Welkom op de speciaal toegankelijke website van HANDICAPNIEUWSnet. HANDICAPNIEUWSnet is uitgsproken actueel: dinsdag
Keuzeknoppen om terug te gaan naar: Startpagina
::

dinsdag

Keuze: Readspeaker uit.

Lees voor

Je luistert naar HandicapNieuws UPDATE van dinsdag 13 november 2018.

VANDAAG IN ONS NIEUWS:
Kindergebaren-app wint Gehandicaptenzorgprijs 2018.
Premiestijging van zorgverzekeringen moet omlaag.
Doelgroepenvervoer dreigt duurder te worden.
Behandeling integraal onderdeel van de Wlz vraagt goede randvoorwaarden.
Als rolstoeler naar concert is hele opgave: Het is geen uitje, maar een onderneming.
Stop het rondpompen van geld bij toeslagen.
Elke minuut sterven twee kinderen aan longontsteking.
Foliumzuur toch verzekerd vanuit basispakket.
Huisartsenpost ziet minder patiënten.
Aantal arme huishoudens voor het eerst in vier jaar gestegen.
Advies: Sluismiddel osimertinib niet in basispakket.
Minister over personeelstekort in de zorg: ‘Met alleen hogere instroom van studenten en medewerkers redden we het niet’.
ActiZ stimuleert goed werkgeverschap.
Combinatiepreparaten bij astma/COPD te snel ingezet.
Collectes experimenteren erop los, maar cash blijft koning.
Rechtsbijstand: minder procedures, meer oplossingen.
Meer vraag naar IVF-draagmoederschap, maar kosten blijven een probleem.
Zeggenschap over werktijden leidt tot meer tevredenheid.
Bestaat de mannengriep en hoe word je snel beter?
Doofblinde Utrechtse Hilda Pruijs (52) moet zorg vaak zelf betalen.
Website voor ouders van jonge kinderen met autisme.
Chantal geeft vanuit haar rolstoel mantelzorg aan oma: ‘We zijn een goed team’.
HN-INFOpunt: Wie bepaalt hoeveel procent arbeidsongeschikt ik ben voor de WIA?
Onze Lachafsluiting.

Voor meer informatie over de handicap nationaal? ga naar hun site: www.handicapnationaal.nl, mail naar info@handicapnationaal.nl, of bel op kantoortijden naar 06-12390746. en dan nu onze artikelen van vandaag.







ARTIKEL: KINDERGEBAREN-APP WINT GEHANDICAPTENZORGPRIJS 2018.'
Bron: Redactioneel/VGN.

De Nederlandse Stichting voor het Dove en Slechthorende kind (NSDSK) is met de interactieve Kindergebaren-app winnaar van de Gehandicaptenzorgprijs 2018. Met de app leren dove, slechthorende en horende kinderen spelenderwijs gebaren en dit versterkt de communicatie tussen jonge kinderen.

De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), initiatiefnemer van de prijs, maakte dit gistermiddag bekend tijdens de uitreiking die plaats vond op de Kennismarkt in de Jaarbeurs Utrecht. De prijs bestaat uit een geldbedrag van €10.000,-. Daarnaast nam onderzoeker Evelien Dirks, ontwikkelaar van de Kindergebaren-app, een kunstwerk in ontvangst van Florian Krijt, een kunstenaar met een beperking. Dit kunstwerk is beschikbaar gesteld door Triodos Bank.

Samenspel.

De jury van de Gehandicaptenzorgprijs koos voor de Kindergebaren-app omdat deze laat zien hoe belangrijk de ontwikkeling van een kind is in de cruciale leeftijdsfase tot vier jaar. Door vroegtijdig kinderen gebaren te leren, stimuleer je hun ontwikkeling op vele andere terreinen.

Het idee is ontstaan door een samenspel tussen professionals, betrokken kinderen en de bouwer van de app, zelf vader van een doof kind. De app versterkt interactie tussen doven, slechthorenden en de horende omgeving, doordat zij samen leren van gebaren via filmpjes en een quiz. De app is gratis beschikbaar en is intussen al 50.000 keer gedownload.

Aanmoedigingsprijs.

De twee overige genomineerden; de app signaLEREN van Koraal en het digitale programma voor psycho-educatie ‘Zie je wel’ van Bartimeus, ontvingen een aanmoedigingsprijs van €2.500,-.

Kennisontwikkeling.

De VGN organiseerde de toekenning van de Gehandicaptenzorgprijs voor de zevende keer. Het thema was innovatie. De VGN wil, in lijn maar haar kennisbeleid, gehandicaptenzorginstellingen stimuleren tot kennisontwikkeling en kwaliteitsverbetering belonen, teneinde de kwaliteit van het leven van mensen met een beperking te verbeteren.







ARTIKEL: PREMIESTIJGING VAN ZORGVERZEKERINGEN MOET OMLAAG.
bron: Redactioneel/Consumentenbond/Zorg.nu/ANP.

De Consumentenbond pleit nog steeds voor een lagere premiestijging van de zorgverzekeringen. De stijging zou omlaag kunnen door te hoge reserves van verzekeraars. Komend jaar worden de premies tussen de 4 en 9 euro duurder.

Verschillende zorgverzekeraars hebben de premiestijging beperkt weten te houden door hun grote reserves aan te spreken, maar de Consumentenbond stelt op basis van eigen onderzoek dat ze nog steeds onnodig veel op de plank hebben liggen en dat de premies daarom minder hoeven te stijgen. 'Jarenlang maakten zorgverzekeraars torenhoge winsten en hielden ze ook nog eens overdreven hoge reserves aan. Maar we vinden nog steeds dat reserves niet hoger hoeven te zijn dan wettelijk vereist. Het geld dat over is, kan en moet terug naar consumenten', stelt directeur Bart Combée van de Consumentenbond.

Verzekeraars hebben miljarden reserves .

De vijf grootste verzekeraars hadden volgens de Consumentenbond in 2015 3,3 miljard euro meer aan reserves dan verplicht is volgens de wet. In 2017 daalden die reserves, maar nog steeds hadden ze samen bijna 2,4 miljard euro op de plank. Achmea heeft volgens het onderzoek nog altijd de grootste pot met geld over: bijna 700 miljoen euro. CZ en VGZ volgen met overschotten van rond de 660 miljoen euro. Menzis heeft 256 miljoen euro meer in kas dan nodig en DSW 82 miljoen euro.

'Een ideale verzekeraar pot geen onnodig hoge reserves op, heeft een lage premie en een efficiënte bedrijfsvoering', vindt de Consumentenbond.







ARTIKEL: DOELGROEPENVERVOER DREIGT DUURDER TE WORDEN.
bron: Redactioneel/Ieder(in).

De regiotaxi, Valys en leerlingenvervoer dreigen fors duurder te worden. Dit komt omdat taxibedrijven straks niet langer belasting terug krijgen bij de aanschaf van een bus. Morgen wordt er een petitie aangeboden aan de Tweede Kamer om dit voorstel van tafel te krijgen. Deze petitie is ook ondertekend door Ieder(in).

Het kabinet wil met het voorstel de overstap naar elektrisch vervoer versnellen. De taxibranche geeft echter aan dat overstappen op elektrisch op korte termijn niet te realiseren is. Het gevolg is dat de kostenstijgingen vooral de reiziger zullen treffen. De budgetten voor het zorgvervoer staan al jaren onder druk en zullen door deze maatregel nog verder onder druk komen te staan. Met als gevolg een verschraling van het zorgvervoer. Ieder(in) vindt dat onaanvaardbaar en wil dat het kabinet samen met de taxibranche tot een haalbare oplossing komt die milieuvriendelijk is én goed voor de betrokken reizigers.

Bestelbussen.

Het stimuleren van duurzaam vervoer valt te waarderen en is ook nodig. Maar dat moet dan wel zo gebeuren dat het niet de mobiliteit van mensen met een beperking in gevaar brengt. Verder is het vreemd, dat de maatregel alleen geldt voor de bussen in het zorgvervoer en taxivervoer. De ruim 800 duizend bestelbussen - die net zo vervuilend zijn - blijven buiten schot.

De petitie wordt dinsdagmiddag om 13.30 uur overhandigd aan de Vaste Kamercommissie van Financiën. De petitie is ondertekend door de volgende organisaties: FNV Taxi, CNV, Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), Ieder(in), Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), RAI, Sociaal Fonds Taxi en Aanbestedingsinstituut Mobiliteit.







ARTIKEL: BEHANDELING INTEGRAAL ONDERDEEL VAN DE WLZ VRAAGT GOEDE RANDVOORWAARDEN.
bron: Redactioneel/ActiZ.

ActiZ is positief over het uitgangspunt dat behandeling altijd een integraal onderdeel gaat worden van de zorg voor de meest kwetsbare cliënten in de Wlz. Maar deze stelselwijziging is alleen mogelijk in combinatie met goede randvoorwaarden, zo luidt de reactie van ActiZ op de uitvoeringstoets van de NZa.

Hier vindt u de uitvoeringtoets van de NZa en de reactie van ActiZ.

NZa onderzoekt financiële consequenties en reikwijdte.

Op verzoek van het ministerie van VWS verkent de NZa de (financiële) consequenties en de reikwijdte van het onderbrengen van behandeling en aanvullende zorgvormen in de Wlz bij zorg met verblijf en geclusterd VPT. Aanleiding voor deze uitvoeringstoets is het in 2017 afgegeven advies van het Zorginstituut om behandeling voor de meest kwetsbare cliënten altijd integraal onderdeel te laten zijn van Wlz-zorg. In de praktijk zou dit betekenen dat alle Wlz-plaatsen voortaan met behandeling worden geleverd.

Naar verwachting brengt de NZa eind januari 2019 het definitieve advies uit aan de minister van VWS. Vervolgens is het aan het kabinet om een standpunt te bepalen en een wetswijziging voor te bereiden. Invoering zal naar verwachting op zijn vroegst vanaf 2022 plaatsvinden.

Risico’s en randvoorwaarden.

Op basis van besprekingen en signalen van leden heeft de Kerngroep Wonen en Zorg vanuit ActiZ de visie en aandachtspunten gedeeld. De Kerngroep vindt dat integrale zorg en behandeling in de Wlz, waarbij de coördinatie bij de zorgaanbieder ligt, een goed uitgangspunt is. Daarmee kunnen de betreffende cliënten voor hun intensieve zorgvraag samenhangende interdisciplinaire zorg en behandeling ontvangen. Maar deze stelselwijziging is niet zonder risico’s. De voornaamste zorg betreft de beschikbaarheid van behandelaren. Dit probleem kunnen zorgaanbieders in de VVT niet alleen oplossen: het vraagt een gezamenlijke aanpak met betrokken behandelaren, financiers, etc. Voor zo’n gezamenlijke aanpak zijn landelijke randvoorwaarden en afspraken nodig. Als deze niet zijn gerealiseerd, is het invoeren van integrale behandeling en aanvullende zorgvormen in de Wlz niet mogelijk, zo heeft ActiZ aan de NZa laten weten.

Afbakening Volledig Pakket Thuis.

Het advies van het Zorginstituut over integrale behandeling in de Wlz heeft betrekking op verblijfszorg en het geclusterd VPT. Het ministerie van VWS heeft de NZa onder meer gevraagd hoe het uitgangspunt van integrale behandeling voor het geclusterd VPT gerealiseerd kan worden.

In het conceptadvies schrijft de NZa dat het niet wenselijk is om onderscheid te maken tussen geclusterd en ongeclusterd VPT: er komt een leveringsvorm bij en dat maakt de bekostiging in de Wlz nog complexer. Daarom stelt de NZa als alternatief voor, te weten het VPT altijd integraal mét behandeling. ActiZ kan zich vinden in dit voorstel: het is eenduidig en levert een gelijk speelveld op voor alle zorgaanbieders.

Als het NZa-conceptadvies door het kabinet wordt gevolgd, betekent dat dat de leveringsvorm VPT exclusief behandeling volledig komt te vervallen. Indien de cliënt ervoor kiest om geen integrale zorg te ontvangen, dan kan dat via het modulair pakket thuis (MPT). ActiZ is van mening dat het MPT in dat geval een volwaardig alternatief dient te zijn voor een VPT zonder behandeling. Het MPT is nu vaak niet toereikend voor cliënten met een intensieve zorgvraag in de thuissituatie. Het is een noodzakelijke voorwaarde dat het MPTt hierop wordt aangepast voor de invoering van integrale behandeling in de Wlz bij ZZP en VPT.

Bekostigingsmodel.

De NZa heeft ook gekeken naar verschillende mogelijkheden om behandeling in de Wlz te bekostigen. ActiZ is nadrukkelijk voorstander van het behoud van de huidige integrale bekostiging: behandeling en zorg worden bekostigd vanuit één integraal ZZP- of VPT-budget. Integrale bekostiging is het eenvoudigst en geeft zorgaanbieders noodzakelijke ruimte om hun verantwoordelijkheid voor de integrale zorg en behandeling in te vullen op een manier die past bij hun cliënten en de lokale situatie.

Voorwaarde voor integrale bekostiging is uiteraard dat er een toereikend tarief wordt vastgesteld. Een te laag tarief betekent dat er onvoldoende behandeling kan worden ingezet of dat de behandeling ten koste gaat van andere zorg.

Invoeringstraject.

Gelet op de verschillen tussen regio’s en zorgorganisaties (bijvoorbeeld ten aanzien van het aantal plaatsen zonder behandeling en de beschikbaarheid van behandelaren), acht ActiZ een geleidelijke invoering het meest wenselijk. Of drie jaar dan voldoende is, zoals de NZa als scenario voorstelt, is op dit moment nog niet inschatten.







ARTIKEL: ALS ROLSTOELER NAAR CONCERT IS HELE OPGAVE: HET IS GEEN UITJE, MAAR EEN ONDERNEMING.
bron: Redactioneel/RTLnieuws/ANP MediaWatch.

Er moeten bij concerten meer plaatsen beschikbaar komen voor mensen in een rolstoel én de plekken moeten worden verbeterd. Dat vindt Xandra Koster, die opkomt voor de belangen van gehandicapte mensen. "Mensen die het kunnen betalen, gaan nu naar het buitenland omdat het daar beter geregeld is. Dat kan toch niet?"

Vorige week plaatste Xandra, die zelf in een rolstoel zit, een oproepje op Facebook: of meer rolstoelers ervaren dat het bezoeken van een concert steeds lastiger wordt. Ze kreeg bijval van andere mensen met een beperking en ook op pagina's van concertorganisatoren doen rolstoelers hun beklag.

Direct uitverkocht.

"Bij het concert van Pink in de Johan Cruijf Arena waren er maar weinig kaarten voor rolstoelers beschikbaar", zegt Xandra. "Van diverse mensen hoorde ik dat ze klaarstonden om een rolstoelkaartje te kopen, maar dat ze direct na inloggen al uitverkocht waren. Op dat moment waren er nog wel voldoende kaarten voor de 'golden circle' beschikbaar, dus dat geeft aan dat de rolstoelkaarten in kleine hoeveelheden worden aangeboden."

Volgens organisator Mojo waren er wel veel rolstoelkaarten beschikbaar, maar was het concert van Pink 'gewoon ontzettend snel uitverkocht'. "Binnen tien minuten waren alle kaarten weg", laat een woordvoerder weten. "Het kan best zo zijn dat er op het moment dat de rolstoelkaarten waren uitverkocht er nog wel 'golden circle'-kaarten waren, maar dit zijn dan ook de duurste kaarten."

Beperkt zicht.

Hoeveel kaarten er per concert beschikbaar zijn varieert, aldus organisator Mojo. "Dat hangt van de zaal af. In het Goffertpark heb je bijvoorbeeld wat meer capaciteit. We bouwen altijd een platform voor de rolstoelers. We kijken ook altijd naar wie de artiest is. Op sommige artiesten komen meer mensen in een rolstoel af dan andere. En als de rolstoelkaarten zijn uitverkocht, kijken we of we de capaciteit van het platform kunnen vergroten."

Hoe gunstig het platform ten opzichte van het podium staat, verschilt ook. Onder de post van Xandra klagen sommigen dat ze achterin worden geplaatst of achter de geluidsapparatuur. "Het klopt dat het platform altijd aan de zijkant of achterin staat", aldus de woordvoerder van Mojo. "Als je het midden op het veld zou zetten, ziet iedereen die er achterstaat niets meer. We moeten rekening houden met ál het publiek."

Brandveiligheid.

In de Arena is de locatie van het platform heel gunstig, aldus de woordvoerder. "Dat komt logistiek gezien zo uit. Je moet rekening houden met veel factoren: de eisen van de brandweer, het zicht van het overige publiek, enzovoorts. Als rolstoelers achter de technici worden geplaatst, zorgen we er wel altijd voor dat het platform hoger is."

Kim van der Lugt (36) ging onlangs naar een concert van de indierockband Imagine Dragons in de Gelredome. Ze zit in een rolstoel vanwege het Ehlers-Danlos Syndroom; een bindweefselaandoening waardoor gewrichten makkelijk uit de kom gaan en lopen en zitten op reguliere stoelen lastig is. Allereerst stond ze lang telefonisch in de wacht voor een kaartje, vertelt ze. En eenmaal in het stadion werd ze 'letterlijk in een rij geparkeerd'.

Begeleider.

Ook baalt Kim ervan dat haar gezelschap, in dit geval haar broer, steevast 'begeleider' wordt genoemd, terwijl dit meestal niet het geval is. Vaak moet je als rolstoeler bij concerten ook een meerderjarige begeleider meenemen, dus samen met haar 7-jarige zoontje naar een concert zit er voor Kim ook niet altijd in. En per rolstoeler mag er maar één 'begeleider' mee het rolstoelvak in.

"Ik snap dat zoiets balen is", reageert een woordvoerder van de Gelredome. "Maar mensen die mindervalide zijn, gaan voor en de ruimte is beperkt. Gemiddeld kunnen we per concert zo'n 60 rolstoelers met begeleider toelaten."

Geen uitje, maar onderneming.

Onder het Facebookbericht van Xandra geven sommigen aan nu naar België of Duitsland te gaan, omdat het hier voor rolstoelers beter geregeld is. "Voor sommigen is dit een oplossing, maar dan moet je hier wel de financiële middelen voor hebben", zegt Xandra.

Kim bezoekt nog steeds graag concerten, maar al het gedoe eromheen drukt wel de pret, zegt ze. "Het is niet meer gewoon een uitje, het wordt echt een onderneming. Daardoor ga ik een stuk minder vaak dan ik zou willen en ik merk ook dat een aantal mensen om mij heen denkt: daar begin ik niet meer aan. Je moet de mazzel hebben dat je gezelschap net zo optimistisch blijft al jijzelf. Lachend: "Maar ik kan me best voorstellen dat als ik iemand vraag mee te gaan, ik dan als antwoord krijg: eh, ik heb een familieweekend."







ARTIKEL: STOP HET RONDPOMPEN VAN GELD BIJ TOESLAGEN.
bron: Redactioneel/ANBO.

ANBO pleit voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van het belastingplan 2019 opnieuw voor het ambtshalve - dus automatisch - toekennen van toeslagen, op basis van de door de Belastingdienst definitief vastgestelde verzamelinkomens.

"Zo stoppen we het rondpompen van geld; we maken we het systeem goedkoper, mensen krijgen waar ze recht op hebben én ze worden niet langer geconfronteerd met naheffingen en correcties. Deze manier van werken leidt tot schulden en daardoor tot problemen bij de Belastingdienst zelf. Toeslagen zijn er om te helpen, en daarop moet het systeem ingericht zijn", zo zegt ANBO-bestuurder Liane den Haan.

Bijna 65 procent moest wijzen op recht op toeslag

In een flitspeiling onder 60 van de 350 vrijwillige belastinginvullers zei 64,4 procent dat ze de afgelopen twee jaar hebben meegemaakt dat mensen wel recht hadden op huur- en/of zorgtoeslag, maar dat niet kregen. 85 procent daarvan zegt dat zelfs meermaals te hebben meegemaakt. Reden: de toeslag is nooit aangevraagd.

Toeslag is voorschot.

Op dit moment worden zowel huur- als zorgtoeslag bij wijze van voorschot én op aanvraag toegekend. Pas als de definitieve inkomensgegevens van de aanvrager (en eventueel van de toeslagpartner) bekend zijn bij de Belastingdienst, wordt de toeslag definitief berekend onder verrekening van de voorschotten. Per jaar vinden dus minimaal twee behandelrondes plaats, plus de noodzakelijke werkzaamheden om na te betalen en terug te vorderen.

"Op basis van de ervaringen van onze vrijwillige belastinginvulhulpen schatten we dat zo'n 20 procent van de toeslaggerechtigden één of andere aanpassing van zijn inkomen heeft, die het jaar erop problemen geeft. Het gaat om grote bedragen, en het is niet ongewoon dat mensen 1500 euro moeten terugbetalen. Dat is voor veel mensen echt een probleem", zo zegt Den Haan. Tijdens het komende aangifteseizoen gaat ANBO de vrijwillige belastinginvullers laten turven hoe vaak er problemen ontstaan met aanvragen en terugbetalingen.

Jaarlijks krijgen 5 miljoen Nederlanders zorgtoeslag, ter hoogte van maximaal 1128 euro (alleenstaanden) tot 2112 euro (fiscale partners). Ook krijgen zo'n 1,4 miljoen mensen huurtoeslag; gemiddeld iets meer dan 2000 euro per jaar.

Belastingplan 2019.

Los van de automatische toekenning van toeslagen blijft ANBO zich kwaad maken over het gebrek aan compensatie van de BTW-verhoging voor de allerlaagste inkomens. Mensen met een inkomen tot 13.800 per jaar krijgen te maken met fikse kostenstijgingen van boodschappen, medicatie, abonnementen en meer, zonder dat zij profiteren van belastingmaatregelen.







ARTIKEL: ELKE MINUUT STERVEN TWEE KINDEREN AAN LONGONTSTEKING.
bron: Redactioneel/Zorg.nu/ANP.

Elke minuut sterven er op de wereld twee kinderen aan longontsteking. De ziekte is daarmee de dodelijkste aandoening voor kinderen onder de vijf jaar. Longontsteking eist meer kinderlevens dan malaria, diarree en mazelen samen. Als er niks verandert, kan longontsteking tot 2030 11 miljoen levens kosten.

Dit blijkt uit een nieuw onderzoek van Safe the Children en de Amerikaanse John Hopkins University dat maandag, op Wereld Longontsteking Dag, wordt gepresenteerd. Longontsteking is goed te voorkomen en te behandelen. Volgens het onderzoek sterven de meeste kinderen door een gebrek aan vaccinatie, door onjuiste diagnoses, een tekort aan antibiotica en slechte doorverwijzing. De meeste slachtoffers vallen in Zuid-Azië en Afrika beneden de Sahara.

'Vergeten moordenaar'

Pim Kraan, directeur van Save the Children Nederland, noemt de ziekte een 'vergeten moordenaar'. Door de vaccinatiegraad van kinderen te verhogen tot 90 procent, verstrekking van goedkope antibiotica en goede voeding kunnen volgens hem tot 2030 zeker 4 miljoen kinderen worden gered.







ARTIKEL: FOLIUMZUUR TOCH VERZEKERD VANUIT BASISPAKKET.
bron: Redactioneel/KNMP.

Foliumzuur 5 mg blijft in 2019 vergoed vanuit het basispakket. Het valt toch niet onder de middelen die per 1 januari uitstromen uit het pakket. Dit schrijft minister Bruins van VWS in een brief aan de Tweede Kamer.

Foliumzuur 5 mg is uitsluitend op recept verkrijgbaar en mag daarom niet als voedingssupplement in de handel zijn. Een gelijkwaardig alternatief is echter niet beschikbaar in de vrije verkoop, wat een voorwaarde is voor het Zorginstituut Nederland om een middel uit het basispakket te kunnen halen. Foliumzuur 1 mg mag wel vrij verkocht worden als voedingssupplement.

Verzet.

Eerder besloot de minister om bepaalde vitaminen, mineralen en paracetamol per 1 januari 2019 niet meer te vergoeden vanuit het basispakket. De KNMP heeft zich hier fel tegen verzet, omdat het risico bestaat op het voorschrijven van duurdere, risicovollere middelen die wel worden vergoed. Ook verwacht de KNMP dat de maatregel zal leiden tot therapieontrouw bij kwetsbare patiënten.







ARTIKEL: HUISARTSENPOST ZIET MINDER PATIËNTEN.
bron: Redactioneel/De Telegraaf/ANP.

Huisartsenpost Lelystad, die sinds de sluiting van het IJsselmeerziekenhuis in Lelystad vorige week ’s nachts de spoedeisende hulp op zich heeft genomen, zag afgelopen week een afname in het aantal meldingen en patienten.

„De afname kan meerdere oorzaken hebben”, laat woordvoerder Carolien Holtslag van Medrie, de huisartsenorganisatie waaronder de huisartsenpost in Lelystad valt, weten. „Mensen denken of dat wij onderdeel van het ziekenhuis zijn en daarom gesloten zijn of wachten door de onduidelijkheid over de mogelijkheden liever met hun klachten tot ze de volgende dag naar hun eigen huisarts kunnen.”

De huisartsenpost heeft echter extra maatregelen genomen, om meer patiënten te kunnen helpen en de zorg te verlenen die nodig is. Zo staat er een ambulance klaar om patiënten – indien nodig – met spoed naar een ziekenhuis in de buurt te brengen en is er extra personeel aanwezig op de huisartsenpost.

’Veel onnodige zorg’

Ook Sven van den Burg, woordvoerder van GGD Flevoland, ziet dat de eerste week rustig verlopen is. „Veel mensen zijn naar andere ziekenhuizen gegaan. Ook heeft de ambulance nog niet in actie hoeven komen.”

Toch is de situatie volgens Van Den Burg niet ideaal. „Patiënten zijn langer onderweg en ook voor de medewerkers is het niet ideaal, omdat zij meer moeten werken en als de ambulance weg is, langer moeten wachten voor ze iemand naar het ziekenhuis kunnen sturen” Van Den Burg hoopt dan ook dat er volgende week meer duidelijkheid komt van de curator over hoe het nu verder moet.







ARTIKEL: AANTAL ARME HUISHOUDENS VOOR HET EERST IN VIER JAAR GESTEGEN.
bron: Redactioneel/CBS/NOS/ANP.

Voor het eerst in vier jaar is het aantal huishoudens met een laag inkomen - en daarmee een risico op armoede - weer gestegen. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het betrof in 2017 599.000 huishoudens, 27.000 meer dan een jaar eerder. Het aantal komt neer op 8,2 procent van alle huishoudens.

Ruim een derde van die stijging komt voor rekening van vooral Syrische vluchtelingen. Zij komen na het ontvangen van een verblijfsvergunning vaak in de bijstand. In totaal heeft bijna 53 procent van de vluchtelingenhuishoudens een laag inkomen. Over de overige groep huishoudens die onder de armoedegrens terechtgekomen is, is volgens het CBS weinig te zeggen. Die groep mensen loopt te ver uiteen om eenduidig te duiden.

Wat is de lage-inkomensgrens?

De lage-inkomensgrens is de grens waaronder er een risico is op armoede. Voor alleenstaanden is dit voor 2017 vastgesteld op 1040 euro per maand, voor een alleenstaande ouder is dat 1380 euro per maand en voor een paar met kinderen 1960 euro.

Ook het aandeel huishoudens dat langdurig onder de lage-inkomensgrens moet leven, is gestegen, van 3,2 tot 3,3 procent van alle huishoudens. Dit heeft ermee te maken dat meer huishoudens afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering.

Het CBS wijst erop dat een deel van de huishoudens die door de crisis het inkomen zagen dalen, daar niet meer bovenop is gekomen.

Huishoudens waarbij de hoofdkostwinner volgens het CBS laagopgeleid is, lopen het meeste risico op armoede. 14,2 procent van die huishoudens heeft een laag inkomen. Bij middelbaar opgeleiden is dit 7 procent en onder hoogopgeleiden gaat het om 3,6 procent van de huishoudens.

Dankzij de AOW lopen gepensioneerden het kleinste risico op armoede.

Het Centraal Planbureau heeft op verzoek van het CBS een raming gemaakt voor het aantal huishoudens onder de lage-inkomensgrens. Verwacht wordt dat dat aantal in 2018 vrijwel gelijk blijft. Voor 2019 verwacht het planbureau een daling tot 7,5 procent van de huishoudens.







ARTIKEL: ADVIES: SLUISMIDDEL OSIMERTINIB NIET IN BASISPAKKET.
bron: Redactioneel/Zorginistituut Nederland.

Het geneesmiddel osimertinib (Tagrisso®) moet geen deel gaan uitmaken van het basispakket, tenzij door prijsonderhandeling een kosteneffectieve inzet kan worden gerealiseerd. De kosten van het middel kunnen namelijk oplopen tot 324.000 euro per gewonnen levensjaar (QALY). Daarom zou de prijs van het middel ruim 55% moeten dalen.

Osimertinib is een zogenaamd 'sluismiddel' dat voor de eerstelijnsbehandeling van patiënten met niet-kleincellige lonkanker kan worden gebruikt. Dit staat in het advies van het Zorginstituut aan minister Bruins voor Medische Zorg en Sport.

Verdringing van andere zorg.

Osimertinib voldoet aan het wettelijk criterium ‘stand van de wetenschap en praktijk’ bij de eerstelijnsbehandeling van een specifieke groep longkankerpatiënten. Het lijkt daarmee waarschijnlijk dat osimertinib een middel is dat leidt tot een verbeterde overleving, maar de omvang hiervan kan niet nauwkeurig worden bepaald op basis van de huidige analyses.

De meerkosten ten opzichte van behandeling met de bestaande middelen becijfert het Zorginstituut drie jaar na introductie, uitgaande van maximaal 458 patiënten, echter op € 37,1 miljoen euro per jaar. De hoge budgetimpact in relatie tot de onzekerheid rondom de kosteneffectiviteit zorgt voor een grote kans dat opname van osimertinib andere goede zorg gaat verdringen.

Sluis voor dure geneesmiddelen.

Op 26 juni 2018 is het geneesmiddel osimertinib in de ‘pakketsluis voor dure geneesmiddelen’ geplaatst. De reden hiervoor is dat toepassing van osimertinib, als eerstelijnsbehandeling bij gevorderde of gemetastaseerde niet-kleincellige longkanker, na opname in het verzekerde pakket gepaard zou gaan met grote financiële risico’s. Door plaatsing in de sluis wordt het middel expliciet uitgesloten van vergoeding en kunnen maatregelen getroffen worden om de verstrekking van het geneesmiddel op betaalbare wijze via het basispakket toegankelijk te maken en te houden. Instroom kan pas volgen na een positieve beoordeling door het Zorginstituut, succesvolle prijsonderhandelingen en afspraken over gepast gebruik.







ARTIKEL: MINISTER OVER PERSONEELSTEKORT IN DE ZORG: ‘MET ALLEEN HOGERE INSTROOM VAN STUDENTEN EN MEDEWERKERS REDDEN WE HET NIET’.
bron: Redactioneel/De Monitor [KRONCRV].

Een ‘flinke opgave’ noemt minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid en Sport) het terugdringen van de personeelstekorten in de zorg. ‘Als we niets extra of anders gaan doen, dreigt eind 2022 een tekort van 100.000 tot 125.000 medewerkers binnen zorg en welzijn,’ zo lezen we in een recente brief van hem aan de Tweede Kamer. Met het actieprogramma Werken in de zorg wil hij de oplopende tekorten terugdringen.

Voor het onderzoek Crisis in het ziekenhuis onderzoeken we de tekorten aan gespecialiseerd verpleegkundigen en medisch ondersteunend personeel in ziekenhuizen. Hoe hebben deze tekorten kunnen ontstaan en op welke termijn zijn ze op te lossen? Van verschillende verpleegkundigen horen we dat op dit moment de rek er behoorlijk uit is op de werkvloer en dat ze zich zorgen maken. Over de werkdruk, de toekomst en de kwaliteit van zorg.

‘Tekort naar nul of daar dichtbij’

In de kamerbrief richt de minister zich op de gehele zorg en welzijnssector. Want niet alleen in de ziekenhuizen heeft men te maken met moeilijk opvulbare vacatures. Halverwege 2018 kampte de zorgsector in zijn geheel met ruim 30.000 openstaande vacatures, dat waren er niet eerder zo veel. De ambities van de minister om de toekomstige personeelstekorten op te lossen zijn dan ook hoog. Zo lezen we:

"Met het actieprogramma Werken in de zorg zetten we in op het terugdringen van dit tekort naar nul of daar dichtbij."

Kamerbrief oktober 2018.

Eerste resultaten ‘bemoedigend’.

Vraag blijft of die ambities haalbaar zijn. Een half jaar na de start van het actieprogramma zijn de resultaten volgens de minister in ieder geval ‘bemoedigend’. Zo is het aantal instromers in de zorg toegenomen ten opzichte van de voorgaande jaren. De instroom voor HBO-opleidingen in de zorg is bijvoorbeeld met 9 procent gestegen. En ook het aantal zij-instromers nam toe met 20 procent.

Het aantal mensen dat kiest voor een opleiding tot gespecialiseerd verpleegkundige is gestegen met 26 procent, aldus de minister. Maar of deze stijging voldoende is om de tekorten weg te nemen, is nog maar de vraag. Voorgaande jaren bleef - zo meldden wij al eerder – voor sommige verpleegkundig specialismen het aantal instromers fors achter op de adviezen.

In 2016 adviseerde het Capaciteitsorgaan voor de zogenoemde FZO-beroepen (gespecialiseerd verpleegkundigen en medisch ondersteunend personeel) namelijk een totale instroom van 3466. In de kamerbrief lezen we dat er in 2017 echter maar 2477 medewerkers instroomden, bijna duizend minder dan geadviseerd. Het goede nieuws is dat de instroom ten opzichte van 2016 inderdaad wel gestegen is, toen stroomde er nog vijftienhonderd medewerkers te weinig in.

Een uurtje meer werken?

Maar met alleen een hogere instroom van studenten en medewerkers redden we het niet om de tekorten in de gehele zorgsector terug te dringen, zo stelt ook De Jonge vast. Ontwikkeling en behoud van medewerkers in de sector is net zo belangrijk. Evenals de inzet van nieuwe technologie.

"De werkdruk en het ziekteverzuim moeten omlaag, al dan niet in samenhang met het terugdringen van administratieve lasten."

Kamerbrief oktober 2018.

Ook het verhogen van de zogenoemde deeltijdfactor is één van de oplossingen die in de kamerbrief worden voorgesteld om op korte termijn een verschil te maken in de arbeidsmarkttekorten. Veel mensen in de zorg werken niet fulltime, sommigen daarvan zouden echter wel meer uren willen werken. ‘Indien alle medewerkers zoals de verpleegkundigen en verzorgende IG (individuele verzorging) gemiddeld één uur per week extra gaan werken, zou dit in potentie het tekort in de zorg met 20.000 medewerkers terug kunnen dringen,’ staat te lezen de kamerbrief.







ARTIKEL: ACTIZ STIMULEERT GOED WERKGEVERSCHAP.
bron: Redactioneel/ActiZ.

ActiZ vindt het belangrijk dat de CAO VVT nageleefd wordt. Kennelijk gebeurt dat niet overal. We weten dat het op de meeste plaatsen wel goed gaat. Signalen over waar het niet goed gaat, nemen we zeer serieus. Reistijd tussen cliënten moet uitbetaald worden, daarover verschillen we niet van mening met de FNV.

We realiseren ons heel goed dat we veel vragen van mensen die werken in de wijkverpleging en thuiszorg. We vinden het belangrijk dat mensen van hun verdiende pauzes kunnen genieten. Daarom hebben we een belangrijk deel van de zeggenschap over werk-, pauze- en rusttijden bij werknemers zelf neergelegd. Werkgevers en werknemers moeten hierover met elkaar tot maatwerkafspraken komen, dat brengt de aard van het werk met zich mee. ActiZ zal de dialoog hierover tussen werkgevers en werknemers stimuleren. Goed werkgeverschap staat bij ons hoog in het vaandel.







ARTIKEL: COMBINATIEPREPARATEN BIJ ASTMA/COPD TE SNEL INGEZET.
bron: Redactioneel/SFK.

Volgens de geldende richtlijnen dienen patiënten hiermee pas te starten nadat ze eerder enkelvoudige inhalatiemiddelen hebben gebruikt.

Ongeveer 90.000 mensen ontvangen jaarlijks voor de eerste keer een combinatiepreparaat bij astma/copd in de openbare apotheek. Volgens de geldende richtlijnen dienen patiënten hiermee pas te starten nadat ze eerder enkelvoudige inhalatiemiddelen hebben gebruikt. Dat gebeurt nog te weinig. Dat meldt de SFK in deze week in het Pharmaceutisch Weekblad.

De NHG-Standaarden Astma en COPD uit 2015 bieden een duidelijk stappenplan in de behandeling van luchtwegaandoeningen.

1) In beide standaarden is de eerste stap het gebruik van een kortwerkende luchtwegverwijder, wanneer de patiënt klachten ervaart.

2) Indien de patiënt daarmee niet uitkomt, wordt als de tweede stap een onderhoudsbehandeling toegevoegd. Bij astma is dat een ontstekingsremmende inhalatiecorticosteroïd en bij COPD een langwerkende luchtwegverwijder.

3) Pas als dit onvoldoende effect sorteert, volgt stap drie: het toevoegen van een langwerkend bètamimeticum (luchtwegverwijder) bij astma en een inhalatiecorticosteroïd bij COPD. Stap drie is daarmee het moment waarop voor het eerst combinatiepreparaten bij astma en COPD in aanmerking komen.

Spreiding.

De mate waarin bovengenoemd stappenplan wordt gevolgd, maakte begin dit jaar onderdeel uit van de landelijke uitvraag van de kwaliteitsindicatoren over het kalenderjaar 2017. Uit de resultaten bleek dat in de gemiddelde openbare apotheek 20% van de patiënten een enkelvoudig langwerkend bètamimeticum of inhalatiecorticosteroïd gebruikte voordat zij met een combinatiepreparaat startten. Vier op de vijf astma/COPD-patiënten, die onvoldoende baat hebben bij het alleen ‘zo nodig’-gebruik van een kortwerkende luchtwegverwijder (stap één), gaan dus direct over op een combinatiepreparaat (stap drie). Daarmee wordt stap twee van het stappenplan van het NHG overgeslagen. De spreiding in uitkomsten is overigens groot. Bij de 10% hoogst scorende apotheken bedroeg het aandeel starters dat eerder een enkelvoudig preparaat als onderhoudstherapie heeft gehad 32% of meer; bij de 10% laagst scorende apotheken was dat maximaal 9%.

Verbetering.

Er is ruimte voor verbetering door samenwerking tussen apothekers en voorschrijvers op dit aandachtspunt. Dat deze ruimte ook genomen wordt, blijkt uit de metingen die de SFK over de afgelopen twaalf maanden heeft uitgevoerd. In de periode oktober 2017 tot en met september 2018 kregen ruim 90.000 patiënten voor het eerst een combinatiepreparaat bestaande uit een langwerkende luchtwegverwijder en een inhalatiecorticosteroïd. Vooral de laagst scorende apotheken laten vooruitgang zien ten opzichte van de meting over kalenderjaar 2017, waarvan de resultaten overigens pas medio maart 2018 bekend waren. In een halfjaar tijd scoorden deze groep gemiddeld 2 procentpunt hoger.







ARTIKEL: COLLECTES EXPERIMENTEREN EROP LOS, MAAR CASH BLIJFT KONING.
bron: Redactioneel/NOS/ANP MediaWatch.

Goede doelen doen hun best om hun deur-aan-deur-collectes toekomstbestendig te maken. Zoeken naar kleingeld is niet altijd meer nodig, want doneren kan steeds vaker met je pinpas of telefoon.

Nieuw dit jaar zijn de Tikkie-donaties en de QR-iDeal-codes op collectebussen, waarmee in het hele land proeven worden gedaan. "De QR-code werkt heel simpel", zegt Arno van Gemert van Alzheimer Nederland. Hij opent zijn bank-app en klikt op een icoontje. "Nu kun je de QR-code op de bus scannen." In het scherm dat zich opent, vult hij een bedrag in. Dan nog even de pincode invoeren en betalen.

Grace Bernardus liep in Breukelen met een QR-code op de collectebus, maar daar werd nog geen gebruik van gemaakt. In haar wijk doneerde eigenlijk iedereen met kleingeld. "Ik ben nog niemand tegengekomen die de QR-code wilde gebruiken", zegt ze. Haar buurvrouw snapt dat wel. "Ik ben nog wat ouderwets", zegt zij, terwijl ze een paar muntjes in de bus doet. "Maar het is wel handig voor de jongelui, want die hebben meestal geen geld op zak."

Steeds minder opbrengst met collectes.

De goede doelen passen hun collectes noodgedwongen aan. Cash wordt steeds minder gebruikt, ten faveure van betalen met pinpas of telefoon. "Vandaar dat Stichting Collecteplan vorig jaar een proef is gestart met pinbussen", zegt Anoek Smith van de koepelorganisatie. "Daarnaast zijn we nu aan het onderzoeken of QR kan bijdragen om in de behoefte van 'cashloos' te voorzien."

Misschien zijn cashloze doneermogelijkheden voor goede doelen een welkome aanvulling, want de collecte-inkomsten kunnen wel een opkikker gebruiken. Daar waar de totale inkomsten van goede doelen de afgelopen jaren zijn gestegen, daalden de collecte-opbrengsten.

In 2012 haalden de landelijk collecterende fondsen bijna 46,5 miljoen euro op. In 2017 was dat gedaald naar nog geen 39 miljoen euro. Smith: "Overigens haalt niet ieder doel minder geld op met de collectes. Er zitten ook stijgers tussen, bijvoorbeeld Alzheimer Nederland."

Collecte-opbrengsten en totale inkomsten van goede doelen.

De nieuwe snufjes hebben zo hun voordelen: het geld is meteen binnen en er zijn minder administratiekosten. Bovendien levert het meer op. Een gemiddelde donatie met de pinpas bracht bij Alzheimer Nederland 30 procent meer in het laatje dan een normale cashdonatie.

Maar de nieuwe collecte-mogelijkheden brengen ook kosten met zich mee. Maak je een gift over via een QR-code of door te pinnen, dan zijn er transactiekosten. Als je via een online collectebus je donatie overmaakt, dan gaat per transactie ook nog paar cent naar de ontwikkelaar van het betaalplatform. "Maar de opbrengst is altijd veel hoger dan de kosten", zegt Van Gemert.

Overleven.

Toch is het de vraag of de pinbussen en de QR-codes het in collecterend Nederland overleven. Van Gemert: "Volgend jaar gaan we evalueren. Spreekt het de collectanten en mensen aan de deur aan om via QR of pin te betalen?"

De komende jaren kun je volgens de koepelorganisatie nog gewoon contant geld in de bus gooien. "Voorlopig blijft contant geld onmisbaar voor de collecte", zegt Smith. "Zowel in de ogen van de gever als in die van de goede doelen."







ARTIKEL: RECHTSBIJSTAND: MINDER PROCEDURES, MEER OPLOSSINGEN.
bron: Redactioneel/De Monitor [KRONCRV].

Iedereen kan op zeker moment in zijn leven in een nare situatie terecht komen, zoals een problematische echtscheiding, dreigend ontslag, hoog oplopende schulden of een conflict met een overheidsinstantie.

Veel mensen voelen zich in dit soort situaties genoodzaakt de juridische weg te kiezen. Daar wil het kabinet verandering in brengen. Het kabinet wil meer dan nu het geval is problemen van mensen aan de voorkant, dichtbij huis en in een vroeg stadium oplossen. En alleen waar nodig de weg van een juridische procedure bewandelen. Dat is de kern van het voorstel van minister Dekker voor Rechtsbescherming om het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand te moderniseren. De ministerraad heeft daar mee ingestemd.

“Het gaat mij erom dat problemen van mensen snel, effectief en laagdrempelig opgelost worden. Soms kan dat niet anders dan via de rechter, maar vaak kan het ook op een andere manier. Met dit voorstel gaan we ervoor zorgen dat de oplossing centraal staat en niet de procedure. Zo kunnen mensen snel hun probleem achter zich laten en verder gaan met hun leven.”

Minister Dekker.

Het beroep op gesubsidieerde rechtsbijstand is de afgelopen 17 jaar gestegen met ruim 40%. Maar de toegenomen juridisering biedt lang niet altijd een oplossing voor de onderliggende moeilijkheden. Vaak is er sprake van een complexe samenhang van juridische, financiële, medische of sociale problemen. In zulke gevallen verandert een gerechtelijk vonnis over één aspect weinig aan wat er werkelijk aan de hand is. Daarnaast zie je dat conflicten soms onnodig op scherp komen te staan door de juridische weg in te slaan, zoals bij arbeidsconflicten of hoog oplopende burenruzies. Dat alles vraagt om een andere, meer integrale aanpak, dicht bij de rechtzoekende: sneller, effectiever en laagdrempeliger.

Daarom wil het kabinet het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand moderniseren. De toegang tot dat nieuwe stelsel begint heel breed, met informatie en advies voor iedereen. Het spitst zich vervolgens steeds meer toe, waardoor mensen precies die hulp krijgen die ze nodig hebben om hun problemen aan te pakken. Toegang tot het recht blijft daarbij voor iedereen gegarandeerd. Als een gang naar de rechter of andere juridische bijstand echt nodig is, dan staat die weg altijd open, voor iedereen. Dat geldt ook voor de laagste inkomensgroep, die dan een beroep kan doen op een gesubsidieerde advocaat.

Het kabinet gaat de herziening langs vier lijnen vormgeven:.

Ten eerste komt er voor iedereen meer informatie en beter advies beschikbaar. Veel mensen zijn gebaat bij beter toegankelijke informatie online, waarbij te denken valt aan voorbeeldbrieven of een vraagbaak. Maar ook mensen die persoonlijke hulp zoeken, kunnen straks dichtbij huis terecht op een juridisch spreekuur in de eigen buurt bij de bibliotheek of in het wijkcentrum. Daar zitten hulpverleners die het juridische aspect van een probleem herkennen en ook de weg weten in het plaatselijke hulpaanbod. Daardoor ontstaat een betere koppeling tussen het juridische en sociale domein.

In de tweede plaats komt er een vorm van triage aan de voorkant. Er zal kritischer worden gekeken welke zaken wel en welke niet in aanmerking komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand. Een onafhankelijke instantie maakt de afweging of rechtsbijstand echt noodzakelijk is, of dat iemand juist gediend is bij andere vormen van hulp.

In de derde plaats krijgen rechtsbijstandsverleners straks een vergoeding voor de oplossing die ze bieden en niet, zoals nu, om te procederen. Het kabinet introduceert iets nieuws: rechtshulppakketten. Die voorzien in een behandeling van het probleem voor een integrale, vooraf bepaalde prijs. Daarmee weten rechtszoekenden en hulpverleners vanaf het begin waar ze financieel aan toe zijn. Zo’n hulppakket bevat diverse elementen. Denk bijvoorbeeld aan advies, mediation of hulp bij onderhandeling. Als die stappen een uitkomst bieden, is procederen niet nodig. De aanbieder krijgt dan ook zonder procederen de afgesproken vergoeding voor de geboden oplossing.

Ten slotte is het van belang dat de overheid kritisch naar zichzelf kijkt. Te vaak benaderen overheidsinstanties burgers te formalistisch, terwijl een meer informele aanpak leidt tot minder escalatie. Er komt daarom meer ruimte voor persoonlijk contact en voor maatwerk. Als een zaak toch voor de rechter komt en de overheid verliest, dan wil het kabinet dat er een hoge proceskostenvergoeding volgt bij wijze van sanctie. Zo is er straks ook voor de overheid een stok achter de deur om onnodige procedures te voorkomen.

Het blijft de taak van het kabinet om de toegang tot het recht te garanderen, maar ook om de overheidsuitgaven niet te laten ontsporen. Daarom wil het de uitgaven voor de gesubsidieerde rechtsbijstand op het huidige niveau van ruim 400 miljoen euro per jaar houden. Daar wordt niet op gekort. Met deze uitgaven zit Nederland vergeleken met andere landen al aan de top. Voor de rechtshulpverleners zal deze stelselherziening leiden tot minder zaken, maar er ontstaat wel ruimte voor een betere beloning.

De komende tijd wordt het nieuwe stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand verder uitgewerkt en stapsgewijs ingevoerd. Daarbij zetten we in op een stelsel dat het recht toegankelijk maakt voor iedereen, een stelsel dat helpt om problemen van mensen echt op te lossen en dat daarmee onze rechtsstaat verder versterkt.







ARTIKEL: MEER VRAAG NAAR IVF-DRAAGMOEDERSCHAP, MAAR KOSTEN BLIJVEN EEN PROBLEEM.
bron: Redactioneel/De Monitor [KRONCRV].

De vraag naar draagmoederschap in Nederland neemt toe. Maar door de strikte criteria komen gemiddeld slechts zes paar wensouders in Nederland in aanmerking voor IVF-draagmoederschap. Veel stellen, waaronder homoparen, vallen buiten de boot, leren we in ons onderzoek Kinderwens. De beroepsgroep van gynaecologen NVOG adviseert om de teugels te laten vieren, en in ieder geval de behandeling ook voor homostellen mogelijk te maken. En terwijl er binnen de IVF-klinieken een discussie is losgebarsten over wie deze handschoen gaat oppakken, rijst er een nieuwe, niet onbelangrijke vraag: Wie gaat dit betalen?

De kosten voor het medisch technische traject zijn een paar duizend euro. En dat loopt fors op als je de psychische en juridische counseling van wensouders en de draagmoeder en haar partner erbij optelt. En juist die uitgebreide counseling vinden de deskundigen van groot belang om de behandeling zorgvuldig te laten verlopen en de risico’s te beperken. Er is op dit moment namelijk geen wet- of regelgeving die rechtszekerheid biedt voor de betrokken partijen bij draagmoederschap. De totale kosten lopen dus in de duizenden euro’s en dat is nu niet te verhalen op de zorgverzekeraar.

Bruno Bruins wil weten of het vergoed kan worden.

Wel heeft Bruno Bruins, de minister voor Medische Zorg en Sport, deze zomer aan Zorginstituut Nederland advies gevraagd over de financiering van zo’n complex IVF-traject. En dan met name in welke gevallen draagmoederschap binnen het basispakket kan worden gefinancierd. De aanleiding voor deze vraag is één van de aanbevelingen van de Staatscommissie Herijking ouderschap, een rapport over onder meer vraagstukken rond afstamming, meerouderschap en draagmoederschap. Ook deze staatscommissie signaleert dat de vraag naar draagmoederschap toeneemt en dat de beperkte mogelijkheden in Nederland aanleiding zouden kunnen zijn voor wensouders om naar het buitenland te gaan voor de behandeling met een draagmoeder. Het is volgens de commissie wenselijk om daar iets aan te doen.

"De wensmoeder heeft de medische indicatie, maar die is niet overdraagbaar van de ene naar de andere baarmoeder."

Zorginstituut Nederland.

Geen vergoeding vanuit de zorgverzekeringswet.

Een woordvoerder van het Zorginstituut laat ons desgevraagd weten dat er op dit moment géén vergoeding mogelijk is vanuit de zorgverzekeringswet. ‘Als algemeen uitgangspunt geldt dat medische interventies die worden verricht bij mensen die daarvoor niet een eigen medische indicatie hebben, geen verzekerde prestatie zijn en dus niet voor vergoeding door de verzekeraar in aanmerking komen.’ Concreet betekent het in dit geval dat de wet uitgaat van een vrouw die zelf geen kind kan krijgen. En dat is bij een draagmoeder juist niet het geval. ‘Zij is degene die de behandeling ondergaat. Maar de wensmoeder heeft de medische indicatie, en die is niet overdraagbaar van de ene naar de andere baarmoeder.’ Het Zorginstituut stelt dat er een aanpassing van de wet nodig is als de minister wil dat de behandeling toch vergoed moet worden. Een andere aanbeveling van de Staatscommissie is nieuwe wetgeving die ervoor zorgt dat de zowel de wensouders, als de draagmoeder en bovenal het kind beter juridisch beschermd zijn. Maar daarover is nog steeds geen politiek besluit genomen.

Eerst politiek besluit nodig.

De Zorgverzekeringswet kent op dit moment al een soortgelijke regeling bij orgaantransplantatie. ‘Want iemand die bij leven een orgaan doneert, heeft zelf geen medische indicatie. Hij of zij doet dit om iemand anders, die wél een medische indicatie heeft, te helpen. Maar óók de donor heeft een medische behandeling, zoals een ziekenhuisopname en een operatie nodig. En daarvan heeft de politiek gezegd: “We vinden het belangrijk dat mensen doneren, dus passen we de financiering aan”. Het Zorginstituut stelt verder dat overwogen kan worden om door wijziging van regelgeving ook te voorzien in een vergoeding vanuit de basisverzekering in situaties waar de wensouders zelf geen medisch vruchtbaarheidsprobleem hebben. Zoals in het geval van bijvoorbeeld homoparen. ‘Het is nu de vraag in hoeverre we dit willen regelen in Nederland.’ Het Zorginstituut vindt in ieder geval dat er eerst een politiek besluit genomen moet worden over de aanbevelingen van de Staatscommissie Herijking ouderschap. ‘Als daaruit de politieke wens naar voren komt dat er meer geregeld moet worden op het gebied van draagmoederschap, en dat dit gepaard moet gaan met uitbreiding van het verzekerde pakket, dan geven wij de minister hierover graag advies.'







ARTIKEL: ZEGGENSCHAP OVER WERKTIJDEN LEIDT TOT MEER TEVREDENHEID.
bron: Redactioneel/ActiZ.

Ruimte geven aan medewerkers en teams om samen met cliënten de juiste zorg op het juiste moment af te spreken en de gewenste werktijden hierop af te stemmen, dat is het uitgangspunt van De Kanteling Werktijden. Het proces om tot afspraken te komen, namelijk door een open dialoog binnen de organisatie zowel in teams als tussen teams en management en bestuur, is belangrijk voor een goed resultaat: tevreden werknemers die meer autonomie en meer balans tussen werk en privéleven ervaren.

De afgelopen twee jaar hebben vele zorgorganisaties ervaringen opgedaan met het gedachtengoed van De Kanteling, met de afspraken voor het kader en met de invoering daarvan. De inzichten en praktijkvoorbeelden zijn samengebracht in twee publicaties ter inspiratie voor anderen en voor de verdere ontwikkeling van De Kanteling Werktijden binnen organisaties. Met de opgedane ervaringen en in het licht van de huidige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, is het essentieel om in gesprek te blijven over zeggenschap van werktijden en zelforganiserende-/zelfsturende teams. Dit doen we onder andere door de dialoog in organisaties te stimuleren en door de CAO VVT verder te ontwikkelen.

Resultaten van De Kanteling.

Medewerkers geven aan dat meer zeggenschap leidt tot meer tevredenheid. Dat uit zich onder andere in meer tevredenheid over de werk-/privé balans. Ruimte geven aan verschillen en de roosterverantwoordelijkheid binnen het team leggen, hebben een positieve invloed op hoe medewerkers zeggenschap ervaren.

Uit de vier monitors tijdens het invoeringstraject blijken de volgende resultaten:

• Bij circa 65% van de organisaties zijn er afspraken over De Kanteling werktijden gemaakt en ingevoerd.
• Bij de organisaties waar al zeggenschap over werktijden was, is De Kanteling sneller tot stand gekomen en zijn zowel (vertegenwoordigers van) medewerkers als bestuurders tevredener.
• Zeggenschap over werktijden leidt tot een betere werk-/privé-balans en tot meer tevredenheid bij medewerkers over de werktijden. Zeker als in de afspraken rekening gehouden wordt met verschillen.
• Er wordt meer zeggenschap over werktijden ervaren als het team zelf het rooster vaststelt (en niet iemand buiten het team) en als er een goed werkend systeem is die dit ondersteunt.

Achtergrond en publicaties.

In de publicaties over De Kanteling is de opgedane kennis en praktijkervaringen beschreven. Doel is om daarmee een verdere impuls te geven aan inhoud en proces van de verschuiving van zeggenschap en invloed rond de werktijden naar teams en individuele medewerkers. Dit met inzichten in de te behalen voordelen, best practices ter inspiratie en houvast in de vorm van bevorderende en belemmerende factoren.







ARTIKEL: BESTAAT DE MANNENGRIEP EN HOE WORD JE SNEL BETER?
bron: Redactioneel/RTLnieuws.

Elk jaar krijgt 1 op de 10 Nederlander de griep. Dat is een stuk minder dan mensen zelf vaak denken.

Wat het verschil is tussen een verkoudheid en een griep en of de mannengriep nou wel of niet bestaat, legt Daphne uit.







ARTIKEL: DOOFBLINDE UTRECHTSE HILDA PRUIJS (52) MOET ZORG VAAK ZELF BETALEN.
bron: Persbericht/BKB.

Hilda Pruijs (52) heeft het Syndroom van Usher, een erfelijke aandoening waardoor zij uiteindelijk volledig doof en blind wordt. Als een van de twaalf ambassadeurs van de campagne Ongehoord & Ongezien vraagt zij haar gemeente Utrecht en gemeenten in heel Nederland om mensen als zij beter te helpen bij het krijgen van de juiste zorg, bij de keuzes die daarbij komen kijken en bij het participeren in de samenleving. In Nederland heeft 4,5% van de inwoners een beperking in horen en 5,5% een beperking in zien.

Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat het voor velen van hen moeilijk is om in hun gemeente de weg te vinden naar de zorg en ondersteuning die ze nodig hebben. Pruijs: “Voor mensen als ik is het zo belangrijk dat de gemeente zich echt inleeft in mijn situatie.”

1 op de 20 Nederlanders.

Maar liefst een op de twintig Nederlanders heeft een beperking in horen en/of eenzelfde aantal een beperking in zien. Er zijn grote onderlinge verschillen in de mate waarin dit beperkend is in het dagelijks leven. Wie hiervoor zorg en ondersteuning nodig heeft, moet zich sinds de decentralisaties in de langdurige zorg wenden tot de gemeente. In veel gemeenten is er onvoldoende aandacht voor de wensen en noden van deze doelgroep. Dat leidt tot verdere uitsluiting van mensen voor wie meedoen in de samenleving toch al een grote uitdaging is.

Campagne Ongehoord & Ongezien.

In de maand november nodigen twaalf ambassadeurs (een in elke provincie) de wethouder Zorg en Welzijn in hun gemeente uit voor een ‘maatwerkbezoek’. Hun boodschap: “Wij zijn blind of slechtziend, doof of slechthorend of allebei. Van een beetje tot heel erg. Toch lijkt het vaak alsof er juist iets mis is met de oren en ogen van de rest van Nederland. Ook wij willen, net als iedereen, gezien en gehoord worden. Alleen dan kunnen we met de gemeente zorg en ondersteuning regelen die écht passend is. En dan kunnen we leren, studeren, werken, vrijwilligerswerk doen, kortom: meedoen in het leven van alledag.” Op dit moment staan gesprekken gepland met de wethouders van Heerenveen, Almere, Purmerend, Brielle, Borger-Odoorn, Enschede en Middelburg en zijn gesprekken met de wethouders van Utrecht, Eindhoven en Urmond in voorbereiding.

Op www.ongehoordongezien.nl zijn de persoonlijke verhalen van de ambassadeurs te lezen over de uitdagingen die ze tegenkomen in het leven met een of twee zintuigen die niet goed werken. Ook geven ze hier hun tips voor gemeenten.

Ambassadeur voor Utrecht Hilda Pruijs.

Pruijs (52) woont in Utrecht met haar blindengeleidehond Milan. Ze heeft het aangeboren Syndroom van Usher waardoor zij doof is en geleidelijk blind wordt. Ze ziet nu met haar linkeroog als door een rietje en met rechts alleen heel wazig. Ze werkt als IT’er bij een grote bank. Helaas krijgt ze van de gemeente niet de steun die ze nodig heeft. “Ik ben van 8 uur naar 0 uur gegaan toen de zorg overgeheveld werd naar de gemeenten. Waarom is mij niet helemaal duidelijk, maar ik denk omdat ik nog zelfstandig kan werken. Overdag red ik mij goed, maar in de avonden en weekenden heb ik hulp nodig met het lezen van de post en het schoonmaken van mijn huis. Nu moet ik hier vrienden en kennissen voor vragen en de hulp soms inhuren van mijn eigen geld.” Als ze de gemeente een tip mag geven is het: “Verdiep je ook in de lange termijnsituatie van mensen met een zorgvraag, dan snap je veel beter wat iemand echt nodig heeft.”

De campagne is een initiatief van de Oogvereniging en de belangenorganisaties voor doven en slechthorenden in samenwerking met zorgaanbieders GGMD, Koninklijke Visio, Koninklijke Kentalis, SIAC, Robert Coppes Stichting en Bartiméus.







ARTIKEL: WEBSITE VOOR OUDERS VAN JONGE KINDEREN MET AUTISME.
bron: Persbericht/BKB.

Hilda Pruijs (52) heeft het Syndroom van Usher, een erfelijke aandoening waardoor zij uiteindelijk volledig doof en blind wordt. Als een van de twaalf ambassadeurs van de campagne Ongehoord & Ongezien vraagt zij haar gemeente Utrecht en gemeenten in heel Nederland om mensen als zij beter te helpen bij het krijgen van de juiste zorg, bij de keuzes die daarbij komen kijken en bij het participeren in de samenleving. In Nederland heeft 4,5% van de inwoners een beperking in horen en 5,5% een beperking in zien.

Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat het voor velen van hen moeilijk is om in hun gemeente de weg te vinden naar de zorg en ondersteuning die ze nodig hebben. Pruijs: “Voor mensen als ik is het zo belangrijk dat de gemeente zich echt inleeft in mijn situatie.”

1 op de 20 Nederlanders.

Maar liefst een op de twintig Nederlanders heeft een beperking in horen en/of eenzelfde aantal een beperking in zien. Er zijn grote onderlinge verschillen in de mate waarin dit beperkend is in het dagelijks leven. Wie hiervoor zorg en ondersteuning nodig heeft, moet zich sinds de decentralisaties in de langdurige zorg wenden tot de gemeente. In veel gemeenten is er onvoldoende aandacht voor de wensen en noden van deze doelgroep. Dat leidt tot verdere uitsluiting van mensen voor wie meedoen in de samenleving toch al een grote uitdaging is.

Campagne Ongehoord & Ongezien.

In de maand november nodigen twaalf ambassadeurs (een in elke provincie) de wethouder Zorg en Welzijn in hun gemeente uit voor een ‘maatwerkbezoek’. Hun boodschap: “Wij zijn blind of slechtziend, doof of slechthorend of allebei. Van een beetje tot heel erg. Toch lijkt het vaak alsof er juist iets mis is met de oren en ogen van de rest van Nederland. Ook wij willen, net als iedereen, gezien en gehoord worden. Alleen dan kunnen we met de gemeente zorg en ondersteuning regelen die écht passend is. En dan kunnen we leren, studeren, werken, vrijwilligerswerk doen, kortom: meedoen in het leven van alledag.” Op dit moment staan gesprekken gepland met de wethouders van Heerenveen, Almere, Purmerend, Brielle, Borger-Odoorn, Enschede en Middelburg en zijn gesprekken met de wethouders van Utrecht, Eindhoven en Urmond in voorbereiding.

Op www.ongehoordongezien.nl zijn de persoonlijke verhalen van de ambassadeurs te lezen over de uitdagingen die ze tegenkomen in het leven met een of twee zintuigen die niet goed werken. Ook geven ze hier hun tips voor gemeenten.

Ambassadeur voor Utrecht Hilda Pruijs.

Pruijs (52) woont in Utrecht met haar blindengeleidehond Milan. Ze heeft het aangeboren Syndroom van Usher waardoor zij doof is en geleidelijk blind wordt. Ze ziet nu met haar linkeroog als door een rietje en met rechts alleen heel wazig. Ze werkt als IT’er bij een grote bank. Helaas krijgt ze van de gemeente niet de steun die ze nodig heeft. “Ik ben van 8 uur naar 0 uur gegaan toen de zorg overgeheveld werd naar de gemeenten. Waarom is mij niet helemaal duidelijk, maar ik denk omdat ik nog zelfstandig kan werken. Overdag red ik mij goed, maar in de avonden en weekenden heb ik hulp nodig met het lezen van de post en het schoonmaken van mijn huis. Nu moet ik hier vrienden en kennissen voor vragen en de hulp soms inhuren van mijn eigen geld.” Als ze de gemeente een tip mag geven is het: “Verdiep je ook in de lange termijnsituatie van mensen met een zorgvraag, dan snap je veel beter wat iemand echt nodig heeft.”

De campagne is een initiatief van de Oogvereniging en de belangenorganisaties voor doven en slechthorenden in samenwerking met zorgaanbieders GGMD, Koninklijke Visio, Koninklijke Kentalis, SIAC, Robert Coppes Stichting en Bartiméus.







ARTIKEL: CHANTAL GEEFT VANUIT HAAR ROLSTOEL MANTELZORG AAN OMA: ‘WE ZIJN EEN GOED TEAM’.
bron: Redactioneel/AD/ANP MediaWatch.

Chantal Hendriks (40) is als mantelzorger de steun en toeverlaat van haar 92-jarige oma Conny Hendriks. Hoewel Chantal in een rolstoel zit vanwege reuma, gaat ze meerdere keren per week langs bij haar oma om te helpen met allerlei klusjes. Of gewoon voor een kop koffie en gezelligheid. Op de Dag van de Mantelzorg vertellen de twee openhartig over hun situatie. ‘Als mij plots iets te binnen schiet, heeft Chantal het al geregeld.’

Door de drie naast elkaar geplaatste ramen in het mooie en strakke appartement in zorgcentrum Catharinahof in Grave, zie je het huis van Chantal al staan. ,,Als die bomen er niet zouden staan, konden we naar elkaar zwaaien”, zegt ze lachend. ,,Vroeger had je een groot raam, nu hoort het blijkbaar los’’, reageert mevrouw Hendriks onverwacht vanaf de stoel aan een ronde donkerkleurige houten tafel in de woonkamer.

"Ik kan het niet meer alleen, ouderdom komt echt met gebreken hoor."

Mevrouw Hendriks.

Mevrouw Hendriks woonde 1,5 jaar geleden nog zelfstandig in een seniorenwoning in Nijmegen. Langzaam maar zeker werd het lastiger, zowel fysiek als mentaal. ,,Ik kan het niet meer alleen, ouderdom komt echt met gebreken hoor.’’

Ze besloot naar Grave te verhuizen, letterlijk een steenworp afstand van haar kleindochter Chantal, die sindsdien vrijwel alles voor haar regelt. ,,Ze noemen het geloof ik een spilmantelzorger. Ik ga mee naar de dokter als er iets is, ik onderhoud de contacten met de fysio, het zorgteam, de huisarts, de specialisten en de directe familie. Eigenlijk alles wat er geregeld moet worden. En ik ga natuurlijk een paar keer per week langs om gewoon even gezellig samen te eten of koffie te drinken.’’

Begint klein.

Wekelijks is ze zo’n 7 tot 10 uur kwijt aan de zorg. Dat combineert ze met haar vrijwilligerswerk bij een kinderdagverblijf, waar ze 8 uur per week aan kwijt is. ,,Het is gelukkig nooit een probleem als ik een keer een dag moet verzetten omdat ik met mijn oma meega naar het ziekenhuis.”

Chantal is eigenlijk onverwacht in haar bijzondere rol beland, zoals zoveel mantelzorgers in Nederland. ,,Het begint heel klein, zo van ‘Goh Chantal, ik heb een brief binnengekregen, wil jij eens kijken wat daarmee moet gebeuren?’ En voordat je het weet ben je als familielid dagelijks bezig met de zorg.’’

"Het begint heel klein, zo van ‘Goh Chantal, ik heb een brief binnenge­kre­gen, wil jij eens kijken wat daarmee moet gebeuren?"

Chantal.

Reuma.

Mantelzorg is zwaar, maar voor Chantal misschien nog wel zwaarder. Ze heeft al van kinds af aan reuma, en zit daardoor in een rolstoel. Fysiek kan ze dus niet goed helpen. Dat vindt ze vervelend, maar gelukkig wordt haar oma daarbij bijgestaan door het zorgcentrum. ,,De zusters helpen mij met van alles en nog wat. Ik hoef maar te bellen, en dan staan ze op de stoep. Ik heb een alarmeringsknopje aan een touwtje om m’n nek hangen. Als ik daar op druk, komen ze direct.”

,,Oma, hoe denk jij over onze relatie?” Mevrouw Hendriks twijfelt over haar woorden. ,,Nou, het klikt toch goed? En als dat niet zo is, dan zeggen we dat toch ook?” Chantal: ,,Ja, soms kunnen we ook wel een beetje mopperen op elkaar, dat hoort erbij. Ik vind wel dat onze band de laatste paar jaar veel beter is geworden.” Ze kijken elkaar bevestigend aan.

Eigen regie.

Bij het geoliede team Hendriks staat zelfstandigheid centraal. ,,Ik hou veel dingen op de achtergrond in de gaten, maar oma houdt uiteindelijk zelf de regie over haar leven. Alles gaat in overleg. Net zoals ik zelf de regie over mijn leven wil houden, ook al heb ik hulp van anderen nodig, wil ik ook dat mijn oma de eigen regie houdt, ook al heeft ze mijn hulp soms nodig.’’

Afwachten tot Chantal langskomt doet mevrouw Hendriks niet. ,,Het kan zijn dat ik in het zorgcentrum aan het koffiedrinken ben of naar de supermarkt vlakbij een boodschap haal en dus niet thuis ben als ze onverwacht langskomt. Het is voor mij heel belangrijk dat ik m’n eigen ding kan doen. Maar ik schiet ook wel eens mis hoor”, lacht ze. ,,Gisteren was ik bij de kapper. Ik zei: ‘Sorry, ik geloof dat ik hier gisteren al moest zijn’. ‘Nee hoor’, zei ze, ‘uw afspraak is pas volgende week’.”

De twee zijn blij met de Dag voor de Mantelzorg. ,,Ik denk dat veel mensen niet weten wat dat voor iemand kan betekenen, hoeveel tijd en energie het kan kosten”, zegt Chantal. ,,En eerlijk is eerlijk, het is ook gewoon leuk om een bloemetje of een kaartje te krijgen, zoals ik van mijn tante gekregen heb.” Als extra bedankje heeft haar tante ook een grote reep chocolade laten bezorgen. ,,Ik was helemaal verrast. Zo leuk als je een stukje waardering krijgt.”







ARTIKEL: HN-INFOPUNT: WIE BEPAALT HOEVEEL PROCENT ARBEIDSONGESCHIKT IK BEN VOOR DE WIA?
Dagelijks een duidelijk antwoord op een gestelde vraag.
Beantwoord door de mederwerkers van ons HN-INFOpunt.

Wij ontvingen de volgende vraag:

"Binnenkort zal ik een WIA-uitkering krijgen. Maar wie bepaalt hoeveel procent ik arbeids-(on)geschikt bent?"

Onze HN-informateur antwoord:

De arts en de arbeidsdeskundige van UWV bepalen uw mate van arbeidsongeschiktheid. Dit gebeurt door een keuring. U krijgt die keuring als u na 2 jaar ziekte niet of niet volledig aan het werk kunt.

UWV-arts beoordeelt uw arbeidsbeperkingen.

U bespreekt uw lichamelijke of psychische problemen met de arts van UWV. En of uw problemen tijdelijk of blijvend zijn.

Arbeidsdeskundige bepaalt welk soort werk u aankunt.

Als de UWV-arts heeft vastgesteld dat u arbeidsbeperkingen heeft, krijgt u een gesprek met de arbeidsdeskundige. De arbeidsdeskundige bepaalt welk soort werk u nog kunt doen ondanks uw beperkingen. En wat dat betekent voor uw mate van arbeidsongeschiktheid. Is die minstens 35%, dan heeft u mogelijk recht op een WIA-uitkering.

Mate van arbeidsongeschiktheid.

Uw mate van arbeidsongeschiktheid wordt bepaald door het verschil tussen:

• het loon dat u ondanks uw beperkingen nog kunt verdienen;
• het loon dat u verdiende voor u ziek werd.

Herkeuring WIA bij verandering mate van arbeidsongeschiktheid.

Als uw gezondheid verbetert of verslechtert, kunt u een herkeuring krijgen voor de WIA. U kunt die ook zelf aanvragen. De uitslag van de herkeuring kan gevolgen hebben voor uw WIA-uitkering.

WIA-uitkering na herkeuring.

Na een herkeuring kunt u een andere (hogere of lagere) WIA-uitkering krijgen. Om een lagere uitkering aan te vullen, gaat u op zoek naar (meer) werk.

Einde WIA-uitkering.

Uw WIA-uitkering heeft geen vaste einddatum. Uw WIA-uitkering kan om verschillende redenen eindigen. Bijvoorbeeld als u weer hersteld bent of als u de AOW-leeftijd bereikt.







ARTIKEL: ONZE LACHAFSLUITING.
Onze dagelijks afsluiting met een lach.
Vandaag ingezonden door Annemarie van der Meulen.

Een adjunct-directeur in Amerika werd opgeroepen als jurylid in een rechtszaak die een hele tijd dreigde te gaan duren. Hij verzocht de rechter hem vrij te stellen. "We hebben het erg druk op de zaak," betoogde hij. "Ik kan me niet veroorloven lang weg te blijven." "Ik begrijp het al," zei de rechter. "U bent zo'n zelfingenomen zakenman die ervan overtuigd is dat het bedrijf zonder hem naar de knoppen gaat. Klopt dat?" "Nee, edelachtbare, ik weet best dat ze het zonder me kunnen stellen. Ik wil alleen niet dat ze daar achter komen."











En hiermee zijn we aan het eind gekomen van ons nieuwsoverzicht van vandaag.
Voor meer nieuws gaat u naar www.handicapnieuws.net of volgt u ons op social media.

Morgenvroeg maken we weer een nieuwe update, want je weet het: HandicapNieuws is dagelijks 'uitgsproken' actueel!

Ga naar:
- Maandag.
- Dinsdag.
- Woensdag.
- Donderdag.
- Vrijdag.