Welkom op de speciaal toegankelijke website van HANDICAPNIEUWSnet. HANDICAPNIEUWSnet is uitgsproken actueel: vrijdag
Keuzeknoppen om terug te gaan naar: Startpagina
::

vrijdag

Keuze: ReadSpeaker uit.

Lees voor

Je luistert naar HandicapNieuws UPDATE van vrijdag 11 januari 2019.

VANDAAG IN ONS NIEUWS:
Sluiting Bronovoziekenhuis ligt vast.
Ziekenhuiszorg in Noordoostpolder definitief overgenomen.
Hoe Nederlands kankeronderzoek Novartis aan miljarden gaat helpen.
Pgb's populairst in krimpregio's.
Digitaal vitaal: de voordelen van online gaan als je ouder wordt.
Slotervaartziekenhuis heeft 27 miljoen euro schuld.
Aanpassingen arbeidsmarktbeleid regionale huisartsenzorg noodzakelijk door groeiende personeelsbehoefte.
Bewaar hielprikbloed langer dan 5 jaar.
Burgerinitiatief voor terugkeer 'wonderpil' MS-patiënten.
Ziekenhuizen vrezen tekorten bij een no-deal-brexit.
Hardlopen of Nordic Walken met een visuele beperking op Blue Monday.
Wat is een biosimilair geneesmiddel?
Oudere chronisch zieke vrouwen werken meer.
Hulpmiddel voor mensen met evenwichtsproblemen: de BalanceBelt.
Minister Bruins wil uitleg van farmaceut over veel duurder kankermedicijn.
Levensverlengende chemokuur of niet? Patiënten hebben er slapeloze nachten van.
Vergoeding voor langdurig gebruik hulpmiddel.
Orpea mag verder met overnameplannen Allerzorg en September.
Deelnemers zonder visuele beperking gezocht voor oogonderzoek.
Albert Heijn gaat nu ook warme maaltijden bezorgen.
Onderzoekers ontdekken vijf typen slapelozen.
Zo maak je van je eigen huis een sportschool.
HN-INFOpunt: Moet ik mijn vermoeden van ouderenmishandeling melden?
Onze Lachafsluiting.

Voor meer informatie over de handicap nationaal? ga naar hun site: www.handicapnationaal.nl, mail naar info@handicapnationaal.nl, of bel op kantoortijden naar 06-12390746. en dan nu onze artikelen van vandaag.







ARTIKEL: SLUITING BRONOVOZIEKENHUIS LIGT VAST.
Bron: Redactioneel/Zorg.nu/ANP.

Het ziekenhuis HMC Bronovo sluit vrijwel zeker eind 2021 of begin 2022 zijn deuren. De meeste functies worden overgeheveld naar HMC Westeinde. HMC Antoniushove in Leidschendam blijft open.

Dat is de strekking van een geheim 'herstructureringsplan' dat is opgesteld in opdracht van de raad van bestuur van het Haaglanden Medisch Centrum (HMC) en dat in handen is van Den Haag Centraal. Daarin wordt, in tegenstelling tot wat eerder door het HMC is gezegd, al wel een keuze gemaakt tussen de ziekenhuizen.

Een van de leden van de driekoppige raad van bestuur, de voormalige Bronovo-directeur dr. Renée Barge, is het volgens ingewijden niet eens met de koers die in het stuk wordt uitgezet. Zij zou haar functie ter beschikking hebben gesteld. Barge wil dit bevestigen noch ontkennen.

'Drie ziekenhuizen openhouden niet realistisch'

Drie ziekenhuizen openhouden zou 'geen realistische mogelijkheid voor de toekomst van HMC' zijn. Het sluiten van het Bronovo zou betekenen dat er de komende vier jaar ruim 300 banen verdwijnen. Maar dit zou zonder gedwongen ontslagen kunnen.

Eind vorig jaar werd bekend dat het bestuur werkt aan een plan met toekomstscenario's voor de lange en korte termijn van de ziekenhuizen.







ARTIKEL: ZIEKENHUISZORG IN NOORDOOSTPOLDER DEFINITIEF OVERGENOMEN.
Bron: Redactioneel/Zorg.nu/ANP.

De Antonius Zorggroep neemt de ziekenhuiszorg in de gemeente Noordoostpolder definitief over. De curatoren van de bankroete MC IJsselmeerziekenhuizen, de gemeente Noordoostpolder en de zorggroep zijn dat overeengekomen, laten ze weten.

De Antonius Zorggroep bestiert het Antonius Ziekenhuis met locaties in Sneek en in Emmeloord. Om de patiënten in de nieuwe situatie ook op langere termijn goed te kunnen opvangen, zal de groep extra ruimtes huren in het Dokter Jansencentrum in Emmeloord. De gemeente Noordoostpolder koopt dat gebouw aan.

Door het gebouw in eigendom te hebben, kan de gemeente meer regie voeren op het zorgaanbod.

'Door het gebouw in eigendom te hebben, kan de gemeente meer regie voeren op het zorgaanbod in Noordoostpolder. We willen een goede zorgketen, dat wil zeggen een goede samenwerking tussen de verschillende vormen van zorg zoals de ziekenhuiszorg, huisartsen en thuis- en revalidatiezorg', zegt wethouder Marian Uitdewilligen.







ARTIKEL: HOE NEDERLANDS KANKERONDERZOEK NOVARTIS AAN MILJARDEN GAAT HELPEN.
Bron: Redactioneel/NOS/ANP MediaWatch.

Opnieuw dreigt een cruciaal medicijn tegen een zeldzame ziekte vanwege een forse prijsverhoging door een farmaceut onbereikbaar te worden voor patiënten. Het gaat om een medicijn tegen een zeldzame kankervorm, waar Novartis in één klap zo'n zes keer meer voor vraagt. Frustrerend, want het is er gekomen dankzij jarenlang monnikenwerk bij het Nederlandse Erasmus MC - met in de hoofdrol emeritus hoogleraar Eric Krenning.

Het draait allemaal om het kankermedicijn lutetium octreotraat, dat wordt gebruikt tegen zeldzame NET-tumoren. Die kunnen zich op verschillende plekken in het lichaam ontwikkelen, bijvoorbeeld in de maag, lever of alvleesklier. Doordat ze langzaam groeien, worden ze vaak zo laat ontdekt dat de vooruitzichten voor de patiënt al slecht zijn.

De ontwikkeling ervan begint drie decennia geleden, als Krenning een manier ontdekt om de tumoren met behulp van een eiwit te markeren, zodat ze makkelijker te vinden zijn. Weer jaren later, in 1999, ontwikkelt hij samen met onderzoekers van een farmaceutisch bedrijfje een behandeling met lutetium octreotaat met behulp van diezelfde techniek.

Die onderzoekers zetten met Krenning en een aantal van zijn collega's in 2001 een eigen bedrijfje op. Krenning verwerft bijna een kwart van de aandelen daarin. Hij doet het werk allemaal in de tijd van zijn baas, het Erasmus MC.

Spectaculaire resultaten.

En dan gaat het snel. Vanaf de eeuwwisseling begint een groot onderzoek in het Erasmus MC. Tot 2015 worden meer dan 1200 patiënten met bepaalde NET-tumoren behandeld met lutetium octreotaat. De patiënten komen uit de hele wereld. Een van hen uit Amerika: Steve Jobs. De toenmalig Apple-baas heeft een NET-tumor in zijn alvleesklier.

Al tijdens het onderzoek wordt duidelijk dat er spectaculaire resultaten mogelijk zijn. Bijna de helft van de tumoren krimpt en de meeste patiënten met dit type NET-tumor krijgen er vier tot zes levensjaren bij. Het succes wordt beschreven in het gerenommeerde tijdschrift Clinical Cancer Research, en ook het Erasmus MC brengt er enthousiaste persberichten over uit.

Uniek geneesmiddel.

Krenning is dan al meer op afstand komen te staan. In 2010 wordt het bedrijfje van hem, en een aantal anderen, voor een slordige 11 miljoen euro gekocht door de Franse farmaceut AAA. Er wordt vooral met aandelen betaald, wat de Nederlander later in één klap multimiljonair zou maken.

De Fransen krijgen met lutetium octreotaat een uniek geneesmiddel in handen waarvoor geen alternatief bestaat. De handelsnaam vanaf dan: Lutathera. Begin 2016 kopen de Fransen daarbovenop nog een belangrijk ander Nederlands bedrijf (IDB). Dat voorziet ziekenhuizen als een van de weinige van lutetium van voldoende kwaliteit om medicijnen van te maken.

In het najaar van 2017 krijgt Lutathera een weesgeneesmiddelenstatus in de EU en de VS. Dat betekent dat het medicijn wordt erkend als effectief middel tegen een zeldzame ziekte. Ook niet onbelangrijk: de fabrikant krijgt het alleenrecht op verkoop, tien jaar in de EU, zeven in de VS. Enige uitzondering op die regel is de bereiding van het middel in een ziekenhuisapotheek voor de eigen patiënten van dat ziekenhuis. De officiële toelating op de markt volgt meteen daarna.

Prompt staat de grote farmaceut Novartis op de stoep. Voor 3,3 miljard euro lijven de Zwitsers het Franse bedrijf in. Hoogleraar Krenning krijgt volgens berekeningen van het NTvG op basis van openbare stukken zo'n twaalf miljoen euro op zijn rekening bijgeschreven. En daar zal het niet bij blijven.

Beursanalisten voorspellen voor Novartis een jaarlijkse omzet van Lutathera van 1,75 miljard euro en Krenning krijgt tien jaar lang royalties over de wereldwijde omzet van het kankermedicijn. Dat kan hem tientallen miljoenen opleveren. Ook het Erasmus MC kan volgens het NTvG royalties tegemoetzien, maximaal twee miljoen euro.

Zorgverzekeraars en patiënten zijn minder enthousiast. Ze maken zich zorgen. Ziekenhuizen kunnen het medicijn nog zelf blijven maken, maar blijft dat ook zo? Ze hebben voorlopig Novartis nodig voor de grondstoffen. De farmaceut concurreert daarmee de facto tegen zijn eigen medicijn. Hoelang het duurt voordat dat op het hoofdkantoor in Basel gaat wringen, is de vraag.

Reactie Eric Krenning:

In een schriftelijke reactie aan de NOS zegt Eric Krenning dat er geen belastinggeld gebruikt is voor het onderzoek naar lutetium octreotaat. Maar wel "vergoeding door verzekeraars van liggelden". Krenning wijst erop dat er destijds maar weinigen geloofden "dat we zulke mooie resultaten zouden behalen".

Zonder AAA zou Lutathera er volgens Krenning niet zijn gekomen. Het Franse bedrijf heeft volgens Krenning veel meer geld in Lutathera gestoken dan de enkele tientallen miljoenen waarvan het NTvG rept. Hij schrijft dat AAA "400 miljoen euro aan investeringsgeld opgehaald" heeft, geld dat nodig was voor de laatste onderzoeksfase die niet in Rotterdam plaatsvond. Over de financiële afspraken die hij persoonlijk heeft gemaakt, wil Krenning niets kwijt.







ARTIKEL: PGB'S POPULAIRST IN KRIMPREGIO'S.
Bron: BinnenlandsBestuur/Sjoerd Willen.

Zorginkoop door middel van een persoonsgebonden budget (pgb) vond in 2017 het meeste plaats in Groningse en Limburgse gemeenten. In Noord-Holland maakten de laagste percentages inwoners gebruik van pgb’s.

Die conclusies komen uit een onderzoek door thuiszorgbureau Zuster Jansen op basis van recente cijfers over 2017 die door Vektis, de Sociale Verzekeringsbank en de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein zijn aangeleverd bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De vier gemeenten waarin de hoogste percentages inwoners gebruik maken van pgb’s liggen allemaal in de provincie Groningen. Aan de leiding gaat daarin de gemeente Oldambt (2,71 procent), gevolgd door Pekela (2,46 procent), Stadskanaal, (2,4 procent), en Veendam (2,27 procent). Het pgb-verbruik lag procentueel het laagst in de Noord-Hollandse gemeenten Blaricum (0,25 procent), Laren (0,35 procent), Diemen (0,36 procent) en Edam-Volendam (0,42 procent).

Meer gebruik van pgb-Jeugdwet dan pgb-Wmo.

Ook pgb’s voor zorg in het gemeentelijk sociaal domein worden in de Groningse gemeenten verhoudingsgewijs het vaakst verstrekt. Zo heeft 1,8 procent van de inwoners van de gemeente Oldambt een pgb op basis van de Jeugdwet. Dat percentage ook is gemeten in de gemeente Fryske Marren. Ook in Stadskanaal (1,7 procent), Veendam (1,6 procent) en Pekela (1,5 procent) wordt relatief vaak jeugdzorg ingekocht met een pgb. Buiten het noorden zijn relatief hoge percentages gemeten in Boxmeer, Oisterwijk (beiden 1,5 procent) en Eijsden-Margraten (1,4 procent). Pgb’s worden in minder gevallen gebruikt voor het inkopen van Wmo-zorg, blijkt uit de cijfers. Weer zijn het gemeenten in krimpregio’s die het hoogst scoren: Oldambt (0,12 procent), Stadskanaal (0,11 procent) en Pekela, Sittard-Geleen, Heerlen en Goes (allen 0,09 procent).

Inkomen of vergrijzing geen oorzaak.

Een woordvoerder van het thuiszorgbureau Zuster Jansen laat weten dat de onderzoekers geen duidelijke oorzaak hebben gevonden voor het hogere gebruik van pgb’s in krimpgebieden. ‘Initieel hebben we een link willen leggen met besteedbaar inkomen en vergrijzing in deze regio's, maar hier lijkt het niet aan te liggen. Jeugdhulp wordt bijvoorbeeld ook veel gebruikt in deze regio's. Het lijkt er op dat de voorzieningen vanuit deze gemeentes gewoonweg beter te bereiken zijn voor inwoners. Dit kan ook met voorlichting te maken hebben, maar dit hebben wij niet verder onderzocht.’







ARTIKEL: DIGITAAL VITAAL: DE VOORDELEN VAN ONLINE GAAN ALS JE OUDER WORDT.
Bron: Redactioneel/EenVandaag [AVRTOTROS].

Voor jongeren is een leven zonder smartphone of pc niet voor te stellen, maar veel ouderen zijn nooit of nauwelijks online. Toch kan het voor hen juist uitkomst bieden, zegt Lilian Lechner.

Gezondheidspsychologe Lilian Lechner gelooft er heilig in: het nut van 'online zijn' voor ouderen. Ze deed, samen met de Open Universiteit, onderzoek naar welzijn en veiligheid onder stadsbewoners. Ook richt ze zich op het gevoel van veiligheid en de technologische mogelijkheden van ouderen.

Minder eenzaam, meer zelfstandig.

Bij het voorkomen van eenzaamheid en onveiligheid kunnen sociale media een cruciale rol spelen voor deze groep, vertelt Lechner. "In de komende decennia komen er steeds meer ouderen bij, en die zullen langer zelfstandig blijven functioneren in onze maatschappij. Ze zijn vaak vitaler, maar met name de alleenstaande ouderen zijn ook vaker eenzaam."

Volgens Lechner is het in de huidige maatschappij steeds moeilijker om niet mee te gaan met sociale media. Er wordt verwacht dat mensen steeds langer zelfstandig thuiswonen. Het gebruik van de digitale wereld zorgt voor een groot deel van die zelfstandigheid. "We willen deze groep ouderen zo optimaal mogelijk faciliteren, zodat ze maximaal kunnen functioneren. In de huidige maatschappij, die in alles een digitale component heeft, hoort daar ook het gebruik van internet en sociale media bij."

De boot missen.

De generatie tussen de 65-75 jaar heeft nog een beetje van het internet meegekregen. Van mensen ouder dan 85 is slechts 25 procent online. Driekwart van deze groep mist dus de boot, vertelt Lechner. "Dit maakt de stap om internet te gebruiken lastiger, omdat je simpelweg niet weet hoe het werkt. De kans dat je fouten maakt is dan naar hun idee groter. Ook hoor je negatieve berichten over internet, maakt dat de angst om te falen nog groter."

"Voorlopige analyses laten zien dat gebruikers veel meer voordelen van sociale media zien dan niet-gebruikers", legt Lechner uit. "Ze vinden het gebruik makkelijker, nuttiger en leuker. Ze ervaren minder barrières en hebben meer digitale vaardigheden."

Aanvulling in plaats van oplossing.

Dit gebruik van internet en online sociale media moeten we niet zien als een vervanger, maar als een mooie aanvulling in het brede pallet aan opties voor ondersteuning die we kunnen bieden aan ouderen. Dat zal niet vanzelf gaan, vertelt Lechner. We zullen een deel van de ouderen veel meer actief moeten overtuigen en helpen om die stap naar de digitale wereld te kunnen maken.

"Met internet en sociale media lossen we natuurlijk niet alle problemen van ouderen op, ze kunnen echter wel zeker helpen om het functioneren in het dagelijks leven aangenamer, prettiger en makkelijker te maken." En veiligheid? "We zien geen verschil van veiligheid in gebruikers en niet gebruikers. Een app kan veilig voelen, maar het kan averechts werken.







ARTIKEL: SLOTERVAARTZIEKENHUIS HEEFT 27 MILJOEN EURO SCHULD.
Bron: Redactioneel/Zorg.nu/ANP.

Ongeveer 440 schuldeisers hebben tot nu toe voor bijna 27 miljoen euro aan vorderingen ingediend bij de curatoren van het vorig jaar failliet verklaarde Amsterdamse Slotervaartziekenhuis.

Dat is inclusief de schuld aan de Belastingdienst van ruim 5 miljoen euro, blijkt uit het eerste faillissementsverslag van de curatoren.

'Over de voorlopige vooruitzichten voor crediteuren op enige uitkering en de termijn van de afwikkeling kunnen de curatoren geen enkele uitspraken doen', staat in het verslag. Om schuldeisers te kunnen betalen willen de curatoren het ziekenhuispand en het terrein voor 'zo veel mogelijk' verkopen, zegt curator Marc van Zanten in een toelichting.

Gemeente Amsterdam geïnteresseerd in percelen.

Een 'hindernis' is echter de gemeente Amsterdam, die afgelopen november een voorkeursrecht heeft gelegd op een aantal percelen waar het ziekenhuis op staat. Daardoor moeten ze bij verkoop eerst aan de gemeente worden aangeboden. De curatoren hebben hier vorige maand bezwaar tegen gemaakt.

'Wij hebben liever dat iedereen de kans krijgt om een bod uit te brengen, of desnoods tegen elkaar op te bieden', aldus Van Zanten. 'Ons doel is de hoofdprijs voor de boedel te krijgen.'

Over het faillissement.

Uit het rapport blijkt ook dat het verlies van het ziekenhuis over de eerste drie kwartalen van vorig jaar ruim 5,8 miljoen euro bedroeg. In het voorgaande jaar kwam het verlies uit op 2,3 miljoen euro.

Naar verwachting wordt er rond 8 april een tweede faillissementsverslag gepubliceerd.

Het MC Slotervaart werd, samen met MC IJsselmeerziekenhuizen, in november vorig jaar bankroet verklaard. Een doorstart was volgens de curatoren niet mogelijk, onder meer doordat er onvoldoende geld was van zorgverzekeraars en door het voorkeursrecht van de gemeente.







ARTIKEL: AANPASSINGEN ARBEIDSMARKTBELEID REGIONALE HUISARTSENZORG NOODZAKELIJK DOOR GROEIENDE PERSONEELSBEHOEFTE.
Bron: Redactioneel/NIVEL.

Huisartsenpraktijken doen er goed aan zich voor te bereiden op de almaar toenemende personeelsbehoefte. Veel praktijken zijn al bezig met het optimaliseren hun personeelssamenstelling en het doorvoeren taakherschikking om de werklast zoveel mogelijk te reduceren en intern te spreiden. Uit onderzoek van het Nivel in samenwerking samen met Prismant blijkt dat het personeelstekort in verschillende functies in de huisartsenpraktijk alleen maar toeneemt, met name in regio’s in Brabant.

De arbeidsmarkt in de huisartsenzorg staat in veel regio’s onder druk. De capaciteit aan huisartsen, doktersassistenten en praktijkondersteuners (POH’s) neemt maar in beperkte mate toe, terwijl het aantal studenten dat hiertoe wordt opgeleid veel minder hard toeneemt en praktijken te maken krijgen met meer ouderen en chronisch zieken.

Hoge werkdruk.

Voor alle functies in de huisartsenpraktijk worden komend jaar tekorten verwacht. Huisartsenpraktijken geven nu al aan een hoge werkdruk te ervaren. De hoge werklast uit zich onder andere in patiëntenstops, het niet afkrijgen van reguliere werkzaamheden en het niet goed kunnen opvangen van ziekte van een collega.

Regionaal arbeidsmarktbeleid voor huisartsenzorg noodzakelijk.

Om in te kunnen spelen op de toekomstige arbeidstekorten is het van belang dat regio’s in gezamenlijkheid een passend arbeidsmarktbeleid voor de huisartsenzorg ontwikkelen. De feiten en cijfers per regio die het Nivel en Prismant hebben gepresenteerd, kunnen hierbij goed worden gebruikt. Deze bevatten gegevens over de personeelssamenstelling van de huisartsenzorg in de acht regio’s, waarbij eventuele knelpunten en oplossingsrichtingen zijn geïnventariseerd. Ook zijn de vraag naar en het aanbod van stageplaatsen voor de verschillende functies binnen de huisartsenpraktijk tegen elkaar afgezet.

Het onderzoek.

Het Nivel en Prismant hebben het onderzoek van uitgevoerd in opdracht van ROS Robuust, SSFH en Transvorm. Het onderzoek vond plaats in de arbeidsmarktregio’s (AZW-regio’s) Groot Amsterdam, Midden-Brabant, Noordoost-Brabant, Rotterdam Rijnmond, West-Brabant, Zaanstreek en Waterland, Zeeland, en Zuidoost-Brabant. Onder huisartsenpraktijken en huisartsenposten is een online vragenlijst uitgezet. Daarnaast is het aantal inschrijvingen bij Nederlandse opleidingsinstituten voor doktersassistenten en praktijkondersteuners geïnventariseerd.







ARTIKEL: BEWAAR HIELPRIKBLOED LANGER DAN 5 JAAR.
Bron: Redactioneel/UMC Utrecht.

Met een langere bewaartermijn kunnen we de huidige screening optimaliseren en beter nieuwe ernstige ziekten opsporen stelt kinderarts Peter van Hasselt.

Bloed dat met de hielprik wordt afgenomen om pasgeborenen op erfelijke ziekten te screenen, wordt nu vijf jaar bewaard. Kinderarts Peter van Hasselt pleit ervoor om die termijn te verlengen naar zestien tot achttien jaar. “Met een langere bewaartermijn kunnen we de huidige screening optimaliseren en beter nieuwe ernstige ziekten opsporen.”

In de eerste week na de geboorte wordt van bijna alle zuigelingen in Nederland een klein beetje bloed afgenomen. Dat gebeurt met een prikje in de hiel. Het hielprikbloed wordt opgevangen op een zogenoemde bloedspotkaart en momenteel onderzocht op negentien aangeboren aandoeningen. De meeste van die aandoeningen zijn zeldzame ernstige stofwisselingsziekten, waarvan sommige tot de dood kunnen leiden. Ze zijn niet te genezen maar wel te behandelen.

Vreselijke ziektes.

“Het gaat om vreselijke ziektes”, vertelt Kinderarts Peter van Hasselt van het Wilhelmina Kinderziekenhuis, onderdeel van het UMC Utrecht. “Phenylketonurie bijvoorbeeld, kortweg PKU genoemd. Dat is een erfelijke stofwisselingsziekte, waarop al sinds 1973 gescreend wordt met de hielprik. Vroeger – zonder behandeling – verwoestte deze ziekte de hersenen van patiënten. Ze ontwikkelden zich nauwelijks, sloegen zichzelf en trokken van ellende letterlijk de haren uit hun hoofd. Tegenwoordig is de ziekte goed te behandelen, onder meer met een dieet.”

Gezondheidsschade beperken.

Soms wordt de hielprikscreening uitgebreid met nieuwe aandoeningen, zoals in 2007 onder andere met MCAD en in 2011 met taaislijmziekte (cystic fibrosis). De komende jaren zullen daar nog een tiental aandoeningen aan worden toegevoegd. Voorwaarde om een aandoening in de screening op te nemen, is dat er een behandeling beschikbaar is. Peter: “Door deze ernstige aandoeningen zo vroeg mogelijk te ontdekken, kun je de gezondheidsschade zoveel mogelijk beperken.”

Onbekende ziekte.

Met het opgeslagen hielprikbloed kunnen behalve bekende ziekten ook onbekende ziekten worden opgespoord. Dat deed onlangs Lynne Rumping, een arts-onderzoeker uit de groep van Peter. Een Zwitsers echtpaar kreeg zes kinderen waarvan er twee stierven aan een onbekende ziekte. Onderzoek met behulp van hielprikbloed uit Zwitserland liet zien dat het een nieuwe ziekte betrof, die veroorzaakt wordt door een tekort aan het enzym glutaminase. Dit enzym vormt de belangrijke neurotransmitter glutamaat uit glutamine. Het Zwitserse hielprikbloed liet zien dat door de verstoorde omzetting het glutamine bij de patiëntjes duidelijk verhoogd was. Door het enzymtekort ontwikkelden zij ernstige onbehandelbare epilepsie en overleden ze enkele weken na de geboorte. Het betreft een erfelijke ziekte, waarbij ouders bij elke zwangerschap 25 procent kans hebben op een kind met deze aandoening. Er is (nog) geen behandeling, maar als de diagnose gesteld is en ouders de juiste informatie krijgen, kunnen zij er in de toekomst rekening mee houden.

Liefdewerk oud papier.

Peter: “Met Nederlands hielprikbloed hadden we dat onderzoek niet kunnen uitvoeren, want dat wordt maar vijf jaar bewaard.” In Nederland bewaart het laboratorium de zogenoemde hielprikkaarten met bloeddruppels één jaar om het onderzoek te kunnen controleren. Na deze periode mag het bloed nog vier jaar worden gebruikt voor anoniem wetenschappelijk onderzoek. Na vijf jaar wordt het bloed vernietigd. Peter: “Alleen als zich vóór die termijn een ziekte manifesteert, bewaren we in het Wilhelmina Kinderziekenhuis het hielprikbloed langer, mits de ouders daarmee instemmen. Dat gebeurt in samenwerking met het lab metabole ziekten en is nu min of meer liefdewerk oud papier. Het vergt eigenlijk een landelijke structuur en een uniforme manier van beheren, zoals het RIVM nu die eerste vijf jaar doet.”

Langere bewaartermijn.

In Zwitserland wordt hielprikbloed langer bewaard. Die langere bewaartermijn is essentieel voor het ontdekken van nieuwe ziekten, omdat daar niet alleen het hielprikbloed van de patiënt of overledene voor nodig is maar ook van gezonde zuigelingen, die op dezelfde datum geboren zijn. Peter: “Omdat de stoffen in het bloedmonster tijdens de bewaarperiode veranderen, moet je die kunnen vergelijken met monsters van even oude gezonde zuigelingen. Anders gezegd: om de fout te kunnen vinden, heb je de normaalwaarden op hetzelfde meetmoment nodig. Per patiëntje gaat het dan om zo’n tien controles.” Daarom pleit Peter ervoor om het hielprikbloed niet vijf maar zestien tot achttien jaar te bewaren.

Ook om de techniek van screenen te verbeteren is dit volgens hem wenselijk. Als voorbeeld noemt Peter de stapelingsziekte MPS1, die naar verwachting in 2020 in de screening zal worden opgenomen. “Door de korte bewaartermijn kunnen we geen gebruik meer maken van het hielprikbloed van de twintig patiënten waarbij de diagnose al gesteld is, want het merendeel is inmiddels ouder dan vijf jaar. En hoe meer we weten over echte patiënten, hoe beter we het zogeheten afkappunt in de screening kunnen kiezen: wanneer sla je alarm en wanneer niet? Dat is essentieel om het aantal vals positieve uitkomsten te beperken. Als je dat niet goed uitzoekt, kan het gebeuren dat er voor elk waarlijk ziektegeval tien tot twintig zuigelingen een vals positieve uitslag hebben. Dat betekent dat je mensen nu dus onnodig ongerust maakt; met een betere techniek voorkom je dat. Daarnaast zijn er ook mildere vormen van MPS1 waarbij de diagnose meestal pas ruim na het vijfde jaar gesteld wordt – de hielprikkaartjes zijn dan al vernietigd. Deze milde vormen zijn voor de screening juist het lastigst. Een langere bewaartermijn biedt ook hiervoor een oplossing.”

Patiëntenvereniging VKS.

Peter hoopt dat zijn oproep voor een langere bewaartermijn van hielprikbloed (hier ook in De Volkskrant) wordt opgepikt. Het is nu wachten op de programmacommissie neonatale hielprikscreening die over dit soort vraagstukken advies uitbrengt aan de minister van Volksgezondheid. De patiëntenvereniging voor kinderen en volwassenen met een stofwisselingsziekte (VKS) steunt Peter in zijn pleidooi. Directeur Hanka Dekker zegt in een artikel op de eigen website dat privacy, de reden waarom het bloed nu vijf jaar bewaard wordt, geen issue hoeft te zijn.







ARTIKEL: BURGERINITIATIEF VOOR TERUGKEER 'WONDERPIL' MS-PATIËNTEN.
Bron: Redactioneel/NOS/ANP.

Een ramp was het voor MS-patiënte Nanda Erken. De Fampyra-pil, een medicijn voor mensen met multiple sclerose, wordt sinds afgelopen april niet meer vergoed. Maar nu zijn er 40.000 handtekeningen verzameld waardoor de pil opnieuw op de politieke agenda komt te staan. "Ik heb weer een beetje hoop."

Nanda was vorig jaar ten einde raad toen ze hoorde dat de pil niet meer zou worden vergoed. Het medicijn werkt bij haar zo goed dat haar leven juist weer de moeite waard werd. Een wonderpil, noemt ze het zelf. "Zonder dit middel beland ik weer in een rolstoel, kan ik minder goed praten."

Gelukje.

De fabrikant bood de pil tot december gratis aan gebruikers aan. Nanda zelf kreeg een extra gelukje: doordat ze met haar verhaal op tv verscheen, kreeg ze een extra donatie pillen van een onbekende vrouw. "Ik kan nog een paar maanden vooruit. Maar daarna houdt het echt op. Ik kan door mijn MS zelf niet werken en de baan van mijn man is ook geen vetpot."

Zelf kreeg Nanda veertien jaar geleden te horen dat ze MS had, de auto-immuunziekte waarbij de bescherm- en isolatielaag rondom de zenuwen in de hersenen, ruggenmerg en oogzenuwen zijn beschadigd. Lopen, voelen en zien worden daardoor steeds lastiger. Voor zo'n 10 procent van de patiënten biedt de pil uitkomst, stelt de MS-vereniging. Het gaat per saldo om zo’n tweeduizend mensen in Nederland

Niet effectief.

Maar het Zorginstituut Nederland gaf vorig jaar een negatief advies. Het middel zou niet effectief genoeg zijn, oordeelde het instituut na onderzoek. De minister haalde het medicijn uit de basiszorgverzekering. Tot verbazing van de MS-vereniging. "Het onderzoek klopt niet", zegt directeur Chris Schouten. "Een deel van de patiënten heeft er geen baat bij, maar een substantiële groep heeft dat wel. Voor hen betekent het veel voor hun dagelijks leven."

De pil kost ongeveer 165 euro per vier weken. Volgens Schouten is dat voor veel patiënten te veel. "Velen kunnen door hun ziekte niet werken. Dan kan je tweeduizend euro per jaar niet opbrengen. Terwijl ook neurologen zeggen: de Fampyra-pil werkt."

Niet te vermurwen.

De afgelopen maanden hebben de MS-vereniging en de Nederlandse Vereniging voor Neurologie achter de schermen diverse gesprekken gehad met onder meer het Zorginstituut. Maar het leverde weinig op. Zowel minister Bruins als het Zorginstituut waren niet te vermurwen. Tegelijkertijd startten enkele patiënten zelf een petitie.

Nu de grens van 40.000 handtekeningen is gehaald, kan het als burgerinitiatief op de politieke agenda komen. Volgende week dinsdag wordt de petitie overhandigd in de Tweede Kamer.

Nieuwe onderzoek.

Schouten van de MS-vereniging hoopt dat de Tweede Kamer alsnog ingrijpt. "We hebben een voorstel gedaan voor een nieuw onderzoek. Dat patiënten die het medicijn gebruiken, worden gevolgd als ze tijdelijk en onder begeleiding stoppen. Dat geeft een eerlijk beeld wat de gevolgen zijn als je de pil niet meer gebruikt. Het Zorginstituut legde dit voorstel naar zich neer, maar we hopen dat de Tweede Kamer daar toch anders over denkt."

Nanda is er volgende week in ieder geval bij als de handtekeningen worden overhandigd. "Ik geef niet op. Hier moet beter over worden nagedacht. En met al deze handtekeningen kunnen ze niet meer om ons heen."







ARTIKEL: ZIEKENHUIZEN VREZEN TEKORTEN BIJ EEN NO-DEAL-BREXIT.
Bron: Redactioneel/NOS/ANP.

Nederlandse ziekenhuizen maken zich grote zorgen over de gevolgen van een brexit zonder akkoord met de Europese Unie. Nederland gebruikt veel medicijnen en hulpmiddelen die uit het Verenigd Koninkrijk zijn geïmporteerd of daar zijn goedgekeurd. Als de scheiding niet goed wordt geregeld, worden die vanaf 29 maart mogelijk niet meer toegelaten op de Nederlandse markt.

Nederland importeert jaarlijks voor 2 miljard euro aan medicijnen uit het VK. Volgens het ministerie van Volksgezondheid is een deel daarvan voor binnenlands gebruik en wordt een deel geëxporteerd naar andere landen. In totaal gebruikt Nederland jaarlijks voor zo'n 6,6 miljard euro aan medicijnen. Het ministerie heeft een lijst van medicijnen opgesteld, om te onderzoeken of ze inmiddels een EU-goedkeuring buiten het VK hebben of vervangen kunnen worden door alternatieven uit andere landen. Die lijst is nog geheim.

Ziekenhuizen gebruiken tienduizenden verschillende soorten hulpmiddelen, waarvan een groot deel een Brits certificaat heeft voor gebruik in de EU. Dan gaat het onder meer om pacemakers, verbanden en spuiten. Dat certificaat verliest op 29 maart mogelijk zijn geldigheid.

Pacemakers.

"Pacemakers bijvoorbeeld, worden bijna allemaal door Amerikaanse bedrijven gemaakt en die laten ze vaak certificeren in het Verenigd Koninkrijk vanwege de taal", zegt Gerwin Meijer van de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU).

Maar ziekenhuizen weten vaak niet welke producten zo'n Brits certificaat hebben. "Wij kopen deze via Nederlandse tussenhandelaren en hebben geen zicht op waar die producten vandaan komen, als het maar gecertificeerd is", zegt Meijer.

Europese oplossing.

De ziekenhuizen willen daarom dat minister Bruins van Volksgezondheid op Europees niveau aan een oplossing gaat werken. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat de EU medische producten met een Brits certificaat ook na een no-deal-brexit toelaat. "Die producten zijn na 29 maart nog precies hetzelfde en nog net zo veilig als vandaag", zegt Meijer. "De bureaucratie zit ons in de weg."

"Je hebt als ziekenhuis de verantwoordelijkheid om te zorgen dat je de goede medicijnen en hulpmiddelen voorradig hebt", zegt minister Bruins in een reactie. "Vanuit het departement heb ik niet precies zicht op wat er in de voorraadkast van een bepaald ziekenhuis staat. Natuurlijk vind ik dat er ook altijd een rol is voor de overheid. Als ziekenhuizen zich zorgen maken, moeten we daar het gesprek over voeren."

Noodwet.

Minister Bruins heeft wettelijke mogelijkheden om medicijnen tijdelijk toe te laten, ook al hebben ze niet de juiste registratie. Maar de ziekenhuizen zijn er niet gerust op dat daarmee alle problemen kunnen worden opgelost. Dat kan volgens hen dus alleen in Europees verband.

De minister waarschuwde vorige maand al in een Kamerbrief voor problemen bij een no-deal-brexit en wees toen ook op de verantwoordelijkheid van bedrijven. Fabrikanten van medische hulpmiddelen met een Brits certificaat moeten die voor 29 maart overhevelen naar een ander EU-land, zei hij toen. "Wanneer fabrikanten hun producten niet hebben geregistreerd dan kunnen certificaten ongeldig zijn en is niet voldaan aan markttoelatingseisen van de EU voor derde landen. Er bestaat dan een reëel risico dat hulpmiddelen vast komen te staan bij de grens tussen het VK en de EU."







ARTIKEL: HARDLOPEN OF NORDIC WALKEN MET EEN VISUELE BEPERKING OP BLUE MONDAY.
Bron: Persbericht/Koninklijke Visio.

Bij Visio Den Haag, het expertisecentrum voor blinden en slechtziende mensen, wordt op 21 januari vanaf 17.00 uur een Fun Run en Walk gehouden.

Deelnemers kunnen dan kennismaken met wandelen, Nordic Walking of hardlopen en ervaren om dit samen met een buddy te doen. Aansluitend is van 18.00 tot 18.30 uur een gezonde borrel.

Blue Monday.

Blue Monday, 21 januari, is zogenaamd meest deprimerende dag van het jaar. MIND houdt op deze dag daarom de Blue Monday Run. MIND is een organisatie die als doel heeft om samen psychische gezondheid te verbeteren. Door dit initiatief van MIND hebben Visio en Running Blind de handen ineengeslagen om op deze dag een Fun Run en Walk te organiseren.

Iedereen is welkom.

Zowel slechtziende mensen als mensen die graag als buddy willen meelopen zijn welkom.

Aanmelden is verplicht. Dat kan bij Visio in Den Haag via denhaag@visio.org of 088 585 92 00.

Over Koninklijke Visio

Bij Koninklijke Visio, expertisecentrum voor slechtziende en blinde mensen, kan iedereen terecht met vragen over slechtziend of blind zijn. Visio biedt informatie en advies, maar ook verschillende vormen van onderzoek, begeleiding, revalidatie, onderwijs, arbeid en wonen. Deze diensten zijn er voor mensen die slechtziend of blind zijn, ook als zij daarnaast een verstandelijke, lichamelijke of andere zintuiglijke beperking hebben. Persoonlijk en professioneel betrokkenen kunnen bij Visio terecht voor informatie en deskundigheidsbevordering.

Ga voor meer informatie over Koninklijke Visio, expertisecentrum voor slechtziende en blinde mensen naar visio.org.







ARTIKEL: WAT IS EEN BIOSIMILAIR GENEESMIDDEL?
Bron: Redactioneel/Gezondheid.be.

Een ‘klassiek’ geneesmiddel bestaat uit actieve bestanddelen van chemische oorsprong die via een industrieel proces worden vervaardigd. Bij de klassieke geneesmiddelen hebben we zowel referentiegeneesmiddelen als hun generische varianten. Beide bevatten exact dezelfde molecule en worden chemisch geproduceerd.

Een biologisch geneesmiddel bestaat uit een actief bestanddeel geproduceerd op basis van een bron van biologische oorsprong, met andere woorden, levende organismen zoals cellen of levende weefsels. Deze actieve bestanddelen zijn gewoonlijk groter en complexer dan bij niet-biologische geneesmiddelen.

Biologische geneesmiddelen werden ontwikkeld om een hele reeks ziekten te behandelen en zijn een gevestigde waarde geworden in de klinische praktijk. Vaak zijn biologische geneesmiddelen onmisbaar voor de behandeling van patiënten met een ernstige of chronische ziekte, zoals diabetes, auto-immuunziekten en kanker. Onder de biologische geneesmiddelen vallen met name hormonen, zoals insuline en groeihormonen, en antilichamen voor de behandeling van auto-immuunziekten en kanker.

Biosimilaire geneesmiddelen worden zo gemaakt dat ze in hoge mate gelijkwaardig zijn aan een al goedgekeurd biologisch geneesmiddel. Biosimilaire geneesmiddelen zijn even kwaliteitsvol, veilig en doeltreffend als het biologische referentiegeneesmiddel. Nadat het patent is vervallen en de exclusiviteitsperiode van het referentiegeneesmiddel (tien jaar) om is, mag een biosimilair geneesmiddel op de markt worden gebracht.

In hoge mate gelijkwaardig betekent dat het biosimilaire geneesmiddel en zijn referentiegeneesmiddel grotendeels hetzelfde zijn, al kunnen de actieve bestanddelen kleine verschillen vertonen. De kleine verschillen tussen het biologische referentiegeneesmiddel en het biosimilaire geneesmiddel hebben geen betekenisvolle invloed op de kwaliteit, de veiligheid of de doeltreffendheid van het biosimilaire geneesmiddel.

Die kleine verschillen hebben te maken met het feit dat de actieve bestanddelen over het algemeen grote, complexe moleculen zijn, die door levende cellen worden geproduceerd. Na verloop van tijd wordt een biologisch geneesmiddel trouwens sterk gelijkwaardig aan zichzelf. Aangezien de cellen die het geneesmiddel vormen leven, evolueren ze doorheen de tijd. Eenzelfde biologisch geneesmiddel blijft dus in de loop der tijd niet identiek aan zichzelf, maar wel sterk gelijkwaardig.

We kunnen het biosimilaire geneesmiddel en zijn biologisch referentiegeneesmiddel vergelijken met de bladeren van een boom: ze zien er hetzelfde uit en ze hebben hetzelfde doel, maar onder een microscoop is er een zeer klein verschil te zien, dat zijn verklaring vindt in het feit dat ze het resultaat zijn van biologische processen.

Net als voor alle geneesmiddelen moet worden aangetoond dat de voordelen van een biosimilair geneesmiddel groter zijn dan de nadelen. Daarvoor is een groot aantal gegevens nodig, met name over de zuiverheid, de productie en de manier waarop het middel werkt, naast een vergaande vergelijking met het referentiegeneesmiddel via studies in het laboratorium waarbij de structuur en de werking van de geneesmiddelen worden vergeleken, en via klinische proeven op mensen. Na een positieve beoordeling van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) worden de biosimilaire geneesmiddelen goedgekeurd door de Europese Commissie en kunnen deze worden gebruikt bij patiënten in de Europese Unie.

Het ontwikkelen van biologische geneesmiddelen is complex, vergt veel tijd en is zeer duur. Dat kan de toegang tot die geneesmiddelen voor patiënten belemmeren en een obstakel vormen voor hun terugbetaling door het gezondheidszorgsysteem.

Biosimilaire geneesmiddelen kunnen om twee redenen een oplossing bieden voor deze problemen.

De ontwikkeling van biosimilaire geneesmiddelen steunt op de wetenschappelijke kennis die dankzij de referentiegeneesmiddelen werd verworven. Het is dan ook niet nodig om alle klinische onderzoeken die voor het referentiegeneesmiddel werden uitgevoerd te herhalen.

Wanneer biosimilaire geneesmiddelen op de markt worden gebracht, leiden ze tot een daling van de RIZIV-kosten voor het referentiegeneesmiddel, en dus tot een aanzienlijke besparing voor het gezondheidszorgsysteem. De besparing bedraagt maximaal 31,15 % wanneer de RIZIV kosten voor het biologische referentiegeneesmiddel nog niet zijn gedaald na 12 jaar (-12 %), na 15 jaar (-2,41 %) en na 18 jaar (-15 %) vanaf de inschrijving op de lijst van terugbetaalbare geneesmiddelen.

Bovendien is sinds 1 april 2018 het biocliffprincipe van toepassing wanneer een vergunning voor het in de handel brengen van biosimilair geneesmiddel wordt gegeven. Dat betekent dat alle wettelijke prijsverminderingen die nog moeten worden toegepast in één keer worden toegepast, zowel voor het biologische referentiegeneesmiddel als voor het biosimilaire geneesmiddel, nog voor het referentiegeneesmiddel sinds 12, 15 of 18 jaar op de terugbetalingslijst staat ingeschreven.

Het is ook mogelijk dat de prijs van het biosimilaire geneesmiddel nog lager ligt dan de verlaagde prijs van het referentiegeneesmiddel, wat bijkomende besparingen oplevert.

Bijvoorbeeld:

Een origineel biologisch geneesmiddel “X” kost de ziekteverzekering € 130.000.000 per jaar. Er werd na de inschrijving van het originele geneesmiddel nog geen enkele wettelijke prijsdaling doorgevoerd. Bij de registratie van een eerste biosimilair geneesmiddel “Y” zal de prijs van het originele geneesmiddel met 31,15 % dalen.

Om hetzelfde aantal patiënten gedurende een jaar met het referentiegeneesmiddel “X” en/of het biosimilaire geneesmiddel “Y” te behandelen, zal de prijs voor de ziekteverzekering € 89.505.000 bedragen in plaats van € 130.000.000.

Het verschil van € 40.495.000 kan worden gebruikt voor de terugbetaling van innoverende behandelingen, die vaak zeer duur zijn, of voor de behandeling van meer patiënten.

Als een tweede biosimilair geneesmiddel “Z” zou worden vergund en aangeboden aan een prijs die 5 % lager ligt dan de prijs van de middelen “X” en “Y”, dan zou dat een bijkomende besparing inhouden van 5 % voor de ziekteverzekering voor elke gebruikte verpakking van het geneesmiddel “Z”.

Hoe groter het marktaandeel van geneesmiddel “Z” wordt, hoe groter dus de besparing voor de ziekteverzekering.

Switch van biologische geneesmiddelen.

Aangezien er geen informatie bestaat over de vergelijkbaarheid tussen verschillende biosimilars van hetzelfde referentiegeneesmiddel, adviseert het FAGG om het voorschrijven op stofnaam (VOS) niet toe te passen op biologische geneesmiddelen.

Deze uitsluiting van het voorschrijven op stofnaam betekent dat er geen overschakeling van de ene biosimilar naar de andere mogelijk is zonder opvolging door de voorschrijvende arts. Als de arts beslist om over te schakelen, de zogenaamde “switch” (origineel/origineel; origineel/biosimilar; biosimilar/origineel of biosimilar/biosimilar), dan dient dit met de nodige opvolging te gebeuren en dient de wijziging nauwkeurig genoteerd te worden.

Aangezien een biosimilar echter pas wordt goedgekeurd wanneer het product hetzelfde veiligheids- en doeltreffendheidsprofiel heeft als het referentiegeneesmiddel, wordt er echter geen relevant verschil in behandeling verwacht bij de overschakeling van het referentiegeneesmiddel naar zijn biosimilar (of omgekeerd).

Substitutie van biologische geneesmiddelen.

Bij substitutie wordt er overgeschakeld van de ene specialiteit op medisch voorschrift naar een andere specialiteit, op initiatief van de apotheker, zonder overleg met de voorschrijvende arts







ARTIKEL: OUDERE CHRONISCH ZIEKE VROUWEN WERKEN MEER.
Bron: Redactioneel/Zorg.nu/ANP.

Oudere vrouwelijke werknemers (45 tot 75 jaar) met een chronische ziekte zijn in de afgelopen twaalf jaar meer uren gaan draaien. Hun werkweek nam toe van gemiddeld 10,8 naar 18,4 uur. Mannen in die leeftijdsklasse met een chronische aandoening zijn in die periode niet meer gaan werken, blijkt uit een onderzoek van gezondheidsinstituut Nivel.

Zij werken nu gemiddeld 28 uur per week. 'Het verschil in arbeidsuren tussen mannen en vrouwen blijft bestaan, maar wordt dus kleiner', aldus het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg.

Oudere werknemers worden steeds meer gestimuleerd om langer door te werken, onder andere door de overheid. Een van de redenen hiervoor is het betaalbaar houden van sociale voorzieningen.







ARTIKEL: HULPMIDDEL VOOR MENSEN MET EVENWICHTSPROBLEMEN: DE BALANCEBELT.
Bron: Redactioneel/Maastricht UMC+/Doof.nl.

Goed nieuws voor duizenden patiënten met evenwichtsproblemen: volgend jaar komt de BalanceBelt op de markt, een evenwichtsriem die mensen helpt om letterlijk hun evenwicht te bewaren. Patiënten krijgen daardoor meer vertrouwen om weer deel te nemen aan het dagelijks leven.

Eén op de vijf mensen krijgt in meer of mindere mate te maken met evenwichtsstoornissen. Van alle 65-plussers heeft 25 procent een slecht functionerend evenwichtsorgaan. Gebruik van de BalanceBelt, de evenwichtsriem, zorgt voor een betere kwaliteit van leven voor een grote groep patiënten. Daar zat voor Herman Kingma, de bedenker van het hulpmiddel, ook de drive om vijftien jaar te werken aan technische vervolmaking van zijn idee. Kingma is hoogleraar Klinische Vestibulogie aan het Maastricht UMC+ en Maastricht University en wereldwijd een autoriteit binnen zijn vakgebied.

Hoe werkt het?

De BalanceBelt helpt patiënten met problemen aan het evenwichtsorgaan om beter de balans te bewaren. Wanneer een patiënt uit balans dreigt te raken, geeft de riem trilsignalen af. De drager van de riem corrigeert dan automatisch de lichaamshouding. De resultaten van klinische pilotstudies in een ziekenhuisomgeving en in de thuissituatie stellen zeer tevreden.

Samenwerking.

Prof. Kingma heeft de BalanceBelt samen met ingenieurs van Maastricht University ontwikkeld. De licentierechten van de riem zullen worden overgedragen aan het Utrechtse bedrijf Elitac. Dit bedrijf is gespecialiseerd in zogenoemde haptische waerables (technologische hulpmiddelen die via beweging of vibratie communiceren met de gebruiker).

Het is de bedoeling dat patiënten via een verwijzing van de kno-arts de in aanmerking komen voor de evenwichtsriem. In overleg met ziektekostenverzekeraars moet nog worden bepaald of je de BalanceBelt geheel of gedeeltelijk vergoed kunt krijgen.

Kunstmatig evenwichtsorgaan.

Eind vorig jaar publiceerde Raymond van de Berg, KNO-arts en evenwichtsdeskundige aan de Universiteit van Maastricht, ook al een proefschrift over de ontwikkeling van een kunstmatig evenwichtsorgaan. De publicatie laat zien dat een kunstmatig evenwichtsorgaan een veilige en effectieve manier is om het evenwicht (deels) te herstellen.

Het KNO-team van Maastricht heeft nu, samen met de Universiteit van Genève, als eerste ter wereld chirurgisch een kunstmatig evenwichtsorgaan ingebracht bij dertien patiënten. Dit opent perspectieven om deze behandeling in de toekomst aan te bieden aan patiënten met ernstige evenwichtsuitval.







ARTIKEL: MINISTER BRUINS WIL UITLEG VAN FARMACEUT OVER VEEL DUURDER KANKERMEDICIJN.
Bron: Redactioneel/Rijksoverheid/NOS/ANP.

Minister Bruins voor Medische Zorg wil nog deze week in gesprek met het farmaceutische bedrijf dat de prijs van een kankermedicijn enorm heeft opgedreven. "Ze moeten eerst maar eens tekst en uitleg geven, want ik denk dat het zo niet kan", zei hij in de talkshow Jinek.

De Zwitserse firma Novartis vraagt het zesvoudige voor een geneesmiddel dat ongeveer twintig jaar geleden is ontwikkeld door het Erasmus MC. Het werd daar voor ongeveer 16.000 euro aangeboden. Een identiek medicijn van Novartis kost ruim 90.000 euro per patiënt.

"Dat zijn vreselijke bedragen", zei Bruins. "Daar ben ik ook nog lang niet klaar mee." Hij noemde de handelwijze van de farmaceut gisteren ook "een voorbeeld van hoe het niet moet".

Handig gebruik van de regels.

Novartis kan de prijs van het middel zo opdrijven door handig gebruik te maken van de regelgeving rond weesgeneesmiddelen. Dat zijn medicijnen tegen heel zeldzame ziekten.

Het medicijn lutetium octreotaat wordt gebruikt bij een zeldzame vorm van kanker. Door de forse prijsverhoging dreigt het medicijn onbereikbaar te worden voor patiënten.

Volgens Bruins zijn de Europese regels voor weesgeneesmiddelen bedoeld om nieuwe uitvindingen van medicijnen te stimuleren. Hij vindt echter dat de regels in dit geval verkeerd uitpakken en wil de kwestie ook binnen de Europese Unie bespreken.

'Geen kortetermijnoplossing'

Bij Jinek gaf Bruins toe dat een gesprek met Novartis waarschijnlijk niet op de korte termijn tot een verlaging van de prijs van het kankermedicijn gaat leiden.

"Dit dure medicijn zit in het pakket, dus de behandeling van patiënten kan gewoon doorgaan", zei hij, "maar we krijgen nog zo ongelooflijk veel andere dure medicijnen dat we echt die gesprekken moeten voeren."







ARTIKEL: LEVENSVERLENGENDE CHEMOKUUR OF NIET? PATIËNTEN HEBBEN ER SLAPELOZE NACHTEN VAN.
Bron: Redactioneel/RTLnieuw/EdiciteNL.

Het is een haast onmogelijke keuze: of een levensverlengende chemokuur waardoor je hartstikke ziek wordt of geen chemo en zien hoe de tijd verloopt. "Sommige patiënten zeggen: beslis jij maar dokter."

Journalist Max van Weezel kreeg onlangs te horen dat zijn alvleesklierkanker niet meer te genezen is. Hij vertelde bij Jinek dat hij niet uit de keuze komt: toch gaan voor een levensverlengende chemokuur waar hij ziek en moe van wordt, of genieten van de laatste paar maanden zonder chemo. "Ik wil niet iemand worden die mijn hoofd onder de kussens stopt en wegebt van de wereld."

Geen levensverlengende chemokuur.

"Een vrouw van halverwege de 60 jaar met longkanker heeft ervoor gekozen geen levensverlengende chemokuur te doen", vertelt Isabelle Royer. Zij is gespecialiseerd oncologie verpleegkundige en werkt bij de landelijke organisatie Care for Cancer. Ze komt bij de patiënten thuis.

In nauwe samenwerking met huisartsen en ziekenhuizen geeft ze kankerpatiënten psychosociale begeleiding op verschillende momenten in het ziekteproces. "Deze vrouw is alleenstaand, ze heeft weliswaar een groot sociaal netwerk, maar heeft besloten: het is goed zo. Het gaat goed met haar kinderen en kleinkinderen. Ze heeft een mooi werkend leven achter de rug. Ze wil niet meer ziek worden van chemotherapie."

Bedenktijd.

Patiënten wordt steeds vaker aangeraden om bedenktijd te nemen voordat een keuze voor een behandeling wordt gemaakt. Als dit aan de orde komt in het gesprek thuis, praat Royer uitgebreid met ze. "Ik vraag welke waarden belangrijk zijn in hun leven en adviseer ze rustig na te denken en de keuze met familie, vrienden en eventueel de huisarts te bespreken.”

Als ze de gesprekken vergelijkt met tien jaar geleden, kiezen minder mensen voor levensverlengende chemo. Ze vertelt hoe een 18-jarige jongen besloot na de zoveelste uitzaaiing: dit hoeft van mij niet meer.

"Anderen blijven tot het laatst in de overlevingsstand, omdat ze nog een bruiloft willen meemaken, een kleinkind of omdat ze nog even willen genieten van hun pensioen dat net is aangebroken. Als er maar tijd en ruimte is, kunnen patiënten heel goed die eigen keuze maken."

Helse dilemma's.

Dit beaamt ook Jacqueline Stouthard, internist en oncoloog in het Antoni van Leeuwenhoek. Ze richt zich vooral op de behandeling van vrouwen met borstkanker en gynaecologische tumoren. "Ik behandel ook mensen in hun laatste levensfase. In mijn praktijk zie ik dat patiënten steeds beter geïnformeerd zijn en zelf met vragen en opties komen. En dat is goed."

De rol van de patiënt wordt dan ook steeds belangrijker. Diens wens wordt in het behandeltraject meegenomen. "Maar voor sommige patiënten zijn deze keuzes helse dilemma's. Ze krijgen er slapeloze nachten van en vragen aan mij of ik een besluit voor ze kan nemen."

Samen beslissen.

Stouthard vraagt bij de kennismaking dan ook meteen aan de patiënt in welke mate ze geïnformeerd willen worden. "Sommige mensen willen alles weten, anderen kunnen de voorliggende scenario's niet aan."

De ene patiënt vraagt hoeveel tijd ze nog heeft, de ander wil hier niks van weten. "Vaak nemen we in een open gesprek samen een beslissing. Maar als een patiënt vraagt: 'Dokter kunnen we het ouderwets aanpakken en kunt u alle besluiten nemen', dan moeten we ook daar serieus naar luisteren."







ARTIKEL: VERGOEDING VOOR LANGDURIG GEBRUIK HULPMIDDEL.
Bron: Redactioneel/Supportbeurs.

Heb je langer dan 26 weken een hulpmiddel nodig? Dan moet je je vaak een weg banen door een doolhof van wetten en regelingen voor je weet of je in aanmerking komt voor een (gedeeltelijke) vergoeding.

Welke wet en uitvoerder van toepassing zijn, is afhankelijk van jouw persoonlijke omstandigheden. We zetten de verschillende mogelijkheden op een rijtje.

Hulpmiddel om (langer) zelfstandig thuis te wonen.

Heb je door een handicap of chronische ziekte langdurig een hulpmiddel nodig en woon je thuis, dan klop je aan bij je zorgverzekeraar of de gemeente waar je woont.

In het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO 2015) kan de gemeente je voorzien van aangepaste hulpmiddelen die je helpen langer zelfstandig thuis te blijven wonen en mee te doen in de maatschappij. Onder de WMO valt een grote diversiteit aan hulpmiddelen; van traplift, scootmobiel, rolstoel, automatische deuropener, aanpassingen in je keuken en/of badkamer tot huishoudelijke hulp en vervoersvoorzieningen. Eenvoudige loophulpmiddelen zoals een wandelstok of rollator, vergoeden gemeenten niet.

Een gemeentelijke WMO-ambtenaar beoordeelt je aanvraag voor WMO-ondersteuning. Hij of zij onderzoekt in een jouw persoonlijke situatie, jouw beschikbare netwerk (familie, buren, mantelzorger etc.) en de algemene voorzieningen waarop je kunt terugvallen. Krijg je een hulpmiddel toegewezen door je gemeente, dan kun je dit ‘in natura’ ontvangen of via een PGB aankopen.

Voor welke hulpmiddelen je in aanmerking komt en of er een eigen bijdrage geldt (en zo ja, hoe hoog deze is), is afhankelijk van de gemeente waar je woont.

Vraagt jouw gemeente een eigen bijdrage bij het ter beschikking stellen van een hulpmiddel, dan is het goed om eens uit te rekenen of je niet voordeliger uit bent als je het hulpmiddel zelf koopt. In de regel mogen gemeenten dan wel geen hogere eigen bijdrage rekenen dan de aankoopwaarde van het hulpmiddel, maar er kunnen wel extra onderhouds- en servicekosten gerekend worden. Koop je het zelf, dan heb je zelf de keuze welk hulpmiddel je bij welke leverancier (eventueel tweedehands) koopt.

Je kunt niet zo maar beslissen welk hulpmiddel je wilt, gemeenten sluiten contacten af met een beperkt aantal leveranciers. Heb je je oog laten vallen op een hulpmiddel dat volgens jou beter bij jouw situatie past, maar zit het niet in het standaard WMO-pakket van jouw gemeente? Misschien kun je door middel van de WMO-Powerkaart toch jouw keuze doordrukken!

Waar vraag je een hulpmiddel voor langdurig gebruik aan?

In onderstaand overzicht staat bij welke instantie je de meest voorkomende hulpmiddelen aanvraagt.

Staat er 'zorgverzekeraar', dan betekent dit in de praktijk dat je contact opneemt met een gecontracteerde zorgaanbieder van je zorgverzekeraar. Die voert namelijk veelal de indicatiestelling uit namens de zorgverzekeraar. Bij sommige hulpmiddelen is langdurend een machtiging van je zorgverzekeraar van toepassing. Je zorgaanbieder legt dan met jouw goedkeuring het dossier aan je zorgverzekeraar voor.

SCHEMA: Hulpmiddel / Permanent nodig (> 26 weken, chronische indicatie)

Tillift - gemeente.
Hoog/laag bed - zorgverzekeraar.
Antidecubitus matras - zorgverzekeraar.
Antidecubitus zitkussen (los) - zorgverzekeraar.
Antidecubitus zitkussen (in rolstoel) - gemeente.
Bedheffer/papegaai - zorgverzekeraar.
Bedleestafel - zorgverzekeraar.
Bedverhogers - zorgverzekeraar.
Draaischijf - gemeente.
Drempelhulp - gemeente.
Glijlaken/rollaken - zorgverzekeraar.
Glijplank/transferplank - zorgverzekeraar.
Infuusstandaard - zorgverzekeraar.
Luchtring/windring - zorgverzekeraar.
Loopfiets - zorgverzekeraar.
Ondersteek - zorgverzekeraar.
Rugsteun - zorgverzekeraar.
Trippelstoel - zorgverzekeraar.
Aangepaste stoel - zorgverzekeraar.
Orthese (sta of lig) - zorgverzekeraar.
Orthese (in rolstoel) - gemeente.
Aangepaste tafel - zorgverzekeraar.
Parkinsonrollator - zorgvezekeraar.
Toiletstoel - gemeente.
Badplank - gemeente.
Rolstoel (handbewogen) - gemeente.
Electrische rolstoel - gemeente.
Driewielfiets - gemeente.
Handbike - gemeente.
Scootmobiel - gemeente.
Woningaanpassingen - gemeente.

Hulpmiddel in een zorginstelling.

Ook als je in een zorginstelling woont, kun je hulpmiddelen nodig hebben als bijvoorbeeld een rolstoel. Vergoeding voor dergelijke hulpmiddelen komt vanuit de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Op welke zorg en welke hulpmiddelen je recht hebt, hangt af van jouw WLZ-indicatie. Het Centrum voor Indicatiestelling Zorg (CIZ) levert deze indicatie af, waarin staat welke en hoeveel zorg je nodig hebt.

Ter volledigheid (en om aan te geven hoe complex de materie is): verblijf je in een zorginstelling en komen de kosten voor je behandeling op conto van het zorgkantoor, dan vallen de hulpmiddelen die je gebruikt onder de 'uitrusting' van de instelling. Maar wordt je verblijf en/of de behandeling bekostigd vanuit je PGB, Volledig Pakket Thuis (VPT) of Modulair Pakket Thuis (MPT), dan worden de hulpmiddelen verstrekt vanuit de zorgverzekeraar.

Hulpmiddel voor je werk.

Heb je een handicap of chronische ziekte en werk je? Dan kan jouw werkgever een vergoeding vragen aan het UWV voor alle niet-meeneembare aanpassingen op jouw werkplek of elders in het bedrijf. Bijvoorbeeld de kosten voor een aangepaste werkplek, toilet of traplift . Eén van de voorwaarden is dat je arbeidscontract nog langer dan 6 maanden loopt. Het UWV bekijkt samen met een arts en arbeidsdeskundige of de aanpassingen en voorzieningen écht nodig zijn. Zijn voorzieningen ‘algemeen gebruikelijk’, dan kan het UWV vergoeding weigeren.

Ben of word je zelfstandig ondernemer en heb je hiervoor aanpassingen zoals orthopedische werkschoenen, aangepast gereedschap, communicatiehulpmiddelen of een aangepaste werkplek nodig? Ook dan kun je van het UWV, mits je aan de voorwaarden voldoet, vergoeding krijgen.

Belangrijk is dat je sowieso wacht met de aanschaf van het hulpmiddel of het realiseren van de aanpassing, tot na de beslissing van het UWV. Het UWV vergoedt nooit een hulpmiddel dat al vóór de aanvraag werd aangeschaft!







ARTIKEL: ORPEA MAG VERDER MET OVERNAMEPLANNEN ALLERZORG EN SEPTEMBER.
Bron: Redactioneel/NZa.

Het Franse zorgconcern Orpea heeft de overnameplannen van een aantal Nederlandse zorginstellingen die ouderenzorg aanbieden voorgelegd aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Wij hebben vervolgens beoordeeld of Orpea de procedures heeft gevolgd als het gaat om het betrekken van belanghebbenden zoals cliënten en werknemers en of de verwachte effecten van de overname voldoende in kaart zijn gebracht. Daarnaast hebben wij gekeken of de overname gevolgen zal hebben voor de cruciale zorg. Wij constateren dat Orpea heeft voldaan aan de eisen en dus verder mag met de overnameplannen. De overname is inmiddels ook goedgekeurd door de Autoriteit Consument en Markt.

Louter procedurele toets.

De NZa kan overnameplannen alleen procedureel toetsen. Daarbij doet de nationaliteit van de overnamepartners niet ter zake. Eerder nam het Franse Orpea al Dagelijks Leven over, dat eveneens zorg levert aan ouderen met dementie. Wij hebben geen bevoegdheden om te toetsen of overnames gevolgen hebben voor de kwaliteit en de betaalbaarheid van de zorg zelf. Wij vinden wel dat zo’n zorginhoudelijke toets er zou moeten komen. Begin dit jaar hebben wij daarom het position paper ‘Samenwerken en concurrentie’ opgesteld over fusies en overnames in de zorg.

Locaties.

Orpea is van plan om vier instellingen over te nemen: September, Allerzorg, Diaphora zorgverlening en Diaphora woonvoorziening. September biedt woonzorg aan mensen met geheugenproblemen op locaties in Apeldoorn, Arnhem, Twello, Velp, Wageningen, Witmarsum en Zevenaar. Allerzorg is actief in heel Nederland op het gebied van specialistische thuiszorg. Diaphora levert zorg aan mensen met dementie op één van de locaties van September in Velp.







ARTIKEL: DEELNEMERS ZONDER VISUELE BEPERKING GEZOCHT VOOR OOGONDERZOEK.
Bron: Redactioneel/Koninklijke Visio.

Koninklijke Visio en het UMCG doen onderzoek naar zicht en oogbewegingen om nieuwe oogtesten te ontwikkelen.

In dit onderzoek worden de ogen gemeten door middel van het het tonen van korte filmfragmenten of door middel van een bewegende stip op het beeldscherm. Deze gegevens worden gebruikt voor het ontwikkelen van nieuwe, eenvoudige oogtesten.

Respondenten gezocht.

In dit onderzoek zijn mannen nodig tussen de 40-49 jaar en vrouwen tussen de 70-79 jaar. De respondenten dienen gezond te zijn en mogen niet over een oogheelkundige aandoening beschikken (een bril is meestal geen probleem). Het is een eenmalig onderzoek die een uur duurt. Bij deelname aan dit onderzoek ontvangt u een vergoeding van €7,50.

Locatie en contact:

Het onderzoek vindt plaats bij Koninklijke Visio te Haren. Als u mee wilt doen aan het onderzoek of eerst nog meer informatie wilt, neemt u dan contact op met Teatske Hoekstra door te mailen naar teatskehoekstra@visio.org of te bellen naar 06 40 218 339.







ARTIKEL: ALBERT HEIJN GAAT NU OOK WARME MAALTIJDEN BEZORGEN.
Bron: Redactioneel/NOS/ANP.

Albert Heijn begint in Amsterdam-West met het bereiden en bezorgen van maaltijden. Het eten wordt binnen 30 minuten bezorgd. Dat betekent wel dat klanten binnen een straal van 2,5 kilometer moeten wonen. "Anders krijgen de mensen lauw eten en daar zit niemand op te wachten", zegt een woordvoerder.

De marktleider in supermarktland is de eerste die in deze bezorgservice stapt. Bij succes in Amsterdam zullen snel meerdere steden volgen.

Volgens Jan-Willem Grievink, directeur van FoodService Instituut Nederland, zullen andere supermarkten als Jumbo snel volgen. "De markt van eten thuisbezorgen in ons land is nu 3,2 miljard euro groot. Ik denk dat we over ruim vijf jaar op pakweg 8 miljard zitten", zegt hij in het NOS Radio 1 Journaal.

"Of mensen te lui worden om te koken? Mensen willen graag baas zijn over hun eigen tijd en daar hebben ze geld voor over. Even eten bestellen scheelt veel tijd. Niet dat mensen dat 4 keer per week zullen doen, maar wel op momenten dat ze even geen zin of tijd hebben om te koken. En dan is eten bestellen en laten brengen een oplossing", zegt Grievink.







ARTIKEL: ONDERZOEKERS ONTDEKKEN VIJF TYPEN SLAPELOZEN.
Bron: Redactioneel/RTLnieuws/ANP MediaWatch.

Er zijn vijf groepen mensen te onderscheiden die last hebben van slapeloosheid, ontdekten Nederlandse onderzoekers. Heb je last van slapeloosheid? Dan kun je nu kijken tot welk 'menstype' je behoort.

Slaapproblemen, veel mensen hebben er last van. Een op de tien mensen slaapt chronisch slecht. En dat heeft zijn weerslag op je gezondheid. Het wordt dus tijd om die grote groep 'slapelozen' te helpen.

Menstypen.

Onderzoek van het Nederlands Herseninstituut levert nu interessante nieuwe inzichten op. Het instituut verdeelde mensen die last hebben van slapeloosheid in zogenaamde menstypen. Is iemand emotioneel vlak, of juist heel gevoelig en lang van slag?

Eerder onderzoek naar typen slapeloosheid leverde nooit iets op, meldt het instituut. Dat komt omdat het onderzoek zich op verschillen in slaapproblemen richtte. Er werd dan bijvoorbeeld onderzocht of iemand moeite had met inslapen, of juist te vroeg wakker werd.

Vragenlijst.

Dit keer pakte het instituut het anders aan. Onderzoekers lieten duizenden slechte slapers op internet tientallen vragenlijsten invullen. Die vragen gingen over 'karaktereigenschappen die sterk verankerd zijn in de structuur van de hersenen'.

Gevolgen van slapeloosheid ernstig onderschat.

Er bleken vijf 'heel verschillende profielen van combinaties van karaktereigenschappen' te zijn. De ontdekking is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet Psychiatry.

Dit zijn ze:

Type 1: Deze slechte slapers scoren hoog op veel lastige aspecten als neuroticisme, ofwel emotionele instabiliteit. Ook zijn deze mensen vaak somber, kunnen ze zich hyper voelen en zijn soms lang van slag.

Type 2: Deze slechte slapers hebben beduidend minder last van de problemen waar de mensen uit de groep van type 1 last van hebben. Bij type 2 zijn de mensen vooral heel gevoelig voor een beloning.

Type 3: Deze groep is juist ongevoelig voor een beloning. Emotioneel zijn ze 'nogal vlak'.

Type 4: In de eigenschappen van deze personen is eigenlijk niet veel opvallends te zien. Die lijken het meest op goede slapers. De slechte slapers uit deze categorie hebben vooral last van slapeloosheid als er iets belangrijks gebeurt.

Type 5: Ook in deze groep geen opvallende zaken in vergelijking tot normale slapers. Deze groep heeft last van slapeloosheid, maar niet omdat er iets belangrijks gebeurt. Zij zijn daar 'opvallend ongevoelig' voor.

Nu deze groepen onderscheiden kunnen worden, hopen de onderzoekers sneller oorzaken te kunnen vinden en behandelingen kunnen verbeteren. Misschien kunnen de patiënten gerichter worden behandeld.







ARTIKEL: ZO MAAK JE VAN JE EIGEN HUIS EEN SPORTSCHOOL.
Bron: Redactioneel/BN De Stem/ANP MediaWatch.

Een voornemen om (meer) te sporten in het nieuwe jaar? Maak het jezelf niet te moeilijk en kom in beweging in je eigen huis. Wel zo prettig in de winter. Zeven opties waarvoor je de deur niet uit hoeft.

Yoga.

Tim is geduldig. Desnoods legt-ie zijn oefeningen honderd keer uit. Tim is Tim Senesi, yogadocent en populair op YouTube, waar je zijn instructievideo’s eindeloos kunt terugspoelen. Uiteraard is Tim sympathiek, good looking en totaal in balans. Bovendien heeft hij alleen op zijn linkerheup 1,5 gram vet te veel - en dat wil jij ook.

Thuisyoga is voor iedereen te doen, mits je begint met de beginnersvideo’s. Gewoon nadoen wat Tim doet. En hadden we al verteld dat Tim vroeger zelf fiks overgewicht had en vaak chagrijnig was? En dat yoga zijn leven heeft veranderd? Nou dan.

Vind je Tim niet leuk genoeg, dan kun je natuurlijk ook een andere yogi volgen (Boho Beautiful Life, als je houdt van rustige oefeningen op hagelwitte stranden) of yogameester. Op YouTube wemelt het ervan. Of je gaat serieus aan de slag met een online cursus, bijvoorbeeld bij The House of Yoga (10 euro per maand) of Daily Om (de prijs van de lessen varieert).

Touwtjespringen.

Voor de forse medemens met benedenburen past hier een waarschuwing: doe dit op een matje, dat kan een hoop gezeur voorkomen. Maar verder is touwtjespringen - mits het plafond hoog genoeg is - een relatief eenvoudige vorm van thuissporten, waarbij je ook nog eens als een malle calorieën verbrandt en conditie opbouwt. Niet voor niks is touwtjespringen een vaste basis van training van die überfitte boksers. Kijk op YouTube hoe de pro’s het doen en probeer dat te imiteren. Per sprong hoef je maar 2 tot 4 centimeter omhoog te springen. En dan begint de grote gezondheidswinst: een gemiddeld mens (75 kilo) verbrandt bij een sessie van 10 minuten algauw 130 calorieën, meer dan bij de meeste andere sporten.

Dansen.

Gordijnen dicht en los! Als kinderen helemaal uit hun dak gaan op JustDance van spelcomputer Wii, waarom zouden volwassenen zich dan schamen voor een potje dansen?

YouTube is een onuitputtelijke bron van dansvideo’s in allerlei muziekstijlen. Voordeel is dat je een muziekstijl kiest waar je blij van wordt. En met een kwartiertje dansen verbrand je al gauw veel calorieën - al hangt het er natuurlijk vanaf hoe fanatiek je beweegt. Nadeel is dat het er misschien een beetje ongebruikelijk uitziet, dansen in je huiskamer - vooral als je partner of kinderen onverwacht binnenkomen.

Gewichten.

Natuurlijk, er zijn mensen die de discipline hebben om dagelijks met gewichten te stoeien. Maar dat is een zeer kleine minderheid, denkt Patricia Frijns, yogadocent en personal trainer bij Plaza Sportiva in Groningen. ,,Ik geloof niet dat veel mensen thuis trainen. Van al mijn klanten voor wie ik een thuisprogramma heb gemaakt, heeft er welgeteld één die oefeningen een tijdje gedaan, overigens wel met topresultaat. Ook heb ik legio klanten met een halve sportschool in huis die ze gebruiken als kapstok.’’

Wie toch wil stoeien met gewichten en stoere work-outs: bezoek eerst een paar keer een sportschool om te voelen welke gewichten geschikt zijn en welke oefeningen je ermee kunt doen. Frijns: ,,Heel hip op dit moment zijn de apps (in zeven minuten per dag naar je je droomfiguur - tuurlijk!) of Fitchannel-achtige oefeningen die je thuis meedoet via internet. Al een stuk beter, maar de kans op blessures is groot.’’

Wii Fit/Wii sports.

In veel huishoudens staat de Nintendo Wii achter een luik op zolder. En dus is-ie voor een prikkie te koop op Marktplaats. Wii Fit (balans- en fitnessoefeningen met het balance board) en Wii Sports (talloze sporten, variërend van tennis, wakeboarden tot bowlen en skiën) hebben hun populairste tijd gehad, maar het is een leuke vorm van lichaamsbeweging - vooral samen met je kinderen.

Denk niet dat je enorme sprongen maakt qua gezondheidswinst: de meeste spellen en oefeningen vallen in de categorie ‘beetje bezig blijven’. Bovendien zijn spellen als tennis (alle vazen uit de buurt!) en golf niet zonder gevaar voor argeloze passanten in de huiskamer. En in de hoogtijdagen van de Wii kwamen er zelfs meldingen van ‘Wiiitis’: klachten die vergelijkbaar waren met de tenniselleboog, veroorzaakt door langdurig gebruik van de motion controller die onder meer fungeert als tennisracket.

Roeien.

In nogal wat huishoudens staat de roeitrainer - net als de hometrainer, ellipstrainer en crosstrainer - al jaren stof te happen. Dat is zonde. Met roeien gebruik je zo’n beetje al je spieren, en in tien minuten kun je heel wat zweetdruppels verliezen en dus je hart flink aan het werk zetten. Keerzijde is dat ook deze thuissport met een verkeerde houding of techniek tot vervelende blessures kan leiden. In een goed fitnesscentrum corrigeert een instructeur je bij technische fouten, iets wat je zelf moeilijk kunt ontdekken.

Voor de nieuwelingen die lak hebben aan waarschuwingen: simpele roeiapparaten zijn te koop vanaf ongeveer 200 euro, maar dat zijn roeitrainers waarvan de voorkant niet zelden omhoog komt als je kracht zet. Ook maken ze vaak loeiveel lawaai. De betere apparaten gaan vanaf zo’n 500 euro, en professionele roeitrainers beginnen bij zo’n 1000 euro - best een behoorlijk bedrag als je nog niet zeker weet of dit iets voor je is. En niet onbelangrijk: of die roeier na een maand nog lonkt.

Zwift.

Vaarwel hometrainer, hello Zwift! Zwiften in huis- en zolderkamers is razend populair, al vergt het wel wat investeringen: je plaatst je eigen racefiets of mountainbike in een fietstrainer (meestal van Tacx, reken op 500 euro). Vervolgens kun je de fietstrainer koppelen aan je pc, tablet of telefoon om in de Zwift-omgeving te geraken. Klinkt wellicht gecompliceerd, maar dan heb je ook wat: je fietst in een virtuele omgeving, tegen én met duizenden andere Zwifters.

Dat laatste verklaart een deel van de populariteit: je bent plots deel van de snel uitdijende Zwift-community, stimuleert elkaar of jaagt elkaar op. Wie je zoal tegenkomt op Zwift? Je buurman, een bijna vergeten ex, maar ook wielerprofs zijn massaal gezwicht voor Zwift. Dat komt ook door de bijna-echte fietservaring die het biedt: zo kun je via de app zomaar in de Franse Alpen of op een WK-parcours belanden, inclusief realistisch aanvoelende hellingspercentages. En dat terwijl je fysiek toch in je eigen doorzonwoning zit te trappen.

Nog even over de kosten: met alleen de aanschaf van een fietstrainer ben je er nog niet. Ook een goede mat (tegen geluidsoverlast) en ventilator zijn eigenlijk min of meer noodzakelijk.

Voor beginners.

Anders dan je wellicht zou verwachten van een personal trainer die werkt in een fitnesscentrum (Plaza Sportiva), is Patricia Frijns geen tegenstander van thuis sporten. Wel nuanceert ze het succes van al die inspanningen. ,,In de basis ben ik een groot voorstander van thuis trainen, maar ik kan wel braken van die blaadjes die oefeningen presenteren die niet geschikt zijn voor beginners. Als je geluk hebt, haak je af, maar vaker komt het voor dat mensen zich blesseren. Dit omdat de oefeningen niet goed worden afgebeeld of uitgelegd, of er wordt niet verteld dat je een warming-up moet doen, of het zijn oefeningen die gewoon niet geschikt zijn voor het grote publiek. Bovendien worden onrealistische beloftes gedaan over wat je allemaal kunt bereiken.’’

Zeker bij beginners raadt Frijns begeleiding aan. ,,In principe is thuis bewegen beter dan een zak chips leegvreten op de bank. Toch zou ik pleiten voor een gezonde basis via de sportschool. Of start in ieder geval met de beginnersoefeningen, zorg dat je eager blijft. Doe oefeningen waarbij je eigenlijk wel wat meer zou aankunnen, zodat je blessurevrij blijft en je de volgende dag weer zin hebt om te bewegen.’’







ARTIKEL: HN-INFOPUNT: MOET IK MIJN VERMOEDEN VAN OUDERENMISHANDELING MELDEN?
Een HN-INFOrmateur beantwoord een ingezonden vraag.

Wij ontvingen de volgende vraag:

"Ik woon al jaren in een galerijflat en heb sinds die tijd dezelfde buren. rechts van mij woont een vrouw van in de 70 en rechts van mij en man van ongeveer dezelfde leeftijd. Mijn buurman krijgt een in de week bezoek van de thuiszorg, maar volgens mij zijn deze bezoekjes niet altijd even prettig voor mijn buurman. Ik hoor de thuiszorgmedewerker vaak tegen hem schreeuwen, om maar een voorbeeld te noemen. Mijn buurman kan zich niet zo goed verweren tegen het verbale geweld en dat baart mij zorgen. Ik vraag me af wat ik nu het beste kan doen. Wat zou u doen? Ik ben er natuurlijk nog nooit zelf bij geweest als het gebeurde."

Onze HN-informateur antwoord:

In veel gevallen van (vermodelijke) ouderenmishandeling komt het niet tot een melding, aangifte of gesprek met de pleger, doordat mensen de signalen niet herkennen als mishandeling. Een onvrijwillige wijziging in het testament, herhaaldelijk kleinerende opmerkingen, of een korte of lange periode van verwaarlozing; het zijn allemaal vormen van ouderenmishandeling.

Vormen van ouderenmishandeling.

Mishandeling van ouderen kent veel vormen. Naast lichamelijke en psychische mishandeling, valt ook financiële uitbuiting, mishandeling of seksueel misbruik hieronder. Mishandeling van ouderen gebeurt niet altijd bewust. Het komt ook voor dat mensen de mantelzorg voor een oudere niet meer aankunnen, en verwaarlozing, of een fikse scheldpartij het gevolg is. Mishandeling van een oudere kan binnenshuis plaatsvinden; door (ex)partners, binnen het gezin, door mantelzorgers, of familieleden, maar ook buitenshuis, zoals in een verzorgingstehuis. Wanneer mishandeling van ouderen in de huiselijke kring plaatsvindt wordt ook gesproken van huiselijk geweld.

Cijfers van ouderenmishandeling in Nederland

Mishandeling van ouderen komt in toenemende mate voor. Jaarlijks krijgen (naar schatting) 200.000 Nederlanders van 65 jaar of ouder te maken met een vorm van ouderenmishandeling (bron: Unie KBO).

Waar kan u uw vermoeden van ouderenmishandeling melden?

Voor slachtoffers van mishandeling is het moeilijk om erover te praten. Sommige mensen schamen zich ervoor, voelen zich schuldig, of herkennen het niet als mishandeling. Daarom is het belangrijk dat betrokkenen, of omstanders een vermoeden van mishandeling kenbaar maken. In bepaalde gevallen is een gesprek met de vermoedelijke dader voldoende om het te laten stoppen. In andere gevallen kan (een vermoeden van) mishandeling beter gemeld worden bij het Advies en meldpunt Veilig Thuis. Voor professionals in de (ouderen)zorg moet de meldcode Huiselijk Geweld gevolgd worden.

Ik ben slachtoffer van ouderenmishandeling. Wie kan mij helpen?

Ben je slachtoffer van ouderenmishandeling? Maak dit dan kenbaar aan iemand die je vertrouwt. Zoals hierboven beschreven kan je contact opnemen met het Advies en meldpunt Veilig Thuis. Hier kan je (anoniem) met een vertrouwenspersoon spreken, om je verhaal te doen of vragen te stellen. Ben je opzoek naar professionele begeleiding of veilige opvang? Dan zou je contact op kunnen nemen met bijvoorbeeld Fier of De Blijf groep. Naast de genoemde organisaties vind je op SlachtofferWijzer.nl nog talloze andere instanties die hulp kunnen bieden op praktisch, emotioneel, financieel en juridisch vlak. Weet dat je er niet alleen voor staat.







ARTIKEL: ONZE LACHAFSLUITING.
Vandaag ingezonden door mw. M. Denis.

Kleine Erna wordt door moeder naar bed gebracht. Na het nachtkusje zegt moeder: "En nou lekker slapen, want zo direct komt het zandmannetje."
Waarop Erna zegt: "Als je me twee euro geeft, zal ik niets tegen papa zeggen."











En hiermee zijn we weer aan het eindgekomen van deze laatste editie van deze week.
Wij wensen je een heel fijn weekend en graag tot aanstaande maandag.
Want je kent ons motto: HandicapNieuws is dagelijks 'uitgesproken' actueel.

Ga naar:
- Maandag.
- Dinsdag.
- Woensdag.
- Donderdag.
- Vrijdag.