Welkom op de speciaal toegankelijke website van HANDICAPNIEUWSnet. HANDICAPNIEUWSnet is uitgsproken actueel: vrijdag
Keuzeknoppen om terug te gaan naar: Startpagina
::

vrijdag

Keuze: ReadSpeaker uit.

Lees voor

Je luistert naar HandicapNieuws UPDATE van vrijdag 22 maart 2019.

VANDAAG IN ONS NIEUWS:
Hoe gevaarlijk zijn medicijnen voor de verkeersveiligheid?
Doorbraak? Nieuw medicijn tegen postnatale depressie.
Suikervervanger aspartaam: vragen en antwoorden over de kunstmatige zoetstof.
Jouw medicijn niet leverbaar door een quotum? Dit is hoe het zit.
Tweede Kamer wil duidelijkheid over Facultatief Protocol.
Onrust door kankerverwekkende stof in bloeddrukmedicijn: ‘Schandelijk!’
Slechte mondgezondheid verhoogt risico op hart- en vaatziekten.
NZa werkt verder aan nieuwe bekostiging wijkverpleging.
Universiteit Twente zet samen met ReumaNederland volgende stap voor injecteerbare pleister bij knieartrose.
Alzheimerdiagnose via oogscan?
Enquête naar ervaring keukentafelgesprek Wmo.
Uitbreiding vroegopsporing van mensen met chronische nierschade wenselijk, maar moeilijk te realiseren.
Infographic Personeelsnorm: mogelijkheden en verplichtingen.
Goedkoop is duurkoop, ook bij hulpmiddelen.
Europa per rolstoel: een verrassend perspectief.
Voorstelling De wereld van Jaz.
Grote internationale verschillen in mentale gezondheidsproblemen en het vermogen daarmee om te gaan na rampen.
Leren en verbeteren tijdens verbetersessie administratieve lasten.
Gekweekte hartspiercellen geven inzicht in hartfalen bij zwangere vrouwen.
Informatievoorziening paramedische zorg moet beter en consistenter.
NK Gehandicapten Stijldansen.
Online spreekkamer: Wat kun je doen tegen voorjaarsmoeheid?
HN-INFOpunt: Hoe herken je dementie en hoe help je deze mensen?
Onze Lachafsluiting.

Voor meer informatie over de handicap nationaal? ga naar hun site: www.handicapnationaal.nl, mail naar info@handicapnationaal.nl, of bel op kantoortijden naar 06-12390746. en dan nu onze artikelen van vandaag.







ARTIKEL: HOE GEVAARLIJK ZIJN MEDICIJNEN VOOR DE VERKEERSVEILIGHEID?
Bron: Redactioneel HandicapNieuws.

Meer dan 6 procent van de Nederlanders geeft toe minstens 1 keer per maand onder invloed van slaap– of kalmeermiddelen te rijden. In tegenstelling met wat je zou verwachten, zijn het vooral jongeren onder de 35 jaar (13%) en meer in het bijzonder jonge mannen (18%) die bij deze problematiek betrokken zijn. Bij senioren boven de 55 jaar geeft slechts 2% aan dit gedrag maandelijks te stellen.

Dat blijkt uit de jaarlijkse Verkeersonveiligheidsenquête van de Verkeersveiligheid Groep Nederland.

In de enquête in januari 2017, gaf 36 procent van de respondenten aan in de afgelopen 12 maanden minstens één keer te hebben gereden onder invloed van geneesmiddelen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden. Bovendien gaf 11 procent van de bevraagde bestuurders aan minstens één keer per week onder invloed van psychotrope geneesmiddelen te rijden.

Volgens een Europese enquête in 11 Europese landen is het de Nederlandse bestuurder die naast de Fransen en de Duitsers verklaart het meest te rijden onder invloed van medicijnen die de waakzaamheid in het gevaar kunnen brengen: 10 procent van hen doet het, ofwel 2 keer meer dan in Belgen (5%) en 3 keer meer dan in Groot-Brittannië (3%) bijvoorbeeld.

Wat zijn de negatieve effecten van geneesmiddelen in het verkeer?

Volgende medicijnen kunnen een negatief effect hebben op je rijvaardigheid.

• Slaap- en kalmeringsmiddelen (benzodiazepines)

• Anti-epileptica

• Hoestremmers die codeïne bevatten

• Middelen tegen verwardheid (psychose) of ernstige achterdocht.

• Antidepressiva

• Middelen tegen hooikoorts en allergie, tegen jeuk of tegen reisziekte (antihistaminica)

• Sommige pijnstillers, zoals morfine, codeïne, tramadol…

• Oogdruppels

De mogelijke negatieve effecten op de rijvaardigheid zijn uiteenlopend:

• kalmerende werking (slaperigheid, sufheid, minder aandacht…);

• verminderd reactievermogen;

• verminderd beoordelingsvermogen (bijvoorbeeld agressiviteit, euforie, verlies van gevoel van gevaar),

• gezichtsstoornissen (dubbel zien, wazig zien…)

• coördinatiestoornissen, spierslapte.

• duizeligheid

Bij welke dosis, na hoeveel tijd, hoe erg en hoe lang het medicijn de rijvaardigheid vermindert, verschilt per medicijn en kan ook per persoon, leeftijd en ziekte verschillen. Pas ook op voor de lange werking van sommige medicijnen. Door een slaappil of een kalmeringstablet kunt u de volgende dag of zelfs twee dagen later nog wat suf zijn.

2 tot 10 keer meer risico op een ongeval.

• Een siroop die codeïne bevat kan dezelfde effecten hebben als rijden met een alcoholgehalte tussen 0,5 en 0,8‰. Dat zorgt ervoor dat je 2 tot 10 keer meer kans op een ongeval hebt. Hetzelfde geldt voor personen die kalmeer– of slaapmiddelen nemen. In het geval dat je medicatie en alcohol combineert kan je risico zelfs 20 tot 200 keer zo hoog zijn. Het risico is hoger voor occasionele gebruikers of mensen die het medicijn pas beginnen nemen dan voor chronische gebruikers. Het risico is ook hoger als je verschillende medicamenten combineert.

• Bestuurders die in de Waalse enquête aangaven minstens één keer onder invloed van geneesmiddelen te hebben gereden, hadden opmerkelijk meer ongevallen dan andere bestuurders: 10 procent versus 6 procent ongevallen met lichamelijk letsel en 36 procent versus 27 procent ongevallen met materiële schade.

• Volgens een Franse studie is het nemen van gevaarlijke medicatie elk jaar goed voor 3 à 4 procent van het totaal aantal verkeersongevallen. Als je dat naar België vertaalt, betekent dat tussen 1100 en 1500 ongevallen die te wijten zijn aan medicatie.

• Een studie van enkele jaren geleden op de spoeddiensten van enkele ziekenhuizen toonde aan dat meer dan 7 procent van de zwaargewonde automobilisten onder invloed waren van slaap– of kalmeringsmiddelen en meer dan 3 procent onder invloed van codeïne.

Wat zegt de wet?

In tegenstelling tot drugs of alcohol achter het stuur bestaat er geen ‘medicijnentest’ die de politie in staat stelt om na te gaan of een bestuurder onder invloed van medicijnen rijdt. Nochtans is rijden ‘in een soortgelijke staat dan dronkenschap ten gevolge van het gebruik van medicijnen’ strafbaar met een boete die varieert tussen 1600 en 16000 euro en een rij-ontzegging van 1 maand tot 5 jaar of zelfs definitief. Als je regelmatig medicijnen neemt die je rijgeschiktheid verstoren of als je hoeveelheden neemt die je rijgedrag veranderen, dan ben je niet meer in staat om te rijden.







ARTIKEL: DOORBRAAK? NIEUW MEDICIJN TEGEN POSTNATALE DEPRESSIE.
Bron: Redactioneel/RTLniuews/ANP MediaWatch.

Voor het eerst in de geschiedenis heeft de Amerikaanse toezichthouder FDA een medicijn goedgekeurd dat specifiek bedoeld is voor vrouwen die lijden aan een postnatale depressie. Nederlandse deskundigen zijn gematigd enthousiast.

Het gaat om het middel brexanolone. Volgens de onderzoekers zou het bij patiënten al binnen enkele uren effect hebben.

Postpartum depressie.

Veel vrouwen krijgen in hun kraamweek de zogenaamde 'kraamtranen' of de 'babyblues'. Dit gaat uiteindelijk vanzelf weer over, maar bij vrouwen met een postnatale, of beter: postpartum depressie, worden de klachten alleen maar erger. Zij ontwikkelen een depressie en zijn daardoor vaak somber, prikkelbaar, vermoeid, angstig en soms ook bang om zichzelf of hun kind iets aan te doen.

Ieder jaar krijgen in Nederland 23.000 moeders last van depressie na de geboorte van hun kind. Dat is één op de acht vrouwen.

'Doorbraak'

Een arts in New York, die het nieuwe medicijn in het kader van het onderzoek testte op vrouwen, spreekt tegenover CNN van een 'doorbraak'. Het middel, dat verkocht zal worden onder de naam Zulresso, wordt eenmalig toegediend via een infuus. Dit duurt 60 uur.

De bijwerkingen zijn volgens onderzoekers mild. Het gaat om hoofdpijn, duizeligheid en slaperigheid. De behandeling kost 20.000 tot 35.000 dollar per behandeling, meldt de medicijnproducent Sage Therapeutics aan CNN. Het medicijn is vanaf juni beschikbaar in de Verenigde Staten.

Nederland.

'Interessant', noemt Marieke Paarlberg het nieuwe medicijn. Zij is gynaecoloog in Gelre Ziekenhuizen Apeldoorn. Ook is ze voorzitter geweest van de International Society of Psychosomatic Obstetrics and Gynaecology. Onlangs bezocht ze een congres in Parijs waar dit middel besproken werd. "Het is een heel andere manier van behandelen dan we nu gewend zijn", zegt ze.

Het draait allemaal om de concentratie van de neurotransmitter GABA in de hersenen. Die is bij vrouwen met een postpartum depressie laag. Het nieuwe medicijn, brexanolone, zorgt ervoor dat de GABA-concentratie hoger wordt.

De gynaecoloog legt uit dat de Amerikaanse onderzoekers vrouwen selecteerden met een ernstige postpartum depressie. "De ene groep patiënten gaven ze brexanolone en de andere groep een nepmiddel. Bij de vrouwen die brexanolone hadden gekregen, namen de depressieve klachten duidelijk sneller af. Dit effect werd tot 30 dagen na de toediening van het medicijn nog gezien." Het effect op langere termijn is niet bekeken.

Neurotransmitter.

In Nederland worden op dit moment verschillende middelen voorgeschreven. Bij lichte tot matige depressies kan psychotherapie goed helpen. Bij matige tot ernstige depressies is het zinvol naast psychotherapie ook antidepressiva toe te voegen, zegt Birit Broekman, psychiater in het OLVG in Amsterdam.

"Er zijn verschillende soorten antidepressiva", zegt Broekman. "De bekendste groep zijn de Selective Serotonin Reuptake Inhibitors, de SSRI's, die heropname van serotonine, een neurotransmitter die een rol speelt in onder andere stemming, slaap, eetlust, in de neuronen blokkeren en het gehalte serotonine in de zogenoemde synapsspleten vergroot. Dit heeft een antidepressieve werking." De SSRI werkt na drie tot vier weken.

Dat het nieuwe Amerikaanse middel vrijwel direct werkt, noemt gynaecoloog Paarlberg interessant voor vrouwen met zeer ernstige klachten. Het gaat namelijk om vrouwen die zúlke grote problemen hebben, dat ze bijvoorbeeld aan zelfmoord denken en hun baby dreigen te verwaarlozen. "Voor deze groep is het aantrekkelijk, omdat het zo snel werkt."

Nog steeds taboe op depressie na zwangerschap.

Maar er zijn ook kanttekeningen. "Ik ben gematigd enthousiast", zegt psychiater Broekman. Ze wijst erop dat er heel veel soorten depressies zijn en dat dit medicijn in een heel specifieke groep is toegediend. "Het is alleen getest op mensen met ernstige depressies. De vraag is of we het kunnen vertalen naar mensen met minder zware klachten. En: er is alleen gekeken naar de eerste 30 dagen, het zegt nog niks over de lange termijn."

EMA.

In Europa moeten medicijnen goedgekeurd worden door het Europees Geneesmiddelen Agentschap (EMA). "Die willen Europese studies", zegt gynaecoloog Paarlberg. "Er moeten eerst onderzoeken worden opgestart. Het zal daarom nog even duren voordat dit medicijn hier op de markt komt."

Ook psychiater Broekman wacht tot er meer onderzoeken komen. Dan kan zij dit middel beter beoordelen. Tot die tijd zegt ze: "Ik zou het niet gelijk toepassen."







ARTIKEL: SUIKERVERVANGER ASPARTAAM: VRAGEN EN ANTWOORDEN OVER DE KUNSTMATIGE ZOETSTOF.
Bron: Redactioneel/Radar [AVROTROS].

Een van de alternatieven waar je voor kunt kiezen als je minder suiker wilt gebruiken is aspartaam. Wat is dit voor zoetstof, en wat moet je erover weten?

Aspartaam is, net al stevia, een intensieve zoetstof die in veel levensmiddelen voorkomt als vervanger van suiker. Er zijn echter ook diverse verschillen.

Wat is aspartaam?

Aspartaam is zoals gezegd een zogenaamde intensieve zoetstof, die ongeveer 200 keer zoeter is dan suiker. (Intensieve zoetstoffen zijn dertig keer tot wel 37.000 keer zo zoet als suiker.)

Naast aspartaam bestaat ook aspartaam-acesulfaamzout. Dit is eveneens een intensieve zoetstof.

Waar komt aspartaam vandaan?

De stof komt niet voor in de natuur, maar uit een fabriek en levert nauwelijks calorieën.

Aspartaam heeft een E-nummer. Wat betekent dat?

Aspartaam heeft het E-nummer E951 en aspartaam-acesulfaamzout heeft het E-nummer E962.

Als een stof een E-nummer heeft betekent dat dat de Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) deze goed onderzocht en gecontroleerd heeft en dat het gebruik ervan veilig is. (Pas als zeker is dat een stof niet schadelijk is voor de gezondheid en je er niet te veel van binnen kunt krijgen, krijgt een stof een E-nummer.)

Waar zit aspartaam zoal in?

Je vindt aspartaam vooral in dranken en snoep.

Voorbeelden van producten waar aspartaam (E951) in voorkomt, zijn:

• zuivelproducten

• ijs

• chocolade

• ontbijtgranen

• zoetzure vis in blik of glas

• soepen

• vruchtendranken

• frisdranken

Aspartaam-acesulfaamzout (E962) zit onder andere in:

• zuivelproducten

• jam

• boterhampasta (bijvoorbeeld op basis van cacao)

• ontbijtgranen

• koek en gebak

• zoetjes

• vruchtendranken

• desserts

Deze lijsten zijn niet volledig: aspartaam(-acesulfaamzout) kan in heel veel producten voorkomen. Als het in een bepaald product gebruikt is, dan staat de naam of het E-nummer op het etiket.

Wat doet je lichaam met aspartaam?

Je lichaam zet aspartaam om in de aminozuren fenylalanine en asparaginezuur, en daarbij ontstaat methanol. Dit zijn alle drie stoffen die je lichaam goed kan verwerken.

In grote hoeveelheden kan methanol wel gezondheidsproblemen zoals blindheid veroorzaken. Uit één liter light-frisdrank gezoet met aspartaam kan 55 milligram methanol gevormd worden. Dit is minder dan er van nature in één liter vruchtensap zit, zo relativeert het Voedingscentrum.

Is aspartaam ongezond?

Over aspartaam doen verhalen de ronde dat dit schadelijk voor de gezondheid zou zijn. Die zijn volgens het Voedingscentrum vaak gebaseerd op verkeerde conclusies en onzorgvuldige onderzoeken.

Zo heeft het Italiaanse Ramazzini Instituut in 2006 en 2007 twee studies gepubliceerd waaruit zou blijken dat ratten kanker krijgen als gevolg van aspartaam. De EFSA heeft deze studies zeer goed bekeken en geconcludeerd dat de ratten al ziek waren voor aanvang van de test. De gevonden tumoren waren niet het gevolg van het toedienen van aspartaam, maar van chronische ontstekingen aan de ademhalingsorganen van de proefdieren. Daarbij bleek de statistiek in het onderzoek niet te kloppen.

Wel is het zo dat mensen met de erfelijke aandoening fenylketonurie (PKU) moeten oppassen met aspartaam: voor hen is de kunstmatige suikervervanger niet geschikt.

Hun lichaam kan het aminozuur fenylalanine uit aspartaam niet goed afbreken, met negatieve effecten in de hersenen tot gevolg. Producten met aspartaam (E951 en E962) staat voor mensen met deze aandoening de waarschuwing “bevat aspartaam (een bron van fenylalanine)” of “bevat een bron van fenylalanine”.

Elke baby in Nederland wordt overigens op deze ziekte getest door middel van de hielprik.

Dus je kunt aspartaam (bijna) ongelimiteerd consumeren?

Aspartaam kun je, net als andere E-nummers, veilig eten en drinken. Zelfs als je erg veel lightproducten gebruikt, krijg je bij een normaal eetpatroon niet te veel van deze zoetstof binnen.

Een lightproduct kan een goed alternatief zijn voor een 'gewoon' levensmiddel. Het is echter niet zo dat het per definitie gezond is: het kan passen in een gezond voedingspatroon, maar het is niet zo dat je alle lightproducten onbeperkt kunt consumeren. Sommige bevatten nog steeds veel calorieën.

Sommige mensen willen aspartaam of andere E-nummers toch liever vermijden. Dat is niet nodig, maar er is ook niets op tegen. Aspartaam zit vaak in bewerkte producten die niet in de Schijf van Vijf zitten. Dat is voor het Voedingscentrum reden om het te vaak of te veel consumeren van deze producten af te raden.







ARTIKEL: JOUW MEDICIJN NIET LEVERBAAR DOOR EEN QUOTUM? DIT IS HOE HET ZIT.
Bron: Redactioneel/Radar/Zorg.nu.

Wat als je medicijnen gebruikt die van levensbelang zijn en door een quotum bij de fabrikant ineens niet meer leverbaar zijn? Het gebeurde Benjamin (17) met epilepsie. Hij is afhankelijk van het medicijn Vimpat en als hij dit medicijn niet neemt krijgt hij heftige aanvallen en kan hij zelfs overlijden.

Consumentenprogramma Radar besteedde op 18 maart aandacht aan het onderwerp. Zorgverzekeraars, de politiek en ook professoren lijken niet op de hoogte te zijn van medicijnquota. Carin Uyl, hoogleraar Evaluatie Gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit, vindt dit verontrustend.

De moeder van Benjamin vraagt zich af hoe het kan dat een medicijn ineens niet meer leverbaar is. Dat zit zo: de fabrikant levert een bepaald aantal medicijnen aan een land, op basis van het marktaandeel. De apotheker kan vervolgens een bepaald aantal van deze medicijnen inkopen. Als de medicatie voor de maand op is, kan het zijn dat de groothandel niet meer aan de apotheek kan leveren en jouw medicijn is dan niet meer verkrijgbaar voor die maand.

De fabrikant stelt het quotum, om te zorgen dat groothandels niet kunnen gaan handelen met grote hoeveelheden medicijnen. De Vereniging Innovatieve Medicijnen (VIM) zegt dat er inderdaad sprake is van een verdeling.

'Parallelexport'

Als de medicijnen bij een bepaalde apotheek op zijn, kan deze apotheek bij andere apothekers navragen of het medicijn daar nog beschikbaar is. Pas als er een aantal maanden sprake is van een tekort kan de fabrikant de verhoogde vraag aanpassen. Het quotum is bedoeld om te zorgen dat dat medicijnen niet worden doorverkocht aan het buitenland, omdat daar de prijzen hoger liggen dan in Nederland. Dit heet 'parallelexport'. Het is bij de VIM niet duidelijk of hier ook sprake van is bij het medicijn Vimpat.

Carin Uyl-De Groot, hoogleraar Evaluatie Gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit, vindt het verontrustend dat een fabrikant kan bepalen hoeveel medicijnen er aan een land geleverd kunnen worden en hier een limiet aan mag stellen. Uyl-De Groot vindt dat de politiek in beweging moet komen om meer inzicht te krijgen in de parallelimport- en export.







ARTIKEL: TWEEDE KAMER WIL DUIDELIJKHEID OVER FACULTATIEF PROTOCOL.
Bron: Redactioneel/Ieder(in).

De Tweede Kamer heeft dinsdag een motie aangenomen van GroenLinks en PvdA waarin de regering verzocht wordt om vóór de zomer te komen met een standpunt over het zogenaamde Facultatief Protocol van het VN-verdrag Handicap en twee andere mensenrechtenverdragen. Deze aanvullende verklaring bij het verdrag maakt het mogelijk om rechtstreeks een klacht in te dienen bij het VN-Comité in Genève als het VN-verdrag Handicap niet wordt nageleefd.

Het kabinet heeft deze verklaring niet ondertekend en de motivering daarvoor blijft al ruim 2 jaar uit. De Alliantie VN-verdrag, waarin ook Ieder(in) zit, heeft hierover een brandbrief geschreven aan de Kamer. We zijn verheugd dat de motie van GroenLinks en de PvdA is aangenomen en zien de reactie van de regering tegemoet.

Op de lange baan.

Opmerkelijk genoeg kwam de regering, op de dag dat de motie werd ingediend, met een brief waarin staat dat er op dit moment een evaluatie plaatsvindt van de klachtencommissies van het VN-Comité en dat de regering de uitkomsten daarvan in 2020 wil afwachten. Ook staat in de brief dat het uitgebrachte advies van de Raad van State over o.a. het Facultatief Protocol aanleiding geeft tot nadere overweging wegens de mogelijke financiële en juridische gevolgen van ratificatie.

De brief geeft geen inhoudelijke motivatie voor het niet ondertekenen en daarmee wordt op z’n minst de schijn gewekt dat besluitvorming op de lange baan geschoven wordt. Ondertussen kunnen burgers in Nederland – in tegenstelling tot al onze omringende landen – nog steeds geen gebruik maken van het individuele klachtrecht. Ieder(in) en de Alliantie vinden het niet uitlegbaar dat dit proces zo lang moet duren en beraden zich op de vervolgstappen. Daarbij zullen we ook vragen om inzage te krijgen in het advies dat de Raad van State heeft gegeven.







ARTIKEL: ONRUST DOOR KANKERVERWEKKENDE STOF IN BLOEDDRUKMEDICIJN: ‘SCHANDELIJK!’
Bron: Redactioneel/BN De Stem/ANP MediaWatch.

De gezondheidsinspectie gaat bloeddrukmedicijnen van 16.000 patiënten in Nederland terugroepen met de werkzame stof losartan. De medicijnen zijn mogelijk vervuild met een kankerverwekkende stof. Patiënten maken zich zorgen. ,,Je staat met je rug tegen de muur.’’

De chemische stof genaamd NMBA werd in ‘een beperkt aantal partijen’ van de medicijnen aangetroffen, meldt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Het gaat om de bloeddrukverlagers van Apotex en Accord Healthcare. De vervuiling is veroorzaakt in een fabriek van het grootste farmaceutische bedrijf van India, Hetero Labs. Dat leverde de werkzame stof aan allerlei farmaceutische bedrijven elders op de wereld.

Vorige maand bleek na onderzoek van NRC al dat wereldwijd miljoenen mensen onder wie 160.000 Nederlanders de afgelopen zes jaar de vervuilde valsartan en irbesartan hebben geslikt. Deze pillen behoren tot dezelfde chemische groep. ,,Ik heb toen meteen contact opgenomen met mijn apotheek, want losartan is daar een zusje van,’’ verklaart Dolf Schellekens (43) uit het Gelderse Elst. ,,Toen heeft de apotheek tegen mij gezegd: dat is veilig.’’

"In principe is elk vervuild pilletje een kansje dat kanker wordt getriggerd."

Dolf Schellekens.

Verontreiniging.

De inspectie zegt de afgelopen periode regelmatig vragen te hebben gekregen van patiënten en behandelaars over mogelijke verontreiniging. ,,Ten tijde van deze vragen was deze verontreiniging nog niet bekend. Omdat dat inmiddels wel duidelijk is, vinden we het belangrijk om dit nu bekend te maken’’, erkent de IGJ.

Projectmanager Schellekens slikt het medicijn niet voor zijn bloeddrukverlagende werking, maar vanwege de hartkwaal, het syndroom van marfan. ,,Mijn cardioloog heeft twee weken geleden nog bij bij ingeprent hoe belangrijk mijn medicijnen zijn: ‘Jij bent jij met je medicijnen’.’’ Het medicijn moet bij Schellekens voorkomen dat zijn aorta scheurt, de slagader bij je hart. Hij baalt. ,,In principe is elk vervuild pilletje een kansje dat kanker wordt getriggerd.’’

De hoeveelheden van deze chemische stof die in losartan zijn gevonden, zijn volgens de inspectie gering. ,,De kans dat een patiënt daadwerkelijk kanker krijgt bij gebruik van de verontreinigde medicijnen is erg klein.’’ Maar hoeveel van de vervuilde stof erin zat, maakt de inspectie niet bekend.

‘Schandaal nog groter’

De gezondheidsinspectie riep vorig jaar zeker drie keer vervuilde hartmedicijnen terug met de werkzame stof valsartan vanwege de mogelijk kankerverwekkende stoffen NDEA en NDMA. Schellekens: ,,Zelfs als de vervuiling aan het licht komt, blijkt dus later dat het schandaal nog groter is.’’ Hij stelt vraagtekens bij het vertrek van allerlei farmaceutische concern naar landen als China en India. ,,Alle medicijnproductie is uit Europa vertrokken omdat het allemaal maar goedkoper en goedkoper moet. Ik ben geen erg zorgelijk type maar het frustreert me enorm dat overheden er niks tegen doen dat die farmaceuten daarbij risico’s nemen die tot dit soort zaken leiden.’’

Columnist van het AD Marjan Berk (86), die ook van bloeddrukmedicijn moest wisselen, valt hem bij. ,,Je bent overgeleverd aan zorgmensen die alles voor een koopje doen. Farmaceuten besteden dit uit aan India of China en dan zit er rotzooi in. Ik vind het behoorlijk schandelijk!’’ Schellekens vreest dat goedkoop op de lange termijn duurkoop is. ,,Er moeten hele partijen worden weggegooid en je kunt er kanker van krijgen. Ik snap dat kosten gedrukt moeten worden, maar bij medicijnen sta je met je rug tegen de muur. Hoe slim je ook bent, je bent bij medicijnen kwetsbaar en afhankelijk van anderen.’’







ARTIKEL: SLECHTE MONDGEZONDHEID VERHOOGT RISICO OP HART- EN VAATZIEKTEN.
Bron: Redactioneel/NU.nl/ANP MediaWatch.

Woensdag was het Wereld Mondgezondheidsdag. Volgens tandarts Richard Kohsiek zouden we veel vaker stil moeten staan bij onze mond: "Mondgezondheid weerspiegelt algehele gezondheid."

Wat is eigenlijk een goede mondgezondheid?

"In de mond heb je goede en slechte bacteriën. Zolang er evenwicht is, is er weinig aan de hand. Het gaat mis als de slechte bacteriën de overhand krijgen."

"Tandplaque, het witte laagje dat soms op je tanden ontstaat, wordt gevormd door bacteriën en voedselresten. Door verkalking ontwikkelt het zich tot tandsteen op plekken waar de tandenborstel niet bij kan."

Waarom is dat slecht voor de mondgezondheid?

"Omdat tandsteen onder het tandvlees kan gaan groeien. Daar kan het voor ontstekingen en botafbraak van het gebit zorgen. Doordat het tandvlees een beetje van de tanden en kiezen af komt te staan, ontstaat er ruimte waarlangs schadelijke mondbacteriën in de bloedbaan kunnen terechtkomen."

Is dat gevaarlijk?

"Dat kan inderdaad gevaarlijk zijn. Een schadelijke bacterie kan zich bijvoorbeeld hechten aan een hartklep en daar een ontsteking veroorzaken. Uit onderzoek blijkt dat ook parodontitis, ernstig ontstoken tandvlees, het risico op hartproblemen met meer dan de helft verhoogt. En omgekeerd: dat het behandelen van parodontitis een positief effect heeft op de conditie van het vaatstelsel."

Welke verbanden zijn er nog meer?

"Een andere relatie is die tussen parodontitis en diabetes. Parodontitis komt twee tot drie keer vaker voor bij mensen met diabetes. Waarschijnlijk doordat de weerstand tegen infecties verslechtert dankzij de niet goed ingestelde bloedsuikerspiegel. Ook kunnen ontstekingen in het lichaam, zoals in de mond, de suikerspiegel ontregelen."

"Daarnaast zijn er aanwijzingen voor een relatie tussen een slechte mondgezondheid en reuma en een slechte mondgezondheid en dementie en depressie. Daar wordt momenteel onderzoek naar gedaan."

Er is ook een verband tussen een tandvleesontsteking en vroeggeboorte. Hoe zit dat?

"Zwangere vrouwen lopen meer risico op tandvleesontsteking. Waarschijnlijk door de verhoogde hormoonspiegel. En dat geeft een hoger risico op vroeggeboorte en kinderen met een laag geboortegewicht. Als je zwanger bent, is goed poetsen dus extra belangrijk. Ga met een tandvleesontsteking direct naar de tandarts."

Hoe houden we de mond gezond?

"Door minstens twee keer per dag te poetsen en dagelijks te stokeren. En door niet te veel, maar vooral ook niet te vaak te eten. Elke keer als we iets in onze mond stoppen, vieren de mondbacteriën feest. Onze voeding is namelijk ook voeding voor bacteriën. Bij de vertering van suikers en zetmeel scheiden ze zuren uit. Dat verhoogt de zuurgraad in de mond. Daardoor ontstaan gaatjes."

"De mond herstelt de balans zelf doordat ons speeksel de zuren neutraliseert. Maar dat kost tijd. Eet en drink na een maaltijd twee tot tweeënhalf uur niets. Als je dan toch koekjes wilt eten, neem er dan drie tegelijk in plaats van drie koekjes verspreid over de dag. Dan hoeft de mond maar één keer zo'n zuuraanval te verwerken. Ook roken is slecht voor de mondgezondheid."

Hoe zit dat?

"Rokers zijn vatbaarder voor ontstoken tandvlees dan niet-rokers. Dat komt doordat de vernauwing van de bloedvaten ervoor zorgt dat hun tandvlees minder doorbloed is. Daardoor neemt de afweer tegen bacteriën in de tandplaque af."

"Vaak hebben rokers niet in de gaten dat hun tandvlees ontstoken is doordat het tandvlees minder snel bloedt. Ook dat komt door de vernauwde bloedvaatjes. Roken bevordert dus niet alleen tandvleesontsteking, het onderdrukt ook de signalen."

De mond als kompas.

Een ongezonde mond kan een kompas zijn van wat er mis is in de rest van het lichaam, stelt ook hoogleraar Orale Geneeskunde Fred Rozema, verbonden aan het Academisch Centrum voor Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) en het Amsterdam UMC. "Bepaalde onderliggende ziektes kun je in de mond zien. Blaasjes in de mond kunnen bijvoorbeeld duiden op bijwerkingen van geneesmiddelen. Een droge mond kan een signaal van suikerziekte zijn. Het is belangrijk dat tandartsen de patiënt bij dit soort aanwijzingen doorverwijst naar de huisarts."

Welke tandenborstel moeten we gebruiken?

"Een elektrische. Die houdt de druk op de tanden overal gelijk. Bovendien zit er vaak een timer op. Om alle plaque te verwijderen is twee minuten poetsen noodzakelijk. De gemiddelde Nederlander haalt amper de helft."

En tandpasta?

"Tandpasta gebruiken we niet om tandplaque te verwijderen, maar om fluoride in de mond te brengen. Dat beschermt het tandglazuur. Kies dus altijd een tandpasta met fluoride. Spoel je mond na het poetsen niet uit. Gewoon de tandpasta uitspugen is voldoende. Zeker voordat je naar bed gaat. De fluoride kan dan in alle rust de hele nacht zijn werk doen."

Richard Kohsiek is bestuurslid bij de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT). In die functie houdt hij zich bezig met de kwaliteit van mondzorg in brede zin en de relatie tussen een gezonde mond en de algemene gezondheid van mensen, specifiek bij kinderen en ouderen.







ARTIKEL: NZa WERKT VERDER AAN NIEUWE BEKOSTIGING WIJKVERPLEGING.
Bron: Redactioneel/NZa.

In 2019 start de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voor de wijkverpleging met de volgende fase in de vernieuwing van de bekostiging. In de voortgangsrapportage doorontwikkeling bekostiging wijkverpleging geven we een stand van zaken en de richtingen voor het vervolg.

We werken in dit traject nauw samen met wijkverpleegkundigen, zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Uniek is de samenwerking met wetenschappers binnen het wetenschappelijk programma wijkverpleging. Zo zorgen we voor een gedegen wetenschappelijke onderbouwing.

Huidige situatie.

In de huidige bekostiging krijgen zorgaanbieders betaald per uur. Het stimuleren van zelfredzaamheid, bijvoorbeeld cliënten leren hoe ze zelf hun ogen kunnen druppelen loont in het huidige systeem niet. Ook is er beperkt inzicht in de verwachte aard en omvang van de zorg per cliënt. Daarnaast is er weinig inzicht in de kwaliteit en uitkomsten van de zorg. Ook is het voor zorgaanbieders moeilijk om systeemfuncties te organiseren, zoals de regionale beschikbaarheid van niet planbare wijkverpleging in de avond, nacht en het weekend, coördinatie en samenwerking en preventie.

Einddoel.

Voor de lange termijn zien we integrale bekostiging van zorgnetwerken rond de cliënt als het eindperspectief. Dit houdt in dat de bekostiging is gericht op een bundel van verschillende zorgvormen, over de verschillende schotten heen, waarbij de patiënt en zijn zorgbehoefte centraal staat. Zo willen we ook in de bekostiging stimuleren dat de wijkverpleegkundige samenwerkt met bijvoorbeeld de fysiotherapeut, de huisarts en de praktijkondersteuner om mensen de juiste zorg te geven.

Eerste stap.

Op de kortere termijn kunnen we al een aantal stappen zetten. We richten ons daarbij op een bekostigingsmodel dat is gebaseerd op groepen cliënten met vergelijkbare kenmerken. We hebben hiervoor meer inzicht nodig in de verschillen in zorgzwaarte en voorspellende kenmerken van cliënten.

Het doel is dat in een dergelijk systeem een zorgaanbieder niet meer per uur per cliënt betaald wordt, maar per periode per type cliënt; een casemix systeem. Op basis van een beperkt aantal belangrijke cliëntkenmerken proberen we vooraf in te schatten hoeveel zorg een bepaald type cliënt nodig heeft. De eerste resultaten laten zien dat er kenmerken zijn die veel invloed hebben op de zorg die wijkverpleegkundigen en verzorgenden bieden aan een cliënt. Dit gaan we verder onderzoeken en testen in de praktijk bij een aantal pilot-zorgaanbieders.

Pilots.

De Amsterdamse thuiszorgorganisatie Cordaan is een van de deelnemers aan de pilot en ziet als voordeel dat ze aan de tekentafel mee kunnen praten over de toekomst van de wijkverpleging. Ronald Schmidt, bestuurder van Cordaan: “Wij hebben nu gezien dat het werken met een nieuwe bekostiging met vaste maandbedragen per klant het professioneel handelen van onze wijkverpleegkundigen bevordert.” Schmidt is enthousiast over de zorgvuldigheid en nieuwsgierigheid naar elkaar van alle partijen die hier samen aan werken. Wat hij hoopt dat eruit komt? “Een nieuwe bekostiging die aansluit bij de praktijk en bij lopende bekostigingsexperimenten, herkenbaar is voor onze professionals en rechtdoet aan de zorgvraag van bepaalde doelgroepen, maar ook preventie beloont”, aldus Schmidt.







ARTIKEL: UNIVERSITEIT TWENTE ZET SAMEN MET REUMANEDERLAND VOLGENDE STAP VOOR INJECTEERBARE PLEISTER BIJ KNIEARTROSE.
Bron: Redactioneel/Reuma Nederland.

De Developmental BioEngineering onderzoeksgroep van de Universiteit Twente werkt aan een hoopvolle doorbraak in de behandeling van artrose, de meest voorkomende reumatische aandoening. De onderzoeksgroep wil een injecteerbare pleister voor knieartrose verder ontwikkelen en beginnen met de eerste testen in patiënten. Het onderzoek moet onder andere mogelijk maken dat (stam)cellen in de injecteerbare pleister kunnen worden verpakt die zorgen voor beter herstel van kraakbeen. ReumaNederland stelt 600.000 euro beschikbaar voor deze onderzoeksgroep die tevens door ReumaNederland de titel Research Centre of Excellence krijgt toegekend.

Met de Research Centres of Excellence die voorop lopen in het onderzoek naar artrose wil ReumaNederland een doorbraak stimuleren in de behandeling van mensen met artrose. Artrose treft bijna 1,4 miljoen mensen in Nederland. Behandelingen zijn nu nog beperkt tot leefstijladviezen, pijnbestrijding en oefentherapie en in het uiterste geval een prothese. De komende periode worden in totaal zeven universitaire onderzoeksgroepen in Nederland benoemd tot Research Centres of Excellence voor artrose. Voor de Research Centres artrose stelt ReumaNederland in totaal 3,8 miljoen euro beschikbaar.

Doorbraken nodig die het leven met artrose verbeteren.

Veel mensen met artrose worden dagelijks beperkt door pijn en door kapotte gewrichten die moeilijk bewegen. Recent onderzoek van ReumaNederland onder mensen met artrose bevestigt dat ondanks de huidige behandelingen 97% van de mensen met artrose hinder ervaart in hun dagelijks leven. Zij worden door pijn, verminderde mobiliteit en vermoeidheid beperkt bij dagelijkse handelingen zoals lopen, opstaan, traplopen of het openmaken van verpakkingen. Dat heeft grote invloed op hun arbeidsproductiviteit en hun sociale leven.

Prof. dr. Marcel Karperien, hoofdonderzoeker van het Research Centre of Excellence van de Universiteit Twente: “De injecteerbare pleister is al in ontwikkeling en de resultaten tot nu toe stemmen ons positief. De komende vijf jaar willen we benutten om de pleister verder door te ontwikkelen maar ook om daadwerkelijk te gaan beginnen met testen in patiënten. Met de steun van ReumaNederland verwachten wij binnen 1 à 2 jaar de pleister te kunnen gaan testen in de eerste tien patiënten.”

Lodewijk Ridderbos, algemeen directeur ReumaNederland: “Wij willen dat er voor de grote groep Nederlanders met artrose behandelingen komen die hun klachten en beperkingen écht aanpakken. Een injecteerbare pleister die defecten in het kraakbeen kan herstellen is daar een belangrijke stap in. We kijken dan ook uit naar de resultaten in het onderzoek prof. dr. Marcel Karperien. Er is veel behoefte aan doorbraken uit wetenschappelijk onderzoek die de pijn en beperkte mobiliteit bij artrose verhelpen.”

Over artrose.

Artrose is een aandoening van het kraakbeen en bot van in de gewrichten. Bij artrose wordt het kraakbeen in de gewrichten dunner en brokkelig. Soms verdwijnt het helemaal. Beschadigingen van het onderliggende bot komen ook voor bij artrose en het bot kan gaan vervormen, waardoor benige uitsteeksels ontstaan. Het verlies van kraakbeen, het over elkaar heen schuren van bot en de ontstane botuitsteeksels zorgen voor pijn en stijfheid in de gewrichten. In Nederland hebben bijna 1,4 miljoen mensen artrose in één of meerdere gewrichten. Artrose is daarmee de meest voorkomende vorm van reuma.







ARTIKEL: ALZHEIMERDIAGNOSE VIA OOGSCAN?
Bron: Redactioneel/Alzheimer Nederland.

Volgens Amerikaanse onderzoekers kunnen bloedvaten in de ogen gebruikt worden bij de diagnose alzheimer (Kijk magazine). Ze stellen dat de bloedvaatjes op het netvlies, net als de kleine bloedvaten in de hersenen, veranderen door de ziekte van Alzheimer. Het netvlies ontwikkelt zich vanuit de hersenen, bevat ook zenuwcellen en is, zo denken de onderzoekers, een spiegel voor wat er gebeurt in het brein.

De onderzoekers gebruiken de meetmethode OCTA (Optical Coherence Tomography Angiografie) om de vaatjes in het oog zichtbaar te maken. Met deze methode vergeleken de onderzoekers de ogen van 39 mensen met de ziekte van Alzheimer, 37 mensen met milde geheugenklachten en 133 gezonde mensen. Uit het onderzoek bleek dat op het netvlies van mensen met alzheimer of met milde klachten minder bloedvaten aanwezig zijn dan bij de gezonde mensen. Dit verschil komt niet door leeftijd of geslacht, maar lijkt echt te komen door de ziekte.

Onderzoek nog in kinderschoenen.

Ulrich Eisel van Rijksuniversiteit Groningen zegt in het Kijkmagazine: ‘Netvliesanalyse is inderdaad een strategie om alzheimer in een vroege stadium te diagnosticeren. En een vroege diagnose van alzheimer bij patiënten maakt theoretisch gezien ook vroege interventies mogelijk om deze ziekte te behandelen of tenminste te vertragen.’ Wel voegt hij toe dat het onderzoek nog in de kinderschoenen staat en er nog verder onderzoek nodig is om de bevindingen te bevestigen.

Ook andere ziekten?

Belangrijk voor iedere nieuwe methode is niet alleen het verschil tussen gezonde mensen en mensen met de ziekte van Alzheimer, maar ook tussen gezonde mensen en mensen met andere ziekten. Het is bijvoorbeeld bekend dat diabetes ook invloed heeft op de kleine bloedvaten. Verder onderzoek moet uitwijzen of het gevonden resultaat uniek is voor de ziekte van Alzheimer.

Veelgezocht alternatief.

Een oogtest is een veelgezocht alternatief voor dure en belastende testen zoals een hersenscan en een ruggenprik. Ook in Nederland wordt hier onderzoek naar gedaan. Alzheimer Nederland maakte bijvoorbeeld drie onderzoeken voor in totaal 276.000 euro mogelijk, die kijken of de bloedvaten in de ogen ook het Alzheimereiwit bevatten. Mogelijk zou dit heel specifiek wijzen op de ziekte van Alzheimer.







ARTIKEL: ENQUÊTE NAAR ERVARING KEUKENTAFELGESPREK WMO.
Bron: Redactioneel/BOSK.

Een team van vijf studenten doet onderzoek naar het verloop van de keukentafelgesprekken in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), vanuit het perspectief van de cliënt. Zij nodigen je uit om deel te nemen aan de enquête.

Met dit onderzoek willen we meer inzicht krijgen in hoe de Wmo-cliënt een keukentafelgesprek ervaart, wat (eventuele) cliënten belangrijk vinden en waar men struikelblokken ervaart.

Via deze link (nieuw venster) kun je deelnemen aan dit onderzoek door het invullen van een vragenlijst. Dit zal ongeveer 15 minuten van uw tijd in beslag nemen.







ARTIKEL: UITBREIDING VROEGOPSPORING VAN MENSEN MET CHRONISCHE NIERSCHADE WENSELIJK, MAAR MOEILIJK TE REALISEREN.
Bron: Redactioneel/NIVEL.

Door de vergrijzing neemt het aantal mensen met één of meer chronische aandoeningen toe. Zo ook het aantal mensen met chronische nierschade. Hoe eerder het wordt ontdekt, des te groter de kans dat verdere achteruitgang kan worden vertraagd of gestopt. Het Nivel onderzocht in opdracht van de Nierstichting of mensen met chronische nierschade tijdig genoeg worden opgespoord. En of het wenselijk en haalbaar is om de vroegopsporing van deze mensen verder uit te breiden.

Chronische nierschade leidt lang niet altijd tot waarneembare klachten en wordt vaak pas opgemerkt als de nieren nog maar voor 30 procent of minder functioneren. Daardoor krijgen niet al deze mensen een behandeling die gericht is op het vertragen van verdere achteruitgang. Tijdig opsporen van deze mensen is belangrijk maar niet eenvoudig te realiseren, zo blijkt uit het onderzoek.

Helft van patiënten met chronische nierschade wordt niet opgespoord.

Uit onderzoek blijkt dat zo’n 10% van de Nederlandse bevolking chronische nierschade heeft. Daarvan is naar schatting de helft bekend; zij worden met name bij de huisarts geïdentificeerd doordat zij andere aandoeningen hebben waarbij de nierfunctie wordt bepaald (zoals diabetes of een hart- en vaatziekte). De andere helft van de mensen met chronische nierschade, dus zo´n 5% van de bevolking, blijft onbekend in de zorg. Juist het opsporen van deze mensen is lastig, omdat zij vaak geen klachten of specifieke kenmerken hebben en niet binnen de risicogroepen vallen.

Breder screenen nu nog niet haalbaar.

Aan de hand van de tien criteria van Wilson en Jungner voor het bepalen of screening wenselijk en (kosten)effectief is, hebben screeningsexperts breder screenen op chronische nierschade besproken. Zij gaven aan voor een aantal criteria meer informatie nodig te hebben. Zo is er behoefte is aan meer kennis over het natuurlijk beloop van nierschade, over de doelgroepen die met de huidige opsporingsprocedures worden gemist en over de vraag of vroege opsporing voor deze doelgroepen gezondheidswinst geeft.

Ook de experts op het gebied van chronische nierschade (CNS-experts) hebben aangegeven dat breder screenen wenselijk is. Er is echter onvoldoende kennis en consensus over hoe de screening het best verbeterd kan worden en bij welke groepen dit het meest effectief is. Iedereen screenen lijkt te duur en te arbeidsintensief. Gericht screenen wordt bemoeilijkt omdat deze mensen vaak geen klachten of specifieke kenmerken hebben en niet binnen de risicogroepen vallen. Op dit moment lijkt uitbreiden van screenen dan ook niet haalbaar.

Verbetering mogelijk door beter monitoren en opportunistisch screenen.

De CNS-experts hebben enkele suggesties gedaan om mensen met een chronische nierschade beter op te sporen en te volgen. Zo raden zij aan om bij alle patiënten bij wie volgens de richtlijnen de nierfunctie moet worden gemeten, deze daadwerkelijk geregeld te bepalen en de behandeling indien nodig aan te passen.

Het onderzoek.

Het Nivel heeft in opdracht van de Nierstichting uitgebreid literatuuronderzoek gedaan naar de mogelijkheden en belemmeringen voor het screenen op chronische nierschade in de (inter)nationale wetenschappelijke literatuur en in richtlijnen. Daarnaast zijn er twee bijeenkomsten met focusgroepen geweest één met screeningsexperts en één met CNS-experts.







ARTIKEL: INFOGRAPHIC PERSONEELSNORM: MOGELIJKHEDEN EN VERPLICHTINGEN.
Bron: Redactioneel/ActiZ.

De nieuwe Personeelsnorm voor verpleeghuizen helpt zorgorganisaties bij een verantwoorde personeelssamenstelling. In een infographic zet ActiZ de mogelijkheden en de verplichtingen van de Personeelsnorm handzaam op een rij.

De Personeelsnorm voor verpleeghuizen is ontwikkeld door de Stuurgroep Kwaliteit Verpleeghuiszorg (onder meer ActiZ, V&VN en Zorgverzekeraars Nederland) en geeft kaders om te komen tot voldoende en bekwaam personeel in verpleeghuizen. Eerder dit jaar nam het Zorginstituut Nederland de norm op in het Register, de centrale plek voor informatie over kwaliteit van zorg.

De sleutel voor goede zorg ligt niet in één kwantitatieve norm, maar bij een verantwoorde personeelssamenstelling. Daarbij moet rekening gehouden worden met de behoeften van bewoners en medewerkers. Een palet aan instrumenten kan het gesprek hierover binnen zorgorganisaties faciliteren. De infographic zet de mogelijkheden en verplichtingen op een rij.







ARTIKEL: GOEDKOOP IS DUURKOOP, OOK BIJ HULPMIDDELEN.
Bron: Redactioneel/Ieder(in).

Hulpmiddelen zijn voor mensen met een ziekte of beperking essentieel om zo zelfstandig mogelijk hun leven te kunnen leiden. Gemeenten verstrekken veel van deze voorzieningen – zoals bv. een rolstoel, een tillift of een scootmobiel – vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Ze maken hiervoor afspraken met leveranciers. Het regelen van hulpmiddelen verloopt niet altijd even vlot.

Vorig jaar zijn de belangrijkste problemen op een rij gezet. Waar lopen mensen vooral tegenop? De belangrijkste punten die daaruit naar voren kwamen:

• gebrek aan maatwerk (er werd niet uitgegaan van wat de aanvrager écht nodig heeft)

• het niet kunnen meenemen van een hulpmiddel bij verhuizingen

• lange levertijden

• slechte bereikbaarheid, slechte kwaliteit en nogal wat kwaliteitsverschillen tussen gemeenten

In de praktijk komt het er vaak op neer dat het maar net afhangt van de gemeente waar je woont, of de aanvraag, verstrekking en kwaliteit van de hulpmiddelen in orde is. Ieder(in) heeft hierover samen gehandicapten- en patiëntenorganisaties regelmatig aan de bel getrokken. Landelijk, maar ook bij de gemeenten.

Samenwerking.

Vooral op praktisch niveau bij gemeenten is veel verbetering mogelijk. Samen met de Dwarslaesie organisatie Nederland, Spierziekten Nederland, de vereniging voor revalidatieartsen en VNG geeft Ieder(in) in een brochure tips en adviezen wat iedereen die bij aanvragen betrokken is, kan doen (hieronder te downloaden). Snel en goed contact tussen de revalidatiearts, zorgprofessionals, Wmo-consulenten en de aanvrager blijkt steeds weer een voorwaarde om tot maatwerk te komen. Dit lijkt voor de hand te liggen, maar dat is het helaas in de praktijk niet. Zeker niet daar waar haast is geboden of als het gaat om hulpmiddelen bij complexe hulpvragen. Samenwerken helpt dus.

Inkoop.

Tegelijk is er nog veel winst te behalen bij de inkoop van hulpmiddelen. Waar gemeenten vooral veel aandacht hebben voor de prijs, is verstandige inkoop toch echt gediend bij veel meer aandacht voor de kwaliteit van de hulpmiddelen. Goedkoop = duurkoop, dat gaat ook op voor hulpmiddelen zo blijkt in de praktijk.

Voor die kwaliteitsslag is nu echt nodig dat de bruikbaarheid voor de mensen die een beroep doen op de hulpmiddelen voorop staat. Van belang is dus de inbreng van lokale belangenbehartigers, het gehandicaptenplatform en patiëntvertegenwoordigers.

Leidraad.

Bij gemeenten bleek behoefte te zijn aan een soort leidraad voor de inkoop van hulpmiddelen. Om te voorkomen dat elke gemeente voor zich probeert er een goede lijn in te vinden, is de bestaande handreiking vernieuwd door onder meer Ieder(in), gemeentekoepel VNG en hulpmiddelenleveranciers. Met daarin dus veel meer aandacht voor kwaliteit.
Ieder(in) is benieuwd of uw gemeente de nieuwe handreiking kent en ook daadwerkelijk gaat gebruiken bij de nieuwe ronde voor de inkoop van hulpmiddelen. Ook horen wij graag of de nieuwe handreiking daadwerkelijk bijdraagt aan een verbetering van de uitvoeringspraktijk. Ervaringen delen kan ook via www.platformklink.nl







ARTIKEL: EUROPA PER ROLSTOEL: EEN VERRASSEND PERSPECTIEF.
Bron: Persbericht/EO.

Hoe ziet Europa eruit door de ogen van mensen met een lichamelijke handicap? Om een antwoord te krijgen op die vraag maakt filmmaker Mari Sanders, die als gevolg van Cerebrale Parese afhankelijk is van een rolstoel, een ongewone reis door Europa. In de EO-documentaireserie ‘Rolstoel Roadmovie’ reist hij kriskras over het continent: van Italië naar Zweden en van Engeland tot Bulgarije. De driedelige serie zit boordevol ontwapenende ontmoetingen en toont steeds weer de universele kracht van doorzettingsvermogen.

Zo’n 80 miljoen mensen in Europa hebben een handicap; het is de grootste minderheidsgroep. Hoewel Europa streeft naar eenheid, gelijkwaardigheid en gedeelde menselijke waarden, is de praktijk weerbarstig. Afhankelijk van het land betekent dit voor mensen met een lichamelijke beperking bijvoorbeeld dat zelfstandig naar school of werk gaan een dagelijkse strijd is.

Perspectief.

“Omdat mijn vriendin in Boekarest woont, reisde ik al regelmatig door Europa”, vertelt Mari. “Het viel ons op hoe groot de onderlinge verschillen zijn. Hoe kan dat? Zo kwam het idee voor de serie tot stand: een ‘grand tour’ door Europa om te zien hoe verschillende landen omgaan met hun gehandicapte inwoners. Wat zegt dat over een samenleving?”. Eindredacteur Saskia Wielinga vult aan: “Dit is het eerste portret van Europa door de ogen van mensen met een lichamelijke handicap. Een heel interessant perspectief dat inspireert tot reflectie. Met oprechte interesse en gevoel voor humor laat Mari ons ‘zijn’ wereld zien.”

Van inclusie tot instituut.

Elke aflevering van de ‘Rolstoel Roadmovie’ heeft een ander thema. Zo ligt de nadruk in aflevering 1 op opvoeding. Mari vraagt zich af hoe zijn jeugd eruit had gezien als hij in een ander land dan Nederland was geboren. Daarom bezoekt hij de Italiaanse Bana, die ondanks haar visuele handicap les krijgt op een reguliere middelbare school. In het vooruitstrevende Zweden ziet Mari hoe volledige persoonlijke assistentie in z’n werk gaat en in Griekenland wordt hij geconfronteerd met de ‘Middeleeuwse verschrikkingen’ van het leven in een instituut.

Gehandicapteuropa.nl

De Rolstoel Roadmovie wordt uitgezonden rond de Europese verkiezingen en is onderdeel van een groter project. De zoektocht van Mari gaat verder op het platform gehandicapteuropa.nl (disabledeurope.com). “Op dit online platform delen we verhalen over de kleine en grote uitdagingen die mensen met een lichamelijke handicap tegenkomen. Dat doen we met toegankelijk (reis)advies, inspirerende columns én we hebben bonusmateriaal van de serie en de landen die ik heb bezocht”, aldus Mari.







ARTIKEL: VOORSTELLING DE WERELD VAN JAZ.
Bron: Redactioneel/BOSK.

Theater maken voor álle kinderen, dat doet de Vertelfabriek Dordrecht. De wereld van Jaz is een musicale vertelvoorstelling van de Dordrechtse theatermakers, ontwikkeld voor speciale doelgroepen.

Elke zondag van de maand kun je de voorstelling zien bij Theater Babel Rotterdam. Een mooie gelegenheid voor een gezamenlijk uitje!

De planeet van Jaz.

De wereld van Jaz is gebaseerd op het prentenboek De planeet van Jaz. Het is leuk, maar eenzaam op de planeet van Jaz. Hij heeft niemand om mee te spelen. Jaz reist naar andere planeetjes om andere bijzondere figuurtjes te ontmoeten.

De wereld van Jaz.

Met de voorstelling De wereld van Jaz daagt de Vertelfabriek de kinderen uit, vanuit wat ze willen en kunnen, om contact te maken met de ander. Ze willen kinderen meegeven dat iedereen er mag zijn, ook als je anders bent. Verschillen tussen mensen zijn juist leuk!

Een verteller vertelt het verhaal van Jaz die reist naar andere planeten, een speler maakt de bewegingen en een zangeres zingt het lied. Deze interactieve voorstelling is de moeite waard om te bezoeken.

Ben je geïnteresseerd in de voorstelling? Bekijk dan de speellijst en meld je aan. Je kunt de voorstelling zien tot 2 juni, dus wees er snel bij!







ARTIKEL: GROTE INTERNATIONALE VERSCHILLEN MENTALE GEZONDHEIDSPROBLEMEN EN VERMOGEN DAARMEE OM TE GAAN NA RAMPEN.
Bron: Redactioneel/NIVEL.

Na rampen komen specifieke geestelijke gezondheidsproblemen vaker voor, zoals posttraumatische stressstoornis en depressie. Opvallend is dat dit soort mentale problemen vaker voorkomen in welvarende, minder kwetsbare landen, terwijl juist daar het vermogen om professionele ondersteuning en zorg te bieden na rampen verder ontwikkeld is. Dit blijkt uit het habilitatieproefschift van Nivel-onderzoeker Michel Dückers.

In zijn boek ‘On the relativity of the mental health consequences of disasters’ brengt Dückers meerdere studies samen. Hij verbindt verschillende vergelijkende landenstudies aan zijn onderzoek naar de kwaliteit van nazorg bij rampen. De vergelijkende landenstudies bieden inzicht in verbanden tussen geestelijke gezondheidsproblemen, cultuur en sociaaleconomische kenmerken van een populatie. Deze kennis werpt op zijn beurt een verrassend licht op de mate van kwetsbaarheid van een land en zijn inwoners. Niet alleen bij grote verstoringen en rampen maar ook in algemene zin is deze informatie relevant.

Kwetsbaarheidsparadox.

‘In onze veilige, goedgeorganiseerde landen, met goede zorgsystemen en een hoge levensverwachting, zijn we vatbaarder voor gezondheidsproblemen als posttraumatische stressstoornis, angststoornissen, stemmingsstoornissen, middelenmisbruik en ook suïcide,’ aldus Dückers. ‘Wellicht hebben wij in onze geordende, voorspelbare samenleving grotere verwachtingen over het leven. Misschien zijn we als westerlingen minder gewend aan tegenslagen dan mensen in meer kwetsbare landen als Nigeria of Haïti, waar rampen en tegenslagen aan de orde van de dag zijn. Nederland staat in alle lijstjes over geluk, welzijn en gezondheid die ertoe doen, steevast in de top. Paradoxaal genoeg staan we ook hoog op de ranglijst wat betreft mentale gezondheidsproblemen. Dit is des te opmerkelijk, aangezien we beschikken over een kwalitatief hoogstaand en bovendien goed bereikbaar zorgsysteem met veel geschoolde professionals, zowel nationaal als internationaal. Ook bij rampen bepaalt dit de uitgangsituatie voor de mentale nazorg.’

Kwaliteit van nazorg bij rampen.

Dückers’ boek gaat ook in op de psychosociale nazorgprincipes in een rampencontext. Bestaat er consensus onder experts en professionals over de richtlijnen en over de mate waarin deze worden toegepast? Wat betekenen deze richtlijnen en andere principes voor kwaliteitsverbetering van de nazorg en voor crisismanagement? In het licht van zijn landenvergelijkingsstudie geeft Dückers duiding aan deze en andere vragen.

De verdediging van het habilitatieproefschrift van Dückers vond plaats op 18 maart aan de Universiteit van Innsbruck.







ARTIKEL: LEREN EN VERBETEREN TIJDENS VERBETERSESSIE ADMINISTRATIEVE LASTEN.
Bron: Redactioneel/ActiZ.

Minder regels, meer tijd voor zorg. Met als doel om onnodige regeldruk te verminderen, kwamen afgevaardigden van 7 organisaties uit de wijkverpleging en verpleeghuiszorg dinsdag 12 maart in Utrecht bijeen tijdens de verbetersessie. In 2019 worden er nog meer schrap- en verbetersessies georganiseerd vanuit het programma (Ont)regel de langdurige zorg.

De verbetersessie is een vervolg op de eerdere schrapsessies die werden georganiseerd door ActiZ, CNV, FNV, FBZ, NU ’91 en ZorgthuisNL, in samenwerking met het ministerie van VWS en Vilans. Deze specifieke bijeenkomst stond in het teken van het uitwisselen van ervaringen met het verminderen van administratieve lasten met als doel te inventariseren welke regels op landelijk niveau aangepakt moeten worden. Snappen, schrappen of verbeteren van regels en processen, zodat er meer tijd voor de cliënt over blijft. Verschillende partijen die een rol spelen in administratieve lastendruk waren dan ook aanwezig om gezamenlijk de schouders onder dit vraagstuk te zetten.

Regeldruk van buitenaf.

Er zijn regels die vanuit de overheid of bijvoorbeeld het zorgkantoor worden opgelegd en voor extra (ervaren) regeldruk zorgen. Vooral wanneer niet bekend is waarom een bepaalde registratie gedaan moet worden. Vier regels en processen kregen op deze terugkomdag extra aandacht: HACCP (hygiëne code), incidenten melden, risicosignalering en de-implementatie van onnodige registraties.

Er zijn daarnaast registraties en lijstjes die binnen de organisatie zelf ontstaan, blijkt uit de schrapsessies waarin zorgprofessionals de administratieve lasten in hun organisatie in kaart brengen. "Draagkracht creëren in alle lagen van de organisatie is een voorwaarde om deze registraties aan te pakken." vertelt een van de deelnemers.

“Het is inspirerend om te horen hoe professionals concrete stappen zetten om regels binnen hun organisaties te schrappen en het leren en verbeteren centraal te stellen. Om dat te kunnen doen hebben zij ruimte en vertrouwen nodig. Dat vraagt dus ook een andere opstelling van de overheid, toezichthouders en financiers. De terugkomdag is een mooie manier om daarover in gesprek te gaan.” Aldus Trudy Prins, namens de sociale partners VVT.

Regels schrappen en dan?

Het afschaffen of de-implementeren van registraties is nog niet zo makkelijk in de praktijk, blijkt tijdens de terugkomdag. Een verpleegkundige vertelt: "Het afschaffen van regels zorgt soms juist voor onrust en verwarring. Als bijvoorbeeld de handtekening onder het zorgplan niet meer nodig is roept dit vragen op. Wat moeten we dan wél doen? En hoe?" Er is behoefte aan duidelijke communicatie en afspraken tussen alle betrokken partijen als een regel wordt afgeschaft.

Leren en verbeteren.

Zorgprofessionals en beleidsadviseurs voerden verhelderende gesprekken over verschillende regels en hoe deze ervaren worden. De boodschap van de dag: vraag je steeds af waarom je een bepaalde registratie doet en of dit leidt tot leren en verbeteren. Een lijstje is een hulpmiddel, geen doel op zich. Heb als zorgprofessional vertrouwen in je eigen kunnen en ken je cliënt. Daar is geen lijstje voor nodig! En bij twijfel over hoe een regel moet worden toegepast, kun je bijvoorbeeld bij de inspectie terecht, ‘de deur staat open’, geven zij aan.

Aanmelden schrap- en verbetersessies 2019.

Wilt u als zorgorganisatie ook werken aan meer tijd voor zorg en minder regels? Meld u dan aan voor één van de schrap- en verbetersessies via www.vilans.nl/schrapsessieregeldruk. Of wilt u als branche- of ketenorganisatie in gesprek met zorgprofessionals over het terugdringen van de regeldruk? Stuur dan een mail naar minderregeldruk@vilans.nl

(Ont)regel de langdurige zorg.

De schrap- en verbetersessies worden georganiseerd door ActiZ, CNV, FNV, FBZ, NU’91 en Zorgthuisnl, in samenwerking met het ministerie van VWS en Vilans. De schrapsessies worden georganiseerd vanuit de cao-afspraken tussen sociale partners en dragen bij aan het programma (Ont)regel de langdurige zorg.







ARTIKEL: GEKWEEKTE HARTSPIERCELLEN GEVEN INZICHT IN HARTFALEN BIJ ZWANGERE VROUWEN.
Bron: Redactioneel/UMCG.

Vrouwen die rond hun zwangerschap hartfalen krijgen, hebben een probleem met het vetzuurmetabolisme in het hart. Dat toont promovendus Martijn Hoes van het UMCG aan met een revolutionaire onderzoekstechniek, waarbij hij hartcellen kweekte uit huidcellen van patiënten. ‘Over hartfalen bij vrouwen is tot nu toe heel weinig bekend. Meer kennis daarover kan helpen bij vroegtijdig herkennen van hartfalen.’

Bij hartfalen is de hartspier niet meer in staat voldoende bloed door het lichaam te pompen. Lange tijd was hartfalen weinig onderzocht in vrouwen en daardoor slecht begrepen. Een specifieke vorm van hartfalen treedt bij vrouwen rondom de bevalling (peripartum cardiomyopathie of PPCM). ‘Deze ziekte wordt lang niet altijd herkend, de symptomen worden vaak aan andere oorzaken toegeschreven. Over de oorzaak weten we nog heel weinig.’ Hoes beschrijft in zijn proefschrift onderzoek naar hartfalen in het algemeen en naar PPCM. Het onderzoek is mede gefinancierd door de Hartstichting.

Nieuwe techniek.

Onderzoek naar hartziekten op celniveau was tot voor kort vrijwel onmogelijk. ‘Je kunt niet even een paar celen uit de hartspier halen om te onderzoeken,’ legt Hoes uit. ‘Dat kan voor veel andere weefsels wel, maar bij het hart is dat niet wenselijk.’ Maar dankzij nieuwe technieken kon Hoes nu wel hartcellen onderzoeken. ‘We zijn inmiddels in staat om huidcellen om te zetten in stamcellen en die weer te kweken tot elk type cel; dus ook tot hartcel.’ Het mooie van deze methode is dat de opgekweekte cellen dus de genetische aanleg hebben van de persoon waar de huidcel ooit uit is gehaald. ‘We hebben met deze techniek hartcellen gekweekt van twee vrouwen met PPCM en een gezond vrouwelijk familielid van elk van hen.’

Energie.

‘We hebben eerst onderzocht welke genen er geactiveerd zijn in die hartcellen. Daarin zagen we verschillen tussen de vrouwen met PPCM en de gezonde vrouwen.’ Die verschillen doen vermoeden dat het probleem bij PPCM zit in de energieproductie van die cellen. ‘Een gezond hart komt aan energie door vet te verbranden. Als het hart in de problemen komt – bij ziekte – gaat het hart over op verbranding van suiker. Dat is minder efficiënt op de lange termijn en leidt dan ook al gauw tot hartfalen. Tijdens een zwangerschap wordt de verbranding van vet extra gestimuleerd. Bij de vrouwen met PPCM gebeurt dat ook, maar om de één of andere reden lukt het niet dat vet daadwerkelijk te verbranden, dus wordt alsnog suiker gebruikt.’

Diagnose.

Het onderzoek van Hoes heeft vooral tot doel om beter te begrijpen waarom sommige vrouwen hartfalen krijgen rond hun zwangerschap en uiteindelijk te komen tot een betere diagnose en behandelingen. We weten dat PPCM bij deze patiënten terugkomt bij elke zwangerschap en ernstige gezondheidsproblemen kan veroorzaken. Vroege diagnostiek en goede behandeling kan daarmee problemen rondom de bevalling voorkomen.







ARTIKEL: INFORMATIEVOORZIENING PARAMEDISCHE ZORG MOET BETER EN CONSISTENTER.
Bron: Redactioneel/Consultancy.

De paramedische zorg in Nederland heeft behoefte aan een informatieplatform en kennisbank die breed gesteund wordt door behandelaars en verzekeraars. Op dit moment wordt informatie versnipperd aangeboden, is er onvoldoende uniformiteit en vindt verspreiding plaats via een breed scala aan kanalen.

De paramedische zorg staat voor een mix van uiteenlopende zorgondersteuning binnen de eerstelijnszorg, dat wil zeggen in ziekenhuizen, revalidatiecentra, verpleeghuizen en verzorgingshuizen. Onder paramedische zorg vallen fysiotherapie, oefentherapie, logopedie, ergotherapie en diëtetiek.

Informatievoorziening moet beter.

Uit nieuw onderzoek van zorgconsultancybureau Equalis blijkt dat wanneer het gaat om de informatievoorziening voor de paramedische zorg, dat er veel ruimte is voor verbetering. De onderzoekers hebben bureauonderzoek gedaan en interviews gehouden met de verschillende partijen actief in de keten en hebben in kaart gebracht welke beschikbare informatie er is, hoe deze verspreid worden en hoe deze aansluit bij de door patiënten gewenste informatie.

Ze concluderen dat er offline en online veel informatie beschikbaar is over de verschillende medische aandoeningen / klachten. Zo zijn er bijvoorbeeld speciale sites voor allerlei onderwerpen, zoals op het gebied van dieet, parkinson, pijn in de rug of mentale klachten. De onderzoekers merken op dat de informatie niet uniform is ingericht op deze kanalen. Hierdoor is het voor de patiënt niet geheel duidelijk welke informatie correct en betrouwbaar is. “Er is een grote noodzaak om informatie eenduidig te presenteren”, aldus de onderzoekers. Een reden waarom dit nog niet gebeurt, is dat er veel verschillende aanbieders zijn die dergelijke informatie presenteren, en dat er ofwel geen heldere richtlijnen voor de informatievoorziening zijn, of dat deze niet gebruikt worden.

Informatievoorziening paramedische zorg moet beter en consistenterDe volgende stap in de informatiezoektocht van consumenten is dat ze inzicht willen krijgen in de mogelijke aanbieders van zorg en informatie over of een behandeling eventueel wordt vergoed door de verzekering. Op dit terrein is er een wildgroei aan platformen en vergelijkers zichtbaar, constateert Equalis. Kanalen die onder het bredere publiek bekend zijn, zijn onder andere independer.nl, praktijkindebuurt.nl, kiesvoorjezorg.nl en hierhebikpijn.nl. Daarnaast leveren de websites van praktijken veel informatie over hun behandelspecialisme, terwijl het vooral de sites van verzekeraars zijn die de informatiebehoefte ten aanzien van zorgvergoedingen/financiering voor hun rekening nemen.

In een tijd waarin reviews en persoonlijke ervaringen breed beschikbaar zijn, verwachten patiënten dit ook in de zorg. In de praktijk wordt dit echter nog niet goed gefaciliteerd, constateren de onderzoekers. Informatie over patiëntenervaringen en uitkomsten is beperkt beschikbaar en onvoldoende transparant en betrouwbaar. En op de plekken waar dit wel gebeurt is de kwaliteitsinformatie vooral gericht op proces- en stuurindicatoren, terwijl consumenten juist op zoek zijn naar patiënten-ervaringen.

Kanttekening bij reviewcultuur.

De groeiende behoefte aan deze reviewcultuur, wordt niet door iedereen met gejuich ontvangen. Artsen betreuren deze ontwikkeling juist. Uit recent onderzoek van een ander adviesbureau, komt naar voren dat zo’n 60% van artsen denkt dat patiënten bij het kiezen van een arts online reviews van andere patiënten mee laten tellen in hun keuze. De kritiek van artsen is dat deze reviews te veel focussen op de communicatieve vaardigheden van de arts in plaats van op hun medische expertise. Veel artsen pleiten daarom eerder voor een verwijzings- of reviewsysteem van collega-artsen.

De onderzoekers van Equalis concluderen dat gezien het grote belang van de paramedische zorg voor Nederlanders, er meer aandacht zou moeten komen voor hoe informatie wordt verstrekt aan patiënten. Belangrijk daarbij is er voor te zorgen dat betrouwbare informatie wordt gedeeld en dat de verspreiding ervan eenduidig verloopt. Door gebruik te maken van slimme technologieën is er ruimte om maatwerk te leveren.

“Dé patiënt bestaat niet. Verschillende patiënten vinden verschillende zaken belangrijk en zoeken ook op verschillende manieren naar deze informatie”, leggen de onderzoekers uit, die toevoegen dat differentiatie in kanalen gewenst is, zodat aan de behoefte van een specifieke patiënt kan worden voldaan. Hun advies luidt dan ook: ”Stuur op uniformiteit in de beschikbaar gestelde data en informatie, niet op de specifieke keuzes door wie, welke informatie inzichtelijk wordt gemaakt.”

Het door Equalis verrichte onderzoek maakt onderdeel uit van het Hoofdlijnenakkoord paramedische zorg, dat in 2017 werd ondertekend door KNGF, PPN, Stichting Keurmerk Fysiotherapie, ZN en de minister van VWS. In het akkoord, pleiten alle partijen voor een betere informatievoorziening.







ARTIKEL: NK GEHANDICAPTEN STIJLDANSEN.
Bron: Redactioneel/Veenendaalse Krant/ANP MediaWatch.

Op 13 april zullen ruim 100 dansparen strijden om de titel Nederlands Kampioen G-Klasse. Bij dit grote evenement staan mensen met een verstandelijke beperking centraal en het belooft een groot feest te worden.

De wedstrijd wordt georganiseerd door Danssport op Maat i.s.m. dansgroep Plezier voor Allen uit Veenendaal. Stichting November '81 doet de financiële bijdrage om dit Nederlands Kampioenschappen G-Klasse in de Basiliek mogelijk te maken. Om dit grote feest compleet te maken zal Frans Duits iedereen in de stemming brengen met een optreden. Iedereen is van harte welkom om dit feest bij te mogen wonen.

Datum: zaterdag 13 april 2019, 10:30 tot 16:00

Locatie: Wiltonstraat 56, de Basiliek, Veenendaal

Entree: €15,00, kinderen tot 12 jaar gratis.







ARTIKEL: ONLINE SPREEKKAMER: WAT KUN JE DOEN TEGEN VOORJAARSMOEHEID?
Bron: Redactioneel/NU.nl.

Iedere week beantwoordt Edwin de Vaal (46), huisarts in Nijmegen, een veelgestelde of opvallende vraag uit zijn praktijk. Deze week is dat: wat kun je doen tegen voorjaarsmoeheid?

"Zo aan het einde van de winter en het begin van de lente hoor ik patiënten tijdens het spreekuur vaak klagen over futloosheid en een traag gevoel. Ze willen wel dingen ondernemen, maar geven tegelijkertijd aan daar weinig puf voor te hebben."

Het lichaam staat in wintermodus.

"Wie ieder jaar aan het einde van de winter last heeft van die futloosheid en daar een patroon in herkent, kan last hebben van voorjaarsmoeheid. Hormonaal staat het lichaam nog in de wintermodus, vanwege de koude en donkere periode die we achter de rug hebben."

"Het lichaam is daardoor in ruststand gegaan. Dit is er vanuit de natuur bij ons in geprogrammeerd: vroeger was er in de winter minder eten en moest je dus zuinig omgaan met energie. Bij veel dieren zie je dat nog steeds: ze gaan in winterslaap."

Symptomen van voorjaarsmoeheid:

• Minder energie

• Futloos

• Moe

• Wel willen, maar geen puf hebben

"Daarnaast maakt je lichaam vitamine D aan als de zon op je huid schijnt, maar door het wegblijven van de zon in de wintermaanden, ben je begin van het voorjaar vaak door je vitamine D-voorraad heen. Hierdoor kun je moe worden en zelfs spier- en gewrichtspijnen krijgen. Dat zie ik in mijn praktijk bij allerlei patiënten, maar nog vaker bij gesluierde patiënten en (oudere) mensen die weinig buiten komen."

Zoek het licht op.

"Duik vooral niet je bed in om bij te slapen, want dat werkt averechts. Ik adviseer patiënten juist om actief te zijn. Ga vooral in de middaguren, als de zon het hardst schijnt, lekker naar buiten. Maak een wandeling of pak de fiets naar het werk. Binnen kun je het licht opzoeken door de eettafel of het bureau bij het raam te zetten. Je lichaam registreert al die veranderingen en daardoor doorbreek je het winterslaap-gevoel."

Tips tegen voorjaarsmoeheid:

• Ga eropuit

• Beweeg in de buitenlucht

• Zoek het (zon)licht op, ook binnen

• Eet vitamine D-rijk voedsel, bijvoorbeeld vette vis zoals haring, zalm en makreel

• Als aanvulling op de andere tips kun je volgende winter een vitamine D-tablet proberen

"Daarnaast kun je ook extra vitamine D-rijk voedsel eten, bijvoorbeeld vette vis. Op de site van het Voedingscentrum vind je nog veel meer bronnen van vitamine D. Tenslotte kun je overwegen om vanaf november een vitamine D-supplement te slikken, totdat de jas buiten weer uit kan. Maar zoek vooral het licht op. Dat heeft niet alleen effect op je energielevel, maar ook op je stemming."







ARTIKEL: HN-INFOPUNT: HOE HERKEN JE DEMENTIE EN HOE HELP JE DEZE MENSEN?
Een HN-INFOrmateur beantwoord een ingezonden vraag.

Wij ontvingen de volgende vraag:
"Ik hoorde dat het aantal dementerenden in Nederland steeds groter wordt. Hoe kun je zulke mensen herkennen en helpen?"

Onze HN-informateur antwoord:
De komende jaren komen er inderdaad steeds meer dementerende Nederlanders bij. Momenteel zijn er 260.000 mensen met dementie, maar geschat wordt dat dit aantal in 2050 gestegen is naar 400.000 mensen. Een flinke stijging dus. Stel, je komt iemand met dementie tegen op straat en hij of zij vraagt om je hulp. Weet jij dan de juiste hulp te bieden?

Uit een recentelijke enquête blijkt dat de meeste Nederlanders dementerendgedrag niet kunnen herkennen. Ook het helpen van dementerende mensen gebeurt niet goed genoeg. Onder de naam Samendementievriendelijk.nl hebben de drie instanties hun krachten gebundeld.

Signalen van dementie.

Hoe kan je dementie herkennen? Nienke van Wezel van Samendementievriendelijk.nl licht een aantal signalen toe. 'Vergeetachtigheid, vergissingen met tijd en plaats, taalproblemen, onrust, maar ook problemen met waarnemen zijn signalen. Je ziet dat antwoorden niet goed verwerkt worden en dat iemand eigenlijk nog steeds zoekend blijft.'

Leidraad.

Om mensen een leidraad te geven hoe ze een dementerend persoon kunnen helpen, heeft de organisatie de campagne Doe GOED opgezet. Er is bewust voor de naam GOED gekozen. De letters zijn een geheugensteuntje voor mensen die dementerende mensen willen helpen.

G: Geruststellen. Benader de persoon op een rustige manier en praat mee. Probeer niet tegen te spreken.
O: Oogcontact maken.
E: Even meedenken.
D: Dankjewel.

'8 van de 10 wordt zo geholpen'

Van Wezel zegt dat op deze manier de persoon 'zich begrepen voelt, rustiger wordt en dat er met deze inpak in 8 van de 10 gevallen tot een goede oplossing wordt gekomen.' Weet de dementerende persoon echt niet meer waar hij of zij heen moet? Dan geeft Samendementievriendelijk.nl het advies om bij die persoon te blijven en om de lokale politie te bellen.

Meer weten over het omgaan met dementerende personen? Zorg.Nu schreef een hulpartikel over het herkennen van dementie.







ARTIKEL: ONZE LACHAFSLUITING.
Vandaag ingezonden door Dick Strik.

“Ik ben verkleed als badkuip naar het carnaval geweest”.

“Als badkuip? Is dat niet heel lastig?”

“Nee hoor, ging prima, ik heb me helemaal vol laten lopen”.













En hiermee zijn we weer aan het eindgekomen van deze laatste editie van deze week.
Wij wensen je een heel fijn weekend en graag tot aanstaande maandag.
Want je kent ons motto: HandicapNieuws is dagelijks 'uitgesproken' actueel.

Ga naar:
- Maandag.
- Dinsdag.
- Woensdag.
- Donderdag.
- Vrijdag.