Welkom op de speciaal toegankelijke website van HANDICAPNIEUWSnet. HANDICAPNIEUWSnet is uitgsproken actueel: dinsdag
Keuzeknoppen om terug te gaan naar: Startpagina
::

dinsdag

Keuze: Readspeaker uit.

Lees voor

Je luistert naar HandicapNieuws UPDATE van dinsdag 30 april 2018.

VANDAAG IN ONS NIEUWS:
De jaarlijkse griepprik werkt wel degelijk.
G-Moji app moet vroegtijdig psychische klachten bij jongeren opsporen.
Ervaringsdeskundigen voor minister De Jonge.
Platteland kan tekorten jeugd niet opvangen.
Reorganisatie van zorg in regio redt Maasziekenhuis.
NZa stelt voorwaarden aan concentratie Erasmus MC en IJsselland Ziekenhuis.
Maak verslavingskliniek ook toegankelijk voor rokers.
Inspecties: Onduidelijk of verbetermaatregelen Raad van de Kinderbescherming doel treffen.
Medische hulpapps niet altijd volgens richtlijn.
Minder ziekteklachten dankzij longrevalidatieprogramma.
Ruim kwart deelnemers bijstandsproef uitgestroomd.
Minister kijkt later dit jaar naar aanpak datalekken ziekenhuizen.
Positief effect geneesmiddel op zenuwpijn-aandoening.
Stress en woede nemen wereldwijd toe, veel mensen gebukt onder zorgen.
Game die helpt bij opsporen alzheimer ‘werkt beter dan medische tests’.
Machineperfusie vergroot kans op donorhart.
Interactieve kennisoverdracht doofblindheid en werk.
Reële tarieven jeugd-ggz geen zaak van minister.
Vertraging controle samenloop hulpmiddelen.
Commercieel verkrijgbare activiteitenmeters vaak te ingewikkeld voor mensen met een chronische ziekte.
Onderzoek naar opslag patiëntgegevens in niet-Europese cloud.
Parkeerkosten ziekenhuizen moeten omlaag.
HN-INFOpunt: Wanneer komt mijn kind in aanmerking voor gesloten jeugdzorg?
Onze Lachafsluiting.

Voor meer informatie over de handicap nationaal? ga naar hun site: www.handicapnationaal.nl, mail naar info@handicapnationaal.nl, of bel op kantoortijden naar 06-12390746. en dan nu onze artikelen van vandaag.







ARTIKEL: DE JAARLIJKSE GRIEPPRIK WERKT WEL DEGELIJK.
Bron: Redactioneel/EenVandaag/ANP MediaWatch.

"Er is geen wetenschappelijk bewijs dat de griepprik werkt of helpt", zo zei arts-epidemioloog Dick Bijl in het radioprogramma 'Dit is de Dag'. Heeft hij gelijk?

Elk jaar worden bijna 6 miljoen Nederlanders uitgenodigd om de griepprik te komen halen. Daarvan doen 3 miljoen mensen dat ook daadwerkelijk.

Verschillende groepen.

Huisarts en woordvoerder van het Nederlands Huisartsen Genootschap Jacob Burgers, vertelt welke groepen worden uitgenodigd. "Het gaat om ouderen, de 60-plussers. Daarnaast zijn het mensen met hart- en vaatziekten, longaandoeningen en neurologische aandoeningen."

Het vaccin dat zij halen, beschermt alleen tegen de influenza-griep. "Niet tegen alle koortsende ziekten", zegt Burgers. "Dat wordt wel eens gedacht, dat je dan helemaal niet meer ziek kan worden tijdens het seizoen."

Minder ziekte, minder sterfte.

Erik Frijlink, hoogleraar farmaceutische technologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, vertelt dat de prik wel degelijk werkt. Daarnaast heeft het feit dat veel mensen worden ingeënt verschillende positieve bij-effecten. "Je krijgt verminderde opnames in het ziekenhuis, verminderde sterfte. Dat lijken me hele goede redenen. Je krijgt een verlaagde ziektelast."

En dat wetenschappelijk bewijs, dat er volgens Dick Bijl niet zou zijn, is er wel. "De Wereldgezondheidsorganisatie publiceerde dit jaar een rapport gebaseerd op alle literatuur die bestaat over de toepassing van griepvaccins op kwetsbare groepen en ouderen. Zij laten duidelijk zien dat er een goede reden is om griepvaccins in brede zin toe te passen", vertelt Frijlink.

De prik is een 'educated guess'

Toch gebeurt het ook weleens dat de prik een jaar niet goed werkt. Frijlink vertelt hoe dat kan: "Vaccins worden gemaakt op basis van een voorspelling van het soort virus dat het komende jaar de epidemie gaat veroorzaken. Dat is altijd een soort 'educated guess', al wordt het goed wetenschappelijk onderbouwd. Maar soms zit je er gewoon naast."

Ondanks dat het dus soms een jaar minder is, werkt de griepprik normaal gesproken wel degelijk. Het wetenschappelijk bewijs dat de griepprik werkt, dat bestaat gewoon.







ARTIKEL: G-MOJI APP MOET VROEGTIJDIG PSYCHISCHE KLACHTEN BIJ JONGEREN OPSPOREN.
Bron: Redactioneel/AD/ANP MediaWatch.

Er komt grootschalig onderzoek naar het nut om via een app vroegtijdig psychische problemen bij jongeren op te sporen. Jeugdhulpverleners kunnen mogelijk aan hun telefoongebruik zien hoe jongeren zich voelen. ‘De drempel om een app te gebruiken is lager dan om elke dinsdagmiddag in een kantoortje je ziel en zaligheid te bespreken.’

In een kleinschalige pilot gebruikten 32 jongeren met psychische problemen drie maanden de G-Moji app. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) verzamelden samen met de Amerikaanse universiteiten MIT en Harvard alle data. Hoe vaak belden de jongeren? Hoeveel bewogen ze? Elke dag verstuurden de deelnemers een emoticon voor hoe ze zich voelden.

In die periode deden twee meisjes een suïcidepoging. De onderzoekers zagen bij hen een ander patroon in de emoticons. ,,Eerst zagen we steeds meer negatieve emoties en in de laatste dagen waren er geen positieve gezichtjes meer te zien”, vertelt Levi van Dam, UvA-onderzoeker. Uit bestaand onderzoek blijkt dat de mate van bewegen, slaapritme en sociale activiteiten psychische problemen kunnen voorspellen. Daar moet de app G-Moji bij aansluiten. ,,Jongeren kunnen hun emoties niet altijd goed uiten. Hoe mooi zou het zijn als we uit hun smartphonegebruik kunnen afleiden hoe ze in hun vel zitten.”

"Hoe mooi zou het zijn als we uit hun smartphone­ge­bruik kunnen afleiden hoe ze in hun vel zitten."

Levi van Dam, Onderzoeker Universiteit van Amsterdam.

Uiteindelijk kunnen jeugdhulpverleners de jongeren gerichter behandelen, verwacht Van Dam. ,,Nu gaan ze elke dinsdagmiddag naar een kantoortje om hun ziel en zaligheid te bespreken, terwijl dat niet altijd nodig is. Als we deze data krijgen, kunnen we zien hoe ze zich voelen en ze bellen als het even niet goed gaat.” Bovendien kunnen jeugdhulpverleners ook een vinger aan de pols houden als er door wachtlijsten niet direct plek is voor een behandeling.

Maar om die stap te kunnen zetten, willen de onderzoekers eerst zeker weten hoe ze psychische problemen uit de data kunnen aflezen. Daarom zoeken ze vijfhonderd jongeren van 16 tot en met 24 jaar zonder mentale klachten. Zij moeten de app een maand gebruiken. Vervolgens verzamelen de onderzoekers diezelfde data van jongeren met psychische problemen, zodat ze de verschillen tegen elkaar kunnen afzetten.







ARTIKEL: ERVARINGSDESKUNDIGEN VOOR MINISTER DE JONGE.
Bron: Redactioneel/Ieder(in).

Twee ervaringsdeskundigen trekken vanaf vandaag een jaar lang op met minister Hugo de Jonge (VWS). Onder de noemer ‘kennercadeau’ gaan Sietse Penterman en Lisa Hinderks met de minister in gesprek over hun leven met een beperking. En over wat er voor hen nodig is om mee te kunnen doen. Het doel van deze samenwerking: meer aandacht voor de leefwereld van mensen met een beperking.

Lisa is student algemene sociale wetenschappen en woont in Utrecht. Zij is verbonden aan de Nederlandse Dove Jongeren. Tijdens de aanslag in Utrecht op 18 maart ging haar oproep voor crisiscommunicatie in gebarentaal viral. Sietse heeft een lichamelijke beperking en woont in Enschede. Hij krijgt een Wajong uitkering en werkt nu als vrijwilliger voor een administratie bemiddelingskantoor waar budgethouders worden ondersteund. In zijn vrijetijd speelt hij in de rolstoelhockey competitie.

Voor mensen met een beperking of chronische ziekte is goede zorg en ondersteuning de basis om mee te kunnen doen. Maar zeker ook voor jonge mensen komt er nog veel meer bij kijken. Denk bijvoorbeeld aan toegankelijk vervoer, een passende opleiding, het vinden van werk, het hebben van een passend inkomen, betaalbaar kunnen wonen en ook in je vrije tijd kunnen doen wat je wilt. Toegankelijkheid moet overal en voor iedereen vanzelfsprekend zijn. Wij hopen dat het gesprek tussen de Minister en Lisa en Sietse eraan bijdraagt dit dichterbij te brengen.

Het is de bedoeling dat Lisa en Sietse het komende jaar op verschillende momenten met de minister in gesprek gaan over verschillende onderwerpen. Minister de Jonge neemt Lisa en Sietse mee op werkbezoeken en zij nemen hem mee naar evenementen die voor hen belangrijk zijn. Ieder(in) hoopt de nieuw opgedane kennis terug te zien in het overheidsbeleid.







ARTIKEL: PLATTELAND KAN TEKORTEN JEUGD NIET OPVANGEN.
Bron: Redactioneel/BinnenlandsBestuur/Yolanda de Koster.

Ook de grootschalige plattelandsgemeenten, verenigd in de P10, kampen met oplopende tekorten op de jeugdhulp. Omdat de tekorten lastig kunnen worden opgevangen door inkomsten uit andere beleidsdomeinen, bestaat het gevaar dat wordt gestuurd op vermindering van instroom en tarieven. De P10 hamert daarom op structureel extra rijksgeld.

'De tekorten lopen op tot in de miljoenen', stelt P10-voorzitter en burgemeester Ellen van Selm van Opsterland. Een totaalbeeld kon vrijdag nog niet worden gegeven. De plattelandsgemeenten staan niet alleen met de (oplopende) tekorten op de jeugdhulp. Ook de P10- gemeenten hebben te maken met toename van het aantal jongeren in jeugdhulp, complexere problematiek en te weinig rijksbudget. Specifiek geldt voor de P10 dat nadeel wordt ondervonden door de uitgestrektheid en de lage bevolkingsdichtheid.

Druk op begroting.

Daarnaast hebben traditionele krimpge­bieden het minst kunnen profiteren van de aantrekkende economie, benadrukt de P10. Sterke vergrijzing, relatief weinig economische activiteiten en in verhouding hoge uitgaven in het sociaal domein spelen deze gemeenten parten. ‘De oplopende tekorten worden versterkt door ongelijkheid in inkomsten en uitgaven’, aldus Van Selm. Het sociaal domein geeft zoveel druk op de gemeentebegroting 'dat het gevaar bestaat dat er enkel gestuurd wordt op verminderen van instroom en volume en prijs. Kinderen en gezinnen en de transformatie van de jeugdhulp komen daarmee ernstig in het gedrang’, aldus de P10.

De P10 onderschrijft de inzet van gemeentekoepel VNG om structureel meer geld voor jeugdhulp aan het kabinet te vragen.







ARTIKEL: REORGANISATIE VAN ZORG IN REGIO REDT MAASZIEKENHUIS.
Bron: Redactioneel/NOS/ANP.

Het Maasziekenhuis in Boxmeer is voorlopig uit de problemen. Een andere verdeling van de zorg moet ertoe leiden dat het streekziekenhuis voldoende patiënten houdt en daardoor kan blijven voortbestaan.

Het ziekenhuis kwam in financieel zwaar weer door onder meer dure nieuwbouw en de tegenvallende verkoop van het oude ziekenhuisgebouw. Maar omdat het een cruciale zorgfunctie heeft in de regio besloten het ministerie van Volksgezondheid, de zorgverzekeraars, de bank en omliggende ziekenhuizen anderhalve week geleden om het te redden. Ze kwamen met miljoenen over de brug.

Een gedeeltelijke reorganisatie van de zorg in Noordoost-Brabant en Noord-Limburg is een belangrijke voorwaarde voor het doorgaan van het reddingsplan. De verzekeraars garanderen het ziekenhuis in dat geval meer financiële stabiliteit door langlopende contracten af te sluiten.

Alleen ingewikkelde zorg.

Het Radboudumc in Nijmegen gaat de komende tijd veelvoorkomende en wat eenvoudigere behandelingen bij patiënten uit Boxmeer en omgeving overdoen aan het Maasziekenhuis. Dat past goed in de door het ministerie en de verzekeraars gewenste ontwikkeling om in de dure academische centra alleen ingewikkelde zorg en wetenschappelijk onderzoek te laten doen.

De Maartenskliniek, die gespecialiseerd is in orthopedische en reumabehandelingen, intensiveert zijn al bestaande samenwerking met het Maasziekenhuis. Specialisten kinderorthopedie van de Maartenskliniek gaan in Boxmeer meer spreekuren verzorgen. De bedoeling is om zo een landelijk expertisecentrum kinderorthopedie uit te bouwen.

Maasziekenhuis in Boxmeer NOS.

Tegelijk moet het Maasziekenhuis zorg die niet absoluut in het ziekenhuis moet gebeuren bij patiënten thuis gaan doen. Daar is het ziekenhuis intussen ook al mee begonnen. Zo zet het bijvoorbeeld het port-a-cathsysteem in. Dat is een kastje dat net onder de huid wordt geplaatst. Via een dunne katheter, een slangetje eigenlijk, dat in een grote ader uitkomt, kunnen medicijnen makkelijker worden toegediend. Maar het kan ook gebruikt worden om in de andere richting bloed af te tappen voor onderzoek.

"Door meer zorg bij mensen thuis te leveren, komen net wat minder mensen naar het ziekenhuis toe", erkent bestuursvoorzitter Pauline Terwijn van het Maasziekenhuis. "We zijn daarover in gesprek gegaan met de omliggende ziekenhuizen, de zorgverzekeraars en het ministerie. Gezamenlijk hebben we gezegd dat het belangrijk is dat het ziekenhuis blijft bestaan en zijn regiofunctie houdt."

"Zo'n aanpak past in de trend om meer zorg in de eerste lijn te geven, bij de huisarts of bij mensen thuis", zegt hoogleraar zorgeconomie Wim Groot van Maastricht University. "Daarmee graaft een ziekenhuis natuurlijk een beetje zijn eigen graf. Maar de laatste tijd krijgen zorgverzekeraars meer oog voor de financiële gevolgen van zo'n aanpak. Vandaar dat ze langerlopende contracten afsluiten, waarin niet alleen minder groei van het aantal behandelingen wordt vastgelegd, maar ook een basis wordt gegeven voor een gezonde exploitatie van het ziekenhuis. Zulke afspraken zijn nu ook gemaakt met het Maasziekenhuis."

Fundamenteel anders.

Het lot van het Maasziekenhuis is fundamenteel anders dan dat van het MC Slotervaart, de MC IJsselmeerziekenhuizen en het Bronovo ziekenhuis. Als de spoedeisende hulp (SEH) en de afdeling acute verloskunde bijvoorbeeld zouden sluiten, zou een deel van de patiënten uit Noordoost-Brabant en Noord-Limburg niet binnen de wettelijk vastgestelde 45 minuten een ander ziekenhuis kunnen bereiken.

Bovendien heeft sluiting van die afdelingen grote gevolgen voor ziekenhuizen in de omgeving die de zorg dan moeten overnemen. In een brief aan de Tweede Kamer wijst minister Bruins voor Medische Zorg daar ook op. Die gevolgen zouden uiteraard nog veel groter zijn als het Maasziekenhuis failliet zou gaan.







ARTIKEL: NZA STELT VOORWAARDEN AAN CONCENTRATIE ERASMUS MC EN IJSSELLAND ZIEKENHUIS.
Bron: Redactioneel/NZa.

Het Erasmus Medisch Centrum mag de meerderheid van de aandelen verkrijgen in het IJsselland Ziekenhuis, maar de Nederlandse Zorgautoriteit verbindt daar wel een voorwaarde aan. De ziekenhuizen moeten de komende vijf jaar jaarlijks aan de NZa rapporteren op welke wijze zij de initiatieven voor verdere samenwerking vormgeven.

De NZa voert bij voorgenomen concentraties in de zorg een procedurele toets uit. Wij gaan na of partijen de overname zorgvuldig hebben voorbereid. Ook kijken wij of zij de verwachte effecten van de overname voldoende hebben onderzocht. Als laatste toetsen wij ook of hun plannen correct hebben afgestemd met medewerkers en patiënten.

Het Erasmus MC en IIsselland Ziekenhuis gaan per specialisme na hoe zij die samenwerking vormgeven. Voor een aantal specialismes is dat al duidelijk, zoals hematologie, intensive care en leverchirurgie. Voor andere specialismen werken zij dat de komende jaren nog verder uit aan de hand van een met de NZa afgestemd afwegings- en toetsingskader.

De ziekenhuizen moeten de NZa jaarlijks informeren over de voortgang van de samenwerking. Zij kunnen zo de leerervaringen meenemen bij de uitwerking van de toekomstige samenwerking voor andere specialismen. De NZa ziet er op toe of deze plannen

Het is de eerste keer dat de NZa een voorwaarde aan een goedkeuring van een voorgenomen concentratie verbindt. Het Erasmus MC en het IJsselland Ziekenhuis moeten hun plannen ook nog voorleggen aan de Autoriteit Consument en Markt, die de gevolgen voor de concurrentie toetst.







ARTIKEL: MAAK VERSLAVINGSKLINIEK OOK TOEGANKELIJK VOOR ROKERS.
Bron: Redactioneel/NOS/ANP.

Rookverslaafden zouden een klinische behandeling om van hun verslaving af te komen vergoed moeten krijgen, net zoals dat het geval is bij drank- en drugsverslaafden. Dat is de kern van een brief van verslavingsarts Jeroen Hinneman aan de Tweede Kamer. "Als wij in Nederland een einde willen maken aan de ruim 20.000 doden per jaar ten gevolge van het roken, zal er ander beleid gevoerd moeten worden", schrijft hij.

"In onze verslavingskliniek krijgen we regelmatig telefoontjes van rookverslaafden die vragen of wij iets voor ze kunnen doen, maar die mensen moeten we afwijzen." Opname in een kliniek voor tabaksverslaving wordt niet vergoed door de zorgverzekeraar, omdat zo'n behandeling niet in het basispakket zit.

Steun.

Zorgverzekeraars Nederland wijst in een reactie op het feit dat niet de verzekeraar, maar de overheid de inhoud van het basispakket bepaalt. "Wij begrijpen de zorgen van de verslavingsartsen en vinden het goed dat zij dit bij de Tweede Kamer onder de aandacht brengen."

De oproep van Hinneman aan de politiek wordt gesteund door andere verslavingsartsen. Ook Jellinek, een van de grootste instellingen voor verslavingszorg in Nederland, worstelt met zware rokers die gespecialiseerde hulp willen.

In de kliniek van Hinneman hebben ze ervaring met het behandelen van een rookverslaving. Maar dat kan alleen bij patiënten die vanwege een andere verslaving worden opgenomen. "We kunnen een tabaksverslaving nu alleen nog :

"Het gaat niet om miljoenen mensen, maar om ernstig verslaafden die al het andere al geprobeerd hebben."

Robert de Graaf, Vereniging voor Verslavingsgeneeskunde Nederland.

Rokers die willen stoppen, kunnen wel hulp krijgen in de vorm van een cursus of medicijnen. Ook is een poliklinische behandeling mogelijk, bijvoorbeeld voor zwangere vrouwen. Voor sommige mensen is de hulp niet genoeg, volgens Hinneman.

Voor die mensen moet de kliniek toegankelijk worden gemaakt, vindt ook Robert de Graaf van de Vereniging voor Verslavingsgeneeskunde Nederland (VVGN). "Het gaat niet om miljoenen mensen, maar om ernstig verslaafden die al het andere al geprobeerd hebben."

De Graaf benadrukt dat het niet de oplossing is voor alle rokers. "Klinische behandeling is een onderdeel van de keten van hulp bij tabaksverslaving. Als die keten compleet is, gaat het geld opleveren omdat minder mensen ziek worden door tabak."

Hoge zorgpremie.

Zorgeconoom Wim Groot ziet steeds meer preventiemaatregelen in het basispakket komen. "Dat leidt natuurlijk tot hogere zorgkosten, maar er wordt altijd onderzocht of een behandeling kosteneffectief is. Pas dan wordt het opgenomen in het basispakket." In zo'n onderzoek wordt ook gekeken of het tot besparing van andere kosten leidt.

De Graaf erkent dat niet elke behandeling in het basispakket kan. "De vraag is nu of de kosten van deze behandeling opwegen tegen al die chronische ziekten en ellende die deze mensen anders krijgen." Daarom is volgens Wim Groot een onafhankelijk onderzoek nodig. "Je moet het alleen bekostigen als het echt werkt."







ARTIKEL: INSPECTIES: ONDUIDELIJK OF VERBETERMAATREGELEN RVDK DOEL TREFFEN.
Bron: Redactioneel/Rijksoverheid/IGJ.

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) werkte de afgelopen tijd hard aan een aantal verbetermaatregelen, maar maakt in zijn eerste voortgangsrapportage onvoldoende duidelijk of deze helpen bij een afname van de wachttijd. Het aantal kinderen op de wachtlijst daalde in de periode oktober-december 2018 wel. De voortgangsrapportage meldt niet of dat zo snel gaat als het verbeterplan beoogt. De Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd vinden de rapportage op de meeste onderdelen niet concreet genoeg.

De inspecties vragen de RvdK in zijn volgende rapportage inzichtelijk te maken hoe hij voorkomt dat kinderen te lang op onderzoek wachten, dat ondertussen de veiligheid van de kinderen die op de wachtlijst staan is gewaarborgd en dat de RvdK meldt wat de voortgang is van onder meer de organisatieverandering die als doel heeft de wachtlijsten te verkorten.

De inspecties verwachten 1 juni 2019 de tweede voortgangsrapportage te ontvangen.

Documenten te downloaden op onze website:

Reactie inspecties op voortgangsrapportage Tertaal 3 2018 van de Raad voor de Kinderbescherming

De Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd reageren in deze brief op de eerste ... Brief | 29-03-2019







ARTIKEL: MEDISCHE HULPAPPS NIET ALTIJD VOLGENS RICHTLIJN.
Bron: Redactioneel/Gezondheid.be.

Steeds meer mensen gebruiken digitale hulpmiddelen, waaronder apps, om hun gezondheid of leefstijl in kaart te brengen, of als ondersteuning bij een ziekte. Het aanbod van dergelijke hulpmiddelen is groot en varieert van tips om te stoppen met roken, een tool om de hartslag te meten tot hulp bij psychische problemen. De meeste apps over gezondheid en lifestyle zijn gratis.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft onderzoek gedaan naar apps die mensen kunnen gebruiken om hun gezondheid of leefstijl in kaart te brengen of als ondersteuning bij een ziekte. Van de 271 onderzochte apps blijkt 21 procent een medisch hulpmiddel te zijn. Bij de helft daarvan ontbreekt evenwel een benodigde CE-markering, die aangeeft dat het medische hulpmiddel voldoet aan Europese richtlijnen.

Een medisch hulpmiddel is een instrument, toestel of apparaat (inclusief software) dat een fabrikant heeft ontwikkeld om een diagnose te stellen, ziekten of gebreken te voorkomen of te behandelen. Op basis van regels wordt bepaald of een product een medisch hulpmiddel is of niet. De fabrikant van een medisch hulpmiddel is verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en veiligheid ervan.

De nieuwe regelgeving voor medische hulpmiddelen, die in 2020 in werking treedt, heeft gevolgen voor de risicoclassificatie van gezondheidsapps. Daarvoor geldt een zwaardere toelatingsprocedure dan nu en is een extra goedkeuring door een externe partij, nodig. Voor apps met een laag risico mogen fabrikanten zelf de toelatingsprocedure blijven uitvoeren.







ARTIKEL: MINDER ZIEKTEKLACHTEN DANKZIJ LONGREVALIDATIEPROGRAMMA.
Bron: Redactioneel/MMC.

Chronisch longpatiënten ervaren na hun deelname aan het longrevalidatieprogramma van Máxima MC (MMC) minder ziekteverschijnselen en een hogere kwaliteit van leven. Ook worden zij minder vaak opgenomen in het ziekenhuis. Dat blijkt uit patiëntonderzoek in MMC.

Het longrevalidatieprogramma is onderdeel van Flow, centrum voor preventie, telemedicine en revalidatie van MMC, en is bedoeld voor patiënten met een chronische longziekte, zoals COPD. Iedere patiënt volgt een persoonlijk programma, wat voornamelijk gericht is op leefstijlverbetering. Het programma zet in op voorlichting over hun aandoening, meer bewegen, stoppen met roken en persoonlijke, motiverende gesprekken met het revalidatieteam. “In totaal duurt het maximaal twaalf weken”, zegt longarts Lidwien Graat. “Een relatief korte periode, waarin toch grote veranderingen kunnen plaatsvinden. Dat blijkt nu ook uit het patiëntonderzoek.”

Afname lichamelijke klachten.

Graat doelt op de cijfers die opgehaald werden uit door de patiënt ingevulde vragenlijsten en hun fysieke resultaten. De resultaten vóór de revalidatie werden vergeleken met de resultaten na revalidatie. Daaruit bleek onder andere dat nog maar één derde van de patiënten na de revalidatie last heeft van kortademigheid,. Ook nam het aantal longaanvallen drastisch af: in het jaar na de revalidatie had 57 procent van de patiënten geen longaanval.

Ziekenhuisopnames.

Het aantal ziekenhuisopnames nam af met maar liefst 78 procent. “Een prachtig resultaat, dat een belangrijke effect heeft. Na een opname gaat de patiënt fysiek flink achteruit en moet hij of zij opnieuw op kracht komen. Daardoor is de kans op een heropname veel groter. Een eerste opname voorkomen, is dus erg belangrijk.” Uit de cijfers komt ook naar voren dat een verbetering van spierkracht en conditie plaatsvindt tijdens de longrevalidatie.

Patiëntervaring.

COPD-patiënt Roel Hagen herkent de goede resultaten. “Vóór de revalidatie was zelfs twintig meter lopen nog te zwaar. Ik was kortademig en hoestte veel slijm op.” Naar eigen zeggen voelde hij zich na de revalidatie mentaal en fysiek opgekrikt. “Ik heb een betere conditie, veel meer kracht in mijn benen en armen en ben minder kortademig.”

Kwaliteit van leven.

Niet alleen de fysieke resultaten tellen. Graat: “Deze patiënten hebben een chronische, progressieve ziekte en zullen klachten houden. Bij het longrevalidatieprogramma leren ze om met de klachten om te gaan en hoe ze deze kunnen verminderen. Hierdoor blijft de aandoening langer stabiel en verbetert de kwaliteit van leven. Ook ervaren zij minder vermoeidheid. Dat vind ik ontzettend belangrijk. Daar doe je het als arts voor.”

De nadruk van het programma ligt op zelfmanagement, vindt ook Hagen. “Dat vind ik prettig. Ik heb het mogelijk aan mezelf te wijten dat ik COPD heb – ik was een stevig roker – maar het prettige is dat ik óók invloed heb op het verloop van mijn ziekte. De revalidatie, in combinatie met de juiste medicatie, heeft me mijn leven teruggegeven. Dat klinkt zwaar, maar zo voelt het echt.”







ARTIKEL: RUIM KWART DEELNEMERS BIJSTANDSPROEF UITGESTROOMD.
Bron: Redactioneel/BinnenlandsBestuur/Sjoerd Willen.

an de 410 deelnemers aan het Wageningse vertrouwensexperiment met de bijstand zijn er inmiddels 110 uitgestroomd, laat de gemeente weten in haar derde halfjaarrapportage. Volgens cijfers van de wetenschappelijke begeleiders, heeft de helft van hen betaald werk gevonden.

De andere helft van de groep van uitstromers bestaat uit deelnemers die zijn verhuisd, aan een studie zijn begonnen of om overige redenen niet meer uitkeringsgerechtigd zijn. Sinds het begin van het experiment zijn daarnaast slechts 16 deelnemers uit eigen beweging gestopt met het experiment. Daarbij gaat het om deelnemers voor wie het invullen van vragen- en feedbackformulieren een te hoge psychische belasting vormde – bijvoorbeeld vanwege de gezondheidssituatie - en vinden dat zij weinig overhouden aan het experiment.

Hogere uitstroom in experimenteergroepen.

Uit een meting die de gemeente na 15 maanden experimenteerde uitvoerde, blijkt dat de uitstroom naar werk hoger is binnen de experimenteergroepen dan bij de controlegroep. Eind 2018 had 11 procent van de controlegroep betaald werk gevonden. In de groep die extra begeleiding krijgt, lag dit percentage toen op 16,8 procent. In de groep die meer zelfregie krijgt was de uitstroom 17,8 procent. Het verschil tussen de controlegroep en de bijverdiengroep (die verder de standaardbehandeling krijgt) is kleiner. Van de bijverdiengroep vond 11,7 procent werk.

Bijna 30 procent bijverdiengroep werkt parttime.

Deze groep, die 50 procent van haar bijverdiensten mag houden tot een maximum van 199 euro, heeft het vaakst een aanvulling op het inkomen vanuit parttime werk. Bijna 30 procent van de bijverdiengroep maakte eind 2018 gebruik van de extra mogelijkheden. Dat percentage lag in de controlegroep rond de 20 procent. In de zelfregiegroep en de groep met extra begeleiding werkt ongeveer 17 procent parttime.

Bevestiging.

Wethouder Dennis Gudden (Participatiewet, D66) meldt dat hij in de resultaten een bevestiging ziet van zijn fiducie in een andere aanpak de Participatiewet. ‘We zien dat we mensen met een aanpak vanuit vertrouwen heel goed kunnen ondersteunen naar werk. En we zien ook dat meer mensen parttime werken gaan wanneer ze meer mogen houden van wat ze verdienen.’ Gudden zegt de resterende duur van het experiment en het onderzoek optimistisch tegemoet te zien.

Beïnvloeding voorkomen.

Wageningen is de enige van de zes experimenteergemeenten (waaronder ook Deventer, Groningen, Nijmegen, Tilburg en Utrecht) die tussenrapportages uitbrengt. In de andere gemeenten worden de tussenresultaten nog even geheim gehouden om te voorkomen dat deelnemers hierdoor worden beïnvloed. Staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, VVD) verlengde de termijn van de vertrouwensexperimenten onlangs met drie maanden. Daarmee moet voorkomen worden dat een eventuele teleurstelling bij deelnemers over het aflopen van het experiment de antwoorden op de laatste vragenlijsten inkleuren.







ARTIKEL: MINISTER KIJKT LATER DIT JAAR NAAR AANPAK DATALEKKEN ZIEKENHUIZEN.
Bron: Redactioneel/Security.nl.

Minister Bruins voor Medische Zorg kijkt later dit jaar of er acties nodig zijn om datalekken bij ziekenhuizen tegen te gaan. De bewindsman wacht op de uitkomsten van een onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) om te bepalen of er maatregelen nodig zijn om datalekken in de zorg aan te pakken.

Dat liet Bruins weten op Kamervragen van SP-Kamerlid Hijink (pdf). Hijink had vragen gesteld naar aanleiding van een datalek bij het Amsterdamse ziekenhuis OLVG. Daar hadden werkstudenten toegang tot patiëntendossiers met zeer gevoelige medische informatie, waaronder uitslagen van soa-testen tot kankermedicatie. Het ziekenhuis heeft de minister laten weten dat er sindsdien "afdoende" technische en organisatorische maatregelen zijn getroffen. Zo zijn de rechten in het systeem nagelopen en waar nodig beperkt. Tevens zijn de blokkades en waarschuwingen aangescherpt.

Volgens Bruins valt de beveiliging van medische gegevens onder de verantwoordelijkheid van de individuele ziekenhuizen zelf. Toch sluit hij maatregelen vanuit de overheid niet uit. "Afhankelijk van de uitkomsten van het OVV-onderzoek, dat ik verwacht in het derde kwartaal van dit jaar, bezie ik of en zo ja welke acties nodig zijn om risico’s op ict-storingen en/of datalekken in ziekenhuizen te mitigeren", aldus de minister.

De OVV startte vorig jaar een onderzoek naar de digitale veiligheid van ziekenhuizen. Dit vanwege een ict-storing in het Radboudumc in Nijmegen en diverse ransomware-aanvallen op Nederlandse ziekenhuizen in de afgelopen jaren. Het OVV gaat onderzoeken hoe ziekenhuizen en hun ketenpartners verstoring, uitval en misbruik van ict proberen te voorkomen en in hoeverre zij voorbereid zijn om de gevolgen daarvan te beperken.







ARTIKEL: POSITIEF EFFECT GENEESMIDDEL OP ZENUWPIJN-AANDOENING.
Bron: Redactioneel/Maastricht UMC+.

Onderzoekers van het Maastricht UMC+ hebben aangetoond dat het middel lacosamide een positief effect heeft op patiënten met dunnevezelneuropathie, een aandoening waarbij mensen continu pijn ervaren. Het medicijn verlaagt de pijn, zorgt voor een betere nachtrust en heeft een positief effect op het algehele welzijn. De resultaten zijn eerder gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Brain. Bianca de Greef promoveerde daarnaast op onderzoek naar de zenuwaandoening.

Dunnevezelneuropathie kenmerkt zich door voortdurende, brandende of prikkelende pijn. Van patiënt tot patiënt kan die sensatie echter verschillend zijn en zich anders uiten. De pijn wordt veroorzaakt door het niet goed functioneren van de dunne zenuwvezels. De oorzaken daarvan kunnen variëren van een erfelijke afwijking tot diabetes of als bijwerking van chemotherapie. Tot op heden is er echter geen effectieve behandeling voor de ziekte, waarmee zich jaarlijks 450 mensen melden in het Maastrichtse universitair medisch centrum.

Overactief.

Maastrichtse wetenschappers toonden in eerdere studies al aan dat de pijn samenhangt met de overactiviteit van zogeheten natriumkanaaltjes in de zenuwcellen. Bij een 'normale' pijnsensatie worden die kanaaltjes actief om het signaal 'pijn' door te geven aan de hersenen. Bij patiënten met dunnevezelneuropathie wordt dat signaal echter voortdurend gegeven met aanhoudende pijn tot gevolg. De onderzoekers bedachten dat het blokkeren van de overactieve kanaaltjes dan ook wel eens de sleutel tot succes zou kunnen zijn. Lacosamide is een medicament dat normaliter wordt gebruikt tegen epilepsie en precies dat effect heeft.

Positief effect.

Voor het onderzoek werden 24 patiënten met een erfelijke vorm van dunnevezelneuropathie verdeeld over twee groepen. Ze werden acht weken lang behandeld. De ene groep startte met het gebruik van lacosamide, gevolgd door een placebo (een pil zonder werkzaam middel). Bij de andere groep was het precies andersom. In bijna 60 procent van de patiënten was de pijn gedaald bij gebruik van het medicijn (21 procent bij de placebo). Daarnaast gaf een derde van de patiënten aan een verbeterd algeheel welzijn te ervaren (slechts 4 procent bij de placebo). Daarnaast verbeterde ook nog eens de nachtrust.

Andere patiënten.

Hoewel het geneesmiddel nu is getest bij een specifieke groep patiënten met dunnevezelneuropathie (namelijk een erfelijke variant) is de verwachting dat ook andere groepen erbij gebaat kunnen zijn. "Er gaat immers iets mis met de natriumkanaaltjes van al deze patiënten", zegt promovenda De Greef. "Lacosamide heeft daar specifiek een effect op. Het is dan ook te verwachten dat het middel een positieve werking heeft bij andere patiënten, maar dat moeten we nog eerst gaan uitzoeken."

Het onderzoek naar het effect van lacosamide bij dunnevezelneuropathie werd mogelijk gemaakt door steun van het Prinses Beatrix Spierfonds.







ARTIKEL: STRESS EN WOEDE NEMEN WERELDWIJD TOE, VEEL MENSEN GEBUKT ONDER ZORGEN.
Bron: Redactioneel/RTLnieuws/ANP MediaWatch.

Steeds meer mensen hebben stress, blijkt uit een groot wereldwijd onderzoek van onderzoeksbureau Gallup. Het gaat om maar liefst 1 op de 3 ondervraagden. Daarnaast zijn meer mensen boos en nemen de zorgen toe.

Het onderzoek naar emoties werd uitgevoerd in meer dan 140 landen. Zo'n 150.000 mensen deden mee. Zij werden gevraagd naar hun ervaringen van de dag ervoor. Waren ze toen boos, gestrest of blij?

Pijn en zorgen.

Inwoners van Tsjaad spannen de kroon wat betreft negatieve gevoelens. Zes op de tien inwoners van dat land zeiden tegen onderzoeksbureau Gallup dat ze pijn en zorgen hadden. Zeven op de tien inwoners van Tsjaad hadden het afgelopen jaar moeite met het betalen van eten.

Het Afrikaanse land is dan ook het meest negatief, op de voet gevolgd door Nigeria. Sierra Leone, Irak en Iran staan ook in de top vijf van meest negatieve landen.

Emotie-onderzoek:

Meer dan 151.000 mensen in meer dan 140 landen deden mee aan het emoties-onderzoek van Gallup. Aan de respondenten werden verschillende vragen voorgelegd, zoals:

• Ben je gisteren met respect behandeld?

• Heb je gisteren veel gelachen?

• Heb je gisteren iets interessants geleerd?

• Had je gisteren fysieke pijn?

• Was je gisteren verdrietig?

• Was je gisteren boos?

Ondanks de negatieve ervaringen ervaren de inwoners van Tsjaad niet zoveel stress als de inwoners van bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Canada. Grieken zijn wereldwijd het meest gestrest. Maar liefst 59 procent zegt stress te ervaren.

Meest positieve landen.

Paraguayanen zijn het meest positief. Opvallend is dat de rest van de top vijf van meest positieve landen uit Latijns-Amerikaanse landen bestaat: Panama, Guatemala, Mexico en El Salvador. Volgens Gallup is dat te verklaren door de culturele neiging van die landen om te focussen op de positieve dingen in het leven. Latijns Amerikanen geven hun land niet altijd het hoogste cijfer, maar ze lachen en genieten volgens Gallup als geen ander.

We zijn gelukkig, maar hoe gaat het nou écht met Nederland?

Het is niet allemaal negativiteit dat de klok slaat. Zo'n 71 procent van de ondervraagden zegt genoten te hebben van hun dag. Nederlanders zitten daar met 87 procent ver boven.

Dit zeiden de ondervraagde Nederlanders verder:

• 30 procent ervoer stress

• 8 procent ervoer boosheid

• 18 procent was verdrietig

• 36 procent maakte zich zorgen

• 21 procent had fysieke pijn

• 85 procent zei de vorige dag gelachen te hebben

• 95 procent zei met respect behandeld te worden







ARTIKEL: GAME DIE HELPT BIJ OPSPOREN ALZHEIMER ‘WERKT BETER DAN MEDISCHE TESTS’.
Bron: Redactioneel/NOS/ANP MediaWatch.

Onderzoekers hebben maar een paar minuten nodig om de vroegste stadia van alzheimer bij iemand te herkennen als de proefpersoon de game Sea Hero Quest speelt. Dat blijkt uit een nieuw gepubliceerde studie in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

Met het virtual reality-spel kan alzheimer worden vastgesteld op een manier die eerder niet bestond. In Sea Hero Quest krijgen spelers een kaart te zien. Daarna moeten ze op een bootje door een virtuele wereld naar bepaalde punten navigeren. Onderzoekers verzamelden alle data en keek wie er de snelste routes nam, en wie niet.

Uit het onderzoek blijkt dat mensen met een hoog genetisch risico op alzheimer vaak niet de snelste route namen. Ook werden bewegingspatronen geïdentificeerd bij spelers die nog geen andere geheugenproblemen hadden.

Vroeg opsporen.

Dat is belangrijk, want onderzoekers willen de ziekte zo vroeg mogelijk opsporen. Het liefst voordat het stadium van geheugenverlies optreedt, zodat er meer kans is op een succesvolle behandeling.

Volgens de onderzoekers is een van de eerste symptomen van dementie het verlies van navigatievaardigheden. Sea Hero Quest werd speciaal ontwikkeld om hiernaar te kunnen kijken.

Door te focussen op navigatievaardigheden verschilt het onderzoek van andere studies naar alzheimer. Bij die tests wordt vaak naar het geheugen en kennis gekeken. "De huidige diagnose is sterk gebaseerd op geheugen. Maar daarvan weten we dat het pas zichtbaar wordt als de ziekte al verder gevorderd is", schrijft hoofdonderzoeker Michael Hornberger in een persbericht. "Maar steeds meer bewijs toont aan dat afname in ruimtelijk inzicht al jaren .

4,3 miljoen spelers.

Sea Hero Quest werd door Deutsche Telekom, gamestudio Glitchers en meerdere Europese universiteiten gemaakt. Voor het spelen kregen gamers te zien dat ze meededen aan wetenschappelijk onderzoek. Door het spel online en wereldwijd uit te brengen, kregen de onderzoekers toegang tot een enorme dataset. In totaal speelden 4,3 miljoen mensen mee. Daarmee zou het om de grootste studie naar dementie ooit gaan.

Spelers genereerden in 2 minuten evenveel data als wetenschappers in 5 uur met onderzoek in het lab kunnen verzamelen. Volgens de wetenschappers zijn voor zo'n dataset met traditioneel onderzoek naar dementie 176 eeuwen nodig. Nu kon dit in een paar jaar tijd.

Met de verzamelde data konden onderzoekers een basis vormen waar toekomstige resultaten mee vergeleken kunnen worden. Ze hopen dat de gegevens van het spel, dat overigens niet meer beschikbaar is, helpen bij het identificeren van mensen die een behandeling nodig hebben voordat symptomen uit het latere stadium van alzheimer zichtbaar worden.







ARTIKEL: MACHINEPERFUSIE VERGROOT KANS OP DONORHART.
Bron: Redactioneel/Erasmus MC.

Harttransplantatie nadat het hart heeft stilgestaan (DCD) kan het aanbod van donororganen flink vergroten. Sinds de hersendood kan worden vastgesteld (DBD), waarbij organen nog functioneren en het donorhart van betere kwaliteit is, is ervan afgestapt.

Met machineperfusie, waarbij het hart na het overlijden weer op gang wordt gebracht in een machine, zijn ook DCD-harten geschikt voor donatie met betere uitkomstkansen. “DCD-harttransplantatie kan het potentieel van donororganen flink vergroten,” schrijven onderzoekers van Erasmus MC in Medisch Contact.

Tekort.

In Nederland is een groot tekort aan donorharten. 15% van de volwassenen op de wachtlijst voor een transplantatie overlijdt voordat de transplantatie heeft kunnen plaatsvinden. Bij kinderen gaat het zelfs om 30% sterfte op de wachtlijst. In Nederland vinden harttransplantaties plaats volgens de DBD (Donation after Brain Death, donatie na hersendood)-methode. Hersendood kan volgens strikte criteria worden vastgesteld. De hersenen werken dan niet meer, maar de bloedsomloop nog wel. Na hersendood worden de organen uitgenomen en op ijs getransporteerd naar de ontvangers.

Perfusiemachine.

Arts-onderzoeker Stefan Roest van de afdeling Cardiologie van het Erasmus MC, is eerste auteur van het artikel, waarin wordt gepleit om ook het potentieel van donorharten uit DCD (Donation after Circulatory Death, donatie na circulatiestilstand) te benutten. Roest: “Bij DCD is de bloedsomloop van de donor gestopt en was er al sprake van een medisch uitzichtloze situatie of een euthanasiewens. Een DCD-hart kan echter snel schade oplopen. Dertig minuten na het stoppen van de bloedsomloop is het hart van de overledene waarschijnlijk al niet meer bruikbaar voor donatie. Als een donor geschikt blijkt, staat er een OK-team klaar om het hart uit te nemen, na een ‘hands off’ periode van vijf minuten na het overlijden. Het hart wordt na uitname aan de perfusiemachine verbonden, waardoor het weer gaat kloppen en beoordeeld kan worden, visueel en met bloedonderzoek.”

Toename.

Dr. Olivier Manintveld, corresponding author en cardioloog in het Erasmus MC vult aan: “In Engeland is het aantal harttransplantaties sinds 2015, de start van de toepassing van DCD, met bijna 50% toegenomen. Er is zelfs sprake van verkorting van de wachtlijst voor harttransplantatie. Dit is iets wat nergens anders ter wereld is vertoond en is echt de verdienste van de introductie van DCD-harttransplantatie. In Nederland hopen we in 2019 mogelijk te maken dat DCD- harttransplantatie ook hier zijn intrede kan doen. Daarvoor zullen DCD donoren gescreend moeten gaan worden om te zien of ze geschikt zijn om ook hun hart te donoren. Hiervoor zouden zelfs euthanasiepatiënten in aanmerking kunnen komen. Als hiermee 10 extra harttransplantaties per jaar worden verricht dan betekent dat al een toename van 25% van het aantal harttransplantaties per jaar. De toekomst zal moeten uitwijzen hoeveel extra harttransplantaties er echt verricht kunnen worden.”

Veelbelovend.

De onderzoekers van Erasmus MC, UMC Utrecht en UMC Groningen pleiten er in Medisch Contact voor, om ook DCD-transplantaties uit te voeren in Nederland, ook al zijn er nog geen langetermijnresultaten bekend. Roest: “Nu sterven er mensen op de wachtlijst, terwijl de eerste resultaten uit Engeland en Australië veelbelovend zijn.”







ARTIKEL: INTERACTIEVE KENNISOVERDRACHT DOOFBLINDHEID EN WERK.
Bron: Redactioneel/DBconnect.

Vorige week hebben Ria Wijnhoven en Trudy van de Merbel scholing gegeven aan collega’s van Werkpad en Visio. De middag stond in het teken van doofblindheid in relatie tot werk.

De aanwezigen hebben zelf ervaren hoe het is om beperkt in horen en zien te zijn. Met speciale brillen en gehoorbescherming verkenden ze het terrein van Bartiméus Zeist. Waar loop je (letterlijk) tegenaan?

In de presentatie werd uitleg gegeven over doofblindheid in het werk. Met welke kwetsbaarheden heb je te maken. Er is een casus besproken en een video-interview met ervaringsdeskundige Mirella de Jong getoond. Mirella werkt bij Kentalis en heeft een beperking in horen en zien.







ARTIKEL: REËLE TARIEVEN JEUGD-GGZ GEEN ZAAK VAN MINISTER.
Bron: Redactioneel/BinnenlandsBestuur/Yolanda de Koster.

Minister De Jonge (VWS) ziet geen rol voor zichzelf weggelegd om te zorgen voor reële tarieven voor de jeugd-ggz. Dat is in eerste instantie een zaak van aanbieders en gemeenten. Wel vindt hij dat gemeenten reële tarieven moeten betalen.

Dat stelt De Jonge in antwoord op vragen van PvdA-Kamerlid Atje Kuiken. ‘Ik vind het belangrijk dat aanbieders zelf een stevig gesprek voeren met gemeenten als zij vinden dat zij het voor het geboden tarief echt niet in staat zijn om de noodzakelijke kwaliteit te leveren’, aldus de minister.

Waarborgen.

De aanbieders zijn primair verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van hun organisaties, stelt de minister verder. ‘Het is in een decentraal stelsel aan gemeenten en aanbieders om tot overeenstemming te komen over het reële tarief gegeven de specifieke omstandigheden en wensen.’ In de Jeugdwet zijn daarnaast waarborgen opgenomen ‘waarmee gezorgd moet worden dat gemeenten voldoende hoge tarieven hanteren, zodat de kwaliteit van de jeugdhulp van hoog niveau blijft’.

Geschillen.

Als gemeenten en aanbieders er niet uitkomen, kunnen zij aankloppen bij de Jeugdautoriteit, die per 1 januari in het leven is geroepen. Deze bemiddelt onder meer rondom de inkoop van jeugdhulp. Ook is er sinds dit jaar de geschillencommissie Sociaal Domein. Deze buigt zich onder meer over geschillen tussen gemeenten en aanbieders over gesloten inkoopcontracten, over bijvoorbeeld het tarief.

Rekeninstrument.

Aanleiding voor de Kamervragen van Kuiken waren de uitkomsten van het benchmarkonderzoek van Berenschot naar kostprijzen onder zestien aanbieders van jeugd-ggz. Zij vertegenwoordigen ongeveer de helft van alle jeugd-ggz die wordt geboden. Daaruit bleek dat de aanbieders gemiddeld een verlies van drie procent over 2017 boekten. Naar aanleiding van de benchmark heeft Berenschot in opdracht van GGZ Nederland een onafhankelijk rekeninstrument ontwikkeld waarmee gemeenten en aanbieders het ‘goede gesprek’ kunnen voeren om tot reële tarieven te komen. Die is vertaald in een handreiking.







ARTIKEL: VERTRAGING CONTROLE SAMENLOOP HULPMIDDELEN.
Bron: Redactioneel/ActiZ.

In februari is door zorgkantoren een brief gestuurd aan Wlz aanbieders over de controle op samenloop van hulpmiddelen. De bedoeling van deze controle is dat weer duidelijk wordt wie voor welke hulpmiddelen verantwoordelijk is.

Het stappenplan om te komen tot deze oplossing heeft echter enige vertraging opgelopen. Recent hebben zorgkantoren hierover een kort bericht verstuurd met daarin een nieuwe planning.

Nieuwe planning.

De nieuwe planning is als volgt:

• In tweede week van mei verstuurd het zorgkantoor het overzicht met uitleg wat wordt verwacht

• Reactietermijn is tot 1 juni

• Uiterlijk 21 juni 2019 zijn – voor zover aan de orde – de hulpmiddelen overgenomen

Voor het eerdere ledenbericht, zie hier.

Voor overige informatie over samenloop: zie www.zn.nl/samenloop







ARTIKEL: COMMERCIEEL VERKRIJGBARE ACTIVITEITENMETERS VAAK TE INGEWIKKELD VOOR MENSEN MET EEN CHRONISCHE ZIEKTE.
Bron: Persbericht/Zuyd.

Mensen met een chronische ziekte zoals suikerziekte, artrose of COPD ervaren commercieel verkrijgbare activiteitenmeters vaak als te ingewikkeld.

Activiteitenmeters zijn apparaten die bijvoorbeeld om de pols of met een klip aan de broek vastgemaakt worden en bedoeld zijn om het aantal stappen en actieve minuten te meten. Bovendien worden activiteitenmeters nauwelijks in de behandeling gebruikt door patiënten en fysiotherapeuten. Dit, terwijl de patiënten hier wel de meerwaarde van inzien. Dit blijkt uit de studie Patients’ experiences with commercially available activity trackers embedded in physiotherapy treatment: a qualitative study door promovenda Darcy Ummels, dr. Emmylou Beekman, dr. Albine Moser, dr. Susy Braun en prof. dr. Sandra Beurskens van Zuyd Hogeschool. De resultaten van de studie, uitgevoerd binnen het Brightlands Innovation Program Limburg Meet (LIME) bij mensen met een chronische ziekte, zijn gepubliceerd in het internationale, wetenschappelijke tijdschrift Disability and Rehabilitation. Het onderzoek is een van de eerste studies, gericht op het daadwerkelijk gebruik van activiteitenmeters in de dagelijkse zorgpraktijk en daarbij gefocust op de ervaringen van patiënten. Het gebruik van activiteitenmeters wordt eind 2019 waarschijnlijk aanbevolen in de herziene COPD-richtlijn van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie.

Alternatief onvoldoende benut.

Commercieel verkrijgbare activiteitenmeters zouden patiënten en therapeuten in een behandeling goed kunnen ondersteunen. Bijvoorbeeld als alternatief voor vragenlijsten of dagboekjes die momenteel gebruikt worden om te meten hoeveel iemand beweegt. Het zelf scoren van activiteiten kost veel tijd en is minder objectief. De studie laat echter zien dat het aanbieden van activiteitenmeters aan zorgprofessionals zoals fysiotherapeuten en patiënten, nog niet betekent dat deze ook gebruikt worden om de behandeling te ondersteunen. De fysiotherapeut zou de activiteitenmeter daarom beter moeten integreren in zijn behandeling. Om dit te realiseren is meer aandacht en onderzoek nodig naar de integratie van deze meters in het behandelingstraject. Bijna alle deelnemers aan het onderzoek gaven ondanks de belemmeringen aan dat ze gemotiveerd werden door de activiteitenmeter om actiever te zijn.

Doel te hoog en te complex.

Activiteitenmeters hebben vaak als standaarddoel om 10.000 stappen per dag te zetten. Voor de meeste patiënten was dit doel te hoog waardoor het soms juist demotiverend werkte. Het was voor hen niet duidelijk dat ze dit doel zelf konden bijstellen. Dat de activiteitenmeters als te complex ervaren worden komt vooral doordat de meeste meters te ingewikkeld zijn en door ontoereikende instructies. Zowel van de therapeut als in de handleiding. In het kwalitatieve onderzoek hebben 29 mensen met een chronische ziekte zoals suikerziekte of artrose, een of meerdere activiteitenmeters gebruikt in hun dagelijks leven en tijdens hun fysiotherapiebehandeling. Daarnaast is een kader ontwikkeld waarbinnen de belangrijkste ervaringen van deze mensen zijn uiteengezet, zoals gebruiksgemak of benodigde instructies. Dit kader kan ook door andere onderzoekers gebruikt worden in hun onderzoek op het gebied van ervaringen van mensen bij technologie in de zorg.

Over Zuyd Hogeschool:

Zuyd Hogeschool is een ambitieuze kennisinstelling in het hart van Europa met drie kernactiviteiten: onderwijs voor studenten, trainingen en opleidingen voor professionals, en onderzoek voor bedrijven en instellingen. Al jaren staan verschillende opleidingen van Zuyd in de top van de keuzegidsen. Dit hangt mede samen met de persoonlijke aandacht en kleinschaligheid van Zuyd. Bovendien werkt Zuyd ? over de grenzen van disciplines en organisaties heen ? intensief samen met het bedrijfsleven, (kennis)instellingen uit diverse sectoren en overheden, vanuit de overtuiging dat de 21e eeuw niet alleen om kennis vraagt, maar ook om het vermogen die kennis in praktijk toe te passen. Zowel binnen als buiten de (Eu)regio. De wortels en expertise van Zuyd gaan meer dan honderd jaar terug. Vanuit die kracht en in lijn met de sterktes van de (Eu)regio, concentreert het onderzoek van Zuyd zich rond de thema’s Innovatieve zorg en technologie, Transitie naar een duurzame gebouwde omgeving, Life Science and Materials, en Smart Services. Met 1.700 medewerkers biedt Zuyd zijn 14.000 studenten vijftig bachelor- en masterprogramma’s aan. Meer informatie: www.zuyd.nl.







ARTIKEL: ONDERZOEK NAAR OPSLAG PATIËNTGEGEVENS IN NIET-EUROPESE CLOUD.
Bron: Redactioneel/Security.nl.

Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid laat een onderzoek uitvoeren naar de wenselijkheid om patiëntgegevens bij niet Europese cloudplatformen op te slaan. Dat heeft de minister laat weten na Kamervragen over het nieuws dat gegevens van honderdduizenden Nederlandse patiënten zonder dat die dit weten of hiervoor toestemming hebben geven bij Google zijn opgeslagen.

Het gaat om gepseudonimiseerde behandelgegevens die daar worden gehost door Medical Research Data Management (MRDM), een bedrijf uit Deventer dat namens zorgorganisaties, zoals ziekenhuizen, medische data verwerkt. "MRDM laat mij tevens weten dat de gegevens zijn opgeslagen in het datacentrum van Google in Eemshaven. De gegevens blijven daarmee in Nederland en vallen onder Nederlandse en Europese wet- en regelgeving. Vanuit de contractuele verplichtingen die MRDM met Google heeft gesloten, mag Google niet aan de data komen", zo stelt Grapperhaus.

Naar aanleiding van de ophef die het nieuws veroorzaakte nam de minister contact op met de Autoriteit Persoonsgegevens. De toezichthouder liet weten dat ziekenhuizen onder voorwaarden patiëntgegevens in een cloud mogen opslaan, mits voldaan wordt aan de verplichtingen van de AVG. Zorginstellingen zijn daarbij verantwoordelijk voor het informeren van betrokkenen over de opslag en het gebruik van hun data.

Hoewel zorggegevens in de cloud mogen worden opgeslagen, kondigt Grapperhaus ook een onderzoek aan. "Ik zal onafhankelijk onderzoek laten doen naar de wenselijkheid van het gebruik van niet-Europese Cloud platforms voor het opslaan van zorgdata", aldus de minister in zijn antwoord op Kamervragen van D66-Kamerlid Verhoeven. In een brief aan de Tweede Kamer over het onderwerp voegt de minister toe dat hij aan het kijken is welke onafhankelijke partij hem hierover kan adviseren. "Zodra dit advies aan mij is uitgebracht, zal ik uw Kamer nader informeren."







ARTIKEL: PARKEERKOSTEN ZIEKENHUIZEN MOETEN OMLAAG.
Bron: Redactioneel/HvNL/ANP MediaWatch.

De parkeertarieven bij ziekenhuizen zijn veel te hoog. Dat stelt de seniorenorganisatie KBO-PCOB, die maandag een petitie begint om de tarieven te verlagen. Deze petitie wordt volgende maand aangeboden aan de Tweede Kamer.

Volgens de organisatie gebruiken ziekenhuizen parkeerders steeds vaker als melkkoe. Parkeertarieven bij ziekenhuizen kunnen volgens de organisatie oplopen tot wel 4,00 euro per uur of 36 euro voor een dagkaart. KBO-PCOB krijgt meldingen van leden die over een langere periode vaak in het ziekenhuis komen en hierdoor soms honderden euro’s kwijt zijn.

De petitie staat open voor alle Nederlanders die vinden dat de parkeerkosten bij het ziekenhuis moeten worden beteugeld. De petitie ‘Maak parkeren voor ziekenhuisbezoek weer betaalbaar’ is te bereiken via www.kbo-pcob.nl/parkeerkosten.

KBO-PCOB is met een kwart miljoen leden de grootste seniorenorganisatie van Nederland.







ARTIKEL: HN-INFOPUNT: WANNEER KOMT MIJN KIND IN AANMERKING VOOR GESLOTEN JEUGDZORG?
Een HN-INFOrmateur beantwoord een ingezonden vraag.

Wij ontvingen de volgende vraag:
"Onze zoon heeft ernstige gedragsproblemen. We lopen met hem bij verschillende instanties. Nu hij ouder wordt zijn de problemen in huis steeds heftiger. Nu vernam ik dat er zoiets als Jeugdzorg-plus bestaat. Komt onze zoon hiervoor eventueel in aanmerking?"

Onze HN-informateur antwoord:
Als uw kind ernstige gedragsproblemen heeft kan opname in een instelling voor Jeugdzorgplus (gesloten jeugdzorg) een optie zijn. Jeugdzorgplus is een gedwongen opname. Uw kind krijgt dan, in zijn eigen belang, hulp in een gesloten omgeving. Jeugdzorgplus is niet bedoeld als straf.

Procedure gedwongen opname Jeugdzorgplus.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de gesloten jeugdhulp. Voor opname in een instelling voor Jeugdzorgplus is een machtiging nodig van de kinderrechter.

De procedure is als volgt:

¦ Een gecertificeerde instelling beslist of en welke zorg nodig is. De instelling vraagt een machtiging aan bij de kinderrechter.

¦ De kinderrechter beslist of een kind met ernstige gedragsproblemen gedwongen wordt opgenomen. Deze beslissing heet een 'machtiging gesloten jeugdzorg'.

Tenslotte volgt opname in een instelling voor Jeugdzorgplus. Onder Jeugdzorgplus vallen gedwongen opname, gesloten verblijf en gedwongen behandeling.

Jeugdzorgplus is geen strafvorm.

Jeugdzorgplus is voor jongeren met ernstige (gedrags)problemen. Zij hebben bescherming nodig tegen zichzelf of tegen anderen. Het gaat bijvoorbeeld om agressieve jongeren of om meisjes die problemen hebben met loverboys.

Het is in het belang van de jongeren zelf dat zij een behandeling krijgen in geslotenheid. Dit voorkomt dat zij zich onttrekken aan de zorg die ze nodig hebben. Of dat anderen voorkomen dat ze zorg krijgen.

Structuur en sociale vaardigheden aanleren

Uw kind leert in een instelling voor jeugdzorgplus structuur aan te brengen in zijn leven. Door het aanleren van sociale vaardigheden kan uw kind later weer functioneren in de samenleving.

De behandeling moet zo kort als mogelijk en zo lang als nodig zijn. U of andere familieleden zijn betrokken bij de behandeling. Uw kind gaat in de eerste fase van geslotenheid ook naar school in de instelling. Veel instellingen voor jeugdzorgplus hebben op hun eigen terrein een school. Bij andere instellingen gaan de jongeren naar een school in de buurt.

Als uw kind zich in de instelling voor jeugdzorgplus goed ontwikkelt, krijgt het geleidelijk meer vrijheden. Want het is de bedoeling dat jongeren uit de jeugdzorgPlus weer terug gaan naar hun ouders of pleeggezin. Of ze gaan door naar vervolgzorg, begeleid wonen of naar een zelfstandige woonruimte.

Hulpverleningsplan in Jeugdzorgplus.

Iedere jongere in een instelling voor jeugdzorgplus krijgt een hulpverleningsplan. Hierin kunnen beperkende maatregelen staan, in het belang van de behandeling. Zo kan een instelling jongeren tijdelijk in afzondering plaatsen. Of uw kind mag beperkt zijn telefoon of andere communicatiemiddelen gebruiken.

Instellingen voor jeugdzorgplus.

Er zijn verschillende instellingen en locaties voor jeugdzorgplus. Jongeren gaan zo veel mogelijk naar een instelling in hun eigen regio.







ARTIKEL: ONZE LACHAFSLUITING.
Vandaag ingezonden door Stefan Poppink.

Op een goede dag kondigt één van de broers aan, te gaan emigreren naar Canada. Ze spreken af hun goede gewoonte voort te zetten, zij het op een iets andere manier. Beide zullen voortaan op zondag twee pilsjes drinken: één voor zichzelf, en één voor de ander. Op een dag komt de broer die in Nederland gebleven is, de kroeg binnen, waar hij wekelijks zijn twee pilsjes drinkt. Deze keer bestelt hij echter maar één pilsje. De kastelein vraagt verontrust, of zijn broer misschien overleden is? Waarop de broer antwoordt: “Nee hoor, maar ik ben gestopt met drinken.”













En hiermee zijn we aan het eind gekomen van ons nieuwsoverzicht van vandaag.
Voor meer nieuws gaat u naar www.handicapnieuws.net of volgt u ons op social media.
Morgenvroeg maken we weer een nieuwe update, want je weet het: HandicapNieuws is dagelijks 'uitgsproken' actueel!

Ga naar:
- Maandag.
- Dinsdag.
- Woensdag.
- Donderdag.
- Vrijdag.