Welkom op de speciaal toegankelijke website van HANDICAPNIEUWSnet. HANDICAPNIEUWSnet is uitgsproken actueel: dinsdag
Keuzeknoppen om terug te gaan naar: Startpagina
::

dinsdag

Keuze: Readspeaker uit.

Lees voor

U luistert naar HANDICAPNIEUWSnet NIEUWSUPDATE van dinsdag 19 september 2017.

VANDAAG IN ONS NIEUWS:
Meer kinderen in zware jeugdzorg, maar geldpot vaak leeg.
Te weinig verpleging voor mensen die thuis willen sterven: Dieptepunt in zorg.
Algoritme ontdekt Alzheimer jaren van tevoren.
Koopkrachtkloof werkend/niet-werkend wéér toegenomen.
We slapen lang in Nederland, maar zeker niet goed. [+Video]
Te weinig openbare damestoiletten: Het is vooral een geldkwestie.
NVVE ziet sterke stijging van aantal wilsverklaringen.
Welbevinden verpleeghuizen ook taak van vrijwilligers en familie.
Onderzoek: extreme verlegenheid blijkt voor een deel erfelijk.
Nieuwe onderzoeksmethode onthult oorzaak erfelijke kanker.
MuZIEum in een nieuw jasje. [+Video]
Onduidelijkheid bij familieleden van mensen met een verstandelijke beperking over veranderingen in de langdurige zorg.
Meer geld voor opleiding en werving zorgpersoneel.
Verschil tussen gemeentelijke zorgkosten kan oplopen tot 500 euro per jaar.
Geen toekenning pgb-Wlz in wooninitiatief?
Geen Zvw-pgb bij inkoop gecontracteerde zorgaanbieder.
Moeder schrijft boek over ondraaglijke strijd oorsuizen dochter.
Veel gemeenten hebben geen geld meer voor jeugdzorg.
Ook notarissen alerter op dementie en misbruik.
NIVEL Zorgmonitor Krimpgebieden geeft inzicht in zorg bij bevolkingsdaling.
Gelukkiger met klikprothese na beenamputatie. [+Video]
Mantelzorg gaat door, ook als naaste in verzorgingshuis verblijft.
Do's en don'ts in de participatiesamenleving. [+Video]
INFOpunt: Mag een vliegtuigmaatschappij mij als gehandicapte weigeren?
Onze Lachafsluiting.

Voor meer informatie over de handicap nationaal? ga naar hun site: www.handicapnationaal.nl, mail naar info@handicapnationaal.nl, of bel op kantoortijden naar 06-12390746. en dan nu onze artikelen van vandaag.







ARTIKEL:

MEER KINDEREN IN ZWARE JEUGDZORG,

MAAR GELDPOT VAAK LEEG.


bron: Redactioneel/NOS/BinnenlandsBestuur.

door: Ton van Vugt.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Steeds meer kinderen kloppen bij gemeenten aan voor jeugdzorg, terwijl het jaarbudget voor die zorg bij veel gemeenten al op is. Dat blijkt uit onderzoek van de NOS en het blad Binnenlands Bestuur onder 228 gemeentebesturen.

Bijna driekwart van de ondervraagde gemeenten ziet de zorgvraag stijgen. Nog eens driekwart ziet ook dat de hulpvraag waarmee kinderen komen, zwaarder wordt.

Bij de overheveling van jeugdtaken naar gemeenten was de verwachting dat gemeenten kinderen met maatwerk en lichtere zorg efficiënter konden helpen. Ieder jaar wordt er daarom verder op het jeugdzorgbudget bezuinigd.

Gemeenten benadrukken in de vragenlijst dat veranderingen in zorg meer tijd nodig gaan hebben.

Nog drie maanden te gaan.

Dat het geld in de helft van de gemeenten nu al op is, brengt gemeenten in de problemen voor de drie resterende maanden van 2017. Nieuwe gevallen blijven zich aandienen en de zorg moet ook betaald worden.

De helft van alle gemeenten had al extra eigen geld bijgelegd voor dit jaar en komt nu toch niet uit. De meeste lossen dit op door extra geld over te hevelen vanuit reserves, andere (zorg)posten of incidentele posten. De verwachte tekorten verschillen van enkele honderden euro's tot maar liefst 12 miljoen.

Instroom dempen.

Het nemen van maatregelen staat nu bij driekwart van de gemeenten op de agenda. De meeste bestuurders willen strengere afspraken met zorgaanbieders maken, of meer druk zetten op het vernieuwen van het zorgaanbod. Maar ook het (tijdelijk) laten oplopen van wachttijden of patiëntenstoppen worden overwogen.

Gemeenten denken dat de toestroom komt doordat wijkenteams meer achter de voordeur zien en dan hulp inroepen. Maar de meeste doorverwijzingen lopen via de huisarts, buiten wijkenteams om.

Een deel zegt dat de sociale problematiek van kinderen toeneemt. Zo noemen meerdere gemeenten een toename van hevige vechtscheidingen. Ook zien gemeenten dat kinderen vaker thuis zorg krijgen, omdat het aantal bedden in instellingen is afgebouwd. Een enkeling wijst naar de zorgaanbieders: die zouden zwaarder indiceren als de tarieven verlaagd worden, uit zelfbehoud. Andere onderzoeken nog waarom meer kinderen ook zwaardere zorg nodig hebben.

Ruim driekwart van de gemeenten heeft al wachtlijsten voor jeugdzorg en de helft daarvan noemt die zelf onverantwoord. Toch geeft nog geen enkele gemeente zichzelf ronduit een onvoldoende als het gaat om de toegang tot jeugdzorg.

Toekomst somber.

Voor 2018 zijn gemeenten negatief: bijna 90 procent verwacht ook dan niet uit te komen met de beschikbare gelden. Ze geven in de toelichting aan dat ze vooral meer tijd nodig hebben om tot een innovatiever en passender zorgaanbod te komen.

Gemeenten willen meer kunnen investeren in preventie, zodat ze op langere termijn kosten besparen. Daarom pleiten veel gemeenten voor het langzamer doorvoeren van de bezuinigingen. Dat geeft meer financiële ruimte voor preventie en verandering.

De vragenlijst is aan alle 388 gemeenten gestuurd. Daarvan deden 248 gemeenten mee. 228 bereikten ons op tijd en die zijn verwerkt. De overige 20 zijn wel inhoudelijk bekeken, maar niet verwerkt in het totaalbeeld. De uitkomsten vertellen dus hoe bijna 60 procent van de gemeenten - groot en klein en uit alle regio's - denken over jeugdzorg.

In een enkel geval hebben gemeenten de vragenlijst samen ingevuld. De gemeenten die niet meededen, noemden als redenen veelal tijdgebrek, het niet halen van de deadline of een gebrek aan zicht op de cijfers.







ARTIKEL:

TE WEINIG VERPLEGING VOOR MENSEN

DIE THUIS WILLEN STERVEN:

"DIEPTEPUNT IN ZORG."


bron: Redactioneel/RTLnieuws.

door: Carlijn de Groot.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Terminaal ziek zijn en thuis willen overlijden, maar dat niet kunnen omdat er geen thuiszorg voor je is: uit een enquête van RTL Nieuws blijkt dat dit de laatste tijd tientallen patiënten is overkomen. "Wijkverpleegkundigen vertellen ons dat ze het verschrikkelijk vinden om cliënten te moeten weigeren."

Ruim één op de vijf deelnemende ziekenhuizen en hospices antwoordt op de enquête dat zij het afgelopen jaar hebben meegemaakt dat patiënten moesten worden opgenomen of niet konden worden ontslagen omdat ze thuis niet de zorg konden krijgen die ze nodig hadden. Palliatieve thuiszorg heet dat (zie kader).

Landelijk probleem.

Een landelijk probleem, zegt directeur Jos de Blok, directeur van thuiszorgorganisatie Buurtzorg. Hoe vaak het in Nederland niet lukt om palliatieve thuiszorg voor een patiënt te regelen, wordt niet geregistreerd, maar ook directeur Sonja Kersten van V&VN zegt signalen te krijgen 'dat zorgaanbieders door het gebrek aan wijkverpleegkundigen soms 'nee' moeten zeggen tegen verzoeken om palliatieve zorg'.

Wat is palliatieve thuiszorg?

Palliatieve zorg is zorg die patiënten die terminaal zijn in de laatste fase van hun leven krijgen. In principe gaat het daarbij om een periode van maximaal drie maanden waarin wordt geprobeerd lijden zoveel mogelijk te voorkomen of verlichten. Patiënten krijgen bijvoorbeeld pijnbestrijding en psychische en emotionele hulp, maar ook hulp bij de dagelijkse verzorging, eten en drinken, verzorging van wonden of bijvoorbeeld het verzorgen van een stoma.

Ook de naasten van een patiënt kunnen via palliatieve thuiszorg hulp krijgen, bijvoorbeeld met de gevoelens en emoties die zij hebben omdat zij een dierbare gaan verliezen.

Thuiszorgorganisaties hebben vaak een apart team dat de echt ingewikkelde medische taken kan doen, zoals het instellen en onderhouden van een zuurstofapparaat of het geven van een bloedtransfusie. Welke zorg patiënten nodig hebben, verschilt per patiënt.

Palliatieve zorg kan op verschillende plaatsen gegeven worden: in een ziekenhuis, een hospice, een verpleeghuis of thuis. Als de zorg thuis wordt gegeven, betekent dat dat een verpleegkundige meerdere keren per dag langskomt en dat er 24 uur per dag iemand van thuiszorg kan inspringen als de situatie van de patiënt daar aanleiding voor geeft.

Huisarts Marike de Meij van het palliatief team van ziekenhuis OLVG in Amsterdam ziet dat het steeds moeilijker wordt om de juiste zorg te vinden voor patiënten die naar huis willen om te overlijden. "We bellen altijd eerst de organisaties waar we goede ervaringen mee hebben. Daarna die waar we minder ervaring mee hebben."

Echt een gok.

Als dat niet lukt, klopt De Meij aan bij voor haar onbekende organisaties. "Daarvan hebben we geen idee of ze de benodigde zorg goed kunnen bieden. Dat is dan echt een gok, we hopen dat het goed gaat. En zelfs daar lukt het ons niet altijd om zorg te regelen, waardoor patiënten langer in het ziekenhuis moeten blijven en hier ook overlijden."

De V&VN krijgt signalen dat dit probleem in verschillende delen van het land speelt. Kersten: "We bereiken een dieptepunt als je in ons land niet meer thuis kunt sterven omdat er te weinig verpleegkundigen zijn."

Steunkousen kunnen wel

Kersten: "Het wrange doet zich voor dat een simpele vraag om hulp bij het aantrekken van steunkousen wél kan worden gehonoreerd, maar een traject om thuis te sterven niet. Wijkverpleegkundigen vertellen ons dat ze dat verschrikkelijk vinden."

Muriël Houthuijse geeft als verpleegkundige palliatieve zorg: "Veel wijkverpleegkundigen draaien dubbele diensten: een ochtenddienst van vijf of zes uur en een avonddienst van soms vier tot vijf uur. En als we in de ochtend niet genoeg tijd hebben voor een patiënt, dan komen we 's middags terug. In palliatieve zorg gaat veel tijd zitten en die willen we ook geven, maar dit is niet lang vol te houden."

Moeilijk om mensen te weigeren.

Dat ziet ook De Blok: "Wij waarschuwen teams niet over hun grenzen heen te gaan, maar verpleegkundigen voelen zich verantwoordelijk en vinden het moeilijk om mensen te weigeren. Zeker als het om mensen gaat die terminaal ziek zijn."

"Als een ziekenhuis belt en zegt dat ze iemand hebben die op korte termijn zal overlijden en daarvoor graag naar huis wil, dan doet dat wat met je. Die mensen weigeren is heel moeilijk. We zien dan ook dat steeds meer mensen veel meer uren werken dan in hun contract staat. Daardoor neemt ook het risico op burn-outs bij wijkverpleegkundigen toe."

Het onderzoek van RTL Nieuws:

RTL Nieuws heeft 83 ziekenhuizen en 117 van de circa 300 hospices in Nederland een vragenlijst gestuurd met onder meer de vraag of zij te maken krijgen met patiënten die thuis willen overlijden, maar moeten worden opgenomen omdat de thuiszorg niet geregeld kan worden. 82 instellingen vulden de vragenlijst in: 29 ziekenhuizen en 53 hospices. Van hen zegt 22 procent (18 ziekenhuizen en hospices) daar minstens één keer mee te maken te hebben gehad.

Acht instellingen zeggen al langer dan een jaar niet altijd in staat te zijn alle patiënten die dat willen thuis te laten overlijden, drie instellingen werden vooral de afgelopen drie maanden, dus tijdens deze zomerperiode, met het probleem geconfronteerd.

Probleem wordt groter.

De Blok vindt dat er wat moet gebeuren. "Dit probleem wordt de komende jaren alleen maar groter. We willen geen patiënten in de kou laten staan en vinden dat alle mensen zorg moeten krijgen. Dat klinkt heel logisch, maar dat is het helaas niet."

Behalve het tekort aan verpleegkundigen, zijn er volgens De Blok meer oorzaken voor het probleem: mensen die bijvoorbeeld in het ziekenhuis liggen, moeten sneller naar huis, waardoor er meer behoefte is aan thuiszorg, en thuiszorginstellingen zijn voorzichtig met het aantrekken van nieuwe mensen omdat ze vastzitten aan afspraken met zorgverzekeraars over het aantal patiënten voor wie zij de zorg vergoed krijgen.

Duizenden patiënten.

De Blok denkt dat duizenden patiënten geen thuiszorg kunnen krijgen terwijl ze die wel nodig hebben. Daarbij gaat het niet alleen om palliatieve thuiszorg, maar om alle vormen van thuiszorg.

"We worden tegenwoordig dagelijks gebeld door ziekenhuizen en verzekeraars met de vraag of wij een patiënt kunnen helpen. Dan hebben ze al gebeld met onze wijkteams, het eerste aanspreekpunt bij hen, en daar te horen gekregen dat het niet mogelijk is. En sinds een half jaar bellen ze zelfs een paar keer per maand met mij persoonlijk in de hoop dat ik als directeur nog iets kan bereiken. Dat gebeurde voorheen nooit."







ARTIKEL:

ALGORITME ONTDEKT ALZHEIMER

JAREN VAN TEVOREN.


bron: Redactioneel/Bright.nl/RTLnieuws.

door: Ton van Vugt.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Een Italiaanse universiteit kan met een MRI-scan en kunstmatige intelligentie eerder bepalen of iemand de ziekte van Alzheimer krijgt. Op basis van een hersenscan kan een algoritme Alzheimer zien aankomen, tien jaar voordat dokters de ziekte herkennen in symptomen.

Dat schrijft New Scientist. Aan de Universiteit van Bari in Italië werd een algoritme met kunstmatige intelligentie ontwikkeld die veranderingen in hersenen waarnemen, die te maken hebben met de ziekte.

Het algoritme werd geleerd om onderscheid te maken tussen gezonde en ongezonde hersenen. Daarvoor werd elke hersenscan opgedeeld in kleine deeltjes om daarna de verbindingen in zenuwcellen te analyseren.

86 procent.

Het Italiaanse team trainde de kunstmatige intelligentie door het 67 MRI-scans te 'voeren'. Daarvan waren er 48 van Alzheimer-patiënten en 29 van gezonde hersenen. Daarna werd de techniek getest op scans van 148 mensen.

Daarvan waren er 52 gezond, hadden er 48 Alzheimer en nog eens 48 die een lichte cognitieve stoornis hadden, maar die 2,5 tot 9 jaar later Alzheimer zouden ontwikkelen.

Uiteindelijk herkende het algoritme het verschil tussen een gezond brein en hersenen met Alzheimer met een nauwkeurigheid van 86 procent. Ook bepaalde de kunstmatige intelligentie het verschil tussen gezonde hersenen en die met een lichte cognitieve stoornis met een zekerheid van 84 procent. Het team denkt dat de techniek uiteindelijk doorontwikkeld kan worden om Alzheimer zo vroeg mogelijk te kunnen ontdekken.







ARTIKEL:

KOOPKRACHTKLOOF

WERKEND/NIET-WERKEND

WÉÉR TOEGENOMEN.


bron: Redactioneel/ANBO.

door: Ton van Vugt.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Juichende berichten naar aanleiding van de koopkrachtcijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag publiceerde: "we" kregen in 2016 2,7 procent meer koopkracht.

"Jammer genoeg hoeven gepensioneerden niet heel hard mee te juichen", aldus Liane den Haan, directeur-bestuurder van ANBO. "Over alle groepen is de koopkracht gemiddeld gestegen. Dat is zonder meer positief, maar gepensioneerden blijven opnieuw ver achter bij werkenden. Ik roep het nieuwe kabinet op om maatregelen te nemen om die grote koopkrachtkloof te gaan dichten. Daarbij past het om extra aandacht te geven aan specifieke groepen in onze samenleving die in de afgelopen jaren niet hebben mogen profiteren van het economisch herstel."

Kloof moet gedicht worden.

ANBO heeft in het verleden al aangegeven dat de enorme kloof in de koopkrachtontwikkeling tussen werkenden en niet-werkenden niet aanvaardbaar is en gedicht moet worden. Economisch herstel is voor iedereen in Nederland, dus ook voor mensen die niet meer werken. De overheid moet er daarom voor zorgen dat er een evenwichtig koopkrachtbeleid is, waar ook ruimte moet zijn om rekening te houden met bijzondere groepen in de samenleving.

Den Haan: "Het CBS presenteert gemiddelde cijfers. Kijk je wat verder, dan zie je dat vorig jaar ruim 37 procent van de 65-plussers een koopkrachtdaling heeft moeten ondergaan! Zo’n gevolg kan ik met de beste wil van de wereld geen evenwichtig koopkrachtbeleid vinden."

Koopkrachtonderzoek.

ANBO presenteerde in 2015 een wetenschappelijk koopkrachtonderzoek, waaruit bleek dat de koopkracht van gepensioneerden met een zorgvraag sinds het uitbreken van de economische crisis harde klappen heeft gekregen. Den Haan: "Vooral gepensioneerden met een middeninkomen én een zorgvraag zijn de klos. De zorgkosten nemen aan de ene kant toe, aan de andere kant kom je niet in aanmerking voor compensatieregelingen." Onlangs bevestigde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dit beeld in hun rapport ‘De val van de middenklasse’.







ARTIKEL:

WE SLAPEN LANG IN NEDERLAND,

MAAR ZEKER NIET GOED.


bron: Redactioneel/NOS.

door: Carlijn de Groot.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Chronisch slecht slapen vergroot het risico op angststoornissen, depressie en dementie, en op lichamelijke aandoeningen zoals obesitas, hart- en vaatziekten en type 2 diabetes. Dat blijkt uit onderzoek met gegevens van in totaal 140.000 mensen - de grootste onderzoeksgroep ooit op dit gebied. Het onderzoek gebeurde in opdracht van de Hersenstichting.

Er werden slaaponderzoeken van de afgelopen 25 jaar verzameld en geanalyseerd om in beeld te brengen hoe Nederland slaapt. Slaapexperts hopen dat met dit inzicht de zorg voor mensen met slaapproblemen beter wordt ingericht.

"De duur van onze slaap is in Nederland geen probleem", zegt Eus van Someren van het Nederlands Herseninstituut, dat de data analyseerde. 90 procent van de Nederlanders slaapt binnen de aanbevolen duur van 7-9 uur voor volwassenen. "Dat we genoeg slapen betekent echter niet automatisch dat we ook goede slapers zijn. We hebben moeite met inslapen, gebruiken medicatie en hebben moeite met wakker worden. Hier moeten we echt iets aan doen."

Vrouwen slapen slechter.

Een greep uit de resultaten: vrouwen slapen over het algemeen iets langer dan mannen, maar ze slapen ook een stuk slechter. Vrouwen komen moeilijker in slaap, hebben meer moeite met doorslapen en gebruiken meer slaapmedicatie dan mannen.

11 procent van de vrouwen in de leeftijdsgroep 41 tot 65 jaar gebruikt slaapmedicatie, tegen 4,6 procent van de mannen. In de leeftijdsgroep daarboven is dat zelfs 17,5 procent versus 6,1 procent. 1 op de 10 jongeren tussen 14 en 17 jaar slaapt te weinig.

"Er is een wildgroei aan therapeuten en pillen, maar goede, laagdrempelige hulp ontbreekt."

Ingrid Verbeek, Centrum voor Slaapgeneeskunde Kempenhaeghe.

Er is officieel sprake van een slaapstoornis als iemand gedurende drie maanden zeker drie dagen per week slecht slaapt, vaak wakker wordt en weer moeilijk inslaapt. Dat leidt overdag onder meer tot slechtere prestaties.

"Slaapstoornis is na angststoornis, samen met depressie, de meest voorkomende mentale stoornis en is door de Wereldgezondheidsraad onlangs erkend als afzonderlijke ziekte", zegt Ingrid Verbeek van het Centrum voor Slaapgeneeskunde Kempenhaeghe. "Toch is voor depressies de zorg goed geregeld, terwijl dat niet zo is voor slaapstoornissen. Er is een wildgroei aan therapeuten en pillen, maar goede, laagdrempelige hulp ontbreekt."

Verbeek helpt mensen met slapeloosheid door middel van cognitieve gedragstherapie. Patiënten krijgen opdrachten mee om het slaap- en piekergedrag aan te pakken, om te ontspannen en om de tijden van slaap bij te houden. "Dit helpt, maar het wordt lang niet altijd vergoed door zorgverzekeraars. En ook laagdrempelige hulp ontbreekt, zoals e-health door goed opgeleide therapeuten."

'Niet in bed blijven'

Ook Van Someren noemt het hoog tijd dat de zorg voor mensen met slaapproblemen goed wordt ingericht. "Al die apps die je slaap bijhouden, leiden niet tot gedragsverandering. Daar hebben we goede experts voor nodig, die mensen niet-populaire maatregelen moeten voorhouden. Zo moet je mensen die slecht in slaap komen, vertellen dat ze vooral niet in bed moeten blijven liggen, want dat helpt niet. Ook al slaap je dan bijna een week niet, het is nodig om die slaapdruk uiteindelijk toch te voelen. Dat is afzien."

Slapeloosheid hoeft niet persé in een klinische omgeving te worden behandeld; het kan ook thuis, via internet. Van Someren: "Die kant moeten we op, met het aanbieden van goede coaching. Huisartsen krijgen soms een patiënt die zegt: 'slapen is voor mij een drama', maar een huisarts heeft niet altijd tijd om daar helemaal in te duiken. Die zou dan moeten doorverwijzen naar een goede website. Nu is het echt beroerd met iedereen die zich maar slaapcoach noemt en alle middelen inzet waar maar enigszins geld mee valt te verdienen."

Tot slot nog enkele tips van slaaptherapeut Verbeek. Pieker je in bed? Neem overdag de tijd om na te gaan wat je 's nachts wakker houdt en probeer alvast een oplossing te bedenken voor het probleem. En gebruik het bed niet om in te lezen, tv te kijken of bladeren door sociale media, maar slechts waar het voor is bedoeld: om in te slapen of voor seks.



BearbeitenLöschen

(Bekijk de videoreportage van NOS-journaal op onze website)







ARTIKEL:

TE WEINIG OPENBARE DAMESTOILETTEN:

"HET IS VOORAL EEN GELDKWESTIE."


bron: Redactioneel/RTLnieuws.

door: Marlies van der Vloot.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Als je als vrouw moet plassen tijdens het winkelen of na het uitgaan, moet je meestal heel lang zoeken naar een openbaar toilet. Er zijn namelijk veel meer openbare toiletten voor mannen, dan voor vrouwen.

Dat blijkt uit cijfers van Hoge Nood, een organisatie die zich inzet voor het plaatsen van meer openbare toiletten. Er zijn in Nederland zo'n 565 openbare wc's, maar ruim één derde daarvan is niet toegankelijk voor vrouwen.

Te weinig damestoiletten

Nederland telt zo'n 565 openbare toiletten die 24 uur toegankelijk zijn. Denk aan toiletgebouwtjes, plaskruizen en plaskrullen.

204 van de 565 toiletten zijn urinoirs, en dus alleen bedoeld voor mannen.

De overige 361 toiletten zijn wel toegankelijk voor vrouwen. Maar mannen kunnen dus in alle 565 openbare toiletten terecht.

Dat er zo weinig openbare toiletten voor vrouwen zijn, is volgens toiletdeskundige Marian Loth vooral een geldkwestie. "Zo'n toilet is ingewikkelder om te bouwen dan een plaskrul. Er moet een gebouwtje geplaatst worden, er moet stromend water zijn en het toilet moet worden aangesloten op het riool", vertelt ze.

'Zijn er aan gewend'

Ook klagen vrouwen er volgens Loth te weinig over, waardoor er niets verandert. "We zijn er aan gewend dat er weinig toiletten zijn, en maken er daarom meestal geen punt van."

Een uitzondering op die stelling is Geerte Piening. Ze kreeg een boete voor wildplassen, maar besloot die aan te vechten.

140 euro boete.

In 2015 kwam ze na een avondje stappen de kroeg uit lopen met een overvolle blaas, en nog een lange reis naar huis voor de boeg. Omdat de café's al dicht waren en er geen openbare damestoilet te vinden was, besloot ze te wildplassen. Maar dat werd gezien door agenten, die haar op de bon slingerden. Piening kreeg een boete van 140 euro, maar daar ging ze niet zomaar mee akkoord.

"Er zijn in Amsterdam twee toiletten voor vrouwen, tegenover vijfenveertig voor mannen", zegt Geerte. Dat is volgens haar niet bepaald gelijkwaardig te noemen. "Ik wil gewoon aan de kaak stellen dat er te weinig plekken voor vrouwen zijn", vertelde ze in een eerder interview met Editie NL.

Principekwestie.

Ze maakte bezwaar tegen de boete en moest gisteren bij de rechter verschijnen om haar kant van het verhaal te vertellen.

Ze wist dat ze juridisch gezien verkeerd zat, maar ze hoopte in ieder geval een punt te kunnen maken. "Ik zit natuurlijk fout, want het mag gewoon niet", zegt ze. "Maar het gaat sowieso om het principe."

De rechter was echter onverbiddelijk en oordeelde dat de regels die wildplassen verbieden duidelijk zijn: het mag gewoon niet. "Niemand mag plassen op straat. Maar ik ben het met u eens dat het lastiger is voor vrouwen dan voor mannen om op een openbaar toilet te plassen."

Vrouw kan in urinoir plassen.

Dat er meer urinoirs zijn voor mannen, komt volgens hem vermoedelijk doordat zij zich vaker schuldig maken aan wildplassen. "U bent pas de tweede vrouw die ik tegenkom in al die jaren dat ik dit werk doe."

De rechter gelooft niet dat het zin heeft evenveel openbare toiletten te plaatsen voor mannen als voor vrouwen. "Je kunt als vrouw ook in een urinoir plassen. Dat is misschien niet prettig, maar het zou wel kunnen." Hij gaf Piening wel een lagere boete dan het oorspronkelijke bedrag van 140 euro, omdat het lang heeft geduurd voordat de zaak werd behandeld.

'Baal van de argumenten'

Piening weet nog niet of ze in hoger beroep gaat. "De uitspraak is wel terecht en was ook wel te verwachten, maar ik baal van de argumenten van de rechter, zoals dat hij zegt dat ik maar in een urinoir moet plassen."

Ze heeft inmiddels ook een brief aan de wethouder geschreven, maar wordt bij de gemeente naar eigen zeggen van het kastje naar de muur gestuurd. Aan media-aandacht in elk geval geen gebrek. "Ik hoop echt dat dit een agendapunt wordt."

Of ze het nog een keer zou doen, durfde ze nog niet te zeggen. "Daar moet ik nog eens goed over nadenken."







ARTIKEL:

NVVE ZIET STERKE STIJGING

VAN AANTAL WILSVERKLARINGEN.


bron: Redactioneel/NVVE.

door: Ton van Vugt.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Steeds meer Nederlanders leggen hun wensen rondom het levenseinde vast in een wilsverklaring. Dat doen ze vooral omdat ze bang zijn dat ze aan hun lot worden overgelaten als ze dement worden. Dat bleek volgens de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) uit de vragen die gesteld werden tijdens de druk bezochte Dag van de Wilsverklaring.

De NVVE bood vandaag (zaterdag 16 september) op 21 locaties in het land de gelegenheid voor een persoonlijk gesprek met een consulent over wilsverklaringen. Daar was zoveel belangstelling voor, dat alle locaties daags van tevoren al volgeboekt waren. Daarnaast konden mensen terecht voor algemene informatie over wilsverklaringen. In totaal werden de NVVE-locaties door ruim 700 belangstellenden bezocht.

Uit recent onderzoek blijkt dat één op de twintig Nederlanders een wilsverklaring heeft. Om het belang van de wilsverklaringen te onderstrepen, verstrekte de NVVE deze verklaringen op deze Dag van de Wilsverklaring ook aan niet-leden gratis. In zo’n verklaring kan onder meer een behandelverbod of een euthanasieverzoek worden vastgelegd. De NVVE raadt mensen aan tijdig over hun levenseinde na te denken en daar een wilsverklaring over op te stellen. Vervolgens is het van belang deze geregeld te actualiseren en met naasten en de (huis)arts te bespreken, zodat ook zij ervan overtuigd zijn dat de wens blijvend van aard is.

Rechtsgeldig.

Elke Nederlander kan zelf een wilsverklaring opstellen. De NVVE heeft voor haar leden in het gehele land speciale spreekuren om te helpen met het invullen. Het is niet nodig om een wilsverklaring door een notaris te laten vastleggen. De wilsverklaring is een rechtsgeldige vervanging van het mondelinge euthanasieverzoek. Toch hebben artsen er soms moeite mee het verzoek te honoreren als de patiënt het bijvoorbeeld door dementie niet meer kan bevestigen. De NVVE vindt dat artsen die het verzoek niet willen inwilligen, hun patiënt moeten doorverwijzen naar een arts die wel wil meewerken.

De NVVE biedt verschillende wilsverklaringen aan: voor een euthanasieverzoek, een behandelverbod of een volmacht. Op www.nvve.nl staat meer informatie over wilsverklaringen en over de spreekuren van de NVVE.







ARTIKEL:

WELBEVINDEN VERPLEEGHUIZEN OOK TAAK VAN VRIJWILLIGERS EN FAMILIE.


bron: Redactioneel/ANBO.

door: Carlijn de Groot.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Een kwart van de ouderen komt nauwelijks buiten, zo kopt de NOS naar aanleiding van een vandaag verschenen SCP-rapport naar de ervaren kwaliteit van leven in verpleeghuizen. 64 Procent van de bewoners komt echter wel buiten, waarvan de helft daarvan zelfs dagelijks en de andere helft ten minste één keer per week.

"Ik lees dat er een spoeddebat aangevraagd wordt op basis van dat eerste cijfer", zegt Liane den Haan, directeur-bestuurder van ANBO. "Ik noem dat selectieve verontwaardiging en een onderschatting van de kwetsbaarheid van mensen. Bovendien kun je dit zorgprofessionals niet aanrekenen; het is van groot belang om familie en vrijwilligers aan de instelling te binden om zoveel mogelijk activiteiten aan te bieden."

Even eruit.

Wanneer je te maken hebt met een populatie waarvan een derde ouder is dan 90 en vier op de vijf mensen ernstige lichamelijke problemen hebben, dan is het volgens Den Haan helaas moeilijk om met elke bewoner een frisse neus te halen. "Dat is treurig, maar wel de realiteit. Selectief winkelen in een genuanceerd rapport doet niemand recht."

Meeste mensen krijgen wél bezoek.

Hoewel één op de zeven zelden tot nooit visite krijgt, krijgt bijna 80 procent van de bewoners van verpleeg- of verzorgingshuizen dat wél en zelfs eens in de week. Een te oude kennissenkring en zelf slecht horen, slecht zien en/of dementerend zijn de belangrijkste oorzaken van vereenzaming. Driekwart van de bewoners krijgt hulp van familie; een kwart van vrijwilligers. Dat schrijft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in een studie naar het leven in verpleeghuizen, gehouden tussen april 2015 en april 2016.

Den Haan: “Het leven in een verpleeghuis is zeker niet voor iedereen leuk. Mensen gaan naar een verpleeghuis wanneer ze al ernstige gezondheidsproblemen hebben. Uit dit rapport blijkt dat het van groot belang is om vrijwilligers en familie aan het huis te binden, om mensen zo prettig mogelijk te laten leven en naast zorg zoveel mogelijk activiteiten te kunnen aanbieden. Ik ben echter niet ontevreden als ik dit lees; het beeld dat geschetst wordt is zeker niet negatief en bovendien zijn we inmiddels alweer een jaar verder. Ik zie heel veel goede voorbeelden.”

Populatie daalde, maar zal weer groeien.

In Nederland wonen zo’n 117.000 mensen in een verpleeghuis. Een groot deel van hen is vrouw, ouder dan 80 en met ernstige beperkingen. De drempel om in een verpleeghuis te gaan wonen is de laatste jaren stevig verhoogd, waardoor het aantal mensen dat er woont eerst sterk daalde en de populatie veranderde. Het verzorgingshuis verdween sinds 2015. Wanneer je naar de demografische ontwikkelingen kijkt zal het aantal verpleeghuisbewoners juist weer toenemen, naar 141.000 in 2025 (Actiz).







ARTIKEL:

ONDERZOEK: EXTREME VERLEGENHEID

BLIJKT VOOR EEN DEEL ERFELIJK.


bron: Redactioneel/RTLnieuws.

door: Marlies van der Vloot.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Extreme verlegenheid die ertoe leidt dat mensen sociale situaties gaan vermijden, heeft niet alleen te maken met opvoeding, maar is waarschijnlijk ook erfelijk. Dat blijkt uit onderzoek van ontwikkelingspsycholoog Anita Harrewijn en neurowetenschapper Janna Marie Bas-Hoogendam.

Bij een sociale angststoornis zijn mensen heel bang voor een negatieve beoordeling van anderen. Mensen met sociale angst vinden het bijvoorbeeld eng om te spreken in het openbaar, nieuwe mensen te ontmoeten of te eten voor de ogen van anderen.

Dom vinden.

"Ze zijn bang dat ze iets doen of zeggen dat anderen dom vinden, of dat anderen negatief over ze denken. Daarom gaan ze bepaalde situaties vermijden. Als het niet lukt krijgen ze last van zwetende handen, een hart in de keel, transpireren en blozen", legt Bas-Hoogendam uit (foto rechts).

Veel mensen hebben in een bepaalde mate last van verlegenheid. Maar sommigen hebben er meer last van dan anderen. De diagnose sociale angststoornis wordt gesteld als normaal functioneren op het werk, of in sociale relaties, wordt belemmerd door angst voor sociale situaties of vermijding daarvan.

Moeite met vinden proefpersonen.

Harrewijn (27) en Bas-Hoogendam (31) doen promotieonderzoek aan het Family Lab van Universiteit Leiden en het Leids Universitair Medisch Centrum naar de erfelijke component van verlegenheid. Ze onderzochten mensen die last hebben van extreme verlegenheid en hun familieleden, en lieten ze taken uitvoeren terwijl ze ondertussen hun hersenactiviteit meten.

"Het was erg lastig om personen te vinden die wilden meewerken. Mensen die verlegen zijn, proberen dit soort situaties vaak te vermijden", zegt Harrewijn.

Uiteindelijk deden negen families mee met het onderzoek, in totaal ongeveer 130 mensen. "Hoewel het lastig was om ze te vinden, waren ze uiteindelijk , toen ze meededen, hondstrouw. Sommige families waren steeds drie uur onderweg naar ons onderzoekscentrum."

Nuttige verlegenheid.

Bas-Hoogendam en Harrewijn benadrukken dat er niets mis is met een beetje verlegenheid. "In een nieuwe situatie is het goed om de kat uit de boom te kijken. Er is een evolutionair voordeel aan om te kijken waar de gevaren zitten, hoe een situatie in elkaar zit, hoe je je het beste kunt positioneren. Niemand is daar echt vrij van", zegt Bas-Hoogendam.

"Maar als het zorgt voor vermijding: als je geen presentatie wilt geven op je werk en daardoor door je baas wordt overgeslagen voor promotie, dan gaat het je in de weg zitten. Als mensen niet doen wat ze wel willen of wat wel belangrijk voor ze is, dan is het een probleem. Daarom proberen wij met ons onderzoek meer inzicht te krijgen in waar die extreme verlegenheid vandaan komt."

Toespraak houden.

Harrewijn keek naar hersenactiviteit met behulp van een EEG, Bas-Hoogendam deed dat met een MRI-scanner. "Wij lieten ze verschillende taken uitvoeren terwijl we de activiteiten in de hersenen bekeken. Ik vroeg onder meer om een toespraakje van drie minuten te houden", vertelt Harrewijn (foto rechts). "Ik vroeg de proefpersonen om dat praatje vijf minuten voor te bereiden. Bij de zeer verlegen mensen zagen we een zeer verhoogde hersenactiviteit in een specifiek deel van de hersenen. Vooral voorafgaand aan het praatje. Dat hadden al die familieleden die last hadden van verlegenheid."

Harrewijn concludeert uit dit soort tests onder familieleden dat extreme verlegenheid voor een bepaald gedeelte erfelijk is.

Gezichtsuitdrukkingen.

Bas-Hoogendam liet de proefpersonen die in een MRI-scanner lagen, plaatjes zien van gezichten met een neutrale uitdrukking. Bij het herhaaldelijk zien van een gezicht neemt normaal gesproken de hersenactiviteit af in een bepaald gedeelte van de hersenen, de zogenaamde amygdala (amandelkern).

Hersenen van niet-verlegen mensen verliezen hun 'aandacht' omdat er niets bijzonders gebeurt. "Wij verwachten dat die activiteit bij extreem verlegen mensen heel hoog blijft omdat ze het neutrale gezicht bedreigend vinden", zegt Bas-Hoogendam, die nog onderzoek doet naar de resultaten van de MRI-scan.

Fysieke klachten extreme verlegenheid

• hartkloppingen

• transpireren

• koude rillingen

• duizeligheid

• beven

• benauwdheid

• doof gevoel in handen en/of voeten

• droge mond

• misselijkheid

• maagpijn

• braken of diarree

• hoofdpijn

• rood worden

• flauwvallen

Eten uitspugen.

Een andere taak die proefpersonen in de MRI-scanner uitvoerden, was het lezen van verhaaltjes die sociale situaties beschreven. In de test werden telkens drie versies van een verhaal gepresenteerd, waarin de proefpersoon gevraagd werd zich in te leven in wat er gebeurt.

"Een voorbeeld van een verhaaltje beschrijft bijvoorbeeld dat je bij je oma gaat eten. In het eerste verhaal gebeurt er niets bijzonders, je vindt het eten lekker en eet het op. In een andere versie van het verhaal verslik je je, waardoor het eten per ongeluk over tafel wordt gespuugd. In de derde versie spuug je het eten expres uit over de tafel omdat je het niet lust. Proefpersonen werd gevraagd hoe erg ze zich in deze situaties zouden schamen."

Relativeren.

Bas-Hoogendam vertelt: "Uit recent onderzoek onder scholieren en studenten bleek dat bij extreem verlegen mensen nauwelijks verschil zit tussen de schaamte over het per ongeluk spugen en het expres spugen. Terwijl 'normale' mensen zich duidelijk meer schamen voor het expres spugen. We denken dat mensen die erg verlegen zijn, de onbedoelde sociale fouten niet zo goed kunnen relativeren omdat dat juist hun grote angst is: iets doen in gezelschap wat anderen zullen afkeuren."







ARTIKEL:

NIEUWE ONDERZOEKSMETHODE ONTHULT OORZAAK ERFELIJKE KANKER.


bron: Redactioneel/Zorgkrant/UMC Utrecht.

door: Marlies van der Vloot.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Onderzoekers hebben een methode ontwikkeld om in organoïden de genetische oorzaak van erfelijke vormen van kanker te bestuderen.

Volgens de onderzoekers van het UMC Utrecht, het Hubrecht Instituut en het Prinses Maxima Centrum kan deze methode van grote betekenis zijn voor de diagnostiek en behandeling van meerdere vormen van kanker. Ook kan er nu uit het DNA van een tumor direct opgemaakt worden of er een familiaire oorzaak is van onder meer dikkedarm- en borstkanker. De studie is gepubliceerd in Science.

De nieuwe methode is gebaseerd op CRISPR-Cas, een methode waarbij hele precieze veranderingen in het DNA aangebracht kunnen worden. Deze techniek is nu toegepast op het DNA van gezonde organoïden: mini-dikkedarmen opgekweekt uit menselijke stamcellen. Onderzoeker Ruben van Boxtel: “Bij die organoïden hebben we met CRISPR-Cas één gen uitgeschakeld. Dat gen voorkomt normaal gesproken dat er in het DNA mutaties ontstaan die tot darmkanker kunnen leiden. We hebben dus die ‘preventie’ uitgezet.”

In het DNA van de gemodificeerde organoïden ontstaat vervolgens een patroon dat veel voorkomt bij patiënten met een genetische vorm van dikkedarmkanker: het Lynch-syndroom. Onderzoeker Jarno Drost: “Met behulp van CRISPR-Cas in organoïden kunnen we heel precies die mutaties bij patiënten nabootsen.”

Specifieke patronen.

Het gebruik van CRISPR-Cas in organoïden maakt het mogelijk om heel nauwkeurig processen te bestuderen die ten grondslag liggen aan het ontstaan én de ontwikkeling van kanker. Zij laten namelijk specifieke patronen achter in het DNA. Er zijn momenteel zo’n dertig patronen gevonden bij verschillende soorten kanker. Die patronen kunnen vervolgens informatie geven over de processen die tot DNA-veranderingen en daarmee tot kanker leiden. Deze kennis is van belang voor de keuze van behandeling en laat zien of er sprake is van genetische aanleg. Het onderzoek op de organoïden is uitgevoerd in de onderzoeksgroepen van prof.dr. Hans Clevers (Hubrecht Instituut/ Prinses Máxima Centrum) en prof.dr. Edwin Cuppen (UMC Utrecht).

Gen zorgt voor verhoogd risico.

In het onderzoek is in organoïden ook een onbekende vorm van erfelijke kanker nagebootst door met CRISPR-Cas het NTHL1-gen uit te schakelen. Uit eerder genetisch onderzoek was namelijk al bekend dat veranderingen in dit gen het risico op kanker verhogen. In het DNA van de gemodificeerde organoïden ontdekten de onderzoekers een specifiek mutatiepatroon. Eerder was dit al gevonden bij een patiënt met een onbekende vorm van borstkanker. Deze patiënt bleek inderdaad een aangeboren mutatie te hebben in het NTHL1-gen. “Hiermee is aangetoond dat de aanwezigheid van dit patroon in het DNA van een tumor een belangrijke aanwijzing kan zijn dat een erfelijke mutatie in het gen de oorzaak van de ziekte is”, zegt Ruben van Boxtel. “Dit betekent ook dat het mogelijk is om met DNA-onderzoek op tumorweefsel vast te stellen of er sprake is van erfelijke aanleg voor kanker. Dat is belangrijke informatie voor patiënten en hun families.”







ARTIKEL:

MUZIEUM IN EEN NIEUW JASJE.


bron: Redactioneel/Doofblindennieuws.

door: Carlijn de Groot.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Bezoekers een ervaring bieden die nog meer tot de verbeelding spreekt. Dat wil het muZIEum bereiken vanuit haar nieuwe pand aan de Ziekerstraat, midden in het centrum van Nijmegen. Op 1 september begint het muZIEum daar aan haar nieuwe toekomst.

Alle bezoekers starten op de nieuwe locatie met de Blikopener. Via een koptelefoon luisteren zij naar deze 3D-audioshow, die meer vertelt over het muZIEum en meteen duidelijk maakt hoeveel alle andere zintuigen over de wereld vertellen. Daarna gaan zij met een blinde of slechtziende gids op pad. Deze beleving geeft hen letterlijk een kijkje in de wereld van blinden en slechtzienden en is én blijft dan ook het centrale onderdeel van een muZIEumbezoek. In de twee donkerbelevingen ervaren bezoekers volledige blindheid. Kiezen zij voor Expeditie ribbelroute, een unieke wandeling door het bruisende centrum van Nijmegen, dan simuleert een virtualrealitybril diverse oogaandoeningen. In beide gevallen vertelt de gids uit eigen ervaring. Na deze beleving kunnen bezoekers op het interactieve doe-plein aan de hand van onder meer spelletjes en apps nog meer ontdekken over blind- en slechtziendheid.

Daarnaast biedt het muZIEum diverse arrangementen en worden er tijdens vakanties extra activiteiten georganiseerd voor het hele gezin. Verder heeft het nieuwe muZIEum een ontvangst- en workshopruimte, waar scholen onderdelen van het speciale educatieprogramma kunnen volgen. Bedrijven kunnen deelnemen aan een teamuitje in het donker.

Kansen en mogelijkheden.

De nieuwe locatie is elke dag geopend. Een eigen pand betekent bovendien dat het muZIEum verder kan werken aan vergroting van het aanbod en kwaliteitsverbetering. Ook ruimere openingstijden behoren tot de mogelijkheden. Het muZIEum krijgt door een eigen pand een eigen gezicht en wil een vertrouwd onderdeel worden van de levendige binnenstad en zal ook actief samenwerkingen zoeken met ondernemers uit het centrum. De eerste gezamenlijke actie staat al gepland: mensen die het muZIEum tussen 1 en 17 september bezoeken, krijgen zolang de voorraad strekt een bon voor een gratis ijsje bij IJssalon Vincenzo, de nieuwe overburen.

De afgelopen 5 jaar.

Op 20 augustus 2012 opende het muZIEum haar deuren in de Stadsschouwburg Nijmegen. Met succes: het muZIEum lanceerde onder meer een derde beleving en bezoekersaantallen groeiden naar 36.500 in 2016. Samen met de momenteel 42 blinde en slechtziende medewerkers en meer dan 30 vrijwillige krachten legde dit een solide basis om het aanbod steeds verder uit te bouwen. Nu, vijf jaar later, zijn er in de Stadsschouwburg geen mogelijkheden meer om door te groeien en het aanbod goed aan te laten sluiten op de wensen van de bezoekers. Een eigen locatie is daarom een logische stap om zich verder te kunnen ontwikkelen.

Toekomstvisie muZIEum.

Het muZIEum ontvangt geen structurele subsidie, maar door de samenwerking met onder andere het Oogfonds, de Rabofoundation en de stichting Volksbelang van 1895 is het toch mogelijk dit grote project te realiseren. Het muZIEum heeft de ambitie om zich te blijven ontwikkelen en wil samen met partners nieuwe en verrassende sociale en culturele activiteiten blijven organiseren die bezoekers nog verder onderdompelen in de wereld van het niet-zien. Een speerpunt is het vergroten van de arbeidsparticipatie van blinden en slechtzienden. Indirect via bewustwording bij bezoekers en direct doordat het muZIEum door de beoogde groei op de nieuwe locatie meer werkgelegenheid voor blinden en slechtzienden kan creëren.



BearbeitenLöschen

(Bekijk de video 'Tot ziens in het muZIEum' [Youtube] op onze website)







ARTIKEL:

ONDUIDELIJKHEID BIJ FAMILIELEDEN VAN MENSEN MET EEN VERSTANDELIJKE BEPERKING OVER VERANDERINGEN IN DE LANGDURIGE ZORG.


bron: Redactioneel/NIVEL.

door: Ton van Vugt.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Gemeenten bieden onafhankelijke cliëntondersteuning, maar de meerderheid van familieleden van iemand met een verstandelijke beperking weet dit niet. Zij zijn ook niet allemaal bekend met het Wmo-loket of het sociaal wijkteam. Dit blijkt uit gegevens over 2014 – 2016 van het NIVEL Panel Samen Leven (PSL).

In 2016, twee jaar na invoering van de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015), vindt tachtig procent van de familieleden van een naaste met een verstandelijke beperking die geen Wlz-indicatie heeft, dat de ondersteuning voldoende is. Acht procent vindt de ondersteuning onvoldoende en twaalf procent weet het niet. In 2015 gaf familie van mensen met een matige verstandelijke beperking (27%) vaker aan zelf ondersteuning te bieden als gevolg van de veranderingen, dan familieleden van mensen met een lichte verstandelijke beperking (14%).

Informatievoorziening verbeteren.

Zowel in de Wmo 2015 als in de Wlz is onafhankelijke cliëntondersteuning opgenomen die cliënten en mantelzorgers kan helpen bij hun vragen over en het zoeken naar oplossingen voor ondersteuning en zorg. Twee derde van de gevraagde familieleden kende het niet en een derde wel, waarvan slechts een vijfde het daadwerkelijk gebruikt heeft. Het is niet bekend of deze mensen behoefte hebben aan cliëntondersteuning. Daarnaast kende bijna zes op de tien het Wmo-loket of sociaal wijkteam niet. Toch gaf ruim 65% van degenen die het loket niet kennen, wel aan te weten dat hun naaste ondersteuning via de gemeente ontvangt.

Het is van belang dat gemeenten goede informatievoorziening over het Wmo-loket (of sociaal wijkteam) en over de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning bieden, zodat de bekendheid met de mogelijkheden voor ondersteuning en zorg groter wordt.

Over het onderzoek.

Voor het onderzoek hebben circa 250 familieleden uit het NIVEL Panel Samen Leven (PSL) drie keer een vragenlijst ingevuld in achtereenvolgens 2014, 2015 en 2016. In 2016 rapporteerden 122 van hen over een naaste met een Wlz-indicatie. Het PSL is een landelijk panel bestaande uit 530 mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking van 15 jaar en ouder en 350 naasten. Deze laatsten zijn voor dit onderzoek gevraagd mee te werken. Het onderzoek werd uitgevoerd door het NIVEL i.s.m. het SCP met een subsidie van VWS.







ARTIKEL:

MEER GELD VOOR OPLEIDING EN WERVING ZORGPERSONEEL.


bron: Redactioneel/ANBO.

door: Carlijn de Groot.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Het demissionaire kabinet trekt nog eens 27 miljoen euro uit voor de langdurige zorg. Dit bedrag wordt met Prinsjesdag onthuld, zo meldt de Telegraaf en gaat vooral naar cursussen en advertenties die werkzoekenden moet verleiden om de verpleeghuiszorg in te stappen.

ANBO is heel blij met deze specifieke investering. "Er zijn er nu al zo'n 25.000 vacatures in de zorg en dat worden er steeds meer. In de zorg hebben we de perfecte storm: veel meer vraag naar langdurige zorg, een slecht imago van ouderenzorg en daardoor heel weinig aanwas van nieuw personeel. Bovendien zijn door de hervorming van de arbeidsmarkt veel niet-gekwalificeerde krachten verdwenen. Er is grote behoefte aan investeringen in opleiding en imago", zo zegt ANBO-bestuurder Liane den Haan. Ze benadrukt wel dat het niet genoeg is: "de discussie over verpleegzorg is platgeslagen. Er moet ook een visie komen op een ouder wordende samenleving en er moet niet alleen geïnvesteerd worden in verpleeghuizen maar óók in zorg thuis. Ook helpt een grotere focus op goed werkgeverschap bij het oplossen van de personeelstekorten."

Extra geld.

Eerder dit jaar maakte staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid) bekend dat hij 100 miljoen euro extra vrij zou maken voor de sector. Dat was bedoeld voor verpleeghuizen waar de nood het hoogst was. Begin juli kwam daar nog eens 335 miljoen euro bovenop. Van dat geld moeten vanaf volgend jaar zo’n 7000 extra mensen worden aangenomen. Op de formatietafel ligt een bedrag van 2,1 miljard, dat het gevolg is van de benodigde investeringen na het nieuwe kwaliteitskader verpleeghuiszorg. In dat nieuwe kwaliteitskader staat onder andere dat er op elke acht bewoners twee medewerkers nodig zijn. Dat maakt de personeelstekorten in één klap nog groter.

Kritisch.

ANBO is steeds een kritisch volger van de discussies geweest. Den Haan: "Geld voor verpleeghuizen is belangrijk. Maar ouderenzorg is meer dan alleen het verpleeghuis. Negentig procent van de mensen die zorg nodig hebben wonen gewoon thuis. Extra geld voor zorg moet dan ook breed worden ingezet: óók thuis en niet alleen in verpleeghuizen." Dat pleidooi werd ondersteund door mantelzorgers, zorg-werknemers, cliënten, zorgaanbieders en gemeenten, onder anderen door open brieven te schrijven naar de informateurs Schippers en Tjeenk Willink en door de social media-campagne #Wijblijventhuis.







ARTIKEL:

VERSCHIL TUSSEN GEMEENTELIJKE

ZORGKOSTEN KAN OPLOPEN

TOT 500 EURO PER JAAR.


bron: Redactioneel/NOS/ANP.

door: Marlies van der Vloot.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Hoeveel een Nederlander per jaar kwijt is aan woonlasten, zorgkosten en motorrijtuigenbelasting, hangt sterk af van waar hij of zij woont. Voor hulpbehoevenden speelt de woonplaats een nog grotere rol: zo kunnen de verschillen tussen de maximale eigen bijdrage aan thuiszorg tussen gemeenten oplopen tot 500 euro per jaar, blijkt uit onderzoek van vijf seniorenorganisaties.

In het onderzoek zijn twaalf gemeenten verspreid door het land met elkaar vergeleken. Naast de maximale eigen bijdrage voor thuishulp is ook gekeken naar de waterschapslasten, gemeentelijke woonkosten en motorrijtuigenbelasting. Daarbij kan het verschil tussen de gemeenten oplopen tot meer dan 300 euro per jaar.

Minder kwijt.

Ondanks de grote verschillen tussen gemeenten zijn mensen gemiddeld minder kwijt aan eigen zorgbijdragen dan in 2016. Uit het onderzoek van onder meer ouderenbond KBO-PCOB blijkt dat de maximale bijdrage Wmo voor de hoogste inkomens daalde met ruim 40 procent, tot ongeveer 2500 euro per jaar. Voor lage inkomens daalde de bijdrage met 17 procent naar zo'n 600 euro per jaar.

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is een wet die sinds 2007 bestaat en wordt uitgevoerd door de gemeenten in Nederland. Doel van de regeling is ervoor zorgen dat burgers zo lang mogelijk thuis kunnen wonen en deel kunnen nemen aan de samenleving.

Sinds 2015 hebben gemeenten, als gevolg van de decentralisatie van de zorg, meer verantwoordelijkheid gekregen. Sindsdien betalen burgers een eigen bijdrage voor het ontvangen van huishoudelijke hulp, maaltijden, woningaanpassingen en hulpmiddelen zoals een rollator. De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van het inkomen, leeftijd, vermogen en zorgpakket van de bewoner.

De maximale eigen bijdrage voor thuishulp is in Amsterdam het laagst. Ook in Almere en Heerlen ligt het bedrag lager dan in de andere onderzochte gemeenten.

Koopkracht.

Morgen presenteert het kabinet de koopkrachtcijfers op Prinsjesdag, waarbij volgens Vanderkaa niet genoeg rekening wordt gehouden met de lokale lasten. "Wat niet in de plaatjes van het kabinet naar voren komt, zijn de grote gemeentelijke verschillen, die juist van invloed zijn op de koopkracht van hulpbehoevende ouderen."

Daar komt volgens Vanderkaa bij dat gepensioneerden sowieso minder profiteren van economische groei en dat hun koopkracht minder snel stijgt dan andere inkomensgroepen. "De koek moet eindelijk eens eerlijk verdeeld worden."







ARTIKEL:

GEEN TOEKENNING PGB-WLZ

IN WOONINITIATIEF?


bron: Redactioneel/PerSaldo/Pgb.nl.

door: Ton van Vugt.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Er zijn budgethouders die uitsluitend zorg inkopen bij één, door het zorgkantoor gecontracteerde zorgaanbieder. Dat kan tot gevolg hebben dat zij hun pgb verliezen, want zorgkantoren mogen onder deze omstandigheden een pgb weigeren en de zorg in natura toekennen. Dat wil zeggen, laten regelen door een gecontracteerde zorgaanbieder.

Tot nu toe werd deze maatregel toegepast bij thuiswonenden. Budgethouders in een wooninitiatief kregen nog altijd een pgb toegekend, al werd er bij één, ook door het zorgkantoor gecontracteerde zorgverlener zorg ingekocht. Daar lijkt verandering in te komen.

Waar gaat het om?

Destijds in de Awbz was het al mogelijk en nu in de Wlz is dezelfde regel bekrachtigd: zorgkantoren mogen het pgb weigeren indien de zorg uitsluitend wordt ingekocht bij één aanbieder die door het zorgkantoor is gecontracteerd. De laatste tijd horen we dat zorgkantoren deze regel meer en meer strikt gaan toepassen als het gaat om nieuwe bewoners van pgb-wooninitiatieven die met één gecontracteerde zorgaanbieder werken. Het zorgkantoor staat daarmee in haar recht, aan de maatregel valt in feite niet te tornen.

Wat zijn de gevolgen?

Het niet toegekend krijgen van een pgb betekent niet alleen een andere manier van financieren, maar vooral het mogelijke verlies van eigen regie. Veel wooninitiatieven werken met één zorgaanbieder, waarmee afspraken zijn gemaakt. Wanneer met een nieuwe bewoner, die zorg in natura ontvangt, op dezelfde manier gewerkt kan gaan worden en daar wederzijds overeenstemming over is, dan hoeft er geen probleem te zijn. Maar als het wooninitiatief afspraken heeft gemaakt die afwijken van de afspraken die het zorgkantoor met de gecontracteerde zorgaanbieder heeft gemaakt, dan leidt het wel tot problemen. Dan zouden er twee soorten bewoners gaan bestaan: de een met een pgb en eigen regie, de ander met zorg in natura, zonder eigen regie. Een moeilijk werkbare situatie.

Wat kunt u doen?

Als een nieuwe bewoner c.q. een wooninitiatief onvoldoende eigen regie ervaren bij toekenning van zorg in natura, dan kunnen zij hier in eerste instantie over in gesprek gaan met de zorgaanbieder. Wellicht kan deze hen tegemoetkomen. Geef aan wat uw wensen zijn en kijk samen of die met zorg in natura te verwezenlijken zijn. Als blijkt dat u toch meer gebaat bent bij meer eigen regie, die alleen met een pgb is uit te voeren, dan kunt u altijd in gesprek gaan met uw zorgkantoor om de argumenten die u hebt voor toekenning in een pgb, te bespreken.
Verder is het goed te weten dat deze maatregel uitsluitend geldt als er van één gecontracteerde zorgaanbieder gebruik gemaakt wordt. Kopen de bewoners zorg bij meerdere zorgaanbieders in – denk bijvoorbeeld aan dagbesteding bij een andere zorginstelling, huishoudelijke hulp of begeleiding tijdens vakantie – dan wordt alle zorg, als de bewoner dat wil, toegekend in een pgb.

Uw vragen.

Voor informatie kunt u contact opnemen met onze advieslijn. Voor meer advies en ondersteuning is er voor leden de ledenlijn. Nog geen lid? Lees meer over het lidmaatschap.

Wat doet Per Saldo?

Per Saldo wil weten hoe groot dit probleem is om indien nodig, collectief voor de belangen van budgethouders op te kunnen komen. Herkent u het bovenstaande als een probleem, laat het ons weten.

Deel uw ervaring.

Woont u of wilt u gaan wonen in een wooninitiatief en kent het zorgkantoor geen pgb-Wlz toe omdat er sprake is van één gecontracteerde zorgaanbieder?
Of bent u zelf een wooninitiatief en ervaart u problemen?
Beantwoord dan de volgende vragen en stuur deze op naar Per Saldo.

• Geeft het niet toekennen van een pgb problemen bij het regelen van uw zorg in het wooninitiatief?
Zo ja, welke problemen?
Zo nee, hoe heeft u het opgelost?

• Geeft het niet toekennen van een pgb problemen bij het regelen van de zorg in uw wooninitiatief?
Zo ja, welke problemen?
Zo nee, hoe heeft u het opgelost?

Stuur uw bericht voor 15 oktober 2017 naar Per Saldo met als onderwerp: ‘Geen pgb-Wlz bij inkoop zorg bij één zorgaanbieder’. Hartelijk dank alvast, we stellen u bij nieuws over dit onderwerp op de hoogte.







ARTIKEL:

GEEN ZVW-PGB BIJ INKOOP GECONTRACTEERDE ZORGAANBIEDER.


bron: Redactioneel/PerSaldo/Pgb.nl.

door: Marlies van der Vloot.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Budgethouders met een Zvw-pgb melden Per Saldo dat zij problemen ondervinden bij het regelen van hun zorg. Het gaat om mensen die willen inkopen bij een zorgaanbieder waarmee de zorgverzekeraar al een contract heeft afgesloten.

De ervaring leert dat dit tot ongewenste gevolgen kan leiden, namelijk het verlies van eigen aansturing. Per Saldo wil graag meer zicht krijgen op deze kwestie. Herkent u dit als probleem? Stuur ons dan uw reactie.

Waar gaat het om?

Zorgverzekeraars sluiten jaarlijks contracten af met zorgaanbieders. Ze maken samen afspraken over onder andere hoeveel zorg er in een jaar geleverd mag worden, tegen welke prijs en onder welke verdere voorwaarden. Budgethouders die bij zo’n ‘gecontracteerde zorgaanbieder’ zorgverleners willen inhuren, krijgen van hun zorgverzekeraar te horen dat dit deel van hun zorg niet meer binnen het pgb valt. De zorgverzekeraar betaalt volgens de reeds gemaakte afspraken. Daar hebben budgethouders geen probleem mee. Het gaat om de overige voorwaarden rond de inhoud van de zorg waarbij zij zich vervolgens neer moeten leggen.

Gebrek aan sturing.

Vooropgesteld, zorgverzekeraars mogen op deze manier handelen. Dat is in de regeling opgenomen. Alleen blijkt, twee jaar na de invoering van het Zvw-pgb, dat het verlies van eigen regie als bezwaarlijk wordt ervaren. Budgethouders zijn gewend flexibele afspraken te maken. Op een desgewenst tijdstip. Op een desgewenste plaats. Wil hij op tijd op zijn werk zijn, dan zal de budgethouder tijdig uit bed geholpen moeten worden. Gaat het kind met een intensieve zorgvraag elders logeren, dan zal de hulp ook naar dit adres moeten gaan. Heeft de budgethouder een feestje en wil hij later naar bed, ook dan past hij de afspraken met de zorgverlener aan. Dat blijkt met de gecontracteerde instellingen niet altijd mogelijk te zijn. Per Saldo wil graag weten hoe groot dit probleem is.

Deel uw ervaring.

Als bovengenoemde situatie ook op u van toepassing is, horen we dit graag. Wilt u dan onderstaande vragen voor 1 oktober 2017 beantwoorden en via het contactformulier aan ons opsturen? Vermeld daarbij als onderwerp: ‘Zvw-pgb, ervaring gecontracteerde zorg’. Mocht uit uw reacties blijken dat dit een wezenlijk probleem is dat aangepakt moet worden, dan gaat Per Saldo hierover in gesprek met de zorgverzekeraars. Alvast hartelijk dank en we houden u op de hoogte als er nieuws is over dit punt!

Vragen Per Saldo:

• Heeft uw zorgverzekeraar een deel van uw pgb omgezet in zorg van een gecontracteerde zorgaanbieder (ofwel: zorg in natura)?

• Geeft dit problemen bij het regelen van uw zorg?

• Zo ja, welke?

• Zo nee, hoe komt de zorgaanbieder tegemoet aan uw wensen?







ARTIKEL:

MOEDER SCHRIJFT BOEK

OVER ONDRAAGLIJKE STRIJD

OORSUIZEN DOCHTER.


bron: Redactioneel/Doof.nl.

door: Carlijn de Groot.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Joan van Baarle, de moeder van Gaby Olthuis die in maart 2014 euthanasie kreeg vanwege ernstig oorsuizen, heeft een boek geschreven over de ondraaglijke strijd van haar dochter. Ze wil hiermee begrip vragen voor tinnitus en jonge mensen waarschuwen voor de gevaren van harde geluiden.

In Nederland lijden ruim 1,2 miljoen mensen aan een vorm van tinnitus, in de volksmond ook wel oorsuizen genoemd. Genezing is nog niet mogelijk. Het boek Gevangen in Geluid gaat over de strijd die Gaby Olthuis (47) dag en nacht leverde tegen deze aandoening.

Olthuis leefde continu met een geluid in haar oren dat leek op een remmende trein op een roestig spoor. 'Mijn dochter moest zich altijd verdedigen', zegt Joan van Baarle. 'Want veel mensen vonden dat ze zich aanstelde'. Na een jarenlange weg langs medisch specialisten en alternatieve genezers kreeg Gaby Olthuis op 1 maart 2014 euthanasie met hulp van de Haagse Levenseindekliniek. 'Tot het laatste moment bleef ze hoop houden op genezing', zegt haar moeder. 'Maar de tinnitus werd juist steeds erger en geen enkele behandeling kon verlichting brengen'.

Joan van Baarle wil meer onderzoek naar de oorzaken en behandelmethoden van oorsuizen. 'Jonge mensen luisteren vaak te harde muziek met dopjes in hun oren. Daardoor dringt het geluid dieper door', waarschuwt ze. 'Hoe langer je jezelf blootstelt aan harde geluiden, des te meer kans je hebt op het ontwikkelen van een piep in je oor die nooit meer weg gaat'. Volgens van Baarle moet de overheid meer doen om oorsuizen te voorkomen. 'Bijvoorbeeld door handhaving van het maximaal toelaatbare aantal decibels tijdens concerten en feesten. In de praktijk blijkt het geluid vaak veel hoger dan is afgesproken'.

In Gevangen in Geluid worden de ervaringen van Gaby Olthuis afgewisseld met informatieve hoofdstukken over oorsuizen en negen portretten met andere mensen die eraan lijden. Donderdag 14 september om 19.00 uur wordt het boek gelanceerd in de Haagse boekhandel Paagman. Kijk voor meer informatie op de website van Paagman.







ARTIKEL:

VEEL GEMEENTEN HEBBEN GEEN GELD MEER VOOR JEUGDZORG.


bron: Redactioneel/RTLnieuws/ANP.

door: Ton van Vugt.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Ruim driekwart van de gemeenten heeft een wachtlijst voor jeugdzorg, en bij de helft van die gemeenten is het geld ervoor al op.

Dat blijkt uit onderzoek van Binnenlands Bestuur en de NOS onder 228 gemeenten.

Meer tijd nodig.

Er wordt voor steeds meer kinderen een beroep gedaan op jeugdzorg, maar gemeenten kunnen de vraag niet aan. Per 1 januari 2015 werd de jeugdzorg overgeheveld naar de gemeenten. De verwachting was dat de kinderen beter en efficiënter geholpen konden worden. De regering bezuinigt elk jaar verder op het jeugdzorgbudget.

In het onderzoek geven gemeenten aan dat de veranderingen meer tijd nodig hebben voor een 'innovatiever' en passender zorgaanbod.

Bijna negen van de tien gemeenten (87 procent) denken ook volgend jaar niet uit te komen met het zorgbudget. De hulpvraag waarmee kinderen komen, wordt volgens driekwart van de ondervraagde gemeenten bovendien ook nog eens zwaarder.







ARTIKEL:

OOK NOTARISSEN ALERTER OP DEMENTIE EN MISBRUIK.


bron: Redactioneel/ANBO.

door: Carlijn de Groot.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Advocaten hebben het steeds drukker met rechtszaken over het testament dat na de dood van een ouder overblijft.

Dat meldt RTL Nieuws op basis van signalen van advocaten en notarissen. Voor de zekerheid roepen de notarissen steeds vaker hulp in van een arts om in te schatten of iemand nog wel wilsbekwaam is. De hulp van een gespecialiseerde arts is onderdeel van een stappenplan van de beroepsorganisatie van notarissen voor mensen bij wie het vermoeden bestaat dat ze wilsonbekwaam zijn, en in het bijzonder voor mensen met dementie. ANBO is blij met de oplettendheid van notarissen, niet alleen om impulsieve beslissingen te voorkomen maar net zo goed om manipulatie of financieel misbruik in de kiem te smoren. Notarissen worden vanaf 2013 getraind om de subtiele signalen van misbruik te herkennen.

Veel slachtoffers.

Vorige maand trokken ANBO en Rabobank al aan de bel: Nederlandse ouderen zijn vaak doelwit van financiële uitbuiting. Speciale campagnes moeten senioren weerbaarder maken en wijzen op het risico van financieel misbruik, zo meldden we in De Stentor.

ANBO heeft de afgelopen jaren vele vrijwilligers opgeleid om mensen bewust te maken van de risico's van een verloren grip op geldzaken. Er wordt geschat dat zo’n 30.000 mensen jaarlijks slachtoffer worden van financieel misbruik. Vooral de omgeving moet zich bewust zijn van de risico’s en onduidelijke signalen goed interpreteren: een 'niet pluis-gevoel' kan al voldoende zijn om vragen te stellen of extra op te letten.

Los daarvan moeten mensen zich zélf goed voorbereiden op het moment dat het zelfstandig beheren van de financiën niet meer lukt. Maak goede afspraken, leg deze op papier vast en maak niet één persoon eindverantwoordelijk, maar laat meerdere mensen meekijken.

Wat is financiële uitbuiting?

Financiële uitbuiting is het ongepast gebruik maken van bezittingen. Dat kan zijn dat er extra geld gepind wordt tijdens het boodschappen doen, maar het kan ook zijn dat er sieraden, geld of spullen verdwijnen, dat er zonder toestemming of medeweten eigendommen verkocht worden, dat er zonder toestemming of medeweten diensten en producten gekocht worden of dat de bewindvoerder of mantelzorger iemand financieel kort houdt terwijl er wel geld beschikbaar is. Het onder druk veranderen van een testament of wilsbeschikking is ook een belangrijk signaal. Om dit te voorkomen moet ook de notaris scherp zijn op signalen van misbruik.

? Bekijk alle informatie op www.anbo.nl/gripopgeldzaken

Voorbereiding

• Denk alvast na aan wie u uw bankzaken zou willen en kunnen overlaten;

• Zorg dat u niet van één persoon alleen geheel afhankelijk word van uw geldzaken;

• Hoe wilt u dat uw geldzaken zijn geregeld als u dat onverhoopt zelf niet meer kan? Welke afspraken wilt u daarover maken? En met wie? Bespreek dit met de persoon die u in gedachten heeft;

• Leg vast wat u wilt op papier. Dat kan bijvoorbeeld via de notaris;

• Praktische maatregelen kunt u ook treffen met uw bank. Bij veel banken kunt u bijvoorbeeld afspraken maken over machtigingen op uw bankrekening, zogenaamde ‘zakgeldrekeningen’ of opnamelimieten;

• Als u geen vertrouwenspersoon heeft dan kunt u denken aan een mentor of bewindvoerder.

Bij vermoedens van financieel misbruik

• Praat erover met iemand die u vertrouwt;

• Praat met de betrokkene(n);

• Bel Veilig Thuis op 0800-2000 en vraag naar een medewerker die deskundig is op het gebied van ouderenmishandeling;

• Direct nood? Bel de politie op 112.

Vul de checklist in!
Nu al hulp nodig? Bel de Advieslijn Raad & Daad van ANBO op 0348 466688. Wanneer we er aan de telefoon niet uitkomen kunnen we een ANBO Consulent naar u toe sturen. Of bel Veilig Thuis om advies: 0800 2000. Via www.vooreenveiligthuis.nl vindt u meer informatie.

ANBO geeft ook voorlichting via de website. Met het deel 'Grip op Geldzaken' geven we informatie en tips om financieel misbruik te voorkomen.







ARTIKEL:

NIVEL ZORGMONITOR KRIMPGEBIEDEN

GEEFT INZICHT IN ZORG

BIJ BEVOLKINGSDALING.


bron: Redactioneel/NIVEL.

door: Ton van Vugt.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Krimpgebieden zijn regio’s in Nederland die te maken hebben met een relatief snelle bevolkingsdaling. In anticipeerregio’s gaat dit iets minder snel. Wanneer vooral jonge, gezonde en kapitaalkrachtige mensen deze regio’s verlaten wordt de zorg kwetsbaar. Toch zien we dat niet alle krimp- en anticipeerregio’s in even grote mate met deze problemen te maken hebben. Dit is nu na te gaan met de NIVEL Zorgmonitor Krimpgebieden.

Door het vertrek van jonge mensen uit krimpgebieden, zet een oververtegenwoordiging van kwetsbare en oudere mensen extra druk op de gezondheidszorg. Zeker in de eerste lijn. Door vergrijzing is er in de krimpgebieden niet alleen sprake van een grotere zorgvraag en meer zorggebruik. Er kunnen ook nog eens regionale tekorten aan zorgpersoneel ontstaan.

De NIVEL Zorgmonitor Krimpgebieden brengt de verschillen tussen alle regio’s en gemeenten in de krimpgebieden overzichtelijk in kaart. Wie wil weten welke krimp- en anticipeerregio’s met welke zorgproblemen te maken hebben, kan kiezen uit een uitgebreide set van indicatoren. Voor zorggebruik, zorgaanbod, zorgkosten en combinaties daarvan. Dat geldt ook voor wie één bepaalde gemeente wil vergelijken. Dat kan met andere krimp- of anticipeergemeenten, regio’s of met de rest van Nederland. Cijfers hebben betrekking op verschillende jaren. Zo kan ook nog bekeken worden of bepaalde krimp- en anticipeerregio’s sneller veranderen dan andere.

De monitor levert informatie en inzichten voor onderzoekers, beleidsmakers en zorgverleners. De kern van de monitor is: leren door vergelijken. Krimpregio’s kunnen erg van elkaar verschillen. Bijvoorbeeld in huisartsbezoek voor chronische ziekten, of de kosten voor verloskundige zorg. De NIVEL Zorgmonitor Krimpgebieden biedt dus een ‘zorgspiegel’ voor gemeenten en regio’s. Daarmee worden organisaties ondersteund om de zorg in hun regio of gemeente zo goed mogelijk organiseren. En zo draagt de monitor bij aan een betere gezondheidszorg; ook in de krimpgebieden.

De NIVEL Zorgmonitor Krimpgebieden wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS.
Ga naar www.nivel.nl/krimp voor verdere informatie, of raadpleeg de factsheets.







ARTIKEL:

GELUKKIGER MET KLIKPROTHESE

NA BEENAMPUTATIE.


bron: Redactioneel/Zorgkrant/ErasmusMC.

door: Ton van Vugt.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Patiënten met een beenamputatie kunnen sinds kort terecht in het Osseointegratie Centrum Rotterdam.

Daar wordt een geavanceerde techniek met een klikprothese toegepast.

Beenamputatie.

Patiënten die een beenamputatie hebben moeten ondergaan, kunnen vanaf deze week terecht in het Osseointegratie Centrum (OCR) Rotterdam. Daar wordt een geavanceerde behandeling aangeboden die bestaat uit een operatie waarbij een zogeheten klikprothese wordt verbonden met het geamputeerde bot. Daarna gaat de patiënt revalideren.

Kokerprothese.

Het OCR is een bijzonder samenwerkingsverband van het Erasmus MC, Rijndam Revalidatie en Rijndam Orthopedietechniek. De behandeling is een betrekkelijk nieuwe optie voor een deel van de patiënten met een (been)amputatie. De klikprothese vervangt de kokerprothese en zorgt voor een betere kwaliteit van leven omdat de patiënt zich met deze prothese beter kan voortbewegen. Ook zorgt de klikprothese voor minder pijnklachten.

Innovatief.

Het operatieve deel van de behandeling vindt plaats in het Erasmus MC. Bij osseointegratie wordt een metalen pen in het geamputeerde bot geplaatst, waaraan direct een prothese kan worden bevestigd. De prothese is rechtstreeks verbonden met het bot.

Eigen been.

Traumachirurg Oscar van Waes van het Erasmus MC licht toe: “Deze techniek is mogelijk bij een deel van de mensen met een amputatie en biedt veel voordelen voor mensen bij wie een kokerprothese tot klachten leidt. Mensen geven aan dat ze met een klikprothese het gevoel hebben hun eigen been weer terug te hebben.”

Kwaliteit van leven.

In een poliklinisch revalidatietraject bij Rijndam Revalidatie leren patiënten vervolgens lopen met de nieuwe prothese. De instelling en aanpassing van de prothese vindt plaats door instrumentmakers van Rijndam Orthopedietechniek. “De klikprothese zorgt ten opzichte van een kokerprothese voor minder pijn, toename van mobiliteit, verhoging van zitcomfort en komt de kwaliteit van leven, participatie en gezonde leefstijl ten goede”, geeft revalidatiearts Marieke Paping aan.

Gescreend.

Wereldwijd wordt osseointegratie na een amputatie nog maar in een beperkt aantal landen aangeboden. Uit onderzoek blijkt dat er bij osseointegratie nauwelijks infecties ontstaan. Van Waes: “Wel moeten de patiënten worden gescreend. Diabetes Mellitus en roken kunnen een reden zijn om niet voor deze techniek te kiezen.” Het Osseointegratie Centrum Rotterdam werkt samen met the Osseointegration group of Australia (Sydney) en met het RadboudUMC in Nijmegen, waar osseointegratie al enige tijd wordt toegepast. Inmiddels zijn de eerste twee patiënten geopereerd in samenwerking met professor Munjed Al Muderis van de Osseointegration group of Australia.



BearbeitenLöschen

(Bekijk de informatiefilm van Radboud UMC op onze website)







ARTIKEL:

MANTELZORG GAAT DOOR,

OOK ALS NAASTE

N VERZORGINGSHUIS VERBLIJFT.


bron: Redactioneel/Mezzo.

door: Carlijn de Groot.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Driekwart van de bewoners van een verzorgings- of verpleeghuis ontvangt hulp van familieleden.

Dat blijkt uit het SCP-rapport Ouderen in verpleeghuizen en verzorgingshuizen. Hiermee is wederom aangetoond dat de zorg voor een naaste niet ophoudt wanneer hij of zij naar een verpleeg- of verzorgingshuis gaat.

Meer informatie:

Ouderen in verpleeghuizen en verzorgingshuizen (SCP-rapport)







ARTIKEL:

DO'S EN DON'TS

IN DE PARTICIPATIESAMENLEVING.


bron: Redactioneel/NOS.

door: Marlies van der Vloot.


BearbeitenLöschen




BearbeitenLöschen



Vier jaar geleden noemde koning Willem-Alexander de participatiesamenleving in zijn Troonrede als vervanger van onze "klassieke verzorgingsstaat". Dat loopt nog niet helemaal goed, concludeert kenniscentrum Movisie. Honderdduizenden Nederlanders hebben de handschoen opgepakt, maar het zijn wel vooral blanke, hoogopgeleide Nederlanders die in actie komen.

In een enquête vroegen wij naar ervaringen van mensen met de participatiesamenleving. Ruim 150 mensen deelden hun verhaal. En dat leverde heel wat do's en don'ts op.

Ga al heel snel met de gemeente om tafel.

De gemeente wordt vaak genoemd in de reacties op de NOS-enquête: soms als succesfactor, maar vaker als knelpunt. Veel initiatiefnemers zien de gemeentelijke regels vooral als belemmering.

Een schrijnend voorbeeld komt van een man die voor zijn ouders een mantelzorgwoning wilde bouwen. Hij moest hiervoor steeds nieuwe verklaringen bij de gemeente afgeven, waar veel tijd overheen ging. "Inmiddels is mijn vader overleden en blijft de aanvraag voor mijn moeder staan."

Het helpt om in een heel vroeg stadium met de gemeente om tafel te gaan, dus al voordat je veel tijd in je project hebt gestoken. Dan kun je vast inventariseren hoe flexibel de gemeente is en of deze bereid is mee te denken. Denk hierbij niet alleen aan de gemeentelijke organisatie zelf, maar ook aan de gemeenteraad, adviseren betrokkenen bij Zorgcoöperatie Schaijk: als de ambtenaren dan opeens niet meer meewerken, heb je nog een vangnet.

"Als het nodig is, kunnen we in het weekend een ambtenaar wakker bellen."

Stichting GoudApot.

Het meest verregaande voorbeeld van samenwerking met een gemeente komt uit Gouda. De initiatiefnemers van de stichting GoudApot vonden de gemeente bereid om de verdeling van maatschappelijke subsidies voortaan aan hen over te laten. "Wijkteams kregen in het verleden standaard een zak geld van de gemeente. Nu dienen zij subsidieaanvragen in bij GoudApot." De samenwerking verloopt soepel. "Als het nodig is, kunnen we een ambtenaar in het weekend wakker bellen."

Het is overigens niet alleen belangrijk de gemeente al snel bij je idee te betrekken. Houd ook rekening met andere partijen, blijkt uit onze enquête. In het voorbeeld van GoudApot moesten de bestaande wijkteams bijvoorbeeld best wennen aan de nieuwe situatie.

Andere projecteigenaren kregen te maken met organisaties die hen als concurrent zagen. Zo organiseert het project De Kids van Amsterdam Oost activiteiten voor kinderen van 5 tot 25 jaar. Maar de initiatiefnemers moeten knokken voor hun plekje, schrijven ze. "De organisatie wordt klein gehouden door andere, grotere welzijnsorganisaties die zeggenschap hebben in Amsterdam."

Betrek (lokale) bedrijven bij je project.

In veel gevallen blijkt het moeilijk de financiering voor een initiatief rond te krijgen. Soms zegt de gemeente bijvoorbeeld subsidie toe, om daar vervolgens op terug te komen.

In Rijswijk betrokken zo'n vijftig huishoudens lokale ondernemers bij de ontwikkeling van een groene woonbuurt. Uiteindelijk leidde dat tot een effectief samenwerkingsverband. "Het architectenbureau heeft heel veel tijd en geld in het project geïnvesteerd vanuit een gedeelde ambitie. Het bouwbedrijf durfde risicodragend in te stappen. De gemeente was blij dat ze kopers van de grond had en wij waren blij dat we onze eigen leefomgeving zelf konden bepalen."

Verzamel genoeg vrijwilligers en donateurs.

Vrijwel alle burgerinitiatieven draaien op vrijwilligers, gefinancierd door gemeentelijke subsidies, stichting Doen of het (lokale) bedrijfsleven. Maar er vallen regelmatig mensen uit, blijkt uit onze enquête. En het kost best veel tijd om een initiatief draaiende te houden: ruim een derde van de respondenten besteedt wekelijks gemiddeld 16 uur of meer aan het project.

Een groep vrijwilligers en eventueel donateurs is dus van groot belang. Maar vaak zijn mensen terughoudend om zich op te geven, weten de initiatiefnemers van Zorgsamenbuurten Eindhoven, die bijeenkomsten organiseren voor 60-plussers. "Vraag mensen daarom wat ze wél kunnen en willen doen, ook al is dat maar eens per maand of een keer per jaar."

Op basis van deze vraag konden ze in Eindhoven een lijst samenstellen met namen van buurtbewoners en de dingen die zij konden bijdragen. Als een 60-plusser bijvoorbeeld computerproblemen heeft, checkt een vrijwilliger nu op die lijst welke buurtbewoner hem het beste kan helpen. "Accepteer dat veel vrijwilligers hun eigen taak willen uitvoeren, maar niet de verantwoordelijkheid voor het geheel willen dragen."



BearbeitenLöschen

? Bekijk het video-item van NOS-journaal:




Sie verwenden einen veralteten Browser, der nicht in der Lage ist, Video-Clips wiederzugeben.

(Bekijk de videoreportage van NOSjournaal op onze website)





ARTIKEL:

INFOpunt:


MAG EEN VLIEGTUIGMAATSCHAPPIJ MIJ ALS GEHANDICAPTE WEIGEREN?


Dagelijks een duidelijk antwoord op een gestelde vraag.


BearbeitenLöschen





BearbeitenLöschen

Wij ontvingen de volgende vraag:



"Ik hoorde laatst van een kennis dat ze geweigerd was voor een vliegreis naar Spanje. Haar handicap zou hier de oorzaak



BearbeitenLöschen

Onze HN-informateur antwoord:



Vanaf 26 juli 2007 mogen vliegmaatschappijen in de Europese Unie invalide reizigers niet langer weigeren. Tevens wordt het verboden gehandicapte reizigers meer te laten betalen voor hun vlucht dan 'normale' passagiers. Vooral oudere mensenzullen hiervan profiteren.

Sommige goedkope maatschappijen hanteren een limiet van een of twee gehandicapten per vlucht. 'Deze discriminatie tegen gehandicapten is niet meer mogelijk', zei de woordvoerder van eurocommissaris Jacques Barrot (Vervoer). Hij kon niet uitsluiten dat hierdoor prijzen van tickets zullen stijgen.

De EU-lidstaten moeten erop toezien dat de nieuwe regel niet wordt overtreden.







ARTIKEL:

INFOpunt:


MAG EEN VLIEGTUIGMAATSCHAPPIJ MIJ ALS GEHANDICAPTE WEIGEREN?


Dagelijks een duidelijk antwoord op een gestelde vraag.


BearbeitenLöschen





BearbeitenLöschen

Wij ontvingen de volgende vraag:



"Ik hoorde laatst van een kennis dat ze geweigerd was voor een vliegreis naar Spanje. Haar handicap zou hier de oorzaak



BearbeitenLöschen

Onze HN-informateur antwoord:



Vanaf 26 juli 2007 mogen vliegmaatschappijen in de Europese Unie invalide reizigers niet langer weigeren. Tevens wordt het verboden gehandicapte reizigers meer te laten betalen voor hun vlucht dan 'normale' passagiers. Vooral oudere mensenzullen hiervan profiteren.

Sommige goedkope maatschappijen hanteren een limiet van een of twee gehandicapten per vlucht. 'Deze discriminatie tegen gehandicapten is niet meer mogelijk', zei de woordvoerder van eurocommissaris Jacques Barrot (Vervoer). Hij kon niet uitsluiten dat hierdoor prijzen van tickets zullen stijgen.

De EU-lidstaten moeten erop toezien dat de nieuwe regel niet wordt overtreden.











En hiermee zijn we aan het eind gekomen van ons nieuwsoverzicht van vandaag.
Voor meer nieuws gaat u naar www.handicapnieuws.net of volgt u ons op social media.
Morgenvroeg maken we weer een nieuwe update, want je weet het: Handicapnieuws.net is dagelijks 'uitgsproken' actueel!

Ga naar:
- Maandag.
- Dinsdag.
- Woensdag.
- Donderdag.
- Vrijdag.