Welkom op de speciaal toegankelijke website van HANDICAPNIEUWSnet. HANDICAPNIEUWSnet is uitgsproken actueel: woensdag
Keuzeknoppen om terug te gaan naar: Startpagina
::

woensdag

Keuze: ReadSpeaker aan.

Je luistert naar HandicapNieuws UPDATE van woensdag 16 januari 2019.
Handicapnieuwsmail is het dagelijkse mailmagazine van handicap nationaal.
De voorleesfunctie wordt u aangeboden door readspeaker nederland.

VANDAAG IN ONS NIEUWS:
Verdachte langer in cel na overval op vrouw in rolstoel.
Zelfstrikkende Nike-schoenen in februari te koop.
Verder reizen voor ziekenhuiszorg geen uitzondering meer.
Naasten spelen belangrijke rol bij vinden passende WMO-ondersteuning.
Barcodescanner Apotheek.nl genomineerd voor ‘Beste app voor iedereen’.
Van bakkers accepteer je tekorten niet, van medicijnfabrikanten wél?
Leidse huisarts voor rechter om ontucht.
Een leefstijldieet als medicijn voor langzaam groeiende prostaatkanker.
Hoe het is om als blinde door Utrecht te lopen?
Geen bewijs dat je door horrorfilms extra calorieën verbrandt.
De uitvoering van de Participatiewet in kaart.
Minister bespreekt toekomst Haagse ziekenhuizen.
TOP 10: Hartvriendelijke voeding.
Met exoskelet leren lopen na hersenletsel.
Apotheken duperen kwetsbare groepen door cash af te schaffen.
Meer orgaan- en weefseltransplantaties in 2018.
Veel minder wanbetalers zorgpremie.
Iets onthouden? Teken het!
Petitie voor leeftijdsspecifieke zorg jongvolwassenen met kanker aangeboden.
Model voorspelt levensverwachting ALS-patiënt.
Grenzen aan mantelzorg, kan een robot helpen?
Je snot verraadt hoe ziek je bent, kijk maar op de snotbarometer.
HN-INFOpunt: Op welke aanpassingen heb ik recht tijdens mijn studie?
Onze Lachafsluiting.

Voor meer informatie over de handicap nationaal? ga naar hun site: www.handicapnationaal.nl, mail naar info@handicapnationaal.nl, of bel op kantoortijden naar 06-12390746. en dan nu onze artikelen van vandaag.







ARTIKEL: VERDACHTE LANGER IN CEL NA OVERVAL OP VROUW IN ROLSTOEL.
Bron: Redactioneel/BD/ANP MediaWatch.

De 30-jarige vrouw die op 4 januari werd aangehouden voor de overval op een 65-jarige vrouw in een rolstoel op de Bossche Aartshertogenlaan moet veertien dagen langer in de cel blijven.

Dat is onlangs bepaald toen de vrouw werd voorgeleid bij de rechter-commissaris.

Het slachtoffer raakte gewond door het mes dat de verdachte bij zich had. Zij werd naar het ziekenhuis gebracht.

De verdachte ging er te voet vandoor, maar werd door de politie opgespoord.







ARTIKEL: ZELFSTRIKKENDE NIKE-SCHOENEN IN FEBRUARI TE KOOP.
Bron: Redactioneel/RTLnieuws/ANP MediaWatch.

Nike heeft de nieuwe 'zelfstrikkende' schoenen Nike Adapt BB aangekondigd. Motortjes trekken de schoen automatisch strak, zodra er een voet in wordt gestoken. Hoe strak de schoenen zitten, is met een druk op een knopje aan de zijkant aan te passen.

Nike kondigde dinsdag aan dat de zelfstrikkende Nike Adapt BB te pre-orderen zijn in de VS. Vanaf medio februari zijn de basketbalschoenen, die zichzelf strak trekken, wereldwijd beschikbaar. De schoenen, die te koop zijn via het SNKRS-platform van Nike, kosten 350 dollar.

De zelfstrikkende HyperAdapts die Nike in 2016 in een kleine oplage op de markt bracht, kostten destijds 720 dollar. Die schoenen waren alleen verkrijgbaar in twee winkels in New York.

Gekoppeld aan app.

De nieuwe Nike Adapt BB heeft een ingebouwd motortje die de schoen automatisch om de voet strak kan trekken. Het systeem is gekoppeld aan een app die onthoudt hoe strak of los de drager de linker- en rechterschoen het liefst heeft. Die voorkeuren worden bepaald voor verschillende situaties, zoals tijdens warming-ups, het sporten en het uitrusten op de bank. Met knopjes aan de zijkant van de zool is het systeem handmatig te bedienen.

Volgens Nike is de Adapt BB de eerste in een reeks zelfstrikkende schoenen met de FitAdapt-technologie, waarvan de functies na aanschaf kunnen worden uitgebreid via app-updates. "Het product dat je jaren geleden hebt gekocht, kunnen we nog verbeteren doordat we software aan schoenen hebben toegevoegd. Zo kunnen we reageren op veranderende voorkeuren en omgevingen", zegt Michael Donaghu, vice president innovatie bij Nike.







ARTIKEL: VERDER REIZEN VOOR ZIEKENHUISZORG GEEN UITZONDERING MEER.
Bron: Redactioneel/MAXvandaag/OmroepMAX.

Verder moeten reizen om dezelfde ziekenhuiszorg te ontvangen: voor steeds meer patiënten is het de realiteit. Ziekenhuizen, groot en klein, zien zich de laatste jaren steeds vaker genoodzaakt om poliklinieken te sluiten, waardoor de reistijd oploopt. Dat blijkt uit een analyse van RTL Nieuws.

RTL vraagt gegevens over de ziekenhuiszorg op bij Mediquest, een bedrijf dat data over de Nederlandse zorgsector verzamelt. Vervolgens vergelijkt de nieuwsorganisatie het aanbod aan ziekenhuiszorg van 2016 met dat van 2019. Daaruit blijkt onder meer dat patiënten voor ruim de helft van de 29 onderzochte zorgspecialismen nu op minder plekken terecht kunnen dan in 2016. Reumatologie, oncologie en revalidatiegeneeskunde zijn bijvoorbeeld op minder plekken beschikbaar. Ook mensen met longziektes of vrouwen die moeten bevallen moeten vaak verder reizen.

Sluitingen poliklinieken.

Hoe het komt dat men anno 2019 langer onderweg is voor zorg? 1 duidelijke reden is er niet, maar er zijn wel een aantal ontwikkelingen die eraan bijdragen. Iets wat zeker mee speelt is bijvoorbeeld de sluiting van veel poliklinieken en ziekenhuisafdelingen door heel het land. Dit heeft meestal financiële redenen. Zo sluit het Medisch Centrum Harlingen in 2016 de afdeling revalidatie en in 2017 de polikliniek mammografie. De directie van het ziekenhuis zou niets meer willen investeren in poliklinieken, zo tekent de Leeuwarder Courant destijds op uit de mond van wethouder Hein Kuiken. In het Groningse Stadskanaal en het Drentse Stadskanaal zien de ziekenhuizen zich in 2018 genoodzaakt om de bevallingszorg te stoppen. Deze beslissing maken zij niet vanuit een financieel oogpunt, maar omdat er gewoonweg niet genoeg kinderartsen zijn. Zwangeren uit deze regio moeten voortaan naar Emmen. Dat betekent in sommige gevallen dat vrouwen 40 kilometer moeten afleggen voordat zij in het ziekenhuis aankomen.

Failliete ziekenhuizen.

Naast het sluiten van poliklinieken en afdelingen, zijn ook het faillissementen van ziekenhuizen reden dat bepaalde vormen van zorg op minder plekken beschikbaar zijn. Eind 2018 valt in Amsterdam het Slotervaart Ziekenhuis om en sluiten alle vestigingen van de IJsselmeerziekenhuizen in Flevoland. Het gaat hier om het MC Zuiderzee, MC Emmeloord, MC Dronten en Verloskundigenpraktijk De Kreek. Daardoor moeten patiënten uitwijken naar het St. Jansdal Ziekenhuis in Harderwijk, dat toezegt de poliklinische zorg over te nemen. Dat betekent fors meer reistijd voor de voormalige patiënten van het IJsselmeerziekenhuizen; Emmeloord ligt bijvoorbeeld op zo’n 60 kilometer van Harderwijk. Momenteel verkeren meerdere ziekenhuizen in financieel zwaar weer, waardoor het niet ondenkbaar is dat er in 2019 meer ziekenhuizen faillissement aan moeten vragen. Het Haagse Bronovoziekenhuis staat al op de nominatie voor sluiting.

Centralisatie van de zorg.

Naast financiële motieven, kan ook het centraliseren van de zorg een reden zijn van beperktere beschikbaarheid. Dit is bijvoorbeeld het geval op het gebied van oncologie. Bijna in alle delen van Nederland zijn de laatste jaren samenwerkingsverbanden ontstaan, waardoor de zorg zich meestal centreert in 1 enkel ziekenhuis in de regio. Daar worden de belangrijke behandelingen gedaan en werken de specialisten. Meer kennis op 1 plek en dus betere zorg, is het idee.

Geen oplossing voor minder mobiele patiënt.

Hoewel het centraliseren van de zorg voor veel patiënten positief is, zijn er ook mensen die hierdoor in de problemen komen. Reumapatiënten, bijvoorbeeld. Omdat reumatologie op minder plekken wordt aangeboden dan in 2016 moeten Nederlanders met deze ziekte in sommige gevallen langer reizen, wat vaak niet prettig is. “Mensen met reuma gaan zo’n 3 a 4 keer per jaar naar het ziekenhuis, het is een chronische aandoening, dus voor mensen die minder mobiel zijn is dat echt een verslechtering van de zorg”, zegt Sija de Jong van het Reumafonds tegen RTL Nieuws. Deze vlieger gaat natuurlijk ook op voor alle andere mensen die medische zorg nodig hebben en minder mobiel zijn.







ARTIKEL: NAASTEN SPELEN BELANGRIJKE ROL BIJ VINDEN PASSENDE WMO-ONDERSTEUNING.
Bron: Redactioneel/BinnenlandsBestuur/I&O Research.

I&O Research voerde in 2018 voor het derde jaar op rij een groot aantal cliëntervaringsonderzoeken Wmo (kort: ceo Wmo) uit. Voor 58 gemeenten zochten we uit hoe de toegang, kwaliteit en effecten van Wmo-ondersteuning is ervaren door cliënten.

Net als in 2016 en 2017 voegden we deze 58 onderzoeken samen, zodat resultaten van ruim 22.000 cliënten met ondersteuning konden worden geanalyseerd. Het resultaat hiervan levert interessante inzichten op, die gebruikt kunnen worden bij het verder inrichten en sturen van de Wmo. De belangrijkste twee conclusies? Nummer één: Gebruik het netwerk van de cliënt bij het keukentafelgesprek. Het betrekken van naasten bij de toegang heeft een positief effect op de waardering van het gesprek zelf én de mate waarin een passende oplossing voor de hulpvraag wordt gevonden. Nummer twee: cliënten die moeilijk kunnen rondkomen hebben meer moeite met het vinden van ondersteuning. Zij weten veel minder vaak waar ze terecht kunnen met de hulpvraag, voelen zich minder serieus genomen en vinden dat ze minder snel worden geholpen. Focus bij hen op een integrale dienstverlening.

Betrek naasten bij het keukentafelgesprek.

Een belangrijk onderdeel bij het succesvol inrichten van de keukentafelgesprekken zit hem in het betrekken van naasten van cliënten bij het gesprek. Vorig jaar rapporteerden we al dat er een positief verband bestaat tussen bijgestaan worden tijdens het keukentafelgesprek en de mate waarin dit gesprek als positief wordt ervaren. Cliënten die het gesprek alleen voerden waren significant vaker ontevreden over het verloop van het gesprek en de gekozen oplossing. Dit jaar is te zien dat de tevredenheid over het keukentafelgesprek wederom is toegenomen en dat bijgestaan worden door een naaste niet alleen een positieve invloed heeft op de ervaring van het gesprek, maar ook op de mate waarin de ondersteuning aansluit bij de hulpvraag en de situatie van de cliënt.

Gemiddeld zijn acht op de tien cliënten die een naaste meenemen tevreden over de verschillende aspecten van het keukentafelgesprek. Figuur 1 laat zien dat wanneer een cliënt het gesprek alleen voert de waardering hierover tot wel tien procent lager ligt. Als een onafhankelijke cliëntondersteuner de cliënt bijstaat dan heeft dit ook een positief effect ten opzichte van het gesprek alleen voeren, maar niet in dezelfde mate als wanneer een gezinslid, iemand anders uit de familie, een vriend of goede buur deelneemt aan het gesprek. Tegelijk is - ondanks inspanningen die veel gemeenten leveren - in drie jaar tijd de bekendheid van onafhankelijke cliëntondersteuner slechts met mondjesmaat gestegen, van 25% drie jaar geleden naar 33% dit jaar. Het gebruik is helemaal niet toegenomen sinds 2015: in ongeveer een op de tien gesprekken schuift een cliëntondersteuner aan.

Naast een positievere ervaring van het keukentafelgesprek slaagt een cliënt met een naaste die hen bijstaat er ook vaker in om een passende vorm van ondersteuning te vinden. In figuur 2 zien we het percentage cliënten dat zegt dat de ontvangen ondersteuningsvorm past bij de hulpvraag. Een naaste kan in een dergelijk gesprek de rol van sparringpartner, observant en ‘extra setje oren’ op zich nemen. Hierdoor kan zowel tijdens het gesprek als achteraf de cliënt de gekozen oplossing en de gemaakte keuzes bespreken. Het is niet ondenkbaar dat een cliënt zich beter op zijn of haar gemak voelt als de uitkomsten van het gesprek nog even kunnen worden geëvalueerd met iemand die zij goed kennen en ‘die aan hun kant staat’. Dit effect is bij een onafhankelijke cliëntondersteuner minder, mogelijk omdat de relatie met de cliënt afstandelijker is. Bovendien is opgevallen dat cliënten die een vertrouwd persoon meenemen naar het gesprek ook significant vaker mantelzorg van deze ontvangen. In veel gevallen zal deze naaste al mantelzorger zijn en vanuit deze rol meegaan naar het gesprek, maar het is ook goed denkbaar dat naasten bij het gesprek sneller gemotiveerd worden om mantelzorgtaken op zich te nemen. Met al het bovenstaande kan dus geconcludeerd worden dat het loont om direct bij de aanvraag al het netwerk van de cliënt te betrekken.

Cliënten die nauwelijks rondkomen ervaren minder goede toegang naar ondersteuning.

Hoewel een meerderheid van de Wmo-cliënten de toegang weet te vinden en de bekendheid hierover voor het tweede jaar is toegenomen, zijn er ook groepen die achterblijven. Zo is te zien dat mensen die minder goed rond kunnen komen meer moeite hebben met het vinden van de weg naar hulp en ondersteuning. Figuur 3 laat zien dat cliënten die zich financieel niet of nauwelijks redden veel minder vaak weten waar zij terecht kunnen met hun hulpvragen. Zij ervaren ook dat zij minder serieus worden genomen en dat er minder met hen naar een oplossing wordt gezocht. Waar van de cliënten die (zeer) goed kunnen rondkomen driekwart of meer over deze aspecten tevreden is, liggen de percentages bij de personen die dit niet kunnen tussen de 6 en 23 procentpunten lager.

De kans is aanwezig dat de mensen die niet (en in sommige gevallen nauwelijks) kunnen rondkomen al bekend zijn bij de gemeente omdat zij bijvoorbeeld inkomensondersteuning nodig hebben. Voor deze cliënten is integraal werken in het sociaal domein extra belangrijk, omdat zij de weg naar ondersteuning moeilijker weten te vinden. Door deze groep inwoners te screenen en tijdens gesprekken ook te verwijzen naar andere vormen van ondersteuning die hen kunnen helpen, wordt een deel van de drempel richting Wmo-ondersteuning wellicht weggenomen. Een ander type cliënt die de weg naar ondersteuning moeilijker vindt is net als in voorgaande jaren de ‘nieuwe cliënt’. Dit zijn relatief jongere cliënten die een zwaardere vorm van ondersteuning nodig hebben, zoals een vorm van begeleiding, een logeervoorziening of beschermd wonen. Zij zeggen significant minder vaak dat zij wisten waar ze terecht kunnen met de hulpvraag die ze hebben.

Ook cliëntervaringsonderzoek laten uitvoeren in 2019?

Bovenstaande inzichten zijn onder meer verkregen uit het benchmarkonderzoek waarin alle door ons uitgevoerde ceo’s zijn samengevoegd en geanalyseerd. I&O Research stuurt dit onderzoek jaarlijks naar haar klanten. Ook in 2019 voert I&O Research weer cliëntervaringsonderzoeken voor gemeenten uit. Naast het ceo Wmo en het ceo Jeugd verzorgen wij ook ceo’s Participatiewet en hebben wij goede ervaringen met kwalitatieve onderzoeksmethoden en continu meten. Wij denken graag met u mee hoe de ceo’s voor uw gemeente tot de beste inzichten kunnen leiden.

Overweegt u een cliëntervaringsonderzoek uit te laten voeren, wilt u meer informatie of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met een van onze collega’s:

Rachel Beerepoot (accountmanager Werk, Zorg en Jongeren, E: r.beerepoot@ioresearch.nl, T: 053-2005250)

Roy van der Hoeve (teamcoördinator Werk, Zorg en Jongeren, E: r.vander.hoeve@ioresearch.nl, T: 020-3084854)

Leon Heuzels (onderzoeker Werk, Zorg en Jongeren, E: l.heuzels@ioresearch.nl, T: 053-2005252)







ARTIKEL: BARCODESCANNER APOTHEEK.NL GENOMINEERD VOOR ‘BESTE APP VOOR IEDEREEN’.
Bron: Redactioneel/KNMP.

De barcodescanner op de medicijnwebsite Apotheek.nl is genomineerd voor de ‘Beste app voor iedereen’, een initiatief van Pharos en het Nationaal e-health Living Labb (NeLL). De KNMP maakt met twee andere partijen kans op € 10.000. Erik Gerritsen, secretaris-generaal van het ministerie van VWS, onthult op maandag 21 januari tijdens de start van de eHealthweek wie de winnaar is.

Het initiatief ‘Beste app voor iedereen’ stimuleert ontwikkelaars en professionals om bij het maken van apps rekening te houden met alle gebruikers en ze vanaf het begin te betrekken. Veel apps zijn namelijk te ingewikkeld in gebruik voor laaggeletterden, digibeten en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden. Ook is de informatie in de app soms lastig te begrijpen. Het NeLL en Pharos zoeken via deze wedstrijd daarom naar een geschikte eHealth app voor iedereen.

Nike Everaarts-de Gruyter, apotheker bij de KNMP en coördinator van Apotheek.nl: ‘Om medicijnen juist te gebruiken is het van belang om de informatie goed te begrijpen. En om makkelijk bij die informatie te komen. Daarin voorziet de barcodescanner: begrijpelijke medicijninformatie, bereikbaar voor iedereen. Wint de KNMP op 21 januari? Dan zetten we het prijzengeld graag in voor een nog bredere implementatie van de barcodescanner, in samenwerking met laaggeletterden en mensen met lage gezondheidsvaardigheden.’







ARTIKEL: VAN BAKKERS ACCEPTEER JE TEKORTEN NIET, VAN MEDICIJNFABRIKANTEN WÉL?
Bron: Redactioneel/NOS/ANP MediaWatch.

Steeds vaker zijn medicijnen tijdelijk of definitief niet meer leverbaar. Uit het vandaag gepubliceerde overzicht van apothekersorganisatie KNMP blijkt dat vorig jaar 769 keer medicijnen niet beschikbaar waren.

Het tekort leidt tot grote problemen bij patiënten. Het gaat bijvoorbeeld om medicijnen tegen eczeem, hooikoorts of migraine.

Petra.

Iemand die het zonder de juiste medicijnen moet doen is Petra. Ze heeft last van migraine en gebruikte Fromirex, dat goed bij haar werkte. Zonder dat medicijn ligt ze met een migraineaanval vier dagen op bed. Het medicijn werd op een gegeven moment echter duurder en niet volledig vergoed. Per doosje moest ze zelf 50 euro betalen en dus moest Petra overstappen naar een ander, goedkoper medicijn. Dat er vaak niet bleek te zijn.

Het aantal geneesmiddelen waar een tekort aan is, is de afgelopen jaren fors toegenomen. Donkerblauw staat voor tijdelijke tekorten:

KNMP.

"In de goedkope variant zit alleen frovatriptan, de werkzame stof. Dat zorgt er weliswaar voor dat de aanval stopt, maar het leidt ook tot bijwerkingen omdat je aderen samenknijpen", zegt ze. "Je hebt last van kou en warmte, moeite met slikken, beginnende keelpijn. Een grauw gezicht omdat het bloed wegtrekt."

Het goedkope medicijn blijkt regelmatig niet eens leverbaar. "Er is afgelopen jaar een paar keer een tekort aan geweest. Dat betekent dat je minder of niets meekrijgt bij de apotheek en dan moet je je maar zien te redden", zegt Petra, die het wist op te vangen door medicijnen van haar zus en moeder te gebruiken. "Van een supermarkt of bakker accepteren we niet dat producten niet op voorraad zijn, van medicijnfabrikanten blijkbaar wel."

Nicole.

Nicole de Mooy gebruikte tot november 2018 het medicijn Clarelux tegen de huidaandoening psoriasis. Het is een schuim dat haar na een week gebruik voor twee tot drie maanden van jeukende plekken op de hoofdhuid afhelpt. Tot ze bij de apotheek vroeg om een nieuwe dosis en begreep dat het door productieproblemen tijdelijk niet meer leverbaar bleek. Voor onbepaalde tijd.

De apotheek hielp met de zoektocht en kwam met iets nieuws, maar zonder succes. In overleg met de huisarts kwam er een alternatief. "Ik heb nu een vervanger, maar daar ben ik nog niet tevreden over", legt ze uit. "Ze hebben mij eerst een ander schuim gegeven maar dat was van een gradatie minder. Ik gebruikte altijd de zwaarste categorie en het vervangende schuim was dat niet. Dus dat werkte ook niet goed."

Nu heeft ze een shampoo, Clobex, die net zo zwaar zou moeten zijn. "Maar het werkt toch niet zo goed als het schuim. Het heeft echt effect op je dagelijks leven: als de aandoening heel heftig is, ben je nergens anders mee bezig dan met de pijnlijke jeuk. En nu heb ik na maanden nog steeds geen goed alternatief. Terwijl het vorige middel mij na een week van de jeuk en plakkaten afhielp. Ik zie dat mijn hele hoofdhuid steeds droger wordt."

Yvonne.

Ook voor verpleegkundige Yvonne Lagerwerf leidt het medicijntekort tot veel ergernis. Voor haar geldt dat medicijnen tegen haar eczeem sinds halverwege december niet meer leverbaar zijn. "En dan word je weer naar huis gestuurd als je bij de apotheek bent." Ze heeft de aandoening al lang en heeft soms nog wel wat in huis om het tekort even te overbruggen, maar dat is lang niet altijd zo.

Lagerwerf gebruikt capsules die het afweermechanisme in het lichaam remmen en zalf om het van de buitenkant te behandelen. De juist zalf is er vaak niet. "En daardoor moet ik een zwakker alternatief gebruiken, dat weinig effect heeft", zegt ze.

"Niemand kan mij vertellen waarom."

Yvonne Lagerwerf

Het gebrek aan medicatie leidt tot problemen bij de verpleegkundige. "Met name veel jeukklachten, waardoor ik slecht slaap. En je huid is droog, rood en geïrriteerd. Dat is voor mij als verpleegkundige ook niet goed: ik kom met mensen met bepaalde aandoeningen in aanraking." Voor de zekerheid bedekt ze haar huid daarom veel vaker dan toen ze het medicijn nog wel had.

Voor de huid rond de ogen heeft ze inmiddels een andere zalf gekregen, maar voor de rest van de huid niet. "Maar voor die ander, betamethason, is geen alternatief. Die is helemaal uit de voorraad en niemand kan mij vertellen waarom."







ARTIKEL: LEIDSE HUISARTS VOOR RECHTER OM ONTUCHT.
Bron: Redactioneel/De Telegraaf/ANP.

Een 38-jarige huisarts uit Leiden moet zich dinsdag en woensdag voor de rechtbank in Den Haag verantwoorden op verdenking van ontucht. Hij zou zowel in de privésfeer als in de spreekkamer van een praktijk in Amstelveen kinderen hebben betast.

De man, Maarten B., maakte stiekem filmpjes van achttien patiëntjes in spreekkamers in Amstelveen en Schiedam, wat volgens het Openbaar Ministerie telt als kinderporno. Op een aantal filmpjes is te zien dat hij bij zeven patiënten handelingen pleegt die volgens het OM niet medisch noodzakelijk zijn. Daarom zou dat ontucht met een patiënt zijn.

De slachtoffers zijn meisjes in de basisschoolleeftijd en tieners. De Leidenaar wordt er ook van beschuldigd zijn eigen dochtertje en drie van haar vriendinnetjes te hebben betast en gefilmd.

De rechtbank heeft twee dagen voor de inhoudelijke behandeling van de zaak uitgetrokken.







ARTIKEL: EEN LEEFSTIJLDIEET ALS MEDICIJN VOOR LANGZAAM GROEIENDE PROSTAATKANKER.
Bron: Redactioneel/BN De Stem/ANP MediaWatch.

Kankerpatiënten en groentetelers hebben het Erasmus Medisch Centrum gevraagd de invloed van voeding op langzaam groeiende prostaatkanker na te gaan. Ze zoeken erkenning voor een leefstijldieet als medicijn.

Normaal gesproken vertellen medici een patiënt wat hij moet doen of laten, maar als het over de invloed van voeding op kanker gaat, valt de beroepsgroep vaak stil. Omdat er onvoldoende hard bewijs voorhanden is. Maar ook omdat artsen en kankerspecialisten worden opgeleid ziekten te bestrijden en niet om leefstijl- en dieetadvies te geven. Dat verandert langzaam: studenten geneeskunde dringen aan op meer lesstof over voeding en gezondheid. Tot opluchting van veel (kanker)patiënten.

Gaston Remmers was zo’n patiënt. Sinds zijn ziekte brengt hij mensen samen om informatie uit te wisselen, en als het maar even kan onderzoek te laten uitvoeren. Nu heeft de oprichter van het Platform Patiënt en Voeding groentetelers, urologen en financiers op één lijn gekregen om te zoeken naar het meest geschikte voedingspatroon voor prostaatkankerpatiënten. Zo hebben ze elkaar gevonden:

Gaston Remmers (53): Oprichter Platform Patiënt en Voeding

,,Ik noem mezelf een expert in door burgers aangezwengelde wetenschap. Wat mij ten diepste drijft, is hoe gewone mensen overeind blijven tegenover deskundigen. Een patiënt weet veel over zichzelf en zijn leefpatroon, maar kan er weinig mee als hij in de zorg terechtkomt. Dan neemt de arts het over. Daar moeten we met z’n allen wat aan doen.

Ik heb zes jaar geleden tongkanker gehad. Daarvoor kreeg ik een infarct en moest ik een nieuwe heup. Ik was 47 en dacht: hallo, ik leef volgens de boekjes, hoe kan dit nou? Ik wilde weten welke voeding mij zou ondersteunen bij mijn herstel. Toen ik daar maar mondjesmaat antwoord op kreeg, ben ik zelf op zoek gegaan.

Ik kwam veel patiënten tegen met dezelfde drive: zij zochten voedingsgerelateerde informatie en experimenteerden ermee. Er stonden ook wetenschappelijk onderzoekers op die zeiden: ‘We kunnen al zeggen dat jij dit nodig hebt voor je gezondheid’. En tuinders die riepen dat zij groenten kunnen telen op gunstige inhoudstoffen: stoffen in groente en fruit die goed zijn voor je gezondheid.

Ik wilde die partijen bij elkaar brengen. Als lector op een agrarische hogeschool ben ik aangehaakt bij de term personalized food, voeding die geschikt is voor een persoon in een specifieke situatie. Dat leidde tot een eerste project, waarna rond 2015 Patiënt en Voeding is opgericht. Met als doel: voeding belangrijker maken in de gezondheidszorg.

"Ik wilde weten welke voeding mij zou ondersteunen bij mijn herstel."

Wij hebben een voedingspatroon ontwikkeld voor mannen met prostaatkanker en dat getoetst bij deskundigen. We kunnen nu het onderscheid maken tussen ‘het is bewezen dat dit goed voor je is’, ‘dit is belangrijk om te eten als je kanker hebt’ en ‘van deze voedingsstoffen is het aannemelijk, maar nog niet keihard bewezen dat ze helpen’. Zo is het werkbaar voor medici en acceptabel voor patiënten.

Het is minder dan we zouden willen, maar een stap verder dan de wetenschap doorgaans genegen is te doen. We kiezen een voedingspatroon dat niet alleen inzet op een vertraagde ontwikkeling van prostaatkanker, maar dat het hele lichaam in een gezondere stand zet. Wij denken zelf: gaan met die banaan. En dan kijken we ook naar de tuinbouw, die ons speciale tomaten, wortelen of paprika’s kan leveren met extra hoge doses inhoudstoffen. Een aantal telers heeft aangehaakt, onder wie Jan van Heijningen.”

Jan van Heijningen (60): 35 jaar teler

Portret van Jan van Heijningen, teler die meewerkt aan een initiatief waarbij telers bepaalde groenten (waaronder tomaten) van meer vitaminen etc voorzien om zo te kijken of ze daarbij prostaatkanker tegen kunnen gaan. Foto Joost Hoving © Joost Hoving

,,Als tuinder mag ik niet claimen dat groente en fruit een positieve invloed hebben op je gezondheid. Maar als een patiëntenvereniging telers vraagt om een tomaat met veel lycopeen erin, kunnen wij wel met rassen aan de gang die deze goede bouwsteen aanleveren.

Ik heb onderzocht welke groenterassen met gunstige inhoudstoffen er bij veredelaars op de plank liggen. Het zijn er meer dan dertig. Denk aan prei, broccoli, frambozen en blauwe bessen. Het lastige voor telers is dat ze een lagere opbrengst geven of trager groeien. Ik ken een peenras met veel bètacaroteen, dat in het lichaam vitamine A helpt aanmaken. Het groeit langzamer dan andere soorten. Teel je die als je wordt gedreven door prijs en kostprijs? Ik zeg daarmee niet dat wij telers gezonde rassen aan de kant schuiven. Groente is altijd goed voor de mens, maar met sommige rassen kun je beter sturen op wat je als mens aan positieve inhoudstoffen binnenkrijgt.

Bijna twintig jaar geleden hebben we Best Fresh Functional Food opgericht, om te zoeken naar inhoudstoffen die bijdragen aan je gezondheid. We wilden een extra schap in de supermarkt, voor voeding met een heilzame werking. We hebben toen tijdelijk een proefwinkel opgezet. Er was wel vraag naar speciaal geselecteerde groenten, maar in een tijd zonder internetverkoop hielden we de organisatie niet vol.

Afgelopen najaar heeft mijn bedrijf Eminent zich met Koppert Cress en Best Fresh verenigd in Vers+. De wereld is inmiddels veranderd, patiënten willen niet overal alleen pillen voor. Voor het onderzoek stellen wij als Vers+ een doos groenten en fruit samen, waarvan de soorten op dat moment in het seizoen de hoogste gehaltes aan gunstige stoffen bevatten. Het kunnen dus elk seizoen andere tomaten zijn die de kankerpatiënten in dit onderzoek te eten krijgen.”

Willem Nak (75): Deelnemer aan het onderzoek

,,Mijn vader is aan prostaatkanker overleden. Logisch dat ik me zorgen maakte toen ik in 2001 plasproblemen kreeg en er hogere PSA-waarden (Prostaat Specifiek Antigeen) werden gemeten. Een prostaat waar wat mee is, geeft meer van dit specifieke eiwit af. Er bleek een tumor te zitten. Dat voelde als een doodvonnis. Ik vond dat die rottige kanker er zo snel mogelijk uit moest.

Ik heb heel veel gelezen, gegoogeld en gezocht naar de beste manier om de kankercellen te monitoren. Onderzoekers van het Erasmus MC, en later het Radboudumc, zagen dat de kankercellen niet agressief groeiden, dus ik kreeg geen medische ingreep.

Ik ben dankzij de online ProstaatKankerStichting gaan beseffen dat veel beweging en verstandig eten prettiger leeft, nog los van de kans dat het de tumorgroei zou kunnen afremmen. Toen ik de oproep las om mee te doen aan dit onderzoek, heb ik mij meteen aangemeld. Ja, ik heb wel enige scepsis, maar slechter zal ik er niet van worden.

De deskundigen verschillen van mening over wat verstandig eten is. Ik vind het interessant wanneer er door deze studie meer duidelijkheid ontstaat. Alle prostaatkankerpatiënten kunnen daar hun voordeel mee doen. Ik hou al rekening met wat gezond is, zo eet ik vaker broccoli. Vindt de uroloog geen duidelijk bewijs, dan ga ik door met matig en gevarieerd eten, gecombineerd met relatief veel bewegen.”

Chris Bangma (59): Hoofd afdeling urologie Erasmus MC

,,Wij kregen het signaal ‘help ons hier nou bij’. De tijd is er rijp voor. De Erasmus Universiteit, waaraan het Erasmus MC is verbonden, heeft vorig jaar besloten zich in Europa te profileren met onderzoek naar voeding en gezondheid. In deze studie komt alles samen: telers, coaches, patiëntenvereniging, financiers en medisch specialisten. De gemeente Almere, die in 2022 de wereldtuinbouwtentoonstelling Floriade in huis heeft, en de Moermanvereniging, bekend van het Moermandieet voor mensen met kanker, betalen eraan mee.

Dat een dieet van waarde is, weten we al 25 jaar. Mensen met een Aziatisch eetpatroon - soja, groenten, weinig vlees, goede vetten uit vis - ontwikkelen veel minder prostaatkanker dan mensen met een Amerikaans dieet - veel vlees, suiker en bewerkte producten. Maar het is moeilijk de relatie tussen voeding en ziekte keihard aan te tonen. Dan zouden onderzoeksdeel- nemers hun leefstijl tientallen jaren moeten aanpassen.

De groep mannen met wie wij werken, is klein en volgen we maar kort. We zijn vooral geïnteresseerd in wat het prostaatkankervoedingspatroon doet met de kwaliteit van hun leven. We willen een verschil aantonen tussen drie onderzoeksgroepen. Deelnemers worden ingeloot in een controlegroep die de Schijf van Vijf volgt, een dieetgroep en een Vers+-groep. De dieetgroep koopt zelf de benodigdheden en kookt volgens de recepten van het prostaatkankervoedingspatroon. Coaches begeleiden de deelnemers. De Vers+-groep doet hetzelfde, maar krijgt groenten en fruit van de telers die meedoen.

Met een simpele vingerprik analyseren we het bloed van alle deelnemers. We kunnen zeggen: aan uw lycopeen te zien, heeft u goed uw tomaten en worteltjes gegeten. Dat zou weleens kunnen motiveren. Het zou geweldig zijn als we kunnen laten zien dat het de deelnemers lukt hun voedingspatroon blijvend aan te passen.”

Meedoen aan het onderzoek?

Er worden nog 250 mannen met langzaam groeiende prostaatkanker gezocht. Aanmelden kan via l.venderbos@erasmusmc.nl Kijk voor meer informatie op patientenvoeding.nl







ARTIKEL: HOE HET IS OM ALS BLINDE DOOR UTRECHT TE LOPEN?
Bron: Redactioneel/Bartiméus.

Hoe is het met de toegankelijkheid van Utrecht gesteld voor mensen met een beperking? In drie artikelen kijkt DUIC (De Utrechtse Internet Courant) hoe toegankelijk Utrecht is voor blinden en slechtzienden, doven en slechthorenden en mensen in een rolstoel. Welke uitdagingen komen zij tegen in de stad en wat gaat er goed? Voor het eerste verhaal gingen we met Nursel Günal (43) op pad om te ervaren hoe het is om blind of slechtziend te zijn in Utrecht.

In een geluidsreportage nemen we je mee op onze wandeling. Want hoe is het eigenlijk om blind door de stad te lopen? Na de podcast bespreken we de wandeling in een tekstverhaal en hebben we het over de verschillende uitdagingen die er zijn voor iemand die blind of slechtziend is in Utrecht.

Als je niks kan zien.

Nursel is al haar hele leven blind. Ze is geboren in Utrecht, maar woont en werkt nu in Zeist. Haar familie en een deel van haar vrienden wonen nog in Utrecht, waardoor ze regelmatig in de stad komt. Zij weet dus precies hoe het is om door de stad te lopen als je niks kan zien. Ze werkt voor Bartiméus, een organisatie die zich inzet om het leven van mensen die slechtziend of blind zijn te verbeteren.

Lees verder op de website van Duic.nl.







ARTIKEL: GEEN BEWIJS DAT JE DOOR HORRORFILMS EXTRA CALORIEËN VERBRANDT.
Bron: Redactioneel/NU.nl.

NU.nl checkt dagelijks berichten op betrouwbaarheid. Bewering: "Je verbrandt extra calorieën door een horrorfilm te kijken."

Oordeel: onbewezen.

Vanavond geen zin om naar de sportschool te gaan? Volgens een bericht op Cosmopolitan kan je ook extra calorieën verbranden als je op de bank een filmpje kijkt, maar dan moet je wel voor een horrorfilm kiezen. Door een horrorfilm te kijken zou je volgens het bericht extra energie verbruiken, je zou er zelfs een kleine chocoladereep mee kunnen verbranden.

Waar komt het vandaan?

Volgens Cosmopolitan is het onderzoek waarop het bericht gebaseerd is afkomstig van de universiteit van Westminster. Dit onderzoek kwam in 2012 al uitgebreid in de media. Toen berichtte onder meer NU.nl en de NOS dat je met horrorfilms kijken extra calorieën verbrandt.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Britse streamingdienst LoveFilm. De streamingdienst bestaat inmiddels niet meer. Het persbericht over het onderzoek verscheen in 2012, heel tactisch, net voor Halloween. Het onderzoek zelf is niet verschenen in een wetenschappelijk tijdschrift en überhaupt niet gepubliceerd.

Wat kwam er uit het onderzoek?

Het eerste bericht over het onderzoek stond in het Britse Telegraph. Volgens dit stuk namen slechts tien mensen deel aan het onderzoek en werden er tien horrorfilms bekeken. Het is niet duidelijk of alle tien deelnemers alle tien de films zagen tijdens het experiment. Op basis van de hartslag, de hoeveelheid zuurstof die werd ingeademd en de hoeveelheid CO2 die werd uitgeademd werd het energieverbruik geschat.

De film waarbij het meeste werd verbrand was The Shining met 184 kilocalorieën, en de minste was [REC] met 101 kilocalorieën. Gemiddeld werden 113 kilocalorieën verbrand per negentig minuten horror kijken, en dus 76 kilocalorieën per uur.

Dit klinkt als veel, maar is het dat ook? Liesbeth van Rossum, internist en hoogleraar Obesitas en Stresshormonen aan het Erasmus MC, vertelt dat een man van 70 kilo in rust al zo'n 80 tot 100 kilocalorieën per uur verbrandt. Deze energie is nodig voor processen die ervoor zorgen dat je in leven blijft, zoals ademhalen, bloed rondpompen en de stofwisseling.

Iemand die zwaarder is, verbrandt in rust per uur gemiddeld meer. Ook geslacht en leeftijd hangen samen met hoeveel energie iemand gemiddeld verbruikt. Omdat dit soort informatie over de proefpersonen ontbreekt in het verslag over het Britse experiment, is het niet te zeggen of ze door het kijken van horrorfilms extra calorieën verbrandden.

Is het mogelijk dat je afvalt van horrorfilms?

Maar is het wel waarschijnlijke dat je door horrorfilms extra calorieën verbrandt? Van Rossum legt uit dat als je een horrorfilm echt eng vindt, dit mogelijk een acute stressreactie kan veroorzaken. "Als je een acute stressreactie hebt, gaan je hartslag en bloeddruk omhoog. Dit zorgt ervoor dat er meer energie en zuurstof beschikbaar wordt voor je spieren en je hersenen, en dat je inderdaad iets meer calorieën verbrandt. Het effect op het totale energieverbruik zal waarschijnlijk niet groot zijn."

Van Rossum legt uit dat een acute stressreactie vanuit evolutionair perspectief heel handig is. "Als er een tijger achter je aan zit, moet je heel snel kunnen denken en heel snel weg kunnen rennen. Door een acute stressreactie kan je tijdelijk ook echt scherper denken en harder rennen. Daarom is een beetje spanning voor een examen of wedstrijd ook goed."

Horrorfilms kunnen niet tegen obesitas helpen.

Je verbrandt mogelijk een paar extra calorieën door het kijken van horrorfilms. Is het dus een goed idee om dagelijks een enge film te kijken? Van Rossum vertelt dat het mogelijk is dat horrorfilms geen stressreactie meer oproepen als je gewend bent om ernaar te kijken. Ook als je een film heel vaak hebt gekeken schrik je er waarschijnlijk niet zo van als de eerste keer dat je hem zag. Maar als je toch iedere keer dat je ze kijkt bang wordt van horrorfilms wordt, is het volgens van Rossum geen goed idee om ze dagelijks te kijken.

"Als je heel vaak stress hebt, kan dit chronische stress worden. Chronische stress wordt juist geassocieerd met overgewicht. Chronische stress zorgt er bij een groot gedeelte van de mensen voor dat ze vaker trek hebben in vet en suikerrijk voedsel. Ook wordt door chronische stress de aanmaak van ongezond buikvet gestimuleerd. In theorie kun je door af en toe een horrorfilm te kijken een halve boterham extra verbranden, maar een oplossing voor obesitas is het zeker niet."

Conclusie:

Schrik je flink van een scène in een horrorfilm, dan verbrand je mogelijk een paar extra calorieën ten opzichte van wanneer je wat meer ontspannen televisie kijkt. Maar, dit is nog niet uit onderzoek gebleken. Er is één klein commercieel onderzoek geweest naar het kijken van horrorfilms, maar het is niet duidelijk of in dit onderzoek echt werd gevonden dat je extra calorieën verbrandt met het kijken naar horrorfilms.







ARTIKEL: DE UITVOERING VAN DE PARTICIPATIEWET IN KAART.
Bron: Redactioneel/Cedris.

Eind vorig jaar presenteerde Berenschot de ‘Landkaart van de Participatiewet’. De landkaart laat zien waar gemeenten staan met de uitvoering van de Participatiewet.

Deze uitvoering blijkt in veel gemeenten nog niet optimaal. Cedris constateert dat gemeenten nog veel kansen laten liggen.

Taakstellingen Participatiewet worden niet gehaald.

Berenschot constateert dat de realisatie van het naar werk begeleiden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt achterblijft. Driekwart van alle gemeenten slaagt er bijvoorbeeld niet in om de gestelde aantallen voor nieuw beschut werk te realiseren. Het totaal aantal verstrekte loonkostensubsidies ligt rond de helft van het vooraf verwachte aantal. Gemeenten zouden dit instrument nog meer en gerichter kunnen inzetten.

Doelgroep Participatiewet blijft groeien.

De landkaart beschrijft ook dat de doelgroep van de Participatiewet de komende jaren gestaag blijft groeien. De verwachting is dat deze groei pas rond 2050 stagneert. De oude regelingen uit de tijd vóór de invoering van de Participatiewet zijn dan pas leeggestroomd. Daarnaast zal de complexiteit van de doelgroep toenemen. Nieuwe instromers – grotendeels jonge mensen met een arbeidshandicap – hebben over het algemeen een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.

Investeren in mensen loont vrijwel altijd.

Vooral financiële discussies spelen een rol bij de achterblijvende resultaten, blijkt uit de analyse van Berenschot. Gemeenten hebben minder geld per persoon beschikbaar voor het begeleiden naar werk of het bieden van aangepaste arbeid. De financiële tekorten lopen bij veel gemeenten op. Hierin schuilt het gevaar dat gemeenten op de rem trappen. Het is van belang dat gemeenten een langetermijnvisie ontwikkelen en de financiële effecten voor meerdere jaren inzichtelijk maken. Op lange termijn loont het vrijwel altijd om te investeren in het begeleiden van mensen naar werk.

Benieuwd naar de ‘Landkaart van de Participatiewet’? Download hem op onze website!







ARTIKEL: MINISTER BESPREEKT TOEKOMST HAAGSE ZIEKENHUIZEN.
Bron: Redactioneel/Rijksoverheid/Telegraaf/ANP.

Minister Bruno Bruins (Medische Zorg) heeft de afgelopen twee weken overlegd over de toekomst van het Haaglanden Medisch Centrum (HMC). Het is volgens hem een zaak van het ziekenhuisbestuur en de zorgverzekeraars. Maar hij benadrukt dat het een zorgvuldig proces moet zijn en dat met alle belanghebbenden moet worden gesproken.

Onder het HMC vallen Westeinde en Bronovo in Den Haag en Antoniushove in Leidschendam-Voorburg. Volgens diverse media zou Bronovo worden gesloten, maar de baas van HMC heeft Bruins laten weten dat er nog geen besluit is gevallen. Op 24 januari komt het bestuur met zijn plan waarna overleg met belanghebbenden zal volgen.

In een Kamerbrief schrijft Bruins dat ,,de concentratie van vormen van (acute) zorg op (bepaalde) locaties van het HMC dus een reëel scenario is". HMC wil reorganiseren omdat onder meer de zorgvraag is veranderd door de vergrijzing en er een tekort aan zorgpersoneel is.

De Raad van Bestuur van HMC heeft Bruins toegezegd met alle betrokken partijen te overleggen en dat het ,,zorgen en suggesties zorgvuldig zal wegen voordat er een besluit wordt genomen over het vervolg". De minister wil er actief op letten dat de dialoog ,,serieus ter hand wordt genomen".

HMC heeft laten weten dat het financieel gezond is. Eind vorig jaar zorgde het bankroet van ziekenhuis Slotervaart in Amsterdam en MC IJsselmeerziekenhuizen voor ophef. Bruins kreeg toen het verwijt vanuit de Tweede Kamer de regie te weinig hebben gepakt.







ARTIKEL: TOP 10: HARTVRIENDELIJKE VOEDING.
Bron: Redactioneel/Gezondheid.be.

De juiste voedingskeuze maken, is helemaal niet ingewikkeld. Meer zelfs, het is een haalbare kaart voor iedereen. Door een aantal producten wat vaker op het menu te zetten, steek je een handje toe om je hart en bloedvaten gezond te houden. Als je die extra wilt soigneren na de 'bourgondische' feestdagen zit je alvast goed met deze top tien.

1. Olijven en olijfolie:

Olijfolie, als vervanger van boter of een ander verzadigd vet, bevat hoofdzakelijk onverzadigde vetten en is een belangrijke speler in de strijd tegen hart- en vaatziekten. Olijven en olijfolie staan er ook om bekend dat ze het cholesterolgehalte, ook van de LDL-cholesterol (de slechte soort) in het bloed reduceren.

2. Verse kruiden:

Door je gerecht op smaak te brengen met allerlei verse kruiden zoals peterselie, dragon, bieslook, basilicum, tijm, dille, oregano… heb je veel minder zout nodig. Ook specerijen zoals curry, komijn, peper, of mixen zoals za’atar, garam masala en ras el hanout zorgen voor extra power in je bereiding.

3. Zuivel of drinks waaraan sterolen zijn toegevoegd:

Een aantal soorten margarine, maar ook sojamelk en amandelmelk worden verrijkt met plantensterolen en stanolesters. Dat zijn plantenextracten die de opname van cholesterol (goede en slechte) in de darmen afremmen, tot zelfs met 10%.

Een mogelijk nadeel is wel dat de downsizing van de totale cholesterolhuishouding gepaard gaat met een gelijkmatige daling in serum carotenoïden.

4. Magere yoghurt:

Zuivel bevat veel calcium, een belangrijke bouwsteen voor je botten, maar het kan ook helpen om je bloeddruk onder controle te houden. Yoghurt bevat niet alleen veel calcium maar ook veel kalium, en met vetarme yoghurt zit je helemaal goed om je calciumopname te boosten.

5. Vette vis zoals zalm en tonijn:

Wilde zalm of zalm die op een gezonde manier werd gekweekt, is topvoedsel voor je hart. Het is rijk aan omega-3-vetzuren, dat zijn gezonde vetten die in verband worden gebracht met een lager risico op hartritmestoornissen en die de bloeddruk verlagen. Ze verminderen mogelijks ook de triglyceridenwaarde in het bloed en ze remmen coronaire aandoeningen af.

Ook tonijn en dan vooral de witte langvintonijn - die in tegenstelling tot de blauwvintonijn geen bedreigde diersoort is en die quasi uitsluitend ingeblikt wordt verkocht - bevat veel omega-3-vetzuren. Dat geldt ook voor makreel, haring, sardines, ansjovis en zoetwaterforel.

Koop je deze soorten in blik, opteer dan bij voorkeur voor ‘vis in eigen nat’.

6. Een beperkte hoeveelheid alcohol:

Er werd lang beweerd dat matig gebruik van rode wijn - 1 glas per dag - bechermt tegen kanker en hart- en vaatziekten. Rode wijn bevat namelijk twee antioxidanten, resveratrol en catechine, die je vaatwanden zouden beschermen. Die mythe werd helaas een paar jaar geleden ontkracht door een Amerikaans onderzoek.

Alcohol in het algemeen, wanneer gedronken met mate en met gezond verstand, doet de goede cholesterol (HDL) in het bloed wel stijgen en zorgt ervoor dat het bloed minder snel klontert. Tenzij je zwanger bent of te jong, of tenzij er contraïndicaties zijn ten gevolge van medicatie die je inneemt. Volgens Patrick Mullie, voedingsdeskundige aan de VUB, zijn vrouwen die één glas alcohol per dag drinken en mannen die er twee nemen (bier of wijn) over het algemeen beter beschermd tegen hart- en vaatziekten.

Te veel alcohol is dan weer slecht voor het hart. De maximum hoeveelheden volgens de richtlijnen van de Hoge Gezondheidsraad zijn maximaal 10 glazen wijn van 10 cl of 10 glazen bier van 25 cl per week, gespreid over die tijdsspanne genuttigd.

7. Okkernoten en amandelen:

Een klein handje okkernoten per dag zou mogelijks de cholesterol verlagen en beschermen tegen coronaire aandoeningen. Okkernoten zitten boordevol omega-3-vetzuren, plantensterolen en vezels. Het is dus een goed idee om eens wat vaker walnotenolie te gebruiken, en vette chips of tussendoortjes door een portie noten te vervangen.

Ook amandelen bevatten veel plantensterolen, vezels en gezonde vetten. Dagelijks een handje amandelen eten, zou ook helpen om de slechte (LDL) cholesterol te verlagen. Deze noten zijn trouwens ook een uitstekende bron van vitamine E en mangaan (een mineraal dat we onder andere nodig hebben voor de botvorming).

8. Edamame en andere sojabonen:

Tot voor kort was edamame totaal onbekend bij het grote publiek in onze contreien. Maar sinds deze sojabonen al eens als hapje op tafel komen in een restaurant dat een Japanse keuken serveert, kijken we niet meer verbaasd op als we die groene peulen zien.

Sojabonen in het algemeen zijn vezelbommetjes en de proteïnes die ze bevatten, kunnen helpen om de cholesterol te verlagen. Ook tofu bevat sojaproteïnes, mineralen, vezels en onverzadigde vetten.

9. Sinaasappels, kersen en blauwe bessen:

Sinaasappels bevatten pectine, dat is een voedingsvezel die helpt om het cholesterolgehalte in de hand te houden. Daarnaast bevatten ze ook kalium, een mineraal dat helpt om de bloeddruk onder controle te houden. Kersen zitten dan weer boordevol anthocyanen (of anthocyanine), een antioxidant dat de bloedvaten zou beschermen. Blauwe bessen bevatten niet alleen anthocyanine (die zorgen trouwens ook de donkere kleur) maar ook veel vezels en tal van andere nutriënten.

10. Gerst, lijnzaad en havermout:

Volle gerst is voedzaam en het bevat eveneens tal van vezels die kunnen helpen om het cholesterolgehalte te verlagen en de bloedsuikerspiegel onder controle te houden.

Havermout heeft als voordeel dat het zorgt voor een hoog verzadigingsgevoel. Het helpt eveneens om je bloedsuikerspiegel stabiel te houden. De vezels die het bevat, verlagen de hoeveelheid slechte cholesterol. Het is dus een goed idee om (een deel van) de bloem die je gebruikt voor muffins, pannenkoeken, brood of ander gebak door havermout te vervangen.

Lijnzaad bestaat in een donkere en een honingkleurige versie. Het bevat veel vezels, omega-3-vetzuren en lignine, een stof die geen koolhydraat is maar wel bij de voedingsvezels wordt gerekend. Het voordeel van voedingsvezels is dat ze niet verteerd en geabsorbeerd worden in de dunne en dus ook geen energie leveren. Gebruik gebroken of gemalen lijnzaad om optimaal van de nuttige eigenschappen van dit gezond zaadje te kunnen genieten.







ARTIKEL: MET EXOSKELET LEREN LOPEN NA HERSENLETSEL.
Bron: Redactioneel/Supportbeurs.

Het UMCG Centrum voor Revalidatie zet een exoskelet in bij het weer leren lopen na hersenletsel of een dwarslaesie. Met een exoskelet kan eerder en intensiever worden getraind.

Het revalidatiecentrum in Groningen gaat deze nieuwe aanpak een half jaar uitproberen in de hoop op een sneller herstel.

Waarom een exoskelet?

Het exoskelet is een robotlooppak dat de benen automatisch verplaatst in een loopbeweging. Zelfs als je niet kan staan helpt het exoskelet je voort te bewegen. Daardoor is het mogelijk eerder te starten met het op nieuw leren lopen. In de looptrainingen worden al looprobots gebruikt voor het trainen van de beenspieren op de lopende band. Voordeel van het exoskelet is dat je eerder vrij kunt lopen in de oefenruimte van het revalidatiecentrum.

Eerder en intensiever.

Op de huidige revalidatie trainingsmethoden is het exoskelet een waardevolle aanvulling. Het exoskelet past zich automatisch aan jouw lichaamsfuncties aan. Wat op eigen kracht lukt doe jezelf, waar nodig krijg je ondersteuning. Het exoskelet wordt al ingezet bij een zeer beperkte loopfunctie en geeft beter inzicht in wat je al kan en waarop nog getraind moet worden. Hierdoor wordt eerder en intensiever geoefend in een eerder stadium van de revalidatie.

Sneller herstel.

Het UMCG zet nu als eerste in Nederland het exoskelet een half jaar structureel in. Men hoopt met het skelet op sneller herstel na een hersenletsel of dwarslaesie. Uit onderzoek blijkt dat eerder trainen effectiever is, omdat kort na het letsel de verbinding tussen hersenen en spieren nog gedeeltelijk in tact is. Hierdoor is de kans groter op een positief eindresultaat.

Na afloop van de testperiode evalueert het UMCG de ervaringen. Wetenschappelijk onderzoek naar de behaalde resultaten moet uitwijzen of en hoe het skelet verder ingezet wordt bij het opnieuw leren lopen.







ARTIKEL: APOTHEKEN DUPEREN KWETSBARE GROEPEN DOOR CASH AF TE SCHAFFEN.
Bron: Redactioneel/Consumentenbond/Zorg.nu/ANP MediaWatch.

De zestig apotheken van Boots accepteren per 10 januari 2019 alleen nog pinbetalingen. De Consumentenbond betreurt dit besluit, omdat groepen consumenten buitenspel zouden worden gezet. De bond vindt dat de apotheken cash niet mogen weigeren.

Boots zegt de maatregel in te voeren om de veiligheid van klanten en medewerkers te borgen. De Consumentenbond stelt dat door het beleid kwetsbare groepen de dupe zijn. Ouderen die niet goed overweg kunnen met een pinpas, of mensen die met contant geld grip op hun uitgaven willen houden, mogen van de bond niet worden buitengesloten.

Kwetsbare groepen mensen mag je niet uitsluiten.

'Deze mensen mag je niet uitsluiten', vindt Bart Combée, de directeur van de Consumentenbond. Medicijnverstrekking is volgens hem een basisvoorziening die voor een ieder gemakkelijk toegankelijk moet zijn. 'Bovendien vormen de medicijnen die een apotheek in huis heeft een groter risico dan de beperkte hoeveelheid geld in kas.'

Eerder kreeg de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) van de Europese Centrale Bank (ECB) te horen dat burgers in alle 380 Nederlandse gemeenten met contant geld moeten kunnen betalen bij de balie.







ARTIKEL: MEER ORGAAN- EN WEEFSELTRANSPLANTATIES IN 2018.
Bron: Redactioneel/Rijksoverheid.

In 2018 zijn in Nederland 815 orgaantransplantaties geweest en ruim 4000 patiënten geholpen met gedoneerd weefsel. Dit is een stijging van respectievelijk 15 en 18% in vergelijking met het jaar ervoor. Deze positieve jaarcijfers zijn gepubliceerd door de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS).

Minister Bruno Bruins: “Het is goed om te zien dat het aantal orgaan -en weefseltransplantaties is toegenomen in 2018. Maar er is nog steeds een wachtlijst. Alle aanleiding dus om aandacht te blijven vragen voor orgaandonatie. Ik zou graag willen dat meer mensen hun wens ten aanzien van donatie met hun naasten bespreken en vastleggen in het donorregister”.

Toename.

In 2018 hebben 273 mensen na hun overlijden één of meer organen gedoneerd. Er hebben 815 orgaantransplantaties plaatsgevonden. Eén van de ontwikkelingen die hebben bijgedragen aan het aantal transplantaties is het gebruik van innovatieve technieken waardoor de conditie van organen verbeterd kan worden. De techniek is mede gesubsidieerd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Als voorbeeld kan vocht uit longen worden gehaald, waardoor de organen toch geschikt zijn voor transplantatie.

Nieuwe donorwet.

Vanaf 1 juli 2020 treedt de nieuwe donorwet in werking. Iedereen vanaf 18 jaar wordt actief gevraagd de eigen keuze vast te leggen in het donorregister. Als je niet reageert dan word je vanaf 1 juli 2020 geregistreerd als ‘geen bezwaar’ tegen orgaandonatie. De komende tijd zal veel communicatie hierover plaatsvinden.







ARTIKEL: VEEL MINDER WANBETALERS ZORGPREMIE.
Bron: BinnenlandsBestuur/Sjoerd Willen.

Steeds minder mensen staan geregistreerd als wanbetaler van zorgverzekeringspremies, meldt de Zorgverzekeringslijn op basis van cijfers van het CBS.

Die daling mag volgens de Zorgverzekeringslijn mede op het conto van gemeenten worden bijgeschreven. ‘Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft ervoor gezorgd dat mensen die een betalingsregeling met hun zorgverzekeraar treffen, worden afgemeld als wanbetaler waardoor zij geen bestuursrechtelijke hogere premie meer betalen’, legt Michiel Blom van de Zorgverzekeringslijn uit.

‘Gemeenten zijn daarmee actief naar wanbetalers toe gegaan en dat beleid werpt nu z’n vruchten af.’ Het oorzakelijk verband tussen de daling van het aantal wanbetalers en gemeentelijk beleid blijkt volgens Blom voornamelijk uit de hogere dalingscijfers bij gemeenten die hier actief mee aan de gang zijn gegaan. ‘De aantrekkende beweging in de economie en de arbeidsmarkt verklaart niet waarom het aantal wanbetalers in bijvoorbeeld een gemeente als Arnhem zo is afgenomen.’

De manier waarop gemeenten wanbetalers bijstaan, verschilt volgens Blom sterk per gemeente. ‘Sommige nemen de schuld over en schelden die kwijt of lossen die af op basis van de bijzondere bijstand. Andere gemeenten laten wanbetalers instromen in een collectieve ziektekostenverzekering, waarbij een betalingsregeling overeen wordt gekomen.’ Op 1 december 2018 stond het aantal wanbetalers in totaal op 225.177. Vier jaar geleden stond het aantal wanbetalers op piekhoogte; maar liefst 330.235 stonden in februari 2015 bij het Centraal Administratiekantoor (CAK) geregistreerd.







ARTIKEL: IETS ONTHOUDEN? TEKEN HET!
Bron: Redactioneel/FAQT.

Je leert een vreemde taal, maar de woordjes blijven maar niet in je geheugen plakken. Wat doe je? Teken het! Volgens nieuw onderzoek is het daardoor makkelijker om dingen te onthouden. Psychologen van de universiteit van Waterloo in Canada onderwierpen oude en jonge proefpersonen aan een geheugentest en ontdekten dat potlood en papier je herinnering enorm kan helpen.

Dat komt omdat tekenen delen van de hersens activeert die anders ongebruikt blijven. Door die wel in actie te laten komen, verankert een herinnering zich beter in je brein, zo zeggen de onderzoekers. Het werkt zo bij jonge mensen, maar die hebben sowieso een goed geheugen. Juist ouderen kunnen hiervan profiteren, tekenen kan zelfs de gevolgen van dementie verminderen, schrijven de onderzoekers in het vakblad Experimental Aging Research.

Bij de test moesten de proefpersonen woordjes onthouden. Dat ging duidelijk beter bij het deel van de proefkonijnen dat voor ieder woordje een tekening had moeten maken. Ze onthielden tot een kwart meer woorden. Jongeren meer dan ouderen, maar het principe gold voor alle leeftijdsgroepen.

En wat als je niet kunt tekenen? Gelukkig zijn er ook andere methodes om je geheugen te verbeteren. Veel seks hebben, helpt. Als je een vrouw bent tenminste. Genoeg slapen is een andere gouden tip. bij gebrek aan een bed voor gemeenschap of een dutje is een kopje koffie ook een goed idee.







ARTIKEL: PETITIE VOOR LEEFTIJDSSPECIFIEKE ZORG JONGVOLWASSENEN MET KANKER AANGEBODEN.
Bron: Redactioneel/AYA.

Stichting Jong en Kanker en het Nationaal AYA ‘Jong en Kanker’ Platform overhandigen gisteren een petitie aan de leden van de vaste commissie Zorg van de Tweede Kamer. Zij pleitte hierin voor structurele financiering van leeftijdsspecifieke zorg voor jongvolwassenen met kanker. Deze zorg voor deze jongvolwassenen bij ziekenhuizen aangesloten bij het AYA-platform staat onder grote druk vanwege een gebrek aan financiering. Zonder structurele financiering zal deze zorg in de nabije toekomst niet meer haalbaar zijn.

Jongvolwassenen met kanker, in de leeftijd van 18-35 jaar, worden ook wel AYA’s (Adolescents and Young Adults) genoemd. Jaarlijks zijn er ongeveer 2.700 nieuwe AYA’s in Nederland. Leeftijdsspecifieke zorg door ziekenhuizen aangesloten bij het AYA-platform draagt bij aan betere kwaliteit en levensverwachting van jongvolwassenen met kanker. Bovendien is er een maatschappelijk belang: AYA-zorg vanaf diagnose voorkomt later zorgconsumptie en de AYA is in zijn kracht gezet om mee te doen in de maatschappij.

Leeftijdsspecifieke zorg nodig.

Jonge mensen met kanker staan voor grote problemen. Studies moeten vaak worden onderbroken en verwachtingen bijgesteld, maatschappelijke carrières worden afgebroken en relaties komen onder spanning te staan. Tot overmaat van ramp kunnen veel behandelingen tegen kanker invloed hebben op de vruchtbaarheid. Aandacht voor leeftijdsspecifieke zorgbehoeften van de jongvolwassenen, aangaande vruchtbaarheid, seksualiteit en psychosociale problemen is nodig!

AYA’s krijgen in Nederland nog vaak dezelfde behandeling als oudere patiënten met een zelfde type kanker. Echter, bij jonge mensen met kanker zijn er regelmatig specifieke tumoreigenschappen.

Als de behandeling daar niet op wordt afgestemd, krijgen AYA’s niet de beste kans op genezing.

De AYA-poli teams en AYA-Kenniscentra binnen regionale netwerken kunnen hierin het verschil maken. De multidisciplinaire integrale AYA-zorg die hier vanaf diagnose wordt geboden is onmisbaar. Maar deze AYA-poli teams kunnen hun werk niet goed uitvoeren omdat er een gebrek is aan structurele financiering van de integrale zorg voor jonge mensen met kanker.

Structurele financiering.

Het Nationaal AYA ‘Jong & Kanker’ Platform vraagt in de petitie om actie van de minister voor een effectief en toekomstbestendig plan voor financiering van AYA-zorg en de organisatie van het AYA-platform in Nederland. De huidige financiering van ziekenhuiszorg biedt zorgverzekeraars geen mogelijkheid om leeftijdsspecifieke zorg te vergoeden. Daarom is een specifieke regeling voor zorg voor AYA’s nodig. Daarbij moet er een goede afstemming zijn met de Nederlandse Federatie van Universitaire Medisch Centra (NFU), algemene ziekenhuizen (NVZ) en zorgverzekeraars.

“Zonder AYA-zorg had ik de behandeling, zowel fysiek als mentaal niet op deze manier kunnen doorstaan. Tevens had ik mijn leven nooit zo snel weer op de rit kunnen krijgen. Ik vind dat elke jongvolwassene die te maken krijgt met een kwaadaardige ziekte deze integrale zorg-op-maat verdient!”? – Lara Jongbloets

“Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat alle jongeren met kanker volledige AYA-zorg krijgen aangeboden. De praktijk is echter weerbarstig. Er moet nog veel geregeld worden.” – Dr. Suzanne Kaal, internist-oncoloog en gepromoveerd op zorgverlening voor AYA’s

Wat is het Nationaal AYA ‘Jong & Kanker’ Platform.

Binnen het Nationaal AYA ‘Jong & Kanker’ Platform werken zorgprofessionals samen met (ex-) patiënten om AYA-zorg in ziekenhuizen in te richten. Het Nationaal AYA ‘Jong & Kanker’ Platform is een kennis- en zorgnetwerk, opgericht om overleving en kwaliteit van leven van AYA’s te optimaliseren. Het Platform bundelt alle kennis en kunde van kanker bij jongvolwassenen. Dit netwerk waarin zorgprofessionals, AYA’s en patiëntenorganisaties samenwerken, draagt zorg voor optimale leeftijdsspecifieke en integrale zorg vanaf de diagnose kanker. Het platform groeit omdat steeds meer ziekenhuizen, professionals uit de eerste lijn en de informele zorg aansluiten.

Om dit werk optimaal uit te voeren is in 2016 de Stichting Nationaal AYA ‘Jong & Kanker’ Platform opgericht. Het Integraal Kanker Centrum Nederland (IKNL) in Utrecht biedt sinds 2017 kantoorruimte en ondersteuning aan dit platform. Voor de overige activiteiten is de stichting afhankelijk van donaties en subsidies. De inkomsten hiervan zijn niet toereikend om optimaal te functioneren. Een structurele financiële ondersteuning hiervan is ook noodzakelijk.







ARTIKEL: MODEL VOORSPELT LEVENSVERWACHTING ALS-PATIËNT.
Bron: Redactioneel/UMC Utrecht.

De gemiddelde levensverwachting van mensen met deze spierziekte is drie jaar, maar er zijn verschillen tussen individuele patiënten.

‘Hoe lang heb ik nog?’ Veel ALS-patiënten hebben vragen over hun ziekteverloop. De gemiddelde levensverwachting van mensen met deze spierziekte is drie jaar. “Maar tussen individuele patiënten zijn veel verschillen.”, zegt arts-onderzoeker Henk-Jan Westeneng. “Dat maakte het geven van een goede prognose lastig.” Daarom ontwikkelde hij met onderzoekers van het ALS Centrum in het UMC Utrecht een model, waarmee op een betrouwbare manier de levensverwachting van individuele ALS-patiënten is te schatten.

Henk-Jan onderstreept dat het model bovenal belangrijk is voor patiënten zelf: “Veel ALS-patiënten die ik in de kliniek zie, hebben vragen over hun levensverwachting. Met dit nieuwe model kunnen we ALS-patiënten die dit willen weten, meer duidelijkheid geven en de zorg beter op de persoon afstemmen.”

Een goede voorspelling is ook belangrijk voor de onderzoeker. Henk-Jan legt dit uit. “Om efficiënt en snel geneesmiddelenonderzoek te kunnen doen, is een goed werkend voorspellingsmodel (predictiemodel) voor het ziekteverloop bij ALS erg belangrijk. Hiermee kunnen we namelijk bij geneesmiddelenonderzoek eerder zien of de achteruitgang van patiënten minder snel verloopt dan verwacht. Dat zou er op kunnen wijzen dat een potentieel geneesmiddel mogelijk effectief is.” Daarnaast kan het model onderzoekers ook helpen bij het selecteren van patiënten met een vergelijkbaar ziekteverloop: “Doordat we beter kunnen voorspellen hoe de ziekte waarschijnlijk verder verloopt, kunnen we een betere selectie maken en dus mogelijk meer patiënten mee laten doen aan onderzoek”, aldus Henk-Jan.

Belang.

Vóór de ontwikkeling van het ENCALS survival model, zoals het predictiemodel heet, was de voorspelling van het ziekteverloop gebaseerd het gemiddelde van de hele groep van ALS-patiënten. Daarmee werd uitgegaan van een gemiddelde levensverwachting van drie jaar na de eerste klachten. Uit de studie naar het model bleek dat een heel groot deel van de patiënten in de praktijk afwijkt van dit gemiddelde. Daarmee kon dus in de praktijk geen goede individuele voorspelling worden gegeven én was goed geneesmiddelenonderzoek niet mogelijk.

Data.

Het model is samen met veertien ALS-centra uit negen Europese landen ontwikkeld. Die internationale samenwerking is noodzakelijk, omdat voor de ontwikkeling van het model zeer veel data van patiënten nodig waren. Door internationaal samen te werken waren de gegevens van bijna 12.000 verschillende patiënten te vergelijken. Daarnaast kon, doordat verschillende landen deelnamen, ook gelijk worden onderzocht of het model voor verschillende patiënten in verschillende landen een betrouwbare voorspelling geeft.

Toepassing.

Er zijn al veel belangrijke stappen gezet naar de invoering van het model. Zo is er een hulpmiddel ontwikkeld dat in de spreekkamer en in het onderzoek is te gebruiken om de overlevingscurve in beeld te brengen. Een volgende stap is artsen te informeren over hoe zij het model kunnen gebruiken en het beste kunnen bespreken met hun patiënten. Hiertoe heeft het ALS Centrum patiënten gevraagd hoe zij informatie over hun voorspelde ziekteverloop willen ontvangen. De verwachting is dat het model in de loop van het komende jaar in heel Nederland in de zorg wordt toegepast, waarbij alle bij het ALS Zorgnetwerk aangesloten ALS-teams het model gaan gebruiken, als een patiënt dit wil weten.

Prijs.

Voor zijn onderzoek, gefinancierd door Stichting ALS Nederland, ontving Henk-Jan vrijdag 11 januari uit handen van het Prinses Beatrix Spierfonds de Jaarprijs Neuromusculaire Ziekten 2018. De prijs wordt uitgereikt aan de beste wetenschappelijke publicatie van het jaar.

Het Prinses Beatrix Spierfonds reikt de jaarprijs, een geldbedrag van 1000 euro, uit aan een jonge onderzoeker die uitstekend onderzoek heeft verricht op het gebied van spierziekten. De prijs werd uitgereikt tijdens het symposium Neuromusculaire Ziekten van het Spierziekten Centrum Nederland.oonde documentaires.







ARTIKEL: GRENZEN AAN MANTELZORG, KAN EEN ROBOT HELPEN?
Bron: Redactioneel/Mezzo.

Kunnen robots mantelzorgers (deels) vervangen? Welke alternatieve woonvormen zijn er voor de toekomst? Welke grenzen zijn er aan domotica, om mensen langer thuis te kunnen laten wonen?

Recentelijk kwamen deze onderwerpen nog aan bod tijdens een bijeenkomst van Mezzo, over toekomst bestendig wonen en de grenzen van mantelzorg.

Mini-documentaires.

Bekijk hieonder de getoonde documentaires.







ARTIKEL: JE SNOT VERRAADT HOE ZIEK JE BENT, KIJK MAAR OP DE SNOTBAROMETER.
Bron: Redactioneel/RTLnieuws.

Verkoudheid en griep, je voelt vaak al dat er iets aan zit te komen. Maar je weet nooit hoe erg het wordt of is.

Naar de dokter rennen heeft vaak niet zoveel zin, naar de kleur van je snot kijken wel. De tint geeft je al een duidelijke indicatie van de toestand van je luchtwegen.







ARTIKEL: HN-INFOPUNT: OP WELKE AANPASSINGEN HEB IK RECHT TIJDENS MIJN STUDIE?
Een HN-INFOrmateur beantwoord een ingezonden vraag.

Wij ontvingen de volgende vraag:

"Na de zomervakantie ga ik 'echt' studeren, dat wil zeggen 'universiteit'. Nu zal ik daar door mijn handicap toch enkele aanpassingen voor moeten hebben om dit sowieso te kunnen doen. Ook de onderwijsinstelling zal enkele aanpassingen dienen te doen. Mijn vraag: Waar heb ik recht op?"

Onze HN-informateur antwoord:

Het recht op aanpassingen is vastgelegd in de Wet Gelijke Behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGB). Deze wet schrijft voor dat de hogeschool of universiteit geen onderscheid mag maken tussen studenten met en zonder functiebeperking bij:

• de toegang tot het onderwijs;

• het aanbieden van onderwijs;

• het afnemen van toetsen;

• het afsluiten van onderwijs.

De wet geeft geen lijst van mogelijke aanpassingen maar geeft aan dat een student recht heeft op voorzieningen die doeltreffend zijn voor de student om zijn/haar studie succesvol te doorlopen. Deze voorzieningen mogen geen onevenredige belasting vormen voor de onderwijsinstelling.

Wat wordt verstaan onder 'doeltreffende aanpassingen'?

Een aanpassing is doeltreffend als deze geschikt en noodzakelijk is om de bedoelde belemmeringen weg te nemen. Een aanpassing is geschikt als deze belemmeringen van welke aard dan ook kan wegnemen en de zelfstandigheid en volwaardige participatie en integratie van iemand met een handicap of chronisch ziekte kan bevorderen. Een aanpassing is noodzakelijk als niet met een andere, mogelijk minder kostbare, voorziening hetzelfde doel kan worden bereikt (Zie Kamerstukken II 2001/02, 28 169, nr. 3, p. 25 en College voor de Rechten van de Mens, 27 maart 2015, 2015-27, overweging 3.11).

Wat zijn voorbeelden van aanpassingen?

Denk aan extra tentamentijd, meer begeleiding, een flexibel rooster, een aangepast tentamen of gebruik van hulpmiddelen. Dit zijn een aantal voorbeelden. Samen met de student kan worden gekeken naar welke aanpassingen doeltreffend zijn.

Handicap + studie verzamelt voorbeelden van alternatieve toetsen. Klik hier voor alternatieve oplossingen voor de spellingstoets. Heeft u ook een voorbeeld? Stuur deze naar algemeen@handicap-studie.nl.

Is 'vrijstelling' geven voor een vak ook een optie?

Voor studenten met een beperking wordt de inhoud van de studie niet aangepast. Een student kan dus niet afstuderen als hij minder vakken heeft gevolgd, niet alle kerncompetenties beheerst of studiepunten mist. Wel heeft de student recht op aanpassingen die ervoor zorgen dat de studie studeerbaar wordt voor de student. Het gaat daarbij niet om ‘minder’ maar om ‘anders’. Op onze website vindt u bij 'Studietips' een overzicht van belemmeringen en aanpassingen.

Wie bepaalt het recht op aanpassingen?

De examencommissie van een opleiding bepaalt wie er recht heeft op bepaalde aanpassingen. De student moet zelf, met de studentendecaan, een aanvraag indienen bij de examencommissie voor de aanpassingen die hij nodig heeft. ?Soms hoeft er geen verzoek naar de examencommissie omdat bepaalde aanpassingen al gestandaardiseerd zijn binnen de onderwijsinstelling zoals bijvoorbeeld een half uur extra tentamentijd.

Zijn er aanpassingen voor het lezen van tabellen en schema's voor studenten met een visuele beperking?

Studenten kunnen maken spraaksoftware die goed tabellen uitleest, zoals NVDA. Dit is gratis software. Daarnaast kunnen docenten tabellen het beste aanleveren in Excel, dat is doorgaans toegankelijker.

De student kan daarnaast, wanneer mogelijk, zelf uitleg vragen hoe een tabel of schema is opgebouwd, zodat niet zelf alles hoeft worden uitgezocht wat vaak te vermoeiend is voor de ogen.

Hoeveel extra tijd bij tentamen is gangbaar?

Extra tijd tijdens tentamens valt ook onder het begrip 'doeltreffende aanpassing'. Belangrijk bij aanpassingen omtrent tentamens, is dat de exameneisen blijven gewaarborgd. Is tijd dus onderdeel van de competenties die worden getoetst (en moet de student dus aantonen dat je iets binnen een bepaalde tijd kan), kan de student geen extra tijd krijgen. Als dat niet het geval is, is het in principe wel mogelijk. Hoeveel extra tijd de student krijgt, is afhankelijk van de faculteit/opleiding, dit is niet wettelijk vastgelegd. In de praktijk krijgen studenten vaak 30 minuten extra per tentamen of 33% extra.

VO en MBO.

Ouders van kinderen en jongeren in het vo en mbo kunnen met vragen terecht bij bij het Steunpunt Onderwijs van de Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind.
www.nsgk.nl/steunpuntonderwijs
06-50817151 (José Smits)
06-48451194 (Jacqueline Schoonheim)







ARTIKEL: ONZE LACHAFSLUITING.
Vandaag ingezonden door Erica Korthals.

Twee Belgische politiemannen vinden in het park twee bommen. Die willen ze naar de commissaris brengen. Als ze in de auto zitten zegt de een tegen de ander: "Wat doen we als er een ontploft?" "Dan doen we net of we er maar één hebben gevonden."









En hiermee zijn we aan het eind gekomen van ons nieuwsoverzicht van vandaag.
Voor meer nieuws gaat u naar www.handicapnieuws.net of volgt u ons op social media.
Morgenvroeg maken we weer een nieuwe update, want je weet het: HandicapNieuws is
dagelijks 'uitgsproken' actueel!

Ga naar:
- Maandag.
- Dinsdag.
- Woensdag.
- Donderdag.
- Vrijdag.