Welkom op de speciaal toegankelijke website van HANDICAPNIEUWSnet. HANDICAPNIEUWSnet is uitgsproken actueel: maandag
Keuzeknoppen om terug te gaan naar: Startpagina
::

maandag

Keuze: ReadSpeaker uit.

Lees voor

U luistert naar HandicapNieuws UPDATE van maandag 23 april 2017.

VANDAAG IN ONS NIEUWS:
Verslavingsartsen: Medicijnentekort is zorgwekkend.
Experiment: direct, zonder opleiding, aan het werk in zorg.
Patiënten voelen zich zieker na medicijnwissel.
Patiëntenorganisaties in brandbrief aan Kamer: meer financiële ruimte nodig!
Meeste ouderen gebruiken weinig zorg.
EU luidt noodklok over afname vaccinatiegraad.
Dit is waarom sommige medicijnen zo duur zijn.
Investeren in langer zelfstandig thuis wonen loont.
Recordaantal mensen gestopt met roken.
Zorgmedewerkers starten in navolging van onderwijzers: 'Zorg in Actie'
Knelpunten jeugdwet vooral in uitvoering.
Rapport Onderzoek uitvoeringspraktijk Wlz-behandeling beschikbaar.
Op de bres voor zeldzame ziekten.
Doorbraak in behandeling huidkanker met hulp Nederlands ziekenhuis.
Artsen moeten vaker naar seksleven patiënt vragen. [+Audio]
Veiligheid medewerkers GGZ voorop.
Je kunt alles bereiken, ook met een handicap! [+Videolink]
Onderwijsinspectie: kinderen bewegen slechter dan tien jaar geleden.
Verwarring over alcohol, dus de onderzoeker legt het nog één keer uit.
Teken kunnen meer kwaad dan gedacht. [+Video]
ZN: pak échte oorzaken geneesmiddelwisselingen aan.
Tips en voorbeelden voor opstellen zorgleefplan.
Kabinetsplan arbeidsgehandicapten ‘moet terug naar tekentafel’.
HN-INFOpunt: Wat betaal ik voor medicijnen op recept?
Onze Lachafsluiting.

Voor meer informatie over de handicap nationaal? ga naar hun site: www.handicapnationaal.nl, mail naar info@handicapnationaal.nl, of bel op kantoortijden naar 06-12390746. en dan nu onze artikelen van vandaag.







ARTIKEL: VERSLAVINGSARTSEN: MEDICIJNENTEKORT IS ZORGWEKKEND. VERSLAVINGSARTSEN: MEDICIJNENTEKORT IS ZORGWEKKEND.
bron: Redactioneel/Nieuwsuur/Zorg.nu/ANP MediaWatch. door: Ton van Vugt.

Cruciale medicijnen voor verslaafden zijn steeds minder leverbaar en dat kan fatale gevolgen hebben. De Vereniging voor Verslaafdengeneeskunde Nederland (VVGN) noemt de ontwikkeling in een brief aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zorgwekkend, meldt Nieuwsuur.

De afgelopen tijd zijn volgens de vereniging verschillende medicijnen die worden gebruikt in de verslavingsgeneeskunde niet leverbaar geweest of binnenkort niet meer beschikbaar. Zo is een medicijn om terugval bij alcoholverslaving te helpen voorkomen niet meer leverbaar. Sommige verslaafden kunnen zich dood drinken, waarschuwen artsen.

Apothekersorganisatie KNMP trok onlangs ook al aan de bel over grote medicijntekorten.







ARTIKEL: EXPERIMENT: DIRECT, ZONDER OPLEIDING, AAN HET WERK IN ZORG.
bron: Redactioneel/AD/ANP Media door: Carlijn de Groot.

Mensen die willen overstappen naar de zorg hoeven niet eerst een complete opleiding achter de rug te hebben, maar kunnen meteen aan de slag. Al werkende worden deze nieuwe medewerkers geschoold, zodat ze binnen anderhalf tot twee jaar alsnog een mbo- of hbo-diploma op zak hebben.

Als het zo ver is, krijgen de deelnemers een vaste baan aangeboden bij een van de instellingen die op dit idee zijn gekomen. Dat zijn Stichting Prisma en De Riethorst Stromenland, beide met zorginstellingen in Altena. Ook Thebe en De Wever doen mee.

Het project heet SwitchZ en speelt in op het probleem dat er steeds minder jongeren van de reguliere zorgopleidingen komen. Tegelijkertijd leidt de vergrijzing tot een groeiende vraag naar medewerkers in de zorg.

Volgens zorgmanager Clasine Schraa van Thebe krijgen de nieuwe studenten een 'opleiding geheel op maat'. ,,Ze kunnen starten wanneer het hun uitkomt en bepalen zelf het leerprogramma. Wat ze al weten en kunnen, mogen ze overslaan. Daardoor kunnen ze binnen anderhalf jaar hun mbo-diploma halen'', aldus Schraa.

Iets anders.

Het project is ideaal voor mensen die 'toe zijn aan iets anders'. Zo heeft een van de SwitchZ-studenten, Marion van der Meer, eerder 31 jaar voor de Rabobank gewerkt. Na haar ontslag en tientallen sollicitaties heeft ze nu de overstap naar de zorg gemaakt. ,,Vroeger heb ik ooit een bijbaantje gehad in de zorg. Dat lag me.''

De kersverse zorgverleners zijn in principe ongekwalificeerd als ze aan de slag gaan. ,,Dat klopt, maar ze verrichten geen handelingen die ze niet aankunnen. Bovendien worden ze altijd begeleid'', zegt Mireille de Wee, bestuurder van De Riethorst Stromenland.

De zij-instromers krijgen in eerste instantie 'een inkomen op maat'. Als ze de noodzakelijke papieren op zak hebben, gaat dat salaris omhoog. Behalve de instellingen zijn ook Avans Hogeschool en opleidingscentrum G&D uit Waalwijk betrokken.







ARTIKEL: PATIËNTEN VOELEN ZICH ZIEKER NA MEDICIJNWISSEL.
bron: Redactioneel/NOS/ANP. door: Marlies van der Vloot

Patiënten roepen het ministerie van Volksgezondheid, apothekers en zorgverzekeraars op om een einde te maken aan wat ze noemen "het onnodig wisselen van medicijnen". Aanleiding is een enquête die veertien patiëntenorganisaties, waaronder het Longfonds, de Harteraad en het Reumafonds, hebben gehouden onder hun achterban.

Jaarlijks krijgen bijna een miljoen mensen met een chronische aandoening een ander vast medicijn voorgeschreven, zeggen de patiëntenorganisaties. Dat gebeurt volgens de organisaties zonder medische reden: vaak is er een tekort aan het oude medicijn of is het nieuwe medicijn goedkoper.

Sinds 2008 hanteren verzekeraars en apothekers om kosten te besparen een preferentiebeleid, waarbij zij bepalen welke medicijnvariant een patiënt krijgt. Ze kiezen dan bijvoorbeeld voor een goedkopere, merkloze (generieke) variant. Volgens RTL Nieuws levert deze manier van medicijnen verstrekken jaarlijks een besparing van naar schatting 500 miljoen euro op. Zonder die besparing zou de zorgverzekering jaarlijks 30 tot 50 euro duurder zijn.

Aan de enquête deden bijna 2000 chronisch zieke mensen mee die minstens één keer van vast medicijn hebben moeten wisselen. De antwoorden wijzen volgens de organisaties uit dat de wisselingen leiden tot onrust en onnodige gezondheidsklachten.

Ruim een op de drie respondenten voelt zich zieker of ongezonder na de medicijnwissel. Zo zeggen ze meer last van bijwerkingen te hebben. Ook zijn er patiënten die in de war raken omdat ze het nieuwe medicijn op een andere manier moeten toedienen. Bijna een kwart zegt extra medisch onderzoek te hebben moeten ondergaan nadat ze aan het nieuwe medicijn waren begonnen.

Lijst.

Volgens Longfonds-directeur Rutgers zijn de problemen al jaren bekend, maar worden ze niet serieus genomen. "Terwijl het een enorme impact op het dagelijks leven van de patiënten heeft."

De patiëntenorganisaties willen dat er een lijst komt van geneesmiddelen waarbij niet mag worden gewisseld omdat overstappen vaak tot problemen leidt. Ze willen daarover afspraken maken met alle betrokken partijen.

Meerjarencontracten.

Minister Bruins voor Medische Zorg zegt in een reactie dat er al wordt gewerkt aan een lijst van ziekten en medicijnen waarbij wisselen al dan niet wordt aangeraden.

Hij wijst erop dat alle medicijnen zijn goedgekeurd op kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid. Bovendien sluiten de verzekeraars steeds vaker meerjarencontracten af met fabrikanten, zodat patiënten minder vaak hoeven te wisselen.







ARTIKEL: PATIËNTENORGANISATIES IN BRANDBRIEF AAN KAMER: MEER FINANCIËLE RUIMTE NODIG!
bron: Redactioneel/Patiëntenfederatie Nederland. door: Ton van Vugt.

Als de overheid patiëntenorganisaties belangrijk vindt voor de zorg moet ze ook zorgen dat die organisaties hun werk goed kunnen doen. En dat is nu niet het geval. De financiering van de patiëntenbeweging dateert uit de tijd dat ze alleen opkwam voor betere zorg. Maar inmiddels praten vertegenwoordigers van patiënten mee over veel meer onderwerpen en op veel meer plaatsen, landelijk en regionaal. Het werk is enorm toegenomen, maar de financiering niet.

Dat is de strekking van een brief die de drie koepelorganisaties van patiënten: Patiëntenfederatie Nederland, Ieder(in) en MIND, samen met ruim 100 patiëntenorganisaties hebben gestuurd aan de Tweede Kamer. Ze voelen zich ernstig belemmerd in hun werkzaamheden om zorg en ondersteuning in Nederland beter te maken. Sommigen staat het water aan de lippen; tijd om te vragen om een nieuw, beter en ruimer subsidiekader.

Patiëntenorganisaties in Nederland, samen de patiëntenbeweging, zetten zich in om de positie en belangen van de patiënt in Nederland te verbeteren. Zij komen op voor de belangen van patiënten, verbeteren de kwaliteit van zorg en denken mee met gemeenten, zorginstellingen, wetenschappelijk onderzoek en in ziekenhuizen.

Dat doen zij nu al te lang met te weinig financiële middelen, aldus de brief. Het aantal taken groeit, bijvoorbeeld door de decentralisering, het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking, maar bijvoorbeeld ook door Europa.

Daarvoor zijn in de eerste plaats gewoon meer financiële middelen nodig. En daarnaast ruimte voor vernieuwing, groei en professionalisering. Bovendien is het tijd dat patiënten(-organisaties) ook mogen meedenken over de invulling van hun eigen subsidiekader. Patiënteninbreng zou ook daarin de standaard moeten worden.

(Lees de brandbrief aan de Tweede Kamer op onze website)







ARTIKEL: MEESTE OUDEREN GEBRUIKEN WEINIG ZORG.
bron: Redactioneel/Radar/ANP. door: Carlijn de Groot.

De meeste ouderen gebruiken weinig zorg; slechts een klein deel heeft juist veel zorg nodig. 20 procent van de ouderen gebruikt 80 procent van de zorguitgaven voor ouderen. Bijna de helft (48 procent) van de totale zorguitgaven gaat naar ouderen.

Dat blijkt uit de eerste 'monitor zorg' voor ouderen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De meeste 65-jarigen zijn volgens dit overzicht vitaal en gebruiken nauwelijks meer zorg dan de gemiddelde Nederlander. Maar de gemiddelde zorgkosten stijgen wel sterk met de leeftijd. Voor 85-plussers liggen de gemiddelde kosten vier keer hoger dan die voor mensen tussen 65 en 75 jaar.

70 procent van 85-plussers woont nog thuis.

De meeste ouderen (94 procent) wonen thuis. Bij mensen tot 75 jaar is ziekenhuiszorg ongeveer een derde van de kosten. Met de leeftijd neemt die ziekenhuiszorg af, maar stijgt wel het beroep op wijkverpleging en langdurige zorg.

Van de 85-plussers woont 70 procent nog thuis, vaak met hulp van wijkverpleging. 6 procent van de ouderen woont in een verpleeghuis, dat zijn 189.000 mensen. Sinds 2012 is het aantal mensen in een verpleeghuis gedaald, maar de bewoners hebben gemiddeld wel zwaardere zorg.







ARTIKEL: EU LUIDT NOODKLOK OVER AFNAME VACCINATIEGRAAD.
bron: Redactioneel/Radar/ANP. door: Marlies van der Vloot

Het Europees Parlement wil actie tegen de 'zorgwekkende' afname van de vaccinatiegraad in de EU. In een resolutie roept het de Europese Commissie en de lidstaten op maatregelen te nemen tegen de 'toenemende en wijdverspreide terughoudendheid tegenover vaccins' en de kostenstijging ervan aan te pakken. In Nederland krijgen steeds minder zuigelingen, kleuters en schoolkinderen prikken voor bof, mazelen en rodehond (BMR).

De vaccinatiepercentages in de EU zijn ontoereikend voor een adequate bescherming, aldus de resolutie. Tussen 2008 en 2015 zijn er in de EU 215.000 gevallen geweest van ziektes die door vaccinatie voorkomen hadden kunnen worden, zoals de mazelen.

'Overlijden door mazelen niet meer van deze tijd'

EU-parlementariër Annie Schreijer-Pierik (CDA): 'Met alle respect voor de principes van gewetensvrijheid en onaantastbaarheid van het menselijk lichaam is nu actie geboden. Dat in Europa opnieuw kinderen en zelfs volwassenen overlijden door mazelen is niet meer van deze tijd en onnodig. Meer voorlichting en transparantie over onderzoeken zijn echt nodig om de spookverhalen bij ouders en patiënten over bepaalde vaccins weg te nemen.'

De vaccinatiegraad voor bof, mazelen en rodehond daalt in Nederland al een paar jaar licht, blijkt uit het jaarverslag van het Rijksvaccinatieprogramma 2016. De norm van 95 procent van de Wereldgezondheidsorganisatie, die nodig is om mazelen uit te bannen, wordt in Nederland bij de eerste BMR-prik niet meer gehaald. Voor de tweede BMR-vaccinatie was dit al langer zo. Voor het eerst lieten in 2016 minder meisjes zich inenten tegen baarmoederhalskanker. Het percentage daalde van 61 naar 53.

Het parlement vindt ook dat migranten en vluchtelingen die de EU binnenkomen, gescreend moeten worden of ze en waartegen ze zijn ingeënt.







ARTIKEL: DIT IS WAAROM SOMMIGE MEDICIJNEN ZO DUUR ZIJN.
bron: Redactioneel/AD/ANP MediaWatch. door: Ton van Vugt.

In de strijd tegen te dure farmaceuten maakte het AMC onlangs bekend zelf een medicijn te gaan maken voor patiënten met een zeldzame stofwisselingsziekte. Maar waarom zijn medicijnen vaak zo duur? In dit minicollege van de Universiteit van Nederland geeft gezondheidseconoom Bram Ramaekers het antwoord.

Het was een medicijn zoals elk ander: CDCA, een middel tegen een levensbedreigende stofwisselingsziekte die tot vroege dementie kan leiden. Voorgeschreven door de huisarts, op te halen bij de apotheek en klaar voor gebruik.

Maar de afgelopen jaren liep de prijs voor het medicijn steeds meer op. Toen de kosten richting de 200.000 euro per jaar gingen en er niet genoeg budget was om het middel nog te vergoeden, besloot het AMC in te grijpen. Vorige maand begon het ziekenhuis het medicijn zelf na te maken, voor ongeveer een achtste van de prijs van de Italiaanse farmaceut Leadiant.In de strijd tegen te dure farmaceuten maakte het AMC onlangs bekend zelf een medicijn te gaan maken voor patiënten met een zeldzame stofwisselingsziekte. Maar waarom zijn medicijnen vaak zo duur? In dit minicollege van de Universiteit van Nederland geeft gezondheidseconoom Bram Ramaekers het antwoord.

Het was een medicijn zoals elk ander: CDCA, een middel tegen een levensbedreigende stofwisselingsziekte die tot vroege dementie kan leiden. Voorgeschreven door de huisarts, op te halen bij de apotheek en klaar voor gebruik.

Maar de afgelopen jaren liep de prijs voor het medicijn steeds meer op. Toen de kosten richting de 200.000 euro per jaar gingen en er niet genoeg budget was om het middel nog te vergoeden, besloot het AMC in te grijpen. Vorige maand begon het ziekenhuis het medicijn zelf na te maken, voor ongeveer een achtste van de prijs van de Italiaanse farmaceut Leadiant.

Laten we eerst kijken naar waarom sommige medicijnen zo duur zijn. Het antwoord hierop is tweeledig. Het ontwikkelen van nieuwe medicijnen duurt gemiddeld zo’n twaalf jaar. Van de 200.000 stoffen die onderzocht worden door farmaceutische bedrijven, komen er uiteindelijk zo’n twintig medicijnen uitgerold.

De kosten van al die ‘mislukte medicijnen’ worden doorberekend in de prijs van de medicijnen die wel op de markt komen, stelt gezondheidseconoom Bram Ramaekers van de Universiteit Maastricht in zijn minicollege voor de Universiteit van Nederland.

Paracetamol.

Waarom je dan al voor een euro een pakje paracetamol in de supermarkt kan kopen? Dat heeft te maken met patentrecht. Farmaceuten vragen bij de ontwikkeling van een nieuw medicijn een patent aan; het zogezegde alleenrecht dit medicijn te mogen produceren. Bij paracetamol en andere generieke medicijnen is dit patent verlopen waardoor het door alle farmaceuten kan worden gemaakt en er dus een gezonde marktwerking optreedt.

Bij datzelfde patentrecht zit een deel van het probleem. Een farmaceut kan zelf de prijs bepalen door deze monopoliepositie. Daar komt nog bovenop dat farmaceuten vaak weinig transparant zijn. Zo willen Biogen, Vertex en Gilead geen boekje opendoen over hun geldstromen. Het is dus niet duidelijk hoeveel er voor onderzoek wordt gebruikt en hoe hoog de winst van deze bedrijven is. Wat wel bekend is: de winst van de twintig grootste farmaceutische bedrijven was in 2015 bij elkaar opgeteld 125 miljard Amerikaanse dollar.

Belang.

Maar mogen farmaceuten dan geen winst maken? Misschien wel, maar ten koste van wat? Het gezondheidsbudget is gelimiteerd: 93 miljard euro. Vanuit dat perspectief ontkom je niet aan de vraag hoeveel een levensjaar in goede gezondheid mag kosten.

In Nederland is dit maximaal 80.000 euro voor ieder levensjaar in goede gezondheid, afhankelijk van de ziektelast. Dus voor lagere ziektelast, bijvoorbeeld de kalknagel, zijn we bereid minder te betalen per levensjaar in goede gezondheid dan voor iemand met kanker.

De winst van de twintig grootste farmaceuti­sche bedrijven was in 2015 bij elkaar 125 miljard Amerikaan­se dollar

Toch blijven er op deze manier altijd patiënten over waarvan de behandeling niet vergoed kan worden, omdat die simpelweg te duur is. Dit wordt maar al te goed duidelijk in de vele crowdfundingsacties die tegenwoordig op touw worden gezet. Hierbij wordt geld ingezameld om de behandeling of medicijnen van ernstig zieke patiënten te financieren.

Verandering?

Of er in de toekomst verandering in de situatie gaat komen, is nog de vraag. Volgens Ramaekers ligt de eerste verantwoordelijkheid bij de overheid. Zij zullen farmaceuten meer moeten ondervragen over de hoge kosten en kritisch moeten kijken naar hun eigen rol. En wij als maatschappij moeten continu naar onze eigen solidariteit kijken. Wanneer vinden we iets te duur? Hoeveel mag zorg kosten? Dus niet alleen die crowdfundactie voor dat zieke neefje, maar een crowdfundende maatschappij.







ARTIKEL: INVESTEREN IN LANGER ZELFSTANDIG THUIS WONEN LOONT.
bron: Redactioneel/ANBO. door: Carlijn de Groot.

De meeste 65-jarigen zijn vitaal en gebruiken nauwelijks meer zorg dan de gemiddelde Nederlander. 94 Procent van de oudere mensen woont thuis.

Twintig procent van de ouderen gebruikt tachtig procent van de zorguitgaven voor ouderen. Dat blijkt uit een nieuwe raportage van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA). Het geschetste beeld bevestigt dat de meeste mensen vitaal ouder worden en prima zonder al te veel hulp in het eigen huis kunnen blijven wonen. Van belang is de komende jaren te zorgen dat mensen zich goed voorbereiden op het ouder worden en tijdig maatregelen treffen om het ouder worden zo prettig mogelijk te laten zijn, zo zegt ANBO.

Zo lang mogelijk zelfstandig is grote wens.

Hetzelfde rapport laat ook zien dat op hogere leeftijd (gemiddeld 85 jaar) er wel meer behoefte is aan zorg. Een toenemend aantal mensen krijgt te maken met een stapeling aan chronische aandoeningen waaronder dementie. Deze zorg thuis staat enorm onder druk omdat de wijkverpleging de stijgende vraag amper aan kan. "Langer zelfstandig thuiswonen is ook wat mensen zelf het liefste doen. Dus moeten we met elkaar ook gaan zorgen dat dit kan", zegt ANBO-bestuurder Liane den Haan. "Dit vraagt een investering, niet alleen in de wijkverpleging en goede ondersteuning in de zorg thuis maar ook in welzijn, wonen en wijken."

Andere aanpak.

Het aantal thuiswonende ouderen dat een beroep doet op de langdurige zorg, stijgt. Huisartsen zien een toenemend aantal klachten waarvan velen niet medisch zijn maar een sociale oorsprong hebben. Ook is er een toename op de SEH’s. De ouder wordende bevolking, straks 4,5 miljoen vraagt om andere zorg en ondersteuning. Veelal is dat maatwerk waarbij welzijn en zorg in elkaar verlengde liggen. Om te voorkomen dat de zorgkosten door de toenemende complexiteit toch verder gaan stijgen is urgentie geboden om de zorg anders te organiseren en veel meer op het voorkomen van problemen te richten. Dat vraagt een andere aanpak.

Juiste zorg, locatie-onafhankelijk.

"Leidend moet zijn hóe de juiste zorg geleverd wordt, en niet waar", herhaalt ANBO-bestuurder Liane den Haan. "Er gaat bijvoorbeeld nu veel geld naar de verpleeghuizen waar een relatief kleine groep ouderen woont. Het is uiteraard belangrijk dat hier de juiste liefdevolle zorg geboden wordt, maar net zo belangrijk is dat mensen op hoge leeftijd die thuis wonen ook de juiste zorg krijgen. Het zou niet uit moeten maken waar mensen wonen. Zorg zou niet aan stenen gebonden moeten zijn maar aan de behoefte van de bewoner; dat is het meest belangrijk." ANBO heeft zich het afgelopen jaar, samen met zorgorganisaties, gemeenten, werknemers- en cliëntorganisaties hard gemaakt voor goede langetermijn-investeringen in zorg thuis, een goede woonomgeving en welzijn.







ARTIKEL: RECORDAANTAL MENSEN GESTOPT MET ROKEN.
bron: Redactioneel/Radar [AVROTROS]. door: Carlijn de Groot.

Nooit eerder zijn zo veel mensen gestopt met roken als in 2017. Zo'n 110.000 mensen zwoeren in 2017 de sigaret af. Mensen die blijven roken, steken minder vaak een sigaret op.

Rookte in 2016 nog 24,1 procent (waarvan 18,6 dagelijks), vorig jaar is dat gedaald naar 23,1 (17,2 procent dagelijks). Dit blijkt uit cijfers van de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor CBS, samen met het Trimbos-instituut en het RIVM.

Meer mannen dan vrouwen roken.

Het aantal rokers en dagelijkse rokers daalt sinds 2015 gestaag. Toen rookte 26,3 procent van de bevolking, waarvan 19,5 procent dagelijks. Het aantal mannen dat rookt (27 procent) en dagelijks rookt (19,2 procent) is behoorlijk hoger dan het aantal vrouwen dat rookt (19,9 procent) en dagelijks rookt (14,5 procent). Ook is een grote groep Nederlanders minder gaan roken. In 2017 staken nog 2,35 miljoen mensen dagelijks een sigaret op, 170.000 minder dan het jaar daarvoor.

'Dit betekent dat meer dan 100.000 Nederlanders veel gezonder leven met een veel kleinere kans op kanker en hart- en vaatziekten', reageert staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid) in de krant.

WE STOPPEN!

In 2017 was er veel aandacht voor stoppen met roken. Zo hield het programma 'WE STOPPEN! van de AVROTROS zich hier mee bezig.







ARTIKEL: ZORGMEDEWERKERS STARTEN IN NAVOLGING VAN ONDERWIJZERS: 'ZORG IN ACTIE'
bron: Redactioneel/EenVandaag. door: Marlies van der Vloot.

In navolging van de onderwijzers hebben nu ook zorgmedewerkers elkaar gevonden in de strijd om betere werkomstandigheden. Onder de noemer ‘Zorg in Actie’ presenteert verplegend personeel uit de hele zorgsector vandaag een manifest en een website. Inzet: naleving van bestaande cao’s die regelmatig met voeten zouden worden getreden, verlaging van de werkdruk en hogere salarissen.

Het initiatief is gebaseerd op de succesvolle onderwijzersmanifestatie ‘PO in Actie’. In enkele weken hebben zich meer dan 20.000 zorgmedewerkers achter dit nieuwe initiatief geschaard. Ze willen onder meer in gesprek met werkgeversorganisatie Actiz en anderen, en - net als de onderwijzers - naar Den Haag om te demonstreren en zo nodig te staken.

"Ik nodig Zorg in Actie uit om te komen praten."

Minister van Volksgezondheid de Jonge.

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en sport, Hugo de Jonge, wordt enthousiast van het initiatief en nodigt de actiegroep uit om te komen praten. "Het is altijd goed om de actie te zien die mensen zelf, binnen hun eigen beroepsgroep ontplooien, om zo het vak onder de aandacht te brengen en te laten zien welke zorgen er zijn. Daar kan iedereen aan bijdragen in welke vorm dan ook. Ik juich het alleen maar toe."

Zorg in Actie strijdt voor meer salaris, lagere werkdruk en een betere cao. De Jonge: "Dat zijn geen problemen waar we nooit over spreken. Als het gaat over het salaris dan is dat aan de werkgevers en werknemers. Behalve als het gaat om het beschikbaar stellen van voldoende ruimte om normale salaris ontwikkelingen mogelijk te maken. En dat is wat het kabinet doet." Veder benadrukt dat dit soort acties veel meer plaatsvinden. "We zien het bij verpleegkundigen en bij andere vakbonden die in het verleden al zijn ingezet. Ik zie een grote bereidheid bij de beroepsgroep om het vak onder de aandacht te brengen. Kortom: ik word enthousiast van medewerkers die zich inzetten voor hun eigen val en dus ook Zorg in Actie.

Een vuist van het zorgpersoneel.

Initiatiefnemer is Marijke Volgers-Van Wijk, die zelf werkzaam was in de gehandicaptenzorg en tegenwoordig bij een GGZ-instelling werkt. Ze hoopt dat dit een begin is van een vuist van het zorgpersoneel om structurele veranderingen door te zetten. De actie is gericht op alle medewerkers uit de zorgsector: van ouderen- en thuiszorg tot ziekenhuispersoneel en gehandicaptenzorg. “Er moet een strakke naleving komen voor bestaande CAO’s. In sommige sectoren is het negeren van die CAO’s schering en inslag. Extra werk wordt niet uitbetaald en mensen durven zich niet ziek te melden omdat er geen vervanging te vinden is. Verder moeten er meer handen aan het bed en minder administratie. Tot slot moeten de salarissen echt omhoog”, aldus Volgers-Van Wijk in EenVandaag. “De zorg is een prachtig vak, maar de omstandigheden moeten echt beter. We zoeken niet naar schuldigen, we zoeken naar oplossingen.”







ARTIKEL: KNELPUNTEN JEUGDWET VOORAL IN UITVOERING.
bron: Redactioneel/BinnenlandsBestuur. door: Yolanda de Koster/Ton van Vugt.

De Tweede Kamer houdt maandag een hoorzitting over de eerste evaluatie Jeugdwet. Gemeenten staan positief tegenover de Jeugdwet, maar zien wel een groot aantal knelpunten in de uitvoering, zo blijkt uit de evaluatie. Zoals de ontoereikende financiële middelen en de leeftijdsgrens 18-/18+. Er zijn mogelijke oplossingen. Die zitten niet in aanpassing van de Jeugdwet. Wel in onder meer de verlenging van de jeugdhulp en extra budget.

In de evaluatie van de Jeugdwet wordt bevestigd wat gemeenten van meet af aan stellen: een stelselwijziging die gelijktijdig gepaard gaat met een korting op het rijksbudget is op zijn zachtst gezegd niet handig. In de top 5 van meest genoemde knelpunten door gemeenten (zie tabel) staat het ontoereikende budget dan ook op één. ‘Het idee was dat er minder intensieve zorg zou worden geboden en dat de jeugdhulp dan minder zou kosten, maar zo ver is het nog niet’, weet Janke de Groot, programmaleider Kwaliteit en Organisatie van Zorg bij onderzoeksinstituut Nivel samen, uit onderzoek. Het Nivel heeft het deelonderzoek Gemeentelijk perspectief uitgevoerd. ‘Er wordt wel meer op preventie ingezet, maar dat is eigenlijk ook weer een vindplaats voor meer gezinnen en jongeren die hulp nodig hebben.’

Stroppenpot.

Gemeentekoepel VNG en het rijk hebben inmiddels afgesproken dat er een transformatiebudget komt van 108 miljoen euro waarvan gemeenten de helft, via de algemene uitkering, bijdragen. Ook komt er ‘stroppenpot’ van in principe twee keer 100 miljoen euro voor gemeenten met grote tekorten, aldus Geert Schipaanboord, coördinator jeugd bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) . Daarvan legt het rijk 100 miljoen euro op tafel, de gemeenten moeten de andere helft gezamenlijk ophoesten. Of gemeenten die solidariteit willen opbrengen, wordt op de algemene ledenvergadering van de VNG eind juni duidelijk. De VNG denkt echter dat die 200 miljoen niet voldoende is, zeker niet voor 2019. Het aantal kinderen in zorg neemt toe, het rijksbudget groeit echter (nog) niet navenant mee. ‘Het is aan ons om de komende tijd objectief en hard aan te tonen dat er feitelijk sprake is van de groei van het aantal jongeren in zorg.’

Verlenging jeughulp.

De 18-/18+problematiek staat op de tweede plek van grootste knelpunten. ‘Het gaat dan om zowel de overstap van jeugdhulp naar volwassen zorgprogramma’s als de voorbereiding daar naartoe’, zo staat in de evaluatie. ‘De jeugdhulp moet worden verlengd’, vindt Schipaanboord. De VNG denkt daarbij aan 21 of 23 jaar, ‘inclusief de bijbehorende middelen’.

Verwijzing huisartsen.

De directe verwijzing naar specialistische jeugdhulp door artsen en – daarmee deels samenhangend, de schotten tussen het medische en sociaal domein –, is een ander belangrijk knelpunt. ‘De evaluatie legt veel dilemma’s op tafel. De verwijzing door huisartsen is er een van’, aldus Schipaanboord. ‘Er is geen gemeente die zegt dat ze de huisarts geen rol willen geven in de verwijzing, want die huisarts ziet enorm veel. Voor bestuurders zijn huisartsen de ogen en oren in hun gemeente.’ Maar de huisarts verwijzen jongeren vaak door naar specialistische (tweedelijns)zorg. Doorverwijzen naar het sociale wijkteam staat veelal niet op het netvlies. ‘Het contact met de huisarts is veel beter te organiseren’, stelt Schipaanboord. De VNG zou graag zien dat er in de Zorgverzekeringswet (Zvw) een artikel wordt opgenomen dat huisartsen worden verplicht om met gemeenten in gesprek te gaan, ‘als het niet lukt om in redelijkheid het contact tot stand te brengen.’

Dilemma’s.

‘De Jeugdwet is een wet waarin veel ruimte zit; de dilemma’s zitten in de uitvoering. Je moet dus geen nieuwe wetgeving maken. Het gaat erom om slim na te denken over op welke manier je die uitvoering kunt verbeteren’, benadrukt Schipaanboord. ‘Wat een mooie volgende stap zou zijn, is dat gemeenten van elkaar gaan leren’, stelt De Groot. ‘Het gevaar is dat gemeenten gaan zeggen dat het in de meeste gevallen goed gaat en dat ze achterover gaan leunen. Dan dreigt het gevaar dat het gevoel van urgentie verdwijnt in die gemeenten waar het nog niet op orde is.’







ARTIKEL: RAPPORT ONDERZOEK UITVOERINGSPRAKTIJK WLZ-BEHANDELING BESCHIKBAAR.
bron: Redactioneel/Actiz. door: Carlijn de Groot.

De inhoud van het rapport is behulpzaam bij het nemen van beleidsbeslissingen over het weloverwogen inrichten van de behandelfunctie in de Wlz.

De rapportage van het onderzoek van Significant naar de uitvoeringspraktijk van de Wlz-behandeling en de uitvoeringsconsequenties is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS. Het biedt zicht op de consequenties van het pakketadvies van het Zorginstituut (2017) over behandeling.

Harmonisering van behandeling in de Wlz.

Minister De Jong geeft in het najaar van 2018 aan de Tweede Kamer zijn beleidsstandpunt op het advies van het Zorginstituut over de positionering van behandeling en aanvullende zorgvormen. Het pakketadvies is erop gericht de huidige verschillen in verzekerde behandeling binnen de Wlz op te heffen en alle behandeling ten laste van de Wlz te brengen. Harmonisering van behandeling betekent voor zorgorganisaties dat zij verantwoordelijk worden voor het bieden van het totale integrale behandelpakket en de ruimte hebben dat te organiseren zoals dat het best past.

ActiZ is blij met dit advies omdat Wlz cliënten kwetsbaar zijn en integrale zorg en behandeling nodig hebben. De reikwijdte van het advies betreft zorg in een instelling en geclusterde vpt-setting.

Onderzoek Significant: een van de bouwstenen.

Het onderzoek van Significant waar vele partijen -waaronder ActiZ en zorgorganisaties- bij zijn betrokken, geeft inzicht in de diversiteit van de huidige uitvoeringspraktijk en de uitvoeringsconsequenties bij implementatie van het pakketadvies. Het rapport van Significant is een van de bouwstenen voor het beleidsstandpunt voor VWS. Andere bouwstenen zijn een advies van de NZa over de financiële consequenties (september 2018 gereed) en een juridische analyse. Als de minister zijn standpunt heeft ingenomen vindt vervolgens politieke besluitvorming plaats. Dat zal voor 2019 nog geen beleidsconsequenties hebben.

Uitvoeringspraktijk, aandachtspunten en keuzehulp.

Significant heeft in haar onderzoek aandachtspunten opgehaald waar partijen, bij implementatie van het pakketadvies, rekening mee kunnen houden bij het inrichten van de behandelfunctie. De keuzehulp in de bijlage van deze rapportage kan zorgorganisaties, zorgkantoren en behandelaars helpen de dialoog aan te gaan over de inrichting van de behandelfunctie. De rapportage, de aanbevelingen en de keuzehulp dragen bij aan het op een weloverwogen manier inrichten van de behandelfunctie, zodat zorgorganisaties nu en in de toekomst goede en interdisciplinaire behandeling kunnen leveren aan Wlz-cliënten. Het rapport is ook te raadplegen op de website van Significant.

ActiZ is blij dat de resultaten van het onderzoek van Significant beschikbaar zijn. Invoering van het pakketadvies over behandeling van het Zorginstituut heeft grote impact op zorgorganisaties. Vooral voor zorgorganisaties die geen of ten dele Wlz-behandeling leveren aan cliënten. Het Significant onderzoek voorziet in informatie die behulpzaam is voor het maken van zorgvuldige afwegingen.







ARTIKEL: OP DE BRES VOOR ZELDZAME ZIEKTEN.
bron: Redactioneel/AMC. door: Marlies van der Vloot.

Dankzij dit register kunnen artsen de geneesmiddelen voor deze erfelijke ziekte veel gerichter voorschrijven.

Carla Hollak, AMC-hoogleraar Metabole Ziekten zette een internationale database op met de gegevens van bijna zeshonderd Fabry-patiënten. Dankzij dit register kunnen artsen de geneesmiddelen voor deze erfelijke ziekte veel gerichter voorschrijven. Als erkenning voor haar werk ontving Hollak donderdag 19 april een ZonMW Parel, een eervolle onderscheiding voor projecten die een bijdrage leveren aan een betere zorg.

Voor veel zeldzame ziekten weten artsen niet goed welke patient baat heeft bij een nieuw geneesmiddel. Er is een tekort aan bewijs over wie je wat moet geven en weinig informatie over veiligheid en effectiviteit. Dat komt omdat er maar weinig mensen met de ziekte zijn waardoor er nauwelijks informatie voorhanden is. “Eigenlijk doen we dan maar wat”, vertelt Hollak. “Ik bedoel dat we dan behandelen op basis van de studies die er wél zijn, want dat is het enige dat we hebben. Maar die onderzoeken zijn vaak flinterdun, afkomstig van de farmaceutische bedrijven die het geneesmiddel op de markt hebben gebracht, en uitgevoerd met kleine groepen patiënten. Terwijl je grote groepen nodig hebt om te kunnen bepalen wie je wat moet geven.”

Doelmatigheidsstudies.

Hollak pleit al jaren voor meer doelmatigheidsstudies voor weesgeneesmiddelen - medicijnen voor zeldzame ziekten. Welke patiënt heeft baat bij welk medicijn, wanneer, en in welke dosering? Om daar onderbouwd iets over te kunnen zeggen zijn de gegevens van veel patiënten nodig. Hollak: “De symptomen bij zeldzame stofwisselingsziekten variëren enorm: van veel klachten tot enkele symptomen. Hoe weet je dan wie je wel en wie je niet moet behandelen? Is er een verschil tussen mannen en vrouwen? Welke dosering werkt het beste? Dat kan je alleen maar onderzoeken als je beschikt over de gegevens van veel patiënten.” En dat is bij zeldzame ziekten nou net het probleem.

In de jaren negentig nam Hollak al het initiatief om meer te weten te komen over de ziekte van Gaucher en de behandeling van deze zeldzame erfelijke ziekte. Patienten met deze aandoening hebben te weinig van een bepaald enzym, of het enzym werkt niet goed. Het lichaam kan bepaalde stoffen niet of maar moeizaam afbreken. Hollak verzamelde de gegevens van patiënten in een database zodat er onderzoek gedaan kon worden.

“Dat was eigenlijk één van de eerste industrie-onafhankelijke doelmatigheidsstudies”, vertelt ze. “Uiteindelijk hebben we toen biomarkers geïdentificeerd die het ziektebeloop voorspellen. En we konden goed monitoren bij wie het geneesmiddel aanslaat en bij wie niet. Met zo’n studie kan je miljoenen euro’s besparen. Want als blijkt dat niet iedereen dat hele dure weesgeneesmiddel nodig heeft in hoge dosering, dan scheelt dat een heleboel geld.”

Fabry.

Ook de erfelijke ziekte van Fabry varieert in verschijningsvorm en vraagt om een behandeling op maat. Net als bij de ziekte van Gaucher, wordt de ziekte van Fabry veroorzaakt door een enzymtekort en kan het lichaam bepaalde stoffen niet goed afbreken. Die stoffen stapelen zich op, bijvoorbeeld in de wand van bloedvaten, in hart, nier en zenuwcellen en dat veroorzaakt uiteenlopende klachten. “Zonder behandeling raken organen zoals je nieren en je hart onomkeerbaar beschadigd”, legt Hollak uit. “Anders dan bij Gaucher, waar veel symptomen echt verdwijnen, is de behandeling met enzymtherapie voor Fabry er vooral op gericht om klachten te voorkomen of te stabiliseren.”

Hollak nam vier jaar geleden het initiatief voor een onafhankelijk internationaal register, dat ze opzette met geld uit het ZonMW-programma Goed Gebruik Geneesmiddelen, ondersteund door de patientenvereniging. Het register bevat data uit Canada en drie grote Europese centra. Er zitten inmiddels gegevens in van bijna zeshonderd Fabry-patiënten, waarmee doelmatigheidsstudies zijn gedaan. Arts-onderzoeker Maarten Arends, gesteund door klinisch epidemioloog Marieke Biegstraaten, voerde de studies uit en promoveerde in november 2017 op dit onderwerp. De ZonMW Parel die Hollak vandaag in ontvangst neemt, krijgt ze als waardering voor het baanbrekende onderzoek van haar team naar de ziekte van Fabry.

Artsen kunnen hun patiënten nu veiliger en gerichter behandelen. Hollak: “We hebben start- en stopcriteria voor medicatie bepaald en richtlijnen opgesteld voor de behandeling. Ook weten we meer over de verschillende uitingsvormen van de ziekte, en hoe die zich verhouden tot veranderingen in het erfelijke materiaal.” Bovendien geldt opnieuw: het gericht inzetten van medicatie bespaart kosten. Want niet iedereen heeft baat bij het dure medicijn. Hollak meent dat inzet van dit soort onafhankelijke databases vroeg in het registratieproces noodzakelijk is om sneller openstaande vragen te beantwoorden. Zo is deze aanpak uiteindelijk in het belang van de patiënt, de zorgverlener en de overheid. En dat is een Parel waard.

Een Parel van ZonMW.

ZonMw subsidieert via haar tientallen programma’s veel verschillende projecten op het gebied van onderzoek en implementatie. Het is de ambitie dat de resultaten hiervan uiteindelijk een bijdrage leveren aan een betere praktijk in preventie en zorg. Om duidelijker zichtbaar te maken waar ZonMw voor staat, worden jaarlijks enkele projecten in het zonnetje gezet. Deze Parelprojecten hebben bijzonder vernieuwende resultaten die zich lenen voor landelijke invoering, of zijn tot stand gekomen via uitstekende samenwerking, of hebben extra oog voor aspecten als diversiteit, patiëntgerichtheid of innovatie. Met het uitreiken van een Parel aan deze projecten wil ZonMw







ARTIKEL: DOORBRAAK IN BEHANDELING HUIDKANKER MET HULP NEDERLANDS ZIEKENHUIS.
bron: Redactioneel/GGZ Nederland. door: Carlijn de Groot.

Internationale onderzoekers hebben een doorbraak bereikt in het onderzoek naar melanoom, een agressieve vorm van huidkanker. Dat melden Amerikaanse media. Door immuuntherapie toe te passen na de operatie hebben patiënten aanzienlijk minder kans dat de ziekte terugkeert. Het Amsterdamse Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis was betrokken bij de studie.

Voor het onderzoek kregen ruim 1000 melanoompatiënten in 123 ziekenhuizen in 23 verschillende landen aanvullend immuuntherapie na de operatie. Het Antoni van Leeuwenhoek was één van die ziekenhuizen. Patiënten zijn daar behandeld met het middel pembrolizumab, nadat er eerder al succesvolle testen werden gedaan met het toedienen van een koortslipvirus in een vroeger stadium van de behandeling.

Chirurg Alexander van Akkooi, die betrokken was bij de behandelingen in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, is blij met de resultaten. ,,Dit is de tweede studie die de meerwaarde aantoont van een vorm van immuuntherapie in een relatief vroeg stadium van melanoom. Hiermee hopen wij dat uiteindelijk minder patiënten een verder uitgezaaid melanoom krijgen en daarmee een grotere kans hebben op langetermijnoverleving", zo zegt hij op de website van het ziekenhuis.

Uitzaaien.

In Nederland krijgen jaarlijks zo'n 5500 mensen melanoom. Omdat deze vorm van kanker gemakkelijk uitzaait, is het een erg dodelijke vorm van de ziekte. Jaarlijks overlijden er honderden Nederlanders aan deze vorm van kanker.

De resultaten van het onderzoek zijn gepresenteerd op het het jaarcongres van de American Association for Cancer Research in Chicago. Ze zijn daarnaast ook gepubliceerd in de New England Journal of Medicine.







ARTIKEL: ARTSEN MOETEN VAKER NAAR SEKSLEVEN PATIËNT VRAGEN. [+AUDIO]
bron: Redactioneel/EenVandaag. door: Ton van Vugt.

Het is misschien niet het makkelijkste onderwerp om in de spreekkamer over te praten, maar als het aan seksuoloog Ellen Laan ligt vragen artsen vaker naar het seksleven van patiënten. Ziektes of medicijngebruik kunnen zorgen voor minder activiteit tussen de lakens, terwijl seks ons zo gelukkig kan maken.

Ellen Laan is benoemd als hoogleraar en in haar oratie spreekt ze haar vakgenoten aan. Artsen moeten geen drempel voelen om met patiënten over hun seksleven te praten. “Seks is belangrijk, het maakt ons gelukkig. En seks is belangrijk voor relaties”, zegt Laan. “Er kan alleen nogal wat misgaan als je ziek bent of bepaalde medicijnen slikt." Dan is het volgens Laan belangrijk dat een arts daar ook naar vraagt. "Patiënten stellen vertrouwen in de dokter en willen graag dat er naar gevraagd wordt. Het zorgt ervoor dat hun zorgen gevoeld worden.”

Huisarts Edwin de Vaal voelt zich aangesproken door het pleidooi van Laan. Al zijn er al zeker gevallen waarin hij dit onderwerp bespreekbaar maakt. “Als mensen met een geslachtsziekte komen, dan vraag ik 'wat heb je gedaan en met wie?'. Maar ik vraag het ook aan mensen die ik ga behandelen voor hun bloeddruk, want sommige medicijnen kunnen een bloeddrukdaling geven en daarmee ook een erectieprobleem." Ook bij patiënten met suikerziekte besteedt De Vaal aandacht aan seks."Seksualiteit hoort daar ook altijd bij. Maar ik ga niet naar het seksleven vragen als iemand met oorpijn op mijn spreekuur komt. De focus van huisartsen ligt niet op seksualiteit. Het is een taboe.”

'Meestal zijn problemen patiënt groter'

Met name kankerpatiënten hebben veel baat bij het bespreken van seksuele problemen. Het is dan echter wel zaak om het onderwerp op een gepaste manier bespreekbaar te maken. “Een oncoloog kan zeggen: ‘met uw behandeling horen wij vaak dat mensen seksuele problemen hebben. Is dat ook voor u zo?’ Dan hoeft een dokter niet eens zoveel te weten van seks of behandelingen, maar je bewijst de patiënt hiermee wel een belangrijke dienst”, aldus hoogleraar Laan.

Voor huisarts De Vaal is het belangrijk om zich hier meer bewust van te zijn: “Bij oncologische klachten vergeet ik dat een beetje. Meestal zijn de problemen van de patiënt groter. Zo’n patiënt vraagt zich af hoe hij het gaat overleven. Dan ligt de focus niet op seksualiteit.”

(Beluister het interview van EenVandaag Radio [AVROTROS] op onze website)

'Gebrek aan testosteron leidt tot opwindingsprobleem'

De timing is volgens Laan ook erg belangrijk. Als iemand net een diagnose heeft gekregen dan is het niet gepast om direct dit onderwerp aan te stippen, maar in vervolgafspraken is het zeker wel gewenst. “Vrouwelijke seksualiteit wordt minder vaak besproken. Terwijl vrouwen veel last kunnen hebben van verlies van testosteron. Bij het wegnemen van de eierstokken, chemotherapie of bestraling in het bekkengebied kan dat voorkomen. De eierstokken zijn dan aangetast, waardoor er minder testosteron wordt aangemaakt. Bij artsen is het probleem met oestrogeen wel bekend. Maar daar wordt de seks voor vrouwen niet aantrekkelijker van. Verlies van testosteron geeft opwindingsproblemen. Artsen moeten vragen of de vrouw nog plezier heeft tijdens de seks, niet alleen vragen of het überhaupt lukt.”

Eén van de moeilijke zaken van het bespreekbaar maken is het gebrek aan oplossingen, zo vertelt huisarts Edwin de Vaal. “Glijmiddel of oestrogeen, daar kan ik advies in geven. Maar ik ben geen expert. Als mensen geen geld hebben voor een seksuoloog, omdat het niet in het basispakket zit, dan vraag ik aan onze psychologen of zij nog tips of tricks hebben.”

Ellen Laan hoopt dat artsen en psychologen geen drempel voelen om seksualiteit bespreekbaar te maken in de behandelkamer. “Je bewijst je patiënt een belangrijke dienst. Je laat zien dat het heel gewoon is om over seks te praten."







ARTIKEL: VEILIGHEID MEDEWERKERS GGZ VOOROP.
GGZ Nederland en haar leden willen een bijdrage leveren aan een veilige en inclusieve samenleving. Hiervoor moeten we medewerkers in de ggz een veilig werkklimaat bieden. Maar die veiligheid staat onder druk. Een toegenomen werkdruk en regeldruk zorgen dat er minder tijd en mensen zijn voor de zorg. En minder tijd en mensen betekent meer risico’s op het maken van fouten of aandacht voor het signaleren van onveilige situaties. Die cirkel willen we doorbreken.

Woensdag 25 april debatteert de Tweede Kamer over veiligheid in de zorg. GGZ Nederland vraagt Kamerleden om hulp bij het terugdringen van regeldruk, bijvoorbeeld door financiers een onderscheid te laten maken tussen een toets op kwaliteit en een toets op rechtmatigheid. Ook wil de ggz verder met het verbeteren van de opvolging van incidenten op de werkvloer. Als er aangifte gedaan moet worden door medewerkers, moet dit makkelijk kunnen. Over de knelpunten bij het doen van aangifte (beroepsgeheim, angst voor represailles of de toerekeningsvatbaarheid van de dader) zijn we in gesprek met vakorganisatie, de politie en het Openbaar Ministerie. Veel oplossingen voor deze knelpunten worden gevonden op casusniveau in de praktijk. Om deze oplossingen met elkaar te realiseren en te delen, willen we regionaal overlegtafels tussen ggz-aanbieders, het Openbaar Ministerie en de politie opzetten, zodat deze organisaties van elkaar kunnen leren. Aangifte doen is niet alleen maatschappelijk van belang, maar ook belangrijk om als werkgevers op te kunnen komen voor medewerkers en hen een veilige werkplek te bieden.

(Lees de brief die GGZ Nederland aan Tweede Kamerleden stuurde over dit onderwerp op onze website)







ARTIKEL: JE KUNT ALLES BEREIKEN, OOK MET EEN HANDICAP! [+VIDEOLINK]
bron: Redactioneel/NSGK. door: Marlies van der Vloot.

Twee maanden lang waren Roxanne en Merijn de Junior Reporters van The Voice Kids. Ze filmden achter de schermen, interviewden BN’ers en maakten reportages over het wel en wee van kinderen met een handicap in Nederland.

Een ervaring die levens verandert – en niet alleen dat van henzelf. Allebei hopen ze dat ze met hun optreden ook veel hebben betekend voor andere kinderen met een handicap. Roxanne: “Ik kan goed praten, en op deze manier kan ik opkomen voor kinderen die dat niet zo goed kunnen. Ik heb laten zien dat ze er ook gewoon bij horen, dat ze gewoon mee kunnen spelen, bijvoorbeeld door de Speeltuinbende.’ Merijn: “Ik wil dat kinderen met en zonder handicap samen naar school kunnen gaan, samen kunnen wonen, werken en leven. Daar wil ik me voor blijven inzetten als ambassadeur van NSGK.” Lees verder

De Junior Reporters waren deze week backstage bij de repetities voor de finale! Daar kwamen ze natuurlijk de talenten tegen. En zangcoach Babette Labeij, die hen meenam naar de bandrepetitie. Ze hebben een swingend report voor je gemaakt! Kijk gauw verder voor een uniek kijkje achter de schermen van The Voice Kids.









ARTIKEL: ONDERWIJSINSPECTIE: KINDEREN BEWEGEN SLECHTER DAN TIEN JAAR GELEDEN.
bron: Redactioneel/RTLnieuws/ANP. door: Ton van Vugt.

Simpel een bal gooien of vangen, er zijn steeds minder kinderen die dat kunnen. De Onderwijsinspectie toont dat keihard aan na onderzoek onder 2500 leerlingen in groep 8 .

Basisscholen slaan in het AD alarm. "Kinderen zijn 3000 uur per jaar wakker en daarvan zitten ze er 1000 op school. Serieus investeren in de gezondheid van kinderen, betekent dat we allemaal ons steentje bijdragen", zegt voorzitter Rinda den Besten in de krant.

Slechter dan tien jaar eerder.

De Onderwijsinspectie toonde de problemen aan door eenzelfde onderzoek in 2016 en 2006 te doen. Duizenden scholieren in groep 8 moesten specifieke oefeningen doen en in bijna alle gevallen waren de resultaten in 2016 slechter dan tien jaar eerder.

Een van die oefeningen was een bal tegen een muur gooien en weer vangen. In 2016 bleek dat 1 op de 5 leerlingen geen enkele terugstuiterende bal wist te vangen. Op het speciaal onderwijs was dat zelfs 1 op de 3. Wat die scores tien jaar eerder waren, meldt de krant niet, maar de score van 2016 zou 'drastisch slechter' zijn dan die van 2006.

Instabiele bank.

Een andere oefening waar de meeste kinderen op stuk liepen was binnen 4 seconden op en neer lopen over een instabiele bank die met één kant in de ringen hangt. Veel kinderen slaagden daar niet in zonder zich vast te houden.

Het is niet voor het eerst dat deskundigen zich zorgen maken over de steeds slechter wordende motorische vaardigheden van kinderen. Begin dit jaar toonde RTL Nieuws aan dat het aantal botbreuken bij gymlessen en sportclubs met 35 procent was gestegen.De verklaring daarvoor is volgens de deskundigen dat kinderen te weinig bewegen en daardoor onhandiger en minder stabiel zijn.







ARTIKEL: VERWARRING OVER ALCOHOL, DUS DE ONDERZOEKER LEGT HET NOG ÉÉN KEER UIT.
De ene keer blijkt uit onderzoek dat een glaasje wijn per dag gezond is, de andere keer kan je juist weer beter helemaal niet drinken. Een paar keer per jaar verschijnt er wel een onderzoek naar de gevolgen van alcoholgebruik en daaruit komen niet altijd dezelfde conclusies. Dat veroorzaakt verwarring, bleek ook eind vorige week.

Veel internationale en Nederlandse media, waaronder de NOS, brachten toen een bericht naar aanleiding van een groot wetenschappelijk onderzoek. Daaruit bleek dat het risico op overlijden hoger wordt vanaf de inname van 100 gram alcohol per week (zo'n tien glazen).

Wat ook bleek uit het onderzoek (een analyse van gegevens van ruim 600.000 alcoholgebruikers uit negentien landen) is dat het risico op een aantal aandoeningen al stijgt vanaf de eerste slok alcohol die wordt geconsumeerd.

De conclusies leidden ertoe dat veel media iets in deze trant kopten: 'Een glas alcohol per dag is eigenlijk al te veel.' Maar sommige gingen nog verder en concludeerden ten onrechte dat je van elk slokje alcohol korter leeft. Een aantal media kwamen daar later weer van terug en daarmee was de verwarring compleet.

Voedingswetenschapper Trudy Voortman van het Erasmus MC werkte mee aan het onderzoek en legt het nog een keer uit. "Er is een verschil tussen de gevolgen voor de gezondheid en de kans op sterfte. De kans op bepaalde aandoeningen neemt toe vanaf de eerste slok, voor de kans op sterfte zien we dat pas vanaf 100 gram."

Voortman vindt de verwarring die is ontstaan spijtig, maar dat doet niets af aan het resultaat. "Het is een heel uitgebreid en degelijk onderzoek. We wisten al dat alcoholgebruik samenhangt met kans op leveraandoeningen en verschillende soorten kanker, zoals borstkanker en darmkanker. Nu weten we dat dat ook geldt voor beroertes en hartfalen."

"Hiermee is dus nog maar een keer duidelijk geworden: hoe minder, hoe beter." Volgens de onderzoeker weet de wetenschap dit al lang. "In sommige bladen staat misschien elke keer wat anders, maar de Gezondheidsraad adviseert al jaren om te matigen of helemaal niet te drinken."

Ze heeft wel een idee waarom deze boodschap misschien niet aankomt bij mensen: "Dat alcohol ongezond is, is geen populaire boodschap. Misschien zijn mensen geneigd om het daarom naast zich neer te leggen."

Overigens vindt de voedingswetenschapper dat mensen best mogen drinken, als ze maar niet denken dat ze het voor hun gezondheid doen. "Ik drink zelf ook weleens een wijntje of een biertje, net als dat ik weleens een stuk taart eet. Maar dat doe ik allemaal niet omdat het goed voor mijn gezondheid is."








ARTIKEL: TEKEN KUNNEN MEER KWAAD DAN GEDACHT. [+VIDEO]
bron: Redactioneel/EenVandaag. door: Marlies van der Vloot.

Elk jaar worden 1 miljoen Nederlanders gebeten door een teek. Dat dit kan leiden tot de ziekte van Lyme is bij iedereen bekend, maar nu blijkt dat door een tekenbeet je ook parasieten, virussen en bacteriën kunt binnenkrijgen. Die kunnen leiden tot bijvoorbeeld hersenontsteking en ernstige koorts. Het AMC start met het RIVM een groot landelijk onderzoek naar deze ziekmakers.

De ziekte van Lyme is een vervelende ziekte met veel verschillende symptomen, zoals vaak een rode ring of vlek op de huid, soms klachten aan het zenuwstelsel of gewrichtsklachten, en heel zeldzaam hartklachten. In 2017 zijn er 27.000 nieuwe gevallen bijgekomen en bekend is dat er jaarlijks 1000 à 2500 mensen deze ziekte chronisch blijven houden na behandeling.



BearbeitenLöschen

(Bekijk de videoreportage van EenVandaag [AVROTROS] op onze website)

Mysterieuze ziekte voor Maarten.

Maarten is zelf arts, kreeg een tekenbeet tijdens zijn vakantie in de Ardennen. Hij was net aan het trainen voor de ALS City Swim. Een paar dagen later kreeg hij hoge koorts waar hij maar niet vanaf kwam. Hij vroeg zich af of het van het zwemmen in de gracht was gekomen dat hij zo ziek was geworden of door een tekenbeet die hij opliep in de bossen. “Niets hielp tegen de koorts”, zegt Maarten. Zijn behandelaar Joppe Hovius in het AMC kwam na een aantal testen uit bij de Borrelia-bacterie als boosdoener. Het was inderdaad de tekenbeet die zijn ziekte veroorzaakte. Maar Maarten had geen Lyme, maar een andere soort Borellia-bacterie van de teek gekregen. Hij bleek ook een leverontsteking te hebben. Het duurde uiteindelijk zes maanden voor hij zijn oude conditie weer terug had. Maarten is een van de patiënten waarbij een teek een andere ziekte heeft veroorzaakt.







ARTIKEL: ZN: PAK ÉCHTE OORZAKEN GENEESMIDDELWISSELINGEN AAN.
bron: Redactioneel/Zorgverzekeraars Nederland [ZN]. door: Ton van Vugt.

Goede en veilige patiëntenzorg is van groot belang. Als patiënten van geneesmiddel wisselen is een goede uitleg door de arts of apotheker essentieel. Zij weten het beste wat goed is voor patiënten. Er liggen meerdere oorzaken ten grondslag aan geneesmiddelwisselingen. De belangrijkste is het toenemende geneesmiddelentekort, bijvoorbeeld door leveringsproblemen van fabrikanten of door lage voorraden bij groothandels. Een voorbeeld hiervan is het tekort aan een schildkliergeneesmiddel door productieproblemen bij de fabrikant, waardoor patiënten noodgedwongen moesten wisselen naar een geneesmiddel van een andere fabrikant. Maar ook apotheken kunnen er zelf om bedrijfseconomische redenen voor kiezen om van geneesmiddel te wisselen, waardoor je als patiënt op een andere variant dient over te stappen. Dit stelt ZN in reactie op het rapport ‘Wisselen van medicijnen’ dat een aantal patiëntenorganisaties vandaag publiceert.

Zorgverzekeraars willen dat de zorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar blijft. Van een aantal geneesmiddelen vergoeden zij daarom alleen de goedkopere variant. Dit heet preferentiebeleid. Het is door zorgverzekeraars ingevoerd om prijzen van geneesmiddelen omlaag te krijgen. Alle preferente geneesmiddelen zijn onafhankelijk goedgekeurd op kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid. Het preferentiebeleid heeft er sinds 2008 voor gezorgd dat er miljarden euro’s zijn bespaard op geneesmiddelen. Een verzekerde betaalt hierdoor ongeveer 50 euro premie minder per jaar.

De afgelopen jaren hebben zorgverzekeraars hun preferentiebeleid geoptimaliseerd door bijvoorbeeld voor een lange periode van 2 tot 4 jaar hetzelfde geneesmiddel aan te wijzen. Patiënten gebruiken dan voor een langere periode steeds hetzelfde medicijn en hetzelfde doosje en worden zo niet geconfronteerd met onnodige wisselingen. Mocht een patiënt om medisch-inhoudelijke redenen een specifiek product moeten gebruiken (‘medische noodzaak’), geeft de arts dit aan op het recept. Ook houden zorgverzekeraars rekening met de geneesmiddelsubstitutielijst van de KNMP. Deze lijst geeft apothekers aan voor welke geneesmiddelen terughoudend moet worden gehandeld bij wisselingen, bijvoorbeeld bij medicatie voor de behandeling van epilepsie of de ziekte van Parkinson. De zorgverzekeraars zijn samen met de KNMP en het ministerie van VWS bezig om deze lijst samen te actualiseren naar de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Helaas zien zorgverzekeraars dat deze geneesmiddelen in de praktijk soms wel gewisseld worden.







ARTIKEL: TIPS EN VOORBEELDEN VOOR OPSTELLEN ZORGLEEFPLAN.
bron: Redactioneel/Actiz. door: Carlijn de Groot.

Ruim 150 zorginstellingen namen deel aan het programma Waardigheid en trots, Ruimte voor verpleeghuizen. Zij werkten in thema's aan het verbeteren van hun zorg. In dit bericht vindt u een nieuwsbrief over het zorgleefplan.

In de nieuwsbrief vindt u voorbeelden van zorgorganisaties die eraan hebben gewerkt het zorgleefplan optimaal te benutten en persoonsgericht in te zetten. Bij het opstellen van het plan is gezocht naar antwoorden op vragen als: hoe voer je het goede gesprek met bewoner en familie? Hoe stel je samen met de bewoner zo’n zorgleefplan op, zodat de zorg ook écht aansluit bij wat hij nodig heeft? Lees in dit document goede voorbeelden, informatie en tips voor het opstellen van een zorgleefplan.







ARTIKEL: KABINETSPLAN ARBEIDSGEHANDICAPTEN ‘MOET TERUG NAAR TEKENTAFEL’.
bron: Redactioneel/Trouw/Cedis. door: Marlies van der Vloot.

De kabinetsplannen om meer arbeidsgehandicapten aan het werk te helpen met een nieuwe loonkostensystematiek moeten terug naar de tekentafel. Verreweg de meeste deelnemers aan een parlementaire hoorzitting over de loondispensatie vinden dit.

Het Centraal Planbureau (CPB) verkende op verzoek van de vaste kamercommisse de werkgelegenheids-, inkomens- en budgettaire effecten van de plannen. Volgens het CPB zal de nieuwe systematiek geen effect hebben op de werkgelegenheid en daarmee niet leiden tot meer werk voor arbeidsgehandicapten.

Ook uitvoerders van bestaande subsidieregelingen zoals de VNG en uitkeringsinstantie UWV zetten vraagtekens bij de nut van een stelselherziening. Bonden en gehandicaptenorganisaties zijn fel tegen omdat het voorstel zou leiden tot een verslechtering van de inkomens- en arbeidsrechtelijke positie van gehandicapte werknemers. Werkgeversorganisaties VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO zijn wel te spreken over de plannen. “Wij benadrukken al langer dat veel bedrijven er tegenop zien om iemand uit de doelgroep aan te nemen, juist omdat dat met zo veel bureaucratie gepaard gaat”, aldus VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland in hun standpuntbepaling.

In dagblad Trouw heeft staatssecretaris Van Ark voorafgaande aan de hoorzitting uitleg gegeven waarom de wetswijziging volgens haar steun verdient.

Financiële nadelen.

Gehandicaptenorganisaties en uitvoeringsdiensten wezen echter op de overheersende nadelen van de regeling. Zoals de bureaucratie die van werkgever verschuift naar de werknemer; en deze is er juist minder op toegerust. In de nieuwe situatie zal de arbeidsbeperkte geconfronteerd worden met meerdere inkomstenbronnen, wat schulden in de hand werkt.

'Loondispensatie is een stap in de verkeerde richting’, zegt Frank Bluiminck van gehandicaptenvereniging VGN tegenover de commissie. 'De administratieve last doorschuiven naar de kwetsbare werknemer is een recept voor problemen, zowel individueel als collectief.'

Financieel pakt loondispensatie flink nadelig uit voor veel gehandicapte werknemers, zeggen de critici. Dit omdat de aanvullende uitkering die Van Ark voorstelt een inkomens- en vermogenstoets kent. Arbeidsgehandicapten die samenwonen met een verdienende partner of bij hun ouders thuis hebben daardoor geen recht op een aanvulling van hun salaris tot aan het minimumloon, zoals wel gebeurt bij loonkostensubsidie. Een ander nadeel is dat slechts de loonwaarde telt voor de opbouw van pensioenrechten.

Prikkel ontbreekt.

Nyncke Graafland-van den Berg van NCOD-Interwerk, een detacheringsbureau voor de publieke sector, rekent de Kamercommissie voor wat dat betekent: 'Een niet-uitkeringsgerechtigde die thuis woont en voor 40% van zijn uren wordt betaald, gaat na een volle werkweek uiteindelijk met zo'n €150 naar huis,' zegt zij. 'Dat zal hem niet prikkelen om te gaan werken.'

Meerdere sprekers vonden dat het kabinet nog eens met alle betrokken partijen moet praten. Donderdag debatteert de Kamer met staatssecretaris Van Ark over loondispensatie.







ARTIKEL: HN-INFOPUNT: WAT BETAAL IK VOOR MEDICIJNEN OP RECEPT?
Dagelijks een duidelijk antwoord op een gestelde vraag.
Beantwoord door de mederwerkers van ons HN-INFOpunt.

Wij ontvingen de volgende vraag:

"Mijn vrouw en ik krijgen nogal veel medicijnen voorgeschreven door onze specialisten en huisarts. Wat moeten we op die recepten bij de apotheek nu eigenlijk betalen?"

Onze HN-informateur antwoord:

Het bedrag dat u bij de apotheek voor een receptmedicijn betaalt, bestaat uit 2 onderdelen. De kosten van het medicijn zelf en een vergoeding voor de dienstverlening van de apotheek. Zorgverzekeraars en apothekers spreken deze bedragen samen af. Daarom kan de prijs van hetzelfde medicijn verschillen per zorgverzekeraar, per zorgpolis en per apotheek. Vraag uw apotheker welke kosten u krijgt vergoed.

Kosten voor dienstverlening apotheek.

De apotheek mag u een vergoeding vragen voor:

- controle of de arts het geneesmiddel in de juiste sterkte en dosering heeft voorgeschreven;
- controle of u andere medicijnen gebruikt die een wisselwerking met het nieuwe medicijn kunnen hebben;
- levering van het geneesmiddel;
- uitleg over gebruik van het geneesmiddel.

De vergoeding hangt af van de handelingen die de apotheek moet verrichten en het moment van aflevering. ’s Nachts of in het weekend kan de vergoeding hoger zijn.

Goedkopere avondapotheken.

Moet u ’s nachts, ’s avonds of op zondag naar de apotheek voor medicijnen? Dan betaalt u vanaf 2016 voor deze spoedzorg maximaal € 45 per receptregel plus de eventuele niet-vergoede kosten voor de medicijnen. Met een tijdelijke subsidie wil de Rijksoverheid de apotheekzorg in dunbevolkte gebieden betaalbaar houden.

Vrije prijzen medicijnen.

De Rijksoverheid stelt geen vaste prijzen voor medicijnen vast. Apothekers en zorgverzekeraars spreken met elkaar de prijs van een geneesmiddel af. Hierdoor kan de prijs van een medicijn per zorgverzekeraar verschillen. Wel stelt de Rijksoverheid maximumprijzen vast zodat geneesmiddelen betaalbaar blijven.

Rekening medicijnen wel of niet eerst zelf betalen.

Hebben uw zorgverzekeraar en apotheker een contract afgesloten? Dan gaat de rekening rechtstreeks naar uw zorgverzekeraar.

Is er geen contract, dan betaalt u zelf de rekening. Daarna declareert u de kosten bij uw zorgverzekeraar. U bent vrij om naar een andere apotheek over te stappen die wel een contract heeft met uw zorgverzekeraar. U heeft dan wel een nieuw recept nodig.

Met welke apothekers en apotheekhoudende huisartsen uw zorgverzekeraar een contract heeft, leest u op zijn website.

Informatie opzoeken over vergoeding medicijnen.

Op Medicijnkosten.nl vindt u informatie over de vergoeding van geneesmiddelen. Op deze website kunt u nagaan:

- of uw medicijn in het basispakket van de zorgverzekering zit;
- welke kosten meetellen voor uw eigen risico;
- wat eventueel uw eigen bijdrage is;
- of er een goedkoper medicijn is dat u wel helemaal krijgt vergoed.







ARTIKEL: ONZE LACHAFSLUITING.
Onze dagelijks afsluiting met een lach.
Vandaag ingezonden door Petry Gerritsen uit Diever.

'Wat ben jij vroeg thuis!' zegt moeder tegen haar MAVO-dochter. 'Inderdaad,' zegt het meisje. 'Ik werd naar huis gestuurd omdat de jongen die naast mij zat rookte.' 'Wat krijgen we nou?' stuift de moeder boos op, ''JIJ naar huis omdat HIJ rookte?' Dochter: 'Ja, want ik had hem in de brand











En hiermee zijn we aan het eind gekomen van ons nieuwsoverzicht van vandaag.
Voor meer nieuws gaat u naar www.handicapnieuws.net of volgt u ons op social media.
Morgenvroeg maken we weer een nieuwe updat
e, want je weet het: Handicapnieuws.net is dagelijks 'uitgsproken' actueel!

Ga naar:
- Maandag.
- Dinsdag.
- Woensdag.
- Donderdag.
- Vrijdag.