van Van der Jagt en dr. Erwin Ista, kinder IC-verpleegkundige en implementatie-fellow ZonMw in het Erasmus MC-Sophia. Dat leverde de logistieke basis voor een vervolgstudie op. Maar ook een ‘cultuuromslag’ die door Van der Jagt wordt toegejuicht. “Men is delirium nu veel meer gaan zien als een vorm van ‘orgaanfalen’. Dus: hersenfalen, zoals je ook longfalen, hartfalen en nierfalen kunt hebben bij IC-patiënten.”

Proactief.

Van der Jagt: “Het onderzoek maakte duidelijk dat delirium niet iets is wat ‘erbij hoort’, maar net als andere vormen van orgaanfalen tot een proactieve houding noopt, in preventie, behandeling en zoeken naar onderliggende lichamelijke problemen, waar delirium immers vaak een uiting van blijkt. In die zin is delirium dus vooral een teken dat er iets – nog - niet goed gaat met de patiënt.”







ARTIKEL: BLINDE VLOGGER MARINA (12) HEEFT HELDERE BOODSCHAP.
bron: Redactioneel/HvNL.
door: Carlijn de Groot.

“Ik ben blind maar niet zielig”. Dat is de boodschap die de 12-jarige vlogger Marina wil uitdragen. En haar vlogs zijn populair.

Ze heeft meer dan tienduizend volgers. Marina Kovac uit Hendrik-Ido-Ambacht geniet van haar leven en laat zich niet tegenhouden door blindheid.

Daarom vlogt ze over paardrijden, fietsen en nog veel meer leuke dingen…

(Bekijk de videoreportage van Hart van Nederland op onze website)







ARTIKEL: RENSKE LEIJTEN NEEMT AFSCHEID VAN DE ZORG.
bron: Redactioneel/Zorgvisie.
door: Wouter van den Elsen/Marlies van der Vloot.

De nummer twee van de SP, Renske Leijten, neemt afscheid van de zorg. Na negen jaar in de Vaste Kamercommissie voor VWS, gaat ze een andere portefeuille doen. ‘Het is aan de ene kant heel jammer dat ik deze mooie sector moet verlaten waar ik mijn hart aan heb verpand. Aan de andere kant is het ook een mooie nieuwe uitdaging.’

Leijten maakte de overstap naar een nieuwe portefeuille, Financiën en Europa, bekend op haar Facebook. ‘De reden voor mijn overstap is dat we een nieuwe fractie hebben’, vertelt Leijten. ‘Een aantal oudgedienden hebben ons verlaten, waaronder Harry van Bommel die op Europese Zaken zat en Arnold Merkies op Financiën. We schuiven op om plaats te maken voor nieuw talent in de Kamer. Dat was een ingewikkelde puzzel die we de afgelopen dagen hebben gelegd binnen de partij. Het is enerzijds zo dat ik met pijn in het hart afscheid neem, maar binnen Financiën en Europa liggen ook mooie uitdagingen. Het gaat ook daar om het stoppen van de marktwerking en om het organiseren van tegenmacht. De zorg blijft in heel goede handen met het power-duo Lilian Marijnissen en Nine Kooiman. Beiden met al heel veel ervaring in de zorg, Lilian als vakbondsbestuurder en Nine hier in de Kamer. Lilian zal ook het gezicht worden van het Nationale ZorgFonds.’

Wapenfeiten.

Het afgelopen jaar kreeg Leijten veel bekendheid als gezicht van de beweging voor een Nationaal Zorgfonds. Als andere mooie wapenfeiten noemt Leijten onder andere haar initiatiefwet voor de Wmo uit 2015, het verbod op winstuitkering en het tegenhouden van openbare aanbestedingen in de ambulancezorg. ‘Vanaf ik het moment dat ik in de Kamer ben gekomen op het thema Wmo hebben we strijd gevoerd. En ik ben best verdrietig dat sommige dingen ons in die tijd ontnomen zijn. Zo zijn we de AWBZ kwijt geraakt. En in de transitie van zorg zijn vreselijke dingen gebeurd, waardoor we meer tweedeling in de zorg hebben gekregen. Maar ik ben trots op het constant opkomen van de SP voor meer handen aan het bed in de langdurige zorg, waar nu ook een manifest voor is. En dankzij onze inzet wordt er veel strenger gelet op de topbestuurders in de zorg. Zo zie je dat je ook in de oppositie een heel belangrijke rol kan spelen in het opkomen van de belangen voor iedereen in de zorg.’

Voorkeurstemmen.

Leiten nam op 30 november 2006 plaats in de Tweede Kamer, belast met de portefeuille zorg en jeugdzorg. Op 15 juni 2010 werd Leijten met 41.115 voorkeurstemmen herkozen als tweede achter lijsttrekker Emile Roemer. Leijten: 'Ik weet nog toen Agnes Kant de Vaste Kamercommissie voor VWS verliet. Men hoopte dat de SP iemand met minder haar op de tanden zou afvaardigen. Maar ze kregen mij. Ze krijgen het straks met Lilian en Nine ook regelmatig aan de stok.'

Dossier Personalia
Het bestuur en toezicht in de zorg wisselt regelmatig. Bestuurders vinden een nieuwe uitdaging of worden ontslagen. In het dossier personalia volgt Zorgvisie alle wisselingen in raden van bestuur en raden van toezicht van zorginstellingen en gerelateerde organisaties. Daarnaast in het dossier personalia ook meldingen van prijzen, belangrijke prestaties en koninklijke onderscheidingen.







ARTIKEL: GRIEPGOLF BIJNA VOORBIJ.
bron: Redactioneel/ANP.
door: Ton van Vugt.

Na vijftien weken is de griepepidemie bijna het land uit, blijkt uit gegevens van onderzoeksinstituut Nivel. Afgelopen week waren zo’n 41 op de 100.000 mensen geveld door de griep. Er is sprake van een epidemie als meer dan 51 op de 100.000 mensen ziek zijn. De epidemie is echter pas officieel voorbij als we twee weken achter elkaar onder deze epidemische grens zitten.

Gemiddeld duurt een epidemie acht weken. De huidige griepepidemie duurt nu al twee keer zo lang als normaal. Twee jaar geleden werd Nederland nog geteisterd door een griepgolf die langer dan twintig weken duurde.







Afgelopen week zagen huisartsen vooral jonge kinderen tot vier jaar met griepachtige verschijnselen. Nivel houdt de griep in Nederland in de gaten via een representatieve groep van huisartsen in het hele land.











ARTIKEL: ZIEKENOMROEP OPNIEUW BEDREIGD OM TURKS MUZIEKUUR.
bron: Redactioneel/OmroepFlevoland/Telegraaf.
door: Marlies van der Vloot.

De secretaris van OZONOP, de omroep voor zieken en ouderen in Emmeloord, is opnieuw bedreigd vanwege de Turkse uitzending elke zaterdagochtend. Secretaris Bas Stuy vond maandagmiddag een brief in gebrekkig Turks op zijn keukenraam. Vorige week ontving hij ook al een dreigbrief op zijn huisadres.

In de brief staat dat de schrijver spreekt namens de Turkse overheid. Er wordt gedreigd dat als de uitzending niet per direct stopt dit gevolgen zal hebben voor zowel de studio als voor de vrijwilligers van de omroep.

Extra politiesurveillance.

De secretaris heeft van beide bedreigingen aangifte gedaan bij de politie. Die zou de twee brieven zorgvuldig hebben verzegeld voor nader onderzoek. Ook surveilleert de politie extra in Emmeloord en hebben agenten afgelopen week een test gedaan hoe snel zij bij de woning van de secretaris kunnen zijn, aldus Bas Stuy. Omdat de briefschrijver ditmaal zijn achtertuin in is gelopen gaat Stuy camera's ophangen. Eerder werd het pand van de ziekenomroep ook al van beveiligingscamera's voorzien.

Grijze Wolven.

Het is niet voor het eerst dat OZONOP bedreigingen ontvangt wegens het Turkse radioprogramma. Afgelopen zomer kreeg de secretaris een telefoontje waarin een man met een Turks accent de omroep bedreigde. Ook werd de deur van de omroep beklad met het woord 'stop' en drie halve manen. Volgens de secretaris kan dit duiden op de Grijze Wolven, een extremistische organisatie die die halve manen als symbool gebruikt.

De secretaris heeft geen enkel idee wie achter de bedreigingen kan zitten. Volgens hem wordt in het programma enkel hippe Turkse muziek gedraaid en worden er geen politieke boodschappen uitgedragen. Het programma wordt via internet uitgezonden en trekt volgens de OZONOP zo'n 4500 luisteraars. Een paar honderd daarvan wonen in Turkije.

(Bekijk de video op onze website)







ARTIKEL: NAVIGATIE SCHAKELT DEEL HERSENEN UIT.
bron: Redactioneel/RTLnieuws.
door: Carlijn de Groot.

Wie met een navigatiesysteem in de auto rondrijdt, laat delen van de hersenen onbenut die we anders wel gebruiken. Het gaat om de hersendelen waarmee we routes voor ons zien, andere routes bedenken en beslissen hoe we het beste van A naar B kunnen rijden.

Britse onderzoekers hebben dat ontdekt door 24 proefpersonen in een simulator door de drukke en kronkelige straten van hartje Londen te laten rijden. Ondertussen werd hun hersenactiviteit gemeten. De onderzoekers keken naar de hippocampus, die helpt bij het navigeren en oriënteren, en de prefrontale cortex, waarmee we beslissingen nemen en plannen.

Hersenen reageren niet.
Wanneer de proefpersonen een nieuwe straat inreden of meerdere routes konden kiezen, bleken de twee hersendelen actiever te worden. Maar dat gebeurde niet wanneer mensen hun navigatiesysteem volgden. "Als technologie ons vertelt hoe we moeten rijden, reageren onze hersenen niet op het stratenplan. Ons brein is dan niet geïnteresseerd in de straten om ons heen", aldus de onderzoekers van University College London.

De onderzoekers hadden eerder al ontdekt dat Londense taxichauffeurs, die 25.000 straten van de Britse hoofdstad uit hun hoofd moeten kennen, een grotere hippocampus hebben dan anderen.







ARTIKEL: INFOpunt:
WAT BETAAL IK VOOR MEDICIJNEN OP RECEPT?
Dagelijks een duidelijk antwoord op een gestelde vraag.

Wij ontvingen de volgende vraag:
"Mijn vrouw en ik krijgen nogal veel medicijnen voorgeschreven door onze specialisten en huisarts. Wat moeten we op die recepten bij de apotheek nu eigenlijk betalen?"

Onze HN-informateur antwoord:
Het bedrag dat u bij de apotheek voor een receptmedicijn betaalt, bestaat uit 2 onderdelen. De kosten van het medicijn zelf en een vergoeding voor de dienstverlening van de apotheek. Zorgverzekeraars en apothekers spreken deze bedragen samen af. Daarom kan de prijs van hetzelfde medicijn verschillen per zorgverzekeraar, per zorgpolis en per apotheek. Vraag uw apotheker welke kosten u krijgt vergoed.

Kosten voor dienstverlening apotheek.
De apotheek mag u een vergoeding vragen voor:

? controle of de arts het geneesmiddel in de juiste sterkte en dosering heeft voorgeschreven;

? controle of u andere medicijnen gebruikt die een wisselwerking met het nieuwe medicijn kunnen hebben;

? levering van het geneesmiddel;

? uitleg over gebruik van het geneesmiddel.

De vergoeding hangt af van de handelingen die de apotheek moet verrichten en het moment van aflevering. ’s Nachts of in het weekend kan de vergoeding hoger zijn.

Goedkopere avondapotheken.

Moet u ’s nachts, ’s avonds of op zondag naar de apotheek voor medicijnen? Dan betaalt u vanaf 2016 voor deze spoedzorg maximaal € 45 per receptregel plus de eventuele niet-vergoede kosten voor de medicijnen. Met een tijdelijke subsidie wil de Rijksoverheid de apotheekzorg in dunbevolkte gebieden betaalbaar houden.

Vrije prijzen medicijnen.
De Rijksoverheid stelt geen vaste prijzen voor medicijnen vast. Apothekers en zorgverzekeraars spreken met elkaar de prijs van een geneesmiddel af. Hierdoor kan de prijs van een medicijn per zorgverzekeraar verschillen. Wel stelt de Rijksoverheid maximumprijzen vast zodat geneesmiddelen betaalbaar blijven.

Rekening medicijnen wel of niet eerst zelf betalen.
Hebben uw zorgverzekeraar en apotheker een contract afgesloten? Dan gaat de rekening rechtstreeks naar uw zorgverzekeraar.

Is er geen contract, dan betaalt u zelf de rekening. Daarna declareert u de kosten bij uw zorgverzekeraar. U bent vrij om naar een andere apotheek over te stappen die wel een contract heeft met uw zorgverzekeraar. U heeft dan wel een nieuw recept nodig.

Met welke apothekers en apotheekhoudende huisartsen uw zorgverzekeraar een contract heeft, leest u op zijn website.

Informatie opzoeken over vergoeding medicijnen.
Op Medicijnkosten.nl vindt u informatie over de vergoeding van geneesmiddelen. Op deze website kunt u nagaan:

? of uw medicijn in het basispakket van de zorgverzekering zit;

? welke kosten meetellen voor uw eigen risico;

? wat eventueel uw eigen bijdrage is;

? of er een goedkoper medicijn is dat u wel helemaal krijgt vergoed.







ARTIKEL: ONZE LACHAFSLUITING.
Onze dagelijks afsluiting met een lach.
Vandaag ingezonden door Nellie Koomen uit Baarn.

Er komt een man bij de dokter en zegt: Dokter, ik heb de laatste tijd zo'n hoofdpijn. Dan zal ik u maar even oderzoeken, zegt de dokter. Even later als de man onderzocht is, zegt de dokter: Er is maar 1 manier om hier vanaf te komen, je dingetje moet eraf. Dat kan echt niet, zei de man, stuur mij dan maar naar het ziekenhuis. De volgende morgen gaat hij naar het ziekenhuis en ook daar wordt hij onderzocht, en nu zegt de dokter in het ziekenhuis: Sorry, er is maar 1 manier, je dingetje moet eraf. Ik wil dat niet, zei de man, stuur mij maar naar de beste dokter van de wereld. Een week later zit hij in Amerika voor het onderzoek. Ook hier krijgt hij te horen: Je dingetje moet eraf. Nou okee dan, ik weet het ook niet meer, zei de man, en hij laat zich opereren. Als hij weer in Nederland is gaat hij direct naar de HEMA om speciale onderbroeken te kopen. Hangt het dingetje van jou links of rechts, vraagt de verkoopster. Waarom wilt u dat weten?, vraagt de man. Nou, zegt de verkoopster, als je linkshangende onderbroeken koopt en je dingetje hangt rechts, dan kun je hoofdpijn krijgen.











En hiermee eindigd ons nieuwsoverzicht van vandaag.
Morgen zijn we er weer, vanaf 9 uur 's ochtends, met ál het nieuws voor gehandicapten, chronisch zieken en hun omgeving.
Want je kent ons motto: Handicapnieuws.net is 'uitgesproken' actueel. Iedere dag.