Welkom op de speciaal toegankelijke website van HANDICAPNIEUWSnet. HANDICAPNIEUWSnet is uitgsproken actueel: Maandag
Keuzeknoppen om terug te gaan naar: Startpagina
::

maandag

Keuze: ReadSpeaker aan.

Je luistert naar HandicapNieuws UPDATE van maandag 21 januari 2019.

VANDAAG IN ONS NIEUWS:
Menzis: Kabinet moet meer doen om stijging zorgkosten te temmen.
Trend gekeerd: vaccinatiegraad neemt niet meer af.
Geleidehonden massaal van de leg door schok op spoorwegovergangen.
90 miljoen voor inzet technologie bij zorg thuis.
Met een neusspoeling de griep voorkomen?
Datakwaliteit en ethiek remmen ai-doorbraak in zorg.
CPB: zorg duurder bij inzet van wijkteams.
Gepersonaliseerde behandeling biedt perspectief bij asbestkanker.
Tandartsen: VGZ verzaakt zorgplicht door contracttekort.
Bewegen tegen depressie? Het helpt – maar niet bij iedereen.
Innovatiefonds Zorgverzekeraars ondersteunt juiste zorg op juiste plek voor COPD-patiënten.
Snurk-app jaagt mannen massaal naar de slaapkliniek.
Streekziekenhuis zuivert afvalwater voor ingang.
PrEP-pil krijgt voet aan de grond in Nederland.
Wijkteams zijn ‘boeggolf’ aan het wegwerken.
Beeldbellen en chatten met je psycholoog.
Rechter laat Google zoekresultaten schrappen over berispte arts.
Overgevoeligheidsklachten bij psylliumvezels.
Deze effecten hebben beeldschermen op je ogen.
Wat is chlamydia en wat doe je ertegen?
Vega(n) restaurants en winkels: veel idealisme, weinig winst.
Artsen moeten diabetespatiënten lichaamsbeweging voorschrijven.
HN-INFOpunt: Op vakantie met medicijn dat onder de Opiumwet valt?
Onze Lachafsluiting.

Voor meer informatie over de handicap nationaal? ga naar hun site: www.handicapnationaal.nl, mail naar info@handicapnationaal.nl, of bel op kantoortijden naar 06-12390746. en dan nu onze artikelen van vandaag.







ARTIKEL: MENZIS: KABINET MOET MEER DOEN OM STIJGING ZORGKOSTEN TE TEMMEN.
Bron: Redactioneel/Menzis/AD/ANP Medi

Het kabinet-Rutte III toont nauwelijks ambitie om de zorgkosten in de toekomst binnen de perken te houden. Die scherpe kritiek uit Ruben Wenselaar, topman van de grote zorgverzekeraar Menzis in een interview met het AD.

De zorgkosten rijzen momenteel de pan uit. Maar we willen allemaal het beste van het beste en daar zit nu eenmaal een behoorlijk prijskaartje aan. Dat moeten we accepteren, stelt Wenselaar.

,,Waar ik wél bezorgd over ben: de zorgkosten stijgen sneller dan de economie groeit. Ze lopen op met 8 miljard euro deze kabinetsperiode en eten een steeds groter deel op van de collectieve uitgaven, maar ook van ieders privébudget. En dan is er nog steeds schaarste. Want ondanks de miljarden die we erin pompen, kan niet alles wat we zouden willen.’’

Weinig op de agenda.

Het kabinet heeft volgens de Menzis-topman zelf weinig op de agenda staan om te zorgen dat de kosten niet meer uit de pas lopen. ,,In de praktijk worden hooguit de uitgaven ingedamd door afspraken met de zorgwereld en legt dit kabinet slechts accenten: zoals op het gebied van gezondheidspreventie.’’

Volgens Wenselaar vraagt het kabinet ondertussen nogal wat van de ziekenhuizen en zorgverzekeraars. ,,Het aantal specialistische behandelingen mag in 2022 niet meer zelfstandig groeien, een kostenstijging kan alleen worden veroorzaakt door loon- en prijsinflatie. Prima zo’n opdracht, maar hoe gaat de minister voor Medische Zorg daar zijn rol in pakken?’’

Restitutiepolis totaal onnodig.

In het interview zegt de Menzis-topman ook dat de restitutiepolis, een dure zorgverzekering waarmee patiënten volledig vrij zijn om hun eigen zorgverlener te kiezen, totaal onnodig is. Wenselaar noemt de restitutiepolis ‘een weeffout in het stelsel’.

,,Die heeft u helemaal niet nodig. Want met een goedkopere naturapolis kunt u ook bijna overal terecht, daar moet ik als verzekeraar voor zorgen. Dus feitelijk is het inhoudelijke verschil tussen de polissen miniem.’’

De uitspraak van de topman is zeer opmerkelijk omdat Menzis zelf ook een restitutiepolis aanbiedt, net als een twintigtal andere zorgverzekeraars. Er zijn zelfs verzekeraars, zoals ONVZ, die alleen werken met de restitutiepolis.

Volgens Peter Ruys van de vergelijkingswebsite ZorgKiezer.nl ligt de premie voor een restitutiepolis gemiddeld een tientje per maand hoger dan voor een naturapolis. Desondanks begrijpt hij de strategie van Wenselaar wel. ,,Het is logisch dat een verzekeraar mensen zoveel mogelijk een polis ontraadt die het gebruik van dure, niet-gecontracteerde zorg aanmoedigt.’’

Sigaar uit eigen doos.

Wenselaar zegt ook af te willen van de korting bij een collectieve verzekering, die mensen afsluiten via hun werk of een club. Die is namelijk volgens hem een sigaar uit eigen doos.

Minister Bruins (Medische Zorg) heeft recent besloten de maximale korting te halveren naar 5 procent. Wenselaar: ,,Dat mag naar nul, wat mij betreft.’’ Het is volgens de regels momenteel al niet verplicht voor zorgverzekeraars om collectieve korting of restitutiepolissen aan te bieden.

"De restitutie­po­lis is een weeffout in het stelsel."

Menzis-topman Ruben Wenselaar.

Lees ook het interview met Ruben Wenselaar: ‘Patiënt hoeft niet te lijden’







ARTIKEL: TREND GEKEERD: VACCINATIEGRAAD NEEMT NIET MEER AF.
Bron: Redactioneel/RTLnieuws/ANP.

Het aantal ouders dat zijn kind laat vaccineren, daalt niet meer. Staatssecretaris Paul Blokhuis maakte bekend dat de vaccinatiegraad over 2018 op hetzelfde niveau zit als het jaar ervoor. Voor het eerst in jaren is de daling gestuit.

Van de in 2016 en 2017 geboren kinderen had bijna 94 procent op op 1-jarig leeftijd de gebruikelijke DKTP-entingen gehad. Het percentage is vergelijkbaar met een jaar eerder. Het zit nog niet op het oude niveau, meldt Blokhuis. "Maar ik ben blij dat de dalende trend zich niet lijkt voort te zetten."

Ook bij HPV.

Ook bij oudere kinderen, die voor HPV kunnen worden ingeënt, lijkt er een einde gekomen aan de afname. De staatssecretaris houdt wel een slag om de arm, omdat daar de exacte cijfers nog ontbreken.

Maar waar die vaccinatiegraad daar eerder fors afnam van 61 procent naar 45 procent, is nu in ieder geval duidelijk dat die daling niet doorzet. Blokhuis noemt de signalen 'hoopgevend'.

De vaccinatiegraad daalde de afgelopen jaren en zit inmiddels ruim onder de kritische grens van 95 procent.

Opkomst van nepnieuws.

Als een van de oorzaken wordt de opkomst van nepnieuws aangewezen. 'Anti-vaxxers' voeren via sociale media al jaren fel campagne tegen inentingen onder meer door berichten met verzonnen 'feiten' te publiceren. Zo zou 'bewezen' zijn dat kinderen van stoffen in de entingen autistisch kunnen worden.

Eind vorig jaar besloot Blokhuis de strijd aan te gaan met de anti-vaxxers en dat ouders die weigeren te vaccineren, worden opgezocht door experts.

Groepsimmuniteit.

De grens van 95 procent is belangrijk, omdat er dan groepsimmuniteit ontstaat. Er zijn dan zoveel mensen ingeënt dat een virus geen voet aan de grond krijgt, waardoor ook die mensen die niet ingeënt zijn, wel veilig zijn.







ARTIKEL: GELEIDEHONDEN MASSAAL VAN DE LEG DOOR SCHOK OP SPOORWEGOVERGANGEN.
Bron: Redactioneel/Hart van Nederland.

Maaike Jacobs is enorm geschrokken. Haar blindegeleidehond Sarah gaf vrijdag brul en raakte volledig in paniek. Oorzaak: de stroom van de rails van de spoorwegovergang bij haar huis.

Nadat zij en hond Sarah enigszins van de schrik bekomen waren, stuurde ze een bericht naar ProRail. De railbeheerder zegt dat het inderdaad bekend is dat dieren een schok kunnen krijgen van de rails waar permanent onder lichte spanning staat. Mensen voelen deze spanning vanwege hun schoeisel niet niet maar bij dieren kunnen inderdaad een schokje voelen.

Met hond Sarah gaat het weer goed maar Maaike merkt wel dat het beestje nerveus wordt, als ze in de buurt van de overgang komen.

ProRail zegt dat er vooralsnog geen oplossing is en adviseert hondenbezitters hun honden op te tillen. Dat is voor Maaike natuurlijk geen optie en dus hoopt ze op een permanente oplossing.







ARTIKEL: 90 MILJOEN VOOR INZET TECHNOLOGIE BIJ ZORG THUIS.
Bron: Redactioneel/Rijksoverheid.

Inzet van technologie kan voor veel ouderen met een chronische ziekte of beperking van betekenis zijn, om met een goede kwaliteit van leven zelfstandig te kunnen blijven wonen. Om de inzet van zulke e-health toepassingen toe te laten nemen, investeert het kabinet de komende jaren 90 miljoen euro via een stimuleringsregeling. Aanbieders van zorg en ondersteuning kunnen dit voorjaar samen met inkopers dit voorjaar daarvoor plannen indienen.

De toepassing van technologie in de zorg en ondersteuning wordt steeds belangrijker. Door e-health kan beter en effectiever zorg en ondersteuning verleend worden en het kan zorgmedewerkers ontlasten. Voor de ouderen of chronisch zieken en hun mantelzorgers draagt e-health onder andere bij aan meer regie en meer bewegingsvrijheid en zorgt het ervoor dat zij met een grotere kwaliteit van leven langer thuis kunnen wonen. Om deze redenen zet minister De Jonge (VWS) in het programma Langer Thuis in op het op grotere schaal gebruiken van e-health. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om valsensoren, elektronische sleuteloplossingen, wondverzorging op afstand, communicatieplatforms tussen professionals onderling en de cliënt, leefstijlmonitoring, maar ook technologie die een mantelzorger in staat stelt op afstand in de gaten te houden hoe het met zijn naaste gaat.

Stimuleringsregeling E-Health Thuis.

Ondanks de toegevoegde waarde en de toename van het aantal innovatieve toepassingen, blijken in de praktijk barrières te bestaan voor ouderen, professionals, aanbieders van ondersteuning en zorg en inkopers om op grotere schaal met e-health toepassingen te gaan werken. Ouderen en professionals hebben soms training nodig om te leren hoe ze de e-health toepassing gebruiken. Werkprocessen en inkoopcontracten vragen vaak aanpassing. Met de Stimuleringsregeling E-Health Thuis wordt een stevige impuls gegeven aan innovatieve en digitale zorg thuis, die ouderen zelfredzamer maken en eraan bijdragen dat ouderen langer veilig en verantwoord thuis kunnen wonen.

Er zijn al veel e-health toepassingen ontwikkeld die bruikbaar zijn voor deze mensen, maar minister De Jonge wil graag dat die voor meer cliënten beschikbaar komen als onderdeel van de reguliere ondersteuning en zorg. De komende 3 jaar is er jaarlijks € 30 miljoen beschikbaar om op grotere schaal en structureel e-health in te zetten in de reguliere zorg en ondersteuning van ouderen en mensen met een (risico op) chronische ziekte of beperking die thuis wonen. Vanuit de regeling kunnen in totaal ongeveer 280 initiatieven bekostigd worden. Aanbieders van Wmo-ondersteuning, Zvw- of Wlz- zorg thuis kunnen samen met één (of meer) inkopers van ondersteuning en zorg een aanvraag indienen. Vanaf 1 maart 2019 staat de regeling open voor aanvragers.

Langer Thuis.

Het aantal ouderen neemt toe in Nederland van zo’n 1,3 miljoen 75-plussers in 2019 tot 2,1 miljoen in 2030. Ouderen worden ook ouder, blijven langer vitaal en wonen als gevolg daarvan langer zelfstandig thuis. In het programma Langer Thuis wordt ingezet op het verbeteren van drie belangrijke randvoorwaarden voor een goede kwaliteit van leven voor de groeiende groep thuiswonende ouderen. Het programma Langer Thuis is samen met de programma’s Eén tegen Eenzaamheid en Thuis in het Verpleeghuis onderdeel van het Pact voor de Ouderenzorg waarin ruim 200 partijen zich committeren aan het verbeteren van de zorg voor onze ouderen door de strijd aan te gaan tegen eenzaamheid, de kwaliteit van de verpleeghuiszorg te verbeteren en thuiswonen beter mogelijk te maken.







ARTIKEL: MET EEN NEUSSPOELING DE GRIEP VOORKOMEN?
Bron: Redactioneel/Radar Radio/Zorg.nu.

Kun je met een neusspoeling griep en verkoudheid voorkomen? Volgens de reclameslogan van Physiomer wel... Radar Radio onderzoekt die claim.

De Physiomer Strong Jet stelt dat je griep en verkoudheid kan voorkomen. Klopt dat wel? KNO-arts Maarten Majoor van het het ziekenhuis de Gelderse Vallei zegt in het radioprogramma: 'Het is niet bewezen en het lijkt mij sterk. Als je verkouden wordt, word je toch wel verkouden. Dat is niet anders als je elke dag je neus spoelt.'

Schoonmaken met zout water.

Volgens Majoor is het wel goed om de neus schoon te spoelen met zout water. Dat geldt vooral voor baby's en kinderen, maar ook voor volwassenen. De arts vertelt dat hij zelf ook fysiologische zoutspoelingen voorschrijft. Zo spoel je alle viezigheid weg. Overigens is doorslikken ook geen ramp: je plast het toch wel weer uit, vertelt hij.

Je kunt ook zout water opsnuiven uit een kommetje, of een spuitje zonder naald gebruiken. Of gebruik een Rhinohorn: dat is een gesloten bal met aan weerszijden een tuutje. De ene kant is voor je neus, de andere kant is open.







ARTIKEL: DATAKWALITEIT EN ETHIEK REMMEN AI-DOORBRAAK IN ZORG.
Bron: Redactioneel/Nictiz/Computable.

De gezondheidszorg leent zich bij uitstek voor de inzet van kunstmatige intelligentie (ai). Om deze technologie op grote schaal in de zorg toe te passen, moet nog wel een aantal vraagstukken over standaardisatie, data, controleerbaarheid en ethiek worden opgelost. Dat schrijft Nictiz in een recent onderzoeksrapport naar ai.

Het rapport ‘Artificial intelligence in de zorg’ van Nictiz gaat in op wat ai is, toepassingen ervan in de praktijk en welke vraagstukken dit oproept. Het zorgexpertisecentrum concludeert dat huidige ai-toepassingen in de zorg met name zijn ontwikkeld voor medische beeldvorming. Het noemt voorbeelden zoals het voorspellen van longkanker en de uitkomsten van een patiënt op de intensive care, de detectie van afwijkende cellen bij pathologie en het herkennen van dermatologische afwijkingen.

Vier vraagstukken.

De onderzoekers zijn van mening dat ai een veelbelovende ontwikkeling is, maar om de technologie veilig en verantwoord op grote schaal in de zorg toe te kunnen passen, moeten vier vraagstukken worden opgelost. Als eerste moeten data gestandaardiseerd worden. Bijvoorbeeld de patiëntenvragenlijsten, maar ook de epd’s.

Het tweede vraagstuk gaat over de kwaliteit van medische data. Die schiet volgens het zorgexpertisecentrum nog te kort. ‘Idealiter wordt er méér en efficiënter gestandaardiseerde data verzameld. Eenmalige registratie en meervoudig gebruik door registratie aan de bron kan hierbij helpen.’

Nictiz concludeert dat bij deze ai-toepassingen in de zorg veelal gebruikmaken van machine learning (ml) om de systemen te trainen en verbeteren. Echter moet de toetsing van ml objectief zijn en blijven.

Het derde vraagstuk gaat over de controleerbaarheid van de ai. Nictiz wil dat het inzichtelijk is wie de uitkomsten controleert en hoe een computer tot een diagnose- of behandeladvies komt.

Tot slot liggen er op ethisch vlak uitdagingen: wie is er eindverantwoordelijk voor een besluit wanneer een algoritme het niet bij het juiste eind heeft? ‘Met gebruik van ai kan een opticien oogafwijkingen detecteren. Mag de opticien dan ook direct naar een specialist doorverwijzen zonder tussenkomst van de huisarts? En hoe voorkomen we dat een ict-leverancier een monopoliepositie verkrijgt op het ontwikkelen van algoritmes en daarmee een afhankelijkheidspositie voor de zorgverlener creëert?’

Het rapport 'Artificial intelligence in de zorg' is beschikbaar op de website van Nictiz.







ARTIKEL: CPB: ZORG DUURDER BIJ INZET VAN WIJKTEAMS.
Bron: Redactioneel/CPB/NOS/ANP.

In gemeenten met wijkteams worden meer mensen doorverwezen naar duurdere Wmo-zorg dan in gemeenten zonder wijkteams. Dat concludeert het Centraal Planbureau in een rapport. De wijkteams waren in 2015 juist opgezet om de zorg goedkoper te maken, waardoor fors kon worden bezuinigd op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Wijkteams zijn opgericht om snel vast te stellen wat voor zorg er nodig is. Het kan dan gaan om mensen die zichzelf niet meer kunnen redden, om gezinnen die jeugdzorg nodig hebben, maar ook om mensen met schulden.

Het is de bedoeling dat de teams een groot deel van de zorg opvangen, waardoor doorverwijzen naar dure zorg niet nodig is. In de teams werken allerlei zorgaanbieders samen, zoals schuldhulpverleners en mensen in de ouderenzorg.

Doorverwijzen niet per se slecht.

In zowel de gemeenten zonder als met wijkteams is het aantal doorverwijzingen naar dure zorg sinds 2015 toegenomen, maar in gemeenten met wijkteams kwam daar nog eens 14 procent extra bij.

Driekwart van de gemeenten heeft wijkteams. Vooral in gemeenten waar de teams deels bestaan uit mensen die in dienst zijn van een zorgaanbieder, nam de doorverwijzing naar professionele zorg toe. Dat hoeft overigens niet per se slecht te zijn, zegt het CPB.

Beter op de hoogte.

"Het kan zijn dat ze beter op de hoogte zijn van het zorgaanbod en meer betrokken zijn", zegt onderzoeker Wouter Vermeulen van het Centraal Planbureau. "Maar wat ook kan, is dat de financiële prikkel voor aanbieders anders is dan voor gemeenteambtenaren." In gemeenten zonder wijkteams gaan Wmo-consulenten van de gemeente namelijk over het doorverwijzen.

Volgens Vermeulen hoeft duurdere zorg dus niet te betekenen dat er slechter wordt gewerkt. "Maar wat wij zien is dat het doel van de wijkteams, namelijk afschaling van de zorg, niet wordt gehaald. Het zou ook nog kunnen dat door de inzet nu grotere problemen op de lange termijn worden voorkomen. Wellicht kunnen mensen langer thuis blijven wonen of minder snel in ernstige problemen raken."

Het CPB doet geen uitspraken over de vraag of het een probleem is dat de zorg duurder wordt door de wijkteams. Vermeulen: "De gemeenten moeten daar uiteindelijk over beslissen."







ARTIKEL: GEPERSONALISEERDE BEHANDELING BIEDT PERSPECTIEF BIJ ASBESTKANKER.
Bron: Redactioneel/LUMC.

Onderzoek is gericht op de behandeling van borstvlieskanker, ook wel asbestkanker of mesothelioom genoemd.

De prognose van patiënten met asbestkanker is helaas erg slecht. Promovendus Laurel Schunselaar onderzocht een nieuwe gepersonaliseerde vorm van behandeling met bestaande chemotherapie. De resultaten stemmen voorzichtig positief.

Schunselaar richtte zich in haar onderzoek op de behandeling van borstvlieskanker, ook wel asbestkanker of mesothelioom genoemd. Als de eerste behandeloptie met chemotherapie niet aanslaat of de tumor terugkeert, is momenteel geen standaard tweedelijnsbehandeling voorhanden. “Er zijn heel veel middelen getest, maar geen van allen liet een gunstig effect op de overleving zien”, legt Schunselaar uit.

Testen in celkweek.

Zij gooide het daarom over een andere boeg en ontwikkelde een model voor gepersonaliseerde behandeling. Dat werkt zo: bij patiënten met asbestkanker zit vaak vocht achter de long. In dat vocht zitten tumorcellen. Schunselaar ontwikkelde een methode om die cellen uit het vocht te halen en ze in het laboratorium te laten groeien. Vervolgens kon ze op de celkweek verschillende soorten en combinaties van bestaande chemotherapeutica testen. Als het middel in het kweekbakje aansloeg, werd het aan de patiënt gegeven.

De eerste resultaten zijn positief. Schunselaar: “We hebben uiteindelijk tien patiënten behandeld met het middel dat het in het kweekbakje het beste deed. Eén patiënt is zelfs twee keer behandeld op deze manier. Bij zeven van de patiënten klopte onze voorspelling. In drie andere gevallen deed de behandeling het zelfs beter dan verwacht. We kunnen patiënten helaas nog niet genezen, maar ik ken wel een patiënt die dankzij onze aanpak weer tijdelijk aan het werk kon.” Uiteraard is tien patiënten nog niet genoeg voor grootschalige toepassing, maar het onderzoek loopt wel door. Momenteel wordt de methode gevalideerd in een fase II-studie genaamd PROOF, die loopt in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam.

Lees het proefschrift ‘The search for new treatment strategies for malignant pleural mesothelioma’ online.







ARTIKEL: TANDARTSEN: VGZ VERZAAKT ZORGPLICHT DOOR CONTRACTTEKORT.
Bron: Redactioneel/VGZ/Zorg.nu/ANP..

Zorgverzekeraar VGZ heeft in Nederland zo weinig tandartsen-implantologen gecontracteerd, dat patiënten die een implantaat of klikgebit nodig hebben soms niet eens in hun eigen provincie terechtkunnen. Dat stelt brancheorganisatie ANT (Associatie Nederlandse Tandartsen). Daarmee voldoet de zorgverzekeraar volgens ANT niet aan zijn zorgplicht.

'Als patiënten naar een niet-gecontracteerde implantoloog gaan, kunnen patiënten achteraf geconfronteerd worden met een niet betaalde rekening die kan oplopen tot honderden euro’s, ondanks dat de behandeling onder de basisverzekering valt', aldus de tandartsorganisatie.

Brandbrief naar VGZ.

Volgens de organisatie gaat het vaak om kwetsbare ouderen die een klikgebit nodig hebben of dat moeten vervangen.

ANT zegt een brandbrief te hebben gestuurd naar VGZ. Een woordvoerder van de zorgverzekeraar zegt niet bekend te zijn met de inhoud hiervan en kon nog geen reactie geven.

De Nationale Zorgautoriteit (NZa) zegt over dit onderwerp inderdaad signalen te hebben gekregen. De NZA zoekt uit of het tot problemen leid, 'voor zover het om basiszorg gaat', aldus een woordvoerder.







ARTIKEL: BEWEGEN TEGEN DEPRESSIE? HET HELPT – MAAR NIET BIJ IEDEREEN.
Bron: Redactioneel/RTLnieuws/ANP MediaWatch.

Beweging wordt steeds vaker naar voren geschoven als een wondermiddel tegen depressie. Is dat terecht? Ja en nee, zeggen experts. Beweging kan helpen, maar goede begeleiding is cruciaal. "Als je zegt tegen iemand die ernstig depressief is: ga jij maar lekker een rondje hardlopen, dat werkt niet."

Voor Frank (54) begon het toen hij een paar jaar geleden midden in de crisis werd ontslagen. "Ik moest weg bij een bedrijf waar ik al langere tijd werkte en waar ik een geweldig leuke job had. Toen ik na een jaar nog geen nieuwe baan had gevonden, begon het steeds slechter met me te gaan. Ik was gespannen, sliep slecht, had een kort lontje en zat niet lekker in mijn vel."

Hoofd leegmaken.

Frank werd gediagnosticeerd met een depressie en kreeg antidepressiva voorgeschreven. Maar die medicijnen brachten hem weinig. Elke dag naar buiten gaan werkte voor hem beter. Ook sporten hielp. "Ik sportte al voordat ik ontslagen werd", zegt hij, "maar toen het zo slecht met me ging, nam ik me voor om iedere dag te gaan sporten. Het was een goede manier om mezelf bezig te houden, maar het hielp ook om mijn hoofd leeg te maken en negatieve gedachten op afstand te houden."

Nadat hij begonnen was met dagelijks sporten, ging hij zich gaandeweg beter voelen. "Ik voelde minder onrust, sliep beter en zat beter in mijn vel. Ik heb nu alweer een tijdje een nieuwe baan, en het gaat inmiddels weer goed met me."

"Behandelingen waarin beweging centraal staat, zoals runningtherapie, komen soms zelfs in de plaats van medicatie."

Dat beweging een positieve invloed kan hebben bij het behandelen of leren leven met een depressie, daar lijkt tegenwoordig nauwelijks nog aan te worden getwijfeld. In artikelen in de media werd de laatste jaren het ene na het andere onderzoek aangehaald waarmee de effectiviteit van beweging als middel tegen depressie onomstotelijk zou worden bewezen.

Runningtherapie.

Aanhangers van de 'bewegen tegen depressie'-theorie, zoals hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder en psychiater Bram Bakker, betogen geregeld dat je, door dagelijks actief te bewegen, mentale klachten zoals een depressie of een burn-out op afstand kunt houden. Behandelingen die beweging centraal stellen, zoals runningtherapie, winnen aan populariteit en worden steeds vaker aangeboden naast of zelfs in de plaats van medicatie of cognitieve therapie. Kortom: beweging heeft langzaamaan de status gekregen van een soort wondermiddel tegen depressie. Maar is dat ook terecht?

Daar is niet iedereen van overtuigd. Hoewel er inderdaad onderzoeken zijn die de effectiviteit van beweging als middel tegen depressie lijken te bewijzen, zijn er ook studies die weinig tot tot geen effectiviteit lieten zien.

Pim Cuijpers, klinisch psycholoog aan de Vrije Universiteit, zei vorig jaar in een artikel in dagblad Trouw dat alle behandelingen tegen een ziekte als depressie even goed werken, van medicatie tot cognitieve gedragstherapie en van mindfulness tot bewegen. "Bij goed uitgevoerde studies komt er bij alle behandelingen steeds hetzelfde, kleine effect uit", zei hij tegen de krant. Hij concludeert dan ook dat het waarschijnlijk altijd helpt om 'iets' te doen, wat dat ook is. "Patiënten komen op een punt van: er moet nu gewoon iets gebeuren. En of je dan besluit medicatie te slikken of te gaan hardlopen, dat lijkt niet uit te maken." Verder benadrukt hij dat iedere patiënt anders is, en dat er geen psychologische behandeling is die voor iedereen werkt.

Iedereen is anders.

Fred Dijk, expert en docent op het gebied van psychomotorische therapie, is het daar gedeeltelijk mee eens. "Iedereen is inderdaad anders en het klopt dat geen enkele behandeling voor iedereen hetzelfde werkt. Dat bewegen – op wat voor manier dan ook – een positieve invloed kan hebben op het welzijn van iemand met mentale klachten, dat is inmiddels wel bewezen."

Talloze onderzoeken laten dat zien, zegt hij. "Maar bewegen moet inderdaad niet als een soort wondermiddel worden gezien. En zeker niet als iets dat iedereen heel gemakkelijk zelf op kan pakken." Want het klinkt zo gemakkelijk: ga lekker bewegen en je komt van je depressie af. Maar zo werkt het niet, zegt Dijk. "Voor veel mensen die depressief zijn kan een rondje wandelen al een enorme opgave zijn. Tegen ernstig depressieve mensen zeggen: joh, ga lekker een rondje hardlopen, dat heeft geen zin. Sterker nog: de kans is groot dat die persoon zich vervolgens alleen maar slechter voelt, omdat er wéér iets is waar hij of zij niet aan kan voldoen."

"Door die depressie had ik nul komma nul energie. Ik kon het sporten gewoon niet aan."

Voor Rosalinde Nierop (36) is dat heel herkenbaar. Ze ervaart het pushen van sport als middel voor mentale problemen als heel vervelend. "Ik heb sombere periodes dat het moeite kost om mijn dagelijks leven te leiden. Ik heb dan al mijn energie nodig om op te staan, naar mijn werk te gaan en eten te maken. Het idee dat ik dan ook nog zou moeten sporten, leidt tot een gevoel van schuld en mislukking: weer iets dat ik niet gedaan heb vandaag. Ik houd normaal al niet zo van sporten, maar in mijn sombere periodes is het helemaal een onmogelijke opgave."

Kermen en huilen.

Marielle Akkerman (29) genoot voordat ze depressief werd juist wel van sporten. Ze was ervan overtuigd dat ze zich beter zou gaan voelen als ze het sporten tijdens haar depressie weer zou oppakken. Maar hoe gemotiveerd ze ook was, het lukte niet. "Door die depressie had ik nul komma nul energie. Het doen van boodschappen of zelfs iets simpels als een afwas was al een hele opgave die ik vaak dagenlang moest uitstellen. Energie om naar de sportschool te gaan, had ik niet. En als het wel lukte om een keer te trainen, dan had ik daarna spierpijn. Dat vond ik vroeger heerlijk, maar nu lag ik uren in bed liggen kermen en huilen, omdat ik naast de mentale pijn ook nog fysieke pijn moest ervaren. Toen heb ik het sporten maar laten varen. Ik kon het gewoon niet aan.’

"Veel mensen hebben iemand nodig die ze over de moeilijkste drempels heen helpt."

Volgens Fred Dijk laten voorbeelden als die van Rosalinde en Marielle vooral zien hoe belangrijk een persoonlijke aanpak is. "Om te zorgen dat beweging iemand echt ten goede komt, is het heel belangrijk dat voor een vorm van bewegen wordt gekozen die ook echt bij de persoon past. Met welke vormen van bewegen heeft deze persoon positieve associaties? Met welke juist niet? Iedereen is anders, dus niet iedere vorm van bewegen heeft bij iedereen hetzelfde effect."

Dansen of badmintonnen

De boodschap dat iedereen baat zou hebben bij hardlopen, vindt Dijk onzin. "De een knapt misschien enorm van op van een rondje rennen, maar voor een ander is het de hel. Als psychomotorisch therapeut kijk ik naar alle vormen van beweging die zouden kunnen helpen. Dat kan hardlopen zijn, maar ook zwemmen, wandelen, dansen of badmintonnen."

Hoe positiever iemand een vorm van bewegen beleeft, hoe groter de kans dat hij ermee doorgaat, zegt hij. "Maar met een persoonlijke aanpak ben je er nog niet. Ook een goede begeleiding is belangrijk. Als je depressief bent, heb je soms al moeite om uit bed te komen. Daarom is het cruciaal dat je iemand hebt die je bij de hand neemt, met wie je afspraken maakt en die je helpt het vol te houden. Dat kan een coach of een therapeut zijn, maar ook iemand uit de eigen familie of vriendenkring. Goede steun uit de omgeving is heel belangrijk."

Veel mensen die depressief zijn, willen wel bewegen en hebben er ook baat bij, zegt hij. "Maar ze hebben iemand nodig die ze over de moeilijkste drempels heen helpt."







ARTIKEL: INNOVATIEFONDS ZORGVERZEKERAARS ONDERSTEUNT JUISTE ZORG OP JUISTE PLEK VOOR COPD-PATIËNTEN.
Bron: Redactioneel/Zorgverzekeraars Nederland [ZN].

In 2013 kreeg de LAN een eerste bijdrage van het Innovatiefonds voor dit project om in zes pilotregio's een nieuw zorgpad voor COPD-patiënten te implementeren en te evalueren.

Het Innovatiefonds Zorgverzekeraars ondersteunt de Long Alliantie Nederland (LAN) bij het breder invoeren van een nieuw zorgpad voor COPD-patiënten. Met invoering van het zorgpad wordt beoogd het aantal ziekenhuisopnamedagen van COPD-patiënten te reduceren. Dit begint bij de opname en loopt door in de thuissituatie.

In 2013 kreeg de LAN een eerste bijdrage van het Innovatiefonds voor dit project om in zes pilotregio's een nieuw zorgpad voor COPD-patiënten te implementeren en te evalueren. Het zorgpad beschrijft welke zorg COPD-patiënten moeten krijgen wanneer zij worden opgenomen voor een longaanval. Het project nadert afronding en de resultaten die bij 800 patiënten zijn behaald zijn zeer positief. Daarom geeft het Innovatiefonds nu een bijdrage voor het actief ondersteunen van nog eens 14 regio’s. Hierbij wordt nadrukkelijk samenwerking met de zorgverzekeraars gezocht. Het doel is een kantelpunt te bereiken, zodat geen enkele regio in Nederland meer kan achterblijven.

Tegengaan psychische klachten jongvolwassenen.

Een ander initiatief dat kan rekenen op steun van het Innovatiefonds is de Time Out Tournee. De tournee is erop gericht psychische klachten bij jongvolwassenen door stress en prestatiedruk tegen te gaan. Belangrijk daarvoor is het op de agenda zetten en bespreekbaar maken van de problematiek. Stichting Time Out pakt dit in samenwerking met PodiumT, CNV Jongeren, MIND en de UU op, door 20 evenementen in het hele land te organiseren. Een interactieve voorstelling vormt hierbij de kern om het gesprek op gang te brengen. Ook komt er een interactieve website en een campagne.

Verbetering zelfredzaamheid van kinderen met de spierziekte Duchenne.

Het Duchenne Parent Project krijgt hulp van het Innovatiefonds voor verbetering van het design van de armondersteuner voor kinderen met de ziekte van Duchenne. Duchenne is een aangeboren spierziekte die voornamelijk voorkomt bij jongens. De ziekte uit zich in het langzaam afbreken van spiermassa. Jongens met Duchenne hebben vanaf ongeveer hun twaalfde een rolstoel nodig om zich te kunnen voortbewegen. De armfunctie van de jongens neemt ook geleidelijk af waardoor jongeren met Duchenne veel hulp nodig hebben in hun dagelijks leven. Door verbeterde medische zorg en het gebruik van onder andere corticosteroïden is de levensverwachting van jongens met Duchenne flink toegenomen in de afgelopen tien jaar. Dit zorgt er tegelijkertijd ook voor dat mensen steeds langer met een beperkte spierfunctie leven. Het goed kunnen gebruiken van de armen draagt in hoge mate bij aan de kwaliteit van leven en de zelfredzaamheid van de jongeren.

Het bestuur van het Innovatiefonds Zorgverzekeraars heeft in december financiële steun toegezegd aan nog een aantal projecten. Informatie over alle toezeggingen van Innovatiefonds Zorgverzekeraars is te vinden op de site van het Innovatiefonds Zorgverzekeraars.







ARTIKEL: SNURK-APP JAAGT MANNEN MASSAAL NAAR DE SLAAPKLINIEK.
Bron: Redactioneel/Gezondheid.be.

Het aantal hevige snurkers is de afgelopen twintig jaar verdubbeld, blijkt uit een Britse studie. Ook in Nederland liggen tot zes op de tien slapers ’s nachts te grollen en te ronken. Maar meer dan vroeger laten we er nu wel iets aan doen. “Omdat de problematiek ontkennen vaak niet meer mogelijk is”, zegt professor Johan Verbraecken (UMC Utrecht). “Vrouwen nemen het geronk op met hun smartphone.”

Je hebt de zagers, de brommers, de snuivers en de happers. Het aantal mensen dat hevig snurkt in hun slaap, is de afgelopen twintig jaar verdubbeld. Dat blijkt uit Brits onderzoek van het Royal National Throat, Nose & Ear Hospital in Londen.

Hoeveel snurkers ons land telt, is moeilijk te meten, zegt professor Johan Verbraecken, coördinator van het Slaapcentrum van het Universitair Ziekenhuis Amsterdam. “Bij kleuters is het twintig procent, schatten we. En hoe ouder, hoe meer snurkers. Bij 65-plussers snurken zes op de tien.”

Ook Verbraecken schat dat er nu meer gesnurkt wordt dan vroeger. “Er zijn meer mensen met overgewicht dan vroeger, en dat is een van de belangrijkste factoren bij snurken.” Want dan heb je meer vetweefsel, dat doet de keelholte vernauwen en dat veroorzaakt het trillende geluid tijdens het ademen. “Ook wie een allergie heeft, zal vaker snurken”, zegt Verbraecken. “En ook slaapmiddelen nemen lokt snurken uit. Dat zie je vooral bij bejaarden, van wie dus meer dan de helft snurkt.”

Mannenzaak.

Verbraecken schat dat tachtig procent van de klachten nooit vastgesteld wordt door een dokter. Al zorgt de smartphone daar voor beterschap. “Je hebt nu al verschillende gratis apps waarmee je ’s nachts het geluid kan meten met je smartphone”, zegt Verbraecken. “Veel vrouwen doen dat, en dan kan manlief niet meer terug. Als ze er gewoon over zeurt, zal een man zeggen: Och ja schat, het zal wel meevallen zeker? Tot ze met de objectieve feiten geconfronteerd worden: dan moeten ze mee op consultatie. Als je dat dan hoort, vraag je je af hoe die vrouw ooit de slaap heeft kunnen vatten naast die man.”

Maar gevaarlijk is het niet. “Behalve als er sprake is van slaapapneu”, zegt Verbraecken. “Dan stokt je adem tijdens je slaap. Als dat meer dan vijftien keer per uur gebeurt, laat je dat het best behandelen. We schatten dat 200.000 Belgen in dat geval zijn.”

Plakkers en tennisbal helpen niet.

Het beste middel tegen snurken? Afvallen en bewegen. Een tennisbal op je rug helpt vaak niet. “Je moet de risicofactoren aanpakken”, zegt professor Johan Verbraecken. “Poliepen verwijderen als die er zijn. Er zijn mondbeugeltjes die helpen. Maar vooral: vermageren, alcohol vermijden, en meer bewegen. Beweging versterkt je spieren, waardoor je minder gaat snurken ’s nachts.”

Het zijn vaak rugslapers die snurken, maar het aloude middeltje daartegen - een tennisbal op je rug binden - helpt vaak niet. “Veel snurkers slapen daar gewoon op door. Een rugzak kan dan helpen. Of een apparaatje dat een alarm geeft als je op je rug ligt. Plakkertjes op je neusvleugel? Dat zal zelden helpen bij luide snurkers.”







ARTIKEL: STREEKZIEKENHUIS ZUIVERT AFVALWATER VOOR INGANG.
Bron: Redactioneel/Zorg.nu/ANP.

Waterschap Rijn en IJssel gaat afvalwater uit Streekziekenhuis Koningin Beatrix in Winterswijk letterlijk voor de deur van de kliniek zuiveren. Deze 'voorzuivering' moet ervoor zorgen dat er geen medicijnresten in het oppervlaktewater terechtkomen. Het landelijke proefproject begint volgende week.

Vooral door vergrijzing worden er steeds meer medicijnen gebruikt. De resten daarvan komen via wc-bezoek in het riool terecht. Een gewone rioolwaterzuivering verwijdert dergelijke resten niet volledig, zodat de medicijnen uiteindelijk het oppervlaktewater vervuilen.

Toegenomen concentratie medicijnresten in water.

Volgens het waterschap is de concentratie van medicijnenresten in oppervlaktewater over vijftien jaar met 35 procent toegenomen als er niks wordt gedaan. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zoekt naar oplossingen, waarvan het proefproject in Winterswijk er één zou kunnen zijn. Andere waterschappen zijn ook bezig met nieuwe technieken om de medicijnvervuiling aan te pakken.

Zuiveringscontainers bedoeld voor hele zorgsector.

Bij het ziekenhuis staat een container, waarin afvalwater met ozon en uv-technologie wordt behandeld. Dat moet zorgen voor de afbraak van medicijnresten, contrastvloeistoffen en bacteriën. Daarna komt het afvalwater pas in het riool terecht. Testen met de mobiele zuivering zijn succesvol verlopen, zegt het waterschap.

Het is de bedoeling dat de hele zorgsector op den duur vergelijkbare zuiveringscontainers kan gebruiken.







ARTIKEL: PREP-PIL KRIJGT VOET AAN DE GROND IN NEDERLAND.
Bron: Redactioneel/SFK.

De PrEP-pil is op doktersrecept beschikbaar voor mensen die niet hiv-geïnfecteerd zijn, maar wel een substantieel risico lopen op een hiv-infectie.

Nederlandse openbare apotheken verstrekten in 2018 aan bijna drieduizend mensen minimaal één keer de PrEP-pil, blijkt uit gegevens van de SFK. PrEP staat voor Pre-Expositie Profylaxe. Door voorafgaand aan risicovol contact PrEP toe te passen, kan een hiv-infectie worden voor­komen. Dat meldt de SFK deze week in het Pharmaceutisch Weekblad.

De PrEP-pil is op doktersrecept beschikbaar voor mensen die niet hiv-geïnfecteerd zijn, maar wel een substantieel risico lopen op een hiv-infectie. Voordat iemand met PrEP begint, moeten hiv-infectie en andere SOA’s worden uitgesloten en moet de nierfunctie worden gecheckt. Deze controles moeten regelmatig worden herhaald zolang iemand PrEP toepast. De Gezondheidsraad heeft in maart 2018 de regering geadviseerd om PrEP te verstrekken aan mensen met een hoog risico en daarbij goede medische begeleiding te organiseren.

Het hiv-middel dat als PrEP-pil wordt gebruikt is het combinatiepreparaat dat bestaat uit emtricitabine 200 mg en tenofovirdisoproxil 245 mg, bekend onder de naam Truvada. Dit combinatiemiddel is op de markt gebracht voor de behandeling van hiv. In combinatie met minimaal één of twee andere hiv-middelen heeft het daarbij nog steeds een plaats. Het combinatiepreparaat kan ook worden gebruikt als Post-Expositie Profylaxe (PEP). Met die toepassing wordt een hiv-infectie voorkomen nadat risicovol contact heeft plaatsgevonden.

Omdat niet alle gebruikers de genoemde combinatie als PrEP-pil gebruiken, beschouwt de SFK iemand als PrEP-pilgebruiker als geen andere hiv-medicatie wordt gebruikt én als de gebruiker zelf de kosten betaalt. De PrEP-pil wordt namelijk net als andere profylactisch toegepaste geneesmiddelen niet vergoed vanuit het basispakket. De combinatie wordt wel vergoed bij de behandeling van een hiv-infectie en bij toepassing als PEP.

Doseringsregimes.

Voor de toepassing van de PrEP-pil zijn twee doseringsregimes. Bij continue-gebruik is de dosering één tablet per dag. Als iemand de PrEP-pil alleen inneemt rond een risicovol contact kan worden volstaan met vier tabletten per blootstellingsmoment. Uit de data van de SFK blijkt dat onder de drieduizend gebruikers van de PrEP-pil in 2018 geen duidelijke voorkeur bestaat voor één van beide regimes.

De figuur toont dat het gebruik van de PrEP-pil in november 2017 sterk begint toe te nemen. Wellicht speelt het patentverloop van Truvada in september 2017 een rol. Daardoor kwamen goedkopere varianten van de combinatie beschikbaar en daalden de gemiddelde kosten per verstrekte tablet met ruim 90% van € 17,50 naar ongeveer € 1,40 in december 2018. De kosten bij eenmaal daags gebruik komen daarmee uit op ongeveer € 42 per maand. Dat is zonder de kosten voor de farmaceutische zorg van de apotheek.

Het is niet verwonderlijk dat vooral apotheken in grote steden de PrEP-pil verstrekken. Apotheken in Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Nijmegen – in die volgorde – tellen de meeste gebruikers. Gezamenlijk maken de gebruikers uit deze steden al bijna 80% uit van het totale aantal.







ARTIKEL: WIJKTEAMS ZIJN ‘BOEGGOLF’ AAN HET WEGWERKEN.
Bron: BinnenlandsBestuur/Yolanda de Koster.

Het is te kort door de bocht om te concluderen dat wijkteams zorgen voor hogere Wmo-kosten. ‘Daarvoor is de complexiteit van het vraagstuk te groot’, stelt Divosa-voorzitter Erik Dannenberg. ‘De wijkteams hebben een bredere kijk dan alleen de Wmo en mogelijk zijn ze een boeggolf aan het wegwerken van problemen die voorheen niet zichtbaar waren.’

Dannenberg reageert daarmee op het vrijdag gepubliceerd onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) naar de Wmo-kosten van wijkteams. Belangrijkste conclusie van het onderzoek ‘De wijkteambenadering nader bekeken’ is dat de inzet van wijkteams in de jaren 2015-2017 heeft geleid tot een stijging van veertien procent van het aantal mensen met een Wmo-maatwerkvoorziening. Vooral gemeenten waar (ook) zorgaanbieders in het wijkteam zitten, zien zich geconfronteerd met hogere kosten die met deze maatwerkvoorzieningen gepaard gaan.

Vroegtijdig.

Dat hoeft helemaal niet verkeerd te zijn, stelt Dannenberg. ‘We willen er juist eerder bij zijn. Uit het stijgende aantal doorverwijzingen zou je kunnen afleiden dat sommige wijkteams precies dat doen waar ze voor in het leven geroepen zijn.’ Daarnaast kan vroegtijdige hulp op termijn leiden tot kostenbesparing, aldus Dannenberg. Problemen worden eerder aangepakt, waardoor (duurdere) tweedelijnszorg kan worden voorkomen.

Bredere blik.

Bovendien komen gemeenten, nu ze de wijken induiken, van alles tegen. De wijkteammedewerkers kijken daarbij ook breder dan alleen naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). ‘Niet de wet staat centraal, maar de hulpvraag.’ De toename van het aantal maatwerkvoorzieningen kan daarnaast ook worden veroorzaakt door de hoge toegangsdrempel voor de Wet langdurige zorg (Wlz), stelt Dannenberg. Mensen doen daardoor langer een beroep op gemeenten en hebben zwaardere problemen.

Tijd.

Het CPB-onderzoek is waardevol als spiegel en is nadere bestudering waard, benadrukt Dannenberg. Er moeten echter niet te snel afsluitende conclusies uit worden getrokken. Daar is een paar jaar voor nodig. ‘Het onderzoek is een foto in een snel bewegende film van veranderingen.’ Gemeenten, en hun wijkteams, moeten in de ogen van Dannenberg de tijd krijgen om de grote stelselwijziging goed ‘in te regelen’.







ARTIKEL: BEELDBELLEN EN CHATTEN MET JE PSYCHOLOOG.
Bron: Persbericht/ZIlveren Kruis.

De afdeling Zorgbemiddeling van Zilveren Kruis begeleidt verzekerden met een hulpvraag zo snel mogelijk naar de juiste zorg. In 2018 meldden zich 6.000 klanten met een GGZ zorgvraag. Wanneer zij bellen met Zilveren Kruis staan zij vaak al lang op een wachtlijst. Maar met de inzet van online behandeling behoort het wachten, voor een deel van deze patiënten, tot het verleden.

Olivier Gerrits, directeur Zorginkoop Zilveren Kruis: ‘Wij willen dat patiënten daar zorg krijgen waar zij het liefste zorg ontvangen. Als onze verzekerde het wil en eHealth goed aansluit op de zorgvraag kunnen zij direct online met hun behandeling van start.'

Digitaal én persoonlijk,

De online behandeling kan in plaats komen van de traditionele behandeling. Een combinatie van online en 'offline' behandeling is ook mogelijk. Doordat patiënten de zorg thuis ontvangen is er geen sprake meer van reistijd of wachttijd in de behandelkamer. Via beeldbellen hebben patiënten direct persoonlijk contact met een psycholoog. Dit kan met een smartphone, tablet of computer. Bij een andere vorm van online behandeling worden opdrachten digitaal ingevuld en opgestuurd en reageert de behandelaar hier online op.

Patiënt sneller geholpen met online behandeling.

Veel vragen die Zorgbemiddeling krijgt gaan over angst- of depressie behandelingen. De online behandeling van deze klachten is bewezen effectief. Patiënten- en familiekoepel MIND is positief over het initiatief van Zilveren Kruis. Mirjam Drost, woordvoerder: ‘Online therapie kan bijvoorbeeld ondersteunend zijn als je op de wachtlijst staat. We zijn benieuwd naar de resultaten en wat patiënten er van vinden. Behandeling blijft maatwerk en MIND vindt het van belang dat er steeds goed gekeken wordt naar de ernst en complexiteit van de klachten in samenspraak met de patiënt'.

Juiste zorg, juiste plek, juiste moment.

De online behandeling is flexibel in te plannen, consulten kunnen ook ’s avonds of in het weekeinde plaatsvinden. ‘Het persoonlijke contact vanuit Zorgbemiddeling is bij uitstek geschikt om verzekerden over de mogelijkheid van online behandeling te informeren’, vertelt Olivier. ‘Het blijft altijd de keus van de patiënt. Wij verwachten voor een flink aantal verzekerden GGZ zorg veilig thuis te brengen komend jaar. Daar zijn we ontzettend blij mee.’

Zorgbemiddeling van Zilveren Kruis werkt samen met DiSofa (onderdeel van GGZ-Noord Holland Noord), Interapy en MentaalBeter. Online behandeling wordt vanuit de basisverzekering vergoed.







ARTIKEL: RECHTER LAAT GOOGLE ZOEKRESULTATEN SCHRAPPEN OVER BERISPTE ARTS.
Bron: Redactioneel/NOS/ANP.

De rechter in Amsterdam heeft Google verplicht twee zoekresultaten te verwijderen over een berispte arts. Volgens de rechter weegt de privacy van de medicus zwaarder dan de vrijheid van informatie. Experts spreken van een primeur.

De chirurg maakte fouten bij de nazorg van een patiënt. Daarvoor werd ze door het tuchtcollege op de vingers getikt: aanvankelijk kreeg ze een tijdelijke schorsing, maar in hoger beroep werd dat voorwaardelijk gemaakt. Wie haar daarna googelde, vond ook haar vermelding op een website met een zwarte lijst van artsen.

Volgens de vrouw had zij zowel zakelijk als privé last van die zoekresultaten. Ze maakte daarom bij Google aanspraak op haar recht "vergeten te worden"; door een uitspraak van het Europese Hof van Justitie mag iedereen de zoekmachine vragen verouderde of onjuiste informatie niet te laten zien.

Relevant of niet?

Google wilde echter niet meewerken, omdat het de informatie over de arts relevant achtte. De Autoriteit Persoonsgegevens vond dat oordeel terecht: omdat de proeftijd nog niet was verstreken, gold het vergeetrecht niet. Daarop stapte de arts naar de rechter.

"Artsen waren vogelvrij op internet, terwijl zij zich niet konden verdedigen vanwege hun beroepsgeheim", zegt de advocaat van de vrouw. "De rechter heeft met deze uitspraak paal en perk gesteld aan die vogelvrijheid. En dat is meer dan terecht."

Het is volgens experts in Trouw, die vandaag als eerste over de zaak berichtte, de eerste keer dat een rechter zich uitspreekt over het medische tuchtrecht en het recht om vergeten te worden. De uitspraak dateert al van afgelopen zomer, maar werd pas vorige maand gepubliceerd. Trouw schrijft dat de advocaat van de arts publicatie wilde tegenhouden omdat dat tot meer aandacht zou leiden.

Willekeur.

De rechter plaatst vraagtekens bij de rechtmatigheid van de zwarte lijst, die willekeurig lijkt en waarop ook artsen staan die niet voor de tuchtrechter zijn verschenen. Bovendien had de arts maar een lichte straf gehad, terwijl vermelding op een zwarte lijst een boycot zou kunnen betekenen. Daarnaast wijst de rechter erop dat de uitspraak van het tuchtcollege eenvoudig is terug te vinden in het officiële BIG-register.

Google is in de zaak in hoger beroep gegaan. Ondertussen heeft advocaat van de chirurg voor zeker vijftien andere artsen ook een vergeetverzoek ingediend bij de zoekmachine. Die zijn voor een groot deel ingewilligd, laat hij weten.

Rare sites geven rare rechtspraak.

Internetjurist Arnoud Engelfriet.

Internetjurist Arnoud Engelfriet zegt dat de uitspraak niet betekent dat er niet meer geschreven mag worden over medische fouten. "Een normaal nieuwsbericht krijg je echt niet weg met deze uitspraak. Essentieel was het tendentieuze karakter van de lijst. Dat hoef je als arts niet te tolereren."

"Ik zie dit niet als een fundamentele bedreiging voor de informatievrijheid. Rare sites geven rare rechtspraak."







ARTIKEL: OVERGEVOELIGHEIDSKLACHTEN BIJ PSYLLIUMVEZELS.
Bron: Redactioneel/Lareb.

Psylliumbevattende laxantia worden gebruikt wanneer obstipatie lang aanhoudt of steeds terugkeert.

Overgevoeligheidsklachten staan in de productinformatie van psylliumbevattende laxantia maar worden niet altijd even snel als bijwerking herkend. Lareb ontving veertig meldingen waarin symptomen werden beschreven als benauwdheid, ontsteking van het oog- of neusslijmvlies, jeuk, urticaria en huiduitslag.

Uit een aantal meldingen blijkt dat patiënten soms jarenlang klachten hadden zoals ontsteking van het oog- of neusslijmvlies voordat gedacht werd aan overgevoeligheid voor het laxativum wat ze gebruikten. Psylliumbevattende laxantia worden gebruikt wanneer obstipatie lang aanhoudt of steeds terugkeert of wanneer een gemakkelijke stoelgang met zachte ontlasting gewenst is. Ze zijn onder meer als Metamucil, Volcolon en psylliumvezels te verkrijgen.

Lees hier de publicatie in het Pharmaceutisch Weekblad.







ARTIKEL: DEZE EFFECTEN HEBBEN BEELDSCHERMEN OP JE OGEN.
Bron: Redactioneel/NU.nl.

Al jarenlang worden we gewaarschuwd voor het effect van beeldschermen op onze ogen, maar de tijd die we doorbrengen op computers, tablets en telefoons neemt niet af. Vooral het effect op kinderogen is aanzienlijk, waarschuwen experts. Wat te doen?

Een boek lezen op de ipad, de hele dag aan het werk achter de laptop of computer, gamen via de tv of eindeloos whatsappen op de smartphone. Schermen zijn al jaren niet meer weg te denken uit ons dagelijkse leven, maar zorgen ook nog steeds voor problemen en weerstand.

Die problemen zijn er in verschillende vormen en maten. Wie lange tijd achter elkaar leest of achter een beeldscherm zit, kan bijvoorbeeld last krijgen van vermoeide ogen.

Vaak is er dan sprake van hoofdpijn, prikkelbaarheid en concentratieproblemen. Ook kan er sprake zijn van pijn in of rond de ogen, een brandend gevoel, tranende of juiste droge ogen of een gevoeligheid voor licht, aldus het Oogfonds. Het is overigens geen ernstige aandoening, maar kan wel vervelend zijn.

Beeldschermen verhogen risico bijziendheid.

Een ander veelbesproken onderwerp is bijziendheid. Bijziendheid is gedeeltelijk erfelijk bepaald, maar hangt ook samen met een levensstijl. Veel binnen zitten, lezen en achter beeldschermen zitten verhoogt het risico.

De komende decennia dreigt bijziendheid vele tienduizenden Nederlanders blind te maken, waarschuwde Caroline Klaver, hoogleraar oogheelkunde aan het Rotterdamse Erasmus Medisch Centrum vorig jaar in NRC. Om deze stijging te voorkomen moeten er drastische maatregelen genomen worden, oppert Klaver.

Bijziendheid wordt veroorzaakt doordat het oog anders groeit door het lezen en bekijken van dingen die dichtbij zijn, legt de oogarts uit. Waar we vroeger over de weilanden uitkeken, staren we nu naar boeken en schermen die dichtbij zijn.

"Als we iets dichtbij bekijken dan wordt dat anders gepresenteerd op ons netvlies dan iets dat in de verte te zien is. Is iets dichtbij, dan moet het oog zich inspannen, de lens wordt boller om het scherp te kunnen projecteren. Het oog doet dat liever niet. Als het oog langer wordt, hoeft het zich minder in te spannen", zegt Klaver.

Helft Nederlandse kinderen bijziend.

Als een kind op jonge leeftijd al veel van dichtbij bekijkt, krijgt het oog het signaal om langer te worden. "Het weefsel in het oog moet zich dan verdelen over een groter oppervlakte. Vooral als iemand ouder wordt ontstaan aan de achterkant van het oog problemen, zoals het verdwijnen van het netvlies of het ontstaan van bloedingen."

“Naar buiten gaan helpt echt enorm en zorgt voor minder bijziendheid.”

Caroline Klaver, hoogleraar oogheelkunde aan het Rotterdamse Erasmus Medisch Centrum.

Inmiddels is de helft van de Nederlandse kinderen al bijziend of zal dit worden, aldus Klaver. "Vroeger was dat een kwart. Er is ook een toename van de groep die hoogbijziend is, zij hebben -6 of meer." Dit was vroeger 3 procent, inmiddels is dat 5 procent, de tendens zal mogelijk naar 10 procent gaan, aldus Klaver. "Als je nagaat dat één op de drie uit die groep slechtziend wordt, is dat een flink percentage."

Meer naar buiten.

Het Oogfonds en ook Klaver adviseert om kinderen daarom minstens twee uur per dag buiten te laten spelen. Ook moeten zij regelmatig een pauze nemen tijdens het lezen of als er naar een beeldscherm wordt gekeken. "Op dit moment gaan schoolgaande kinderen slechts een uur per dag naar buiten. In de winter is dat nog minder", aldus Klaver. "Maar naar buiten gaan helpt echt enorm en zorgt voor minder bijziendheid."

Wie wil proberen om verstandiger met beeldschermtijd om te gaan, kan de ogen helpen door regelmatig even pauze te nemen, aldus Klaver.

"We noemen het de 20:20-methode. Na twintig minuten even een korte pauze van twintig seconden nemen en in de verte kijken, weg van het dichtbije scherm. Zo kan het oog even ontspannen, en de afwisseling van dichtbij en veraf kijken zorgt dat het oog niet excessief gaat groeien."

Wie last krijgt van vermoeide ogen kan het beste rust nemen, voldoende slapen helpt dan. Maar ook pauzes nemen heeft zin als je achter de computer werkt. Elke twee uur even achter het scherm vandaan komen, kan al helpen. Ook is het belangrijk dat er minimaal dertig centimeter afstand tot het beeldscherm wordt gehouden.

Ouders staan voor dilemma's.

In onderzoeken komt herhaaldelijk naar voren dat ouders het lastig vinden om hun kinderen achter de schermen vandaan te halen. Wie op de website Mediaopvoeding.nl komt, ziet dat er volop vragen worden gesteld door ouders met dilemma’s. Moet ik verschillende regels aanhouden voor ouder en jonger broertje? Hoe schadelijk zijn YouTube-filmpjes? Kan je de smartphone van een kind op afstand uitschakelen?

De vragen op de website gaan verreweg het meest over beeldschermtijd, vertelt Justine Pardoen van Bureau Jeugd & Media en hoofdredacteur van Mediaopvoeding.nl, een website van Stichting Opvoeden.

"Die tijd met mobiele schermen beperken vinden ouders een stuk moeilijker dan bij tv. Met de ouderwetse media hadden ze ook meer grip op wat kinderen zien en wanneer. Meekijken was ook makkelijker dan nu."

Veel aandacht voor probleem, minder voor oplossing.

Als kinderen zeven jaar worden, lopen veel gezinnen tegen serieuze problemen aan, aldus Pardoen. "Ouders ervaren het als een enorm negatieve factor dat er zoveel geduwd en getrokken moet worden om kinderen achter de schermen vandaan te halen. Daardoor is er onevenredig veel aandacht voor hoe lang ze kijken, en veel minder voor wát ze doen en om samen iets met media te doen. Terwijl dat nu juist kan voorkomen dat media vooral een negatieve invloed hebben op het gezin.”

Ouders nemen soms de maatregel om het mediagebruik drastisch te verminderen, omdat het mediagebruik uit de hand loopt. "Maar kinderen willen dingen doen met hun vriendjes en vooral ook dezelfde dingen doen als zij."

Daarom is beperken alleen geen optie, aldus de expert. "Verdiep je in de inhoud van wat ze doen en willen: welke games spelen ze, met wie hebben ze contact en welke vaardigheden ontwikkelen ze daardoor?" Praat met je kind over wat ze meemaken en wat ze daarbij voelen en denken, benadrukt Pardoen. "Hoe meer positief betrokken je de kinderen begeleidt, hoe gemakkelijker het is om redelijke regels in te voeren."







ARTIKEL: WAT IS CHLAMYDIA EN WAT DOE JE ERTEGEN?
Bron: Redactioneel/RTLnieuws/ANP MediaWatch.

Chlamydia is een seksueel overdraagbare aandoening (soa). Het is de meestvoorkomende soa, met name onder jonge mensen. Hoe wordt de aandoening precies veroorzaakt, hoe weet je of je het hebt en hoe kun je je laten behandelen?

De oorzaak van chlamydia is een bacterie. Deze kun je tijdens onveilige seks van iemand overnemen die ook besmet is meer de bacterie. Deze zorgt voor besmetting van de keel, de plasbuis, de anus of de baarmoedermond. Chlamydia loop je makkelijk op, maar krijg je nooit door (uitsluitend) orale seks. Je kunt de soa voorkomen door veilig te vrijen.

Hoe weet ik of ik besmet ben?

Je hoeft niet altijd te merken dat je chlamydia hebt, waardoor je het ook ongemerkt kunt doorgeven. Maar een kwart van de besmette vrouwen krijgt klachten, van de mannen is dit de helft. Een tot drie weken na de besmetting ervaar je de eerste klachten, deze symptomen zijn verschillend voor mannen en vrouwen.

Heb je geen klachten? Laat je nog steeds testen als je vermoedt dat je het op hebt kunnen lopen! Voor mensen onder de 25 is een soatest meestal gratis.

Symptomen bij mannen.

Mannen kunnen pijn in de balzak of tijdens het plassen ervaren. Daarnaast kunnen zij problemen hebben met hun ontlasting (bloed of diarree) en jeuk voelen bij de anus. Ook is het mogelijk dat er ’s ochtends afscheiding uit de plasbuis komt.

Symptomen bij vrouwen.

Bij vrouwen komen klachten minder frequent voor, maar er zijn wel meer klachten mogelijk. Zo kan er pijn ontstaan bij het plassen, tijdens de seks of in de onderbuik. Daarnaast kunnen vrouwen bloed verliezen tijdens het vrijen of bij het plassen. Ook vrouwen kunnen jeuk voelen rond de anus en problemen hebben met hun ontlasting. Je loopt ook de kans om een bekkenbodemontsteking of heftige koorts te krijgen.

Hoe kun je je laten testen?

Hoe werkt een soatest en wat kost het?

Wat als je niets doet?

In theorie kan de aandoening vanzelf overgaan, maar dit komt zelden voor. Chlamydia verwaarlozen kan heftige gevolgen hebben voor je eigen gezondheid. Bij mannen varieert dit van een ontsteking in de bijbal of prostaat tot tijdelijk verminderde vruchtbaarheid. Vrouwen kunnen een ontsteking krijgen in de eileiders of in het bekkengebied. Daarnaast kunnen zij uiteindelijk chronische buikpijn, verminderde vruchtbaarheid of een buitenbaarmoederlijke zwangerschap krijgen.







ARTIKEL: VEGA(N) RESTAURANTS EN WINKELS: VEEL IDEALISME, WEINIG WINST.
Bron: Redactioneel/RTLnieuws/ANP MediaWatch.

Vegetarisme en veganisme wordt populairder. Toch is het voor vega(n) restaurants en winkels soms maar moeilijk rondkomen. "Idealistische ondernemers moet meer worden bijgebracht hoe ze winst moeten maken."

Of het nu voor een beter milieu, dierenwelzijn of gezondheidsredenen is, vegetarisme en veganisme zitten in de lift. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau zijn er zo’n 70.000 veganisten en 700.000 vegetariërs in Nederland. En steeds vaker wordt er gekozen voor een alternatief voor vlees.

Ook bedrijven hebben deze doelgroep ontdekt. Zo lijfde Unilever eind vorig jaar de Vegetarische Slager in, en zet supermarktketen Jumbo in op meer veganistische producten.

Ook komen er steeds meer vegetarische en veganistische restaurants. Voor zover de Kamer van Koophandel weet, waren er begin 2018 61 vega(n) restaurants en cafetaria's, begin 2019 waren dat er 71. Maar een kleine rondgang van RTL Z leert dat deze soms ook snel weer ter ziele kunnen gaan.

Weinig ervaring.

Het veganistische restaurant Gare du Nord maakte na een faillissement in 2017 een doorstart. En ook de specialistische Groningse supermarkt VeganSuper sloot in december 2017 na ruim een jaar haar deuren vanwege een faillissement.

Is er sprake van een lastige markt? Welnee, zegt Pinar Coskun, van het Erasmus Foodlab van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Coskun hielp eerder mee met het opzetten van Gare du Nord. "Dat vegetarische en veganistische restaurants failliet gaan, heeft niets met de vraag te maken. Maar veel idealistische ondernemers uit de veganistische wereld hebben weinig ervaring met hoe ze winst kunnen maken. We moeten hen bijbrengen dat winst maken niet iets slechts is."

Specialistisch koken.

Coskun wijst ook erop dat het bereiden van een veganistische maaltijd een speciale kunde is, die niet iedereen beheerst. "Veel die hard horecaondernemers zijn nog niet klaar voor een veganistische kaart, omdat ze er te weinig ervaring mee hebben." Dat komt volgens haar omdat veel horecaopleidingen nog mensen klassiek opleiden. "Daarbij worden er bijvoorbeeld veel dierlijke producten voor sausjes gebruikt. We moeten ook koks en cateraars leren hoe ze veganistische klanten kunnen bedienen.”

Het idealistisch opgezette Gare du Nord maakte een doorstart onder de ervaren Rotterdamse horeca-ondernemer Ton van Zanten, die onder meer medeoprichter is van Dudok en Mart Café. Hij beaamt dat het moeilijk kan zijn om een veganistisch restaurant te runnen. "Het is lastig om mensen te vinden die goed veganistisch kunnen koken, want het is nogal een verschil of je voor een huiskamer of voor een restaurant kookt. Voor dat laatste heb je echt meer kunde nodig."

Beperkte doelgroep.

Hoewel veganisme een trend is, ziet Van Zanten dat er vooralsnog maar een beperkte doelgroep voor is. "Iedereen ziet dat er iets in de wereld moet veranderen, maar voorlopig is veganisme vooral nog iets van mensen die nadenken over hoe ze in het leven staan qua milieu en dierenrechten."

Ook is het volgens Van Zanten elke keer een afweging wat voor groenten er worden ingekocht. "Er is een verschil tussen biologisch geteelde groenten en duurzame groenten. Als je alleen maar biologische groenten gebruikt en de kosten doorberekent in de prijs, dan verlies je klanten."

Toch verandering.

Hetty Lobo, die samen met haar man de VeganSuper in Groningen opende, zegt dat het faillissement van de veganistische supermarkt niet kwam door een gebrek aan potentiële klanten. "We hadden goed marktonderzoek gedaan. Vooraf hadden er veel mensen uit de retail meegekeken, maar de omzet viel toch tegen. Deels kwam het doordat veel mensen de meeste boodschappen in de supermarkt deden en naar ons kwamen voor de bijzondere producten. Wellicht was het beter geweest als we er een delicatessezaak van hadden gemaakt."

Nadat VeganSuper failliet ging, besloot de Jumbo in Groningen om een schap van tien meter met veganistische producten in de winkel te installeren. Lobo: "Hoewel het een stressvolle tijd is geweest, is het mooi om te zien dat we toch een verandering in gang hebben gezet."







ARTIKEL: ARTSEN MOETEN DIABETESPATIËNTEN LICHAAMSBEWEGING VOORSCHRIJVEN.
Bron: Redactioneel/Máxima Medisch Centrum.

Alleen het adviseren van patiënten om te oefenen, wat artsen doorgaans doen, is niet genoeg.

Artsen moeten aan patiënten met type 2 diabetes en hart- en vaataandoeningen lichaamsbeweging voorschrijven. Daarvoor pleit cardioloog Hareld Kemps van MMC als eerste auteur van een position statement van de European Association of Preventive Cardiology (EAPC), een tak van de European Society of Cardiology (ESC). Lichaamsbeweging helpt om de bloedglucose te reguleren en de gezondheid van het hart te verbeteren.

Wereldwijd heeft 8% van de volwassenen diabetes type 2. Bijna alle patiënten met type 2-diabetes krijgen vroeg of laat problemen met hun hart of bloedvaten. Dit zijn de belangrijkste doodsoorzaken in deze groep. “Zittende leefstijl en ongezonde diëten zijn de belangrijkste oorzaken onderliggend aan het groeiende aantal mensen met type 2 diabetes en hart-en vaatproblemen problemen zoals een hartaanval,” zegt eerste auteur dr. Hareld Kemps, cardioloog in Máxima Medisch Centrum te Veldhoven. “Diabetes verdubbelt het risico op sterfte, maar hoe fitter patiënten zijn, des te meer daalt dat risico. Helaas neemt de meerderheid van de patiënten niet deel aan inspanningsprogramma’s.”

De paper geeft artsen niet alleen advies maar ook praktische handvatten om patiënten te motiveren om fysieke activiteit in hun dagelijkse routine op te nemen, op korte termijn haalbare en meetbare doelen stellen en geïndividualiseerde trainingsprogramma’s voor oefeningen te ontwerpen om die doelen te bereiken.

“Alleen het adviseren van patiënten om te oefenen, wat artsen doorgaans doen, is niet genoeg”, volgens dr. Kemps. “Patiënten moeten worden beoordeeld op comorbiditeit, aan lichaamsbeweging gerelateerde risico’s en persoonlijke voorkeuren. Dit zal op de lange termijn kosteneffectief zijn, dus we moeten beleidsmakers en zorgverzekeraars wakker schudden om ervoor te betalen. Om dat voor elkaar te krijgen hebben we clinici nodig om het voortouw te nemen en op te roepen dat programma’s worden vergoed. ”

Patiënten moeten hun arts raadplegen voor een persoonlijk plan en mensen met een ziekteverzekering moeten vragen of oefenprogramma’s worden behandeld, aldus dr. Kemps. “Er zijn ook stappen die patiënten kunnen nemen zonder eerst naar een arts te moeten gaan, zoals het onderbreken van de zittijd en het doen van matige lichaamsbeweging zoals wandelen en fietsen.”

Langdurige therapietrouw kan worden verbeterd door vroege haalbare doelen die meetbaar zijn vast te stellen en oefenplannen aan te passen aan de voorkeuren van patiënten. Hulp op afstand ziet er ook veelbelovend uit, waarbij patiënten zichzelf controleren met smartwatches en vervolgens gegevens naar een gezondheidswerker sturen voor feedback.

Praktische en specifieke doelen zijn vaak motiverend, aldus Dr Kemps. “Voor een bejaarde persoon zou dit de trap in hun huis kunnen zijn of naar de supermarkt lopen – prestaties die de kwaliteit van hun leven echt zullen verbeteren. Minder medicatie gebruiken vanwege betere glucoseregulatie is ook een stimulans. ”

Dr. Kemps: “Ik kan niet genoeg benadrukken hoe effectief zelfs kleine toenames van activiteit kunnen zijn in het opleveren van voordeel voor patiënten met type 2 diabetes en hartproblemen. Het onderbreken van zitten met kort lopen verbetert glucoseregulatie, terwijl twee uur stevig wandelen per week het risico op verdere hartproblemen vermindert.”







ARTIKEL: HN-INFOPUNT: OP VAKANTIE MET MEDICIJN DAT ONDER DE OPIUMWET VALT?
Een HN-INFOrmateur beantwoord een ingezonden vraag.

Wij ontvingen de volgende vraag:

"Binnenkort gaan wij op (wintersport)vakantie. Nu gebruik ik medicatie voor mijn reuma dat volgens kennissen onder de opiumwet zouden vallen en dus niet zomaar meegenomen mogen worden. Hoe weet ik nu of mijn medicijnen onder de opiumwet vallen? En... wat wat moet ik doen als dit zo is?"

Onze HN-informateur antwoord:

Gaat u op reis met een medicijn of middel dat onder de Opiumwet valt? Dan moet u een officiële verklaring aanvragen. Het CAK beoordelt de ingevulde verklaring in opdracht van het ministerie van VWS.

Valt mijn medicijn onder de Opiumwet?

Vraag aan uw arts of apotheker of uw medicijn onder de Opiumwet valt. Of controleer of de (werkzame) stof in uw medicijn voorkomt in de lijst van middelen die onder de Opiumwet vallen.

Welke verklaring heb ik nodig?

In het onderstaande overzicht van landen leest u per bestemming welke verklaring u nodig heeft. Er staat precies wat u moet doen om een officiële verklaring aan te vragen.

Ook ziet u of dit een Schengenverklaring of een Engelstalige medische verklaring moet zijn met eventueel een Apostillestempel.







ARTIKEL: ONZE LACHAFSLUITING.
Vandaag ingezonden door Nathalie den Dijcker.

Weet je het verschil tussen een slechte golfer en een slechte parachutist?
Een slechte golfer doet: SNOK! "Shit."
Een slechte parachutist doet: "Shit." SNOK!











En via onze websitemee zijn we aan het eind gekomen van ons nieuwsoverzicht van vandaag.
Voor meer nieuws gaat u naar www.handicapnieuws.net of volgt u ons op social media.
Morgenvroeg maken we weer een nieuwe updat
e, want je weet het: Handicapnieuws.net is dagelijks 'uitgsproken' actueel!

Ga naar:
- Maandag.
- Dinsdag.
- Woensdag.
- Donderdag.
- Vrijdag.