Welkom op de speciaal toegankelijke website van HANDICAPNIEUWSnet. HANDICAPNIEUWSnet is uitgsproken actueel: woensdag
Keuzeknoppen om terug te gaan naar: Startpagina
::

woensdag

Keuze: Readspeaker uit.

Lees voor

U luistert naar HandicapNieuws UPDATE van woensdag 18 april 2018.

VANDAAG IN ONS NIEUWS:
Zorgbudget mag voortaan in heel Europa besteed worden.
Ouders vrezen voor toekomst woongroepen.
Werknemers werken vaak ongezond en onveilig.
Nieuwe genen ontdekt om haarkleur nauwkeuriger te voorspellen.
Toegang tot jeugdhulp moet beter.
Kinderen zijn in vijf jaar aanzienlijk minder buiten gaan spelen.
Moeilijke eczeem patient nu ook goed behandelbaar.
Wmo-bezuinigingen bedreigen ouderinitiatieven.
Is af en toe roken of drinken slecht voor je?
Bestuurderswisseling bij Hersenstichting.
Kwaliteit meeste gezinshuizen en zorgboerderijen voldoet aan basisverwachtingen.
Kinderen met een cochleair implantaat leren sneller woordjes.
Hoge werkdruk oorzaak van ivf-fout UMC Utrecht.
Betere verdeling geld achterstandsleerlingen.
Financiële bewustwording hoort thuis in onderwijs.
Week van het jonge kind - aandacht voor de eerste zo belangrijke jaren.
Kabinet: Meer ondersteuning voor kwetsbare jongeren.
Sterke daling aantal mantelzorgers in de toekomst.
ECjongperspectief.nl helpt bij vragen over studie en werk bij een handicap.
Innovatieve ondersteuning van de ademhaling.
Handicap en de modewereld. [+Video]
Kom je in 2030 nog vaak bij de dokter? Doe mee op 23 mei!
Zet de burger centraal! Jaarbeeld Toezicht Sociaal Domein 2017.
HN-INFOpunt: Kan ik een rijbewijs halen met mijn handicap?
Onze Lachafsluiting.

Voor meer informatie over de handicap nationaal? ga naar hun site: www.handicapnationaal.nl, mail naar info@handicapnationaal.nl, of bel op kantoortijden naar 06-12390746. en dan nu onze artikelen van vandaag.







ARTIKEL: ZORGBUDGET MAG VOORTAAN IN HEEL EUROPA BESTEED WORDEN.
bron: Redactioneel/Rijksoverheid/AD/ANP. door: Marlies van der Vloot.

Een persoonsgebonden budget (pgb) mag voortaan worden gebruikt om zelf zorg in te kopen in alle lidstaten van de Europese Unie.

Dat is het gevolg van een oordeel van de Centrale Raad van Beroep, dat vandaag is gepubliceerd. De zaak was aangespannen door een man die een persoonsgebonden budget had aangevraagd om zorg in te kopen die in Portugal werd verleend.

Het zorgkantoor weigerde deze constructie. Volgens onze huidige wetgeving kan bij verblijf buiten Nederland slechts dertien weken per jaar zorg worden ingekocht met een pgb. Die hulp moet ook een voortzetting zijn van in Nederland gestarte zorg.

In strijd met Europees recht.

De rechtbank gaf het zorgkantoor eerder nog gelijk, maar de Centrale Raad van Beroep maakt nu gehakt van de beperkende voorwaarden. Die zijn in strijd met het recht van de Europese Unie, namelijk het recht op vrij verkeer van diensten.

Het zorgkantoor en het ministerie van Volksgezondheid hebben ook niet aannemelijk gemaakt dat de toegang tot de zorg in Nederland straks in gevaar komt. Dus staat het mensen met een pgb volgens de Raad vrij om zich te wenden tot een dienstverlener in een andere EU-lidstaat.

Duurzame banden met Nederland.

Overigens, benadrukt de rechter, blijft gelden dat iemand alleen recht heeft op een pgb als diegene 'duurzame banden van persoonlijke aard' heeft met Nederland. In de praktijk zal iemand in Nederland moeten wonen en verzekerd moeten zijn.







ARTIKEL: OUDERS VREZEN VOOR TOEKOMST WOONGROEPEN.
bron: Redactioneel/RTLnieuws. door: Ton van Vugt

De ouders van Michel (30) wilden hun zoon niet onderbrengen in een reguliere zorginstelling, dus regelden ze zelf huisvesting voor hun kind. En ze zijn niet de enigen. Maar veel van de ouders maken zich zorgen over het voortbestaan van zulke woongroepen.

Michel woont sinds zijn 24ste (redelijk) zelfstandig in Woongroep Dolfijn in het Brabantse Schaijk. Hij heeft het syndroom van Down en ook de andere bewoners hebben een verstandelijke beperking. Ze delen hun woonkamer en keuken, maar hebben ieder een eigen appartement. Zo heeft Michel regie over zijn eigen leven en houden Henk Verlind en zijn vrouw controle over de zorg voor hun kind.

"Wij vinden dat ook kinderen met een verstandelijke beperking recht hebben op een eigen leven en niet hun leven lang afhankelijk moeten blijven van hun ouders", zegt Henk. "Hij heeft een stukje regie over zijn eigen leven."

Te onpersoonlijk.

Nog maar een paar jaar geleden zegde Henk zijn baan op om zelf een woongroep te starten, maar toen leerde hij Dolfijn kennen. De woongroep was destijds pas opgestart en precies wat Henk en zijn vrouw zochten voor hun zoon. Michel is afhankelijk van zorg, maar zijn ouders zagen het niet zitten om hem in een instelling onder te brengen. Te onpersoonlijk. Binnen een eigen woongroep hebben ze veel meer controle over de zorg.

Zoals Dolfijn zijn er 'een paar honderd' woongroepen in Nederland die werden opgericht door ouders van een kind met een beperking, schat het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). De bewoners hebben ieder hun eigen ruimte, maar wonen dicht bij elkaar en krijgen gezamenlijk ingekochte én georganiseerde zorg.

Woud aan regels.

Het SCP concludeert na gesprekken dat initiatiefnemers soms angstig zijn door het woud aan regels, stapels administratie en continu financiële onzekerheid. Ze vrezen bijvoorbeeld voor het teruglopen van financiële middelen en inperking van de eigen zeggenschap.

Zou Michel niet in de woongroep zitten, dan woonde hij in een instelling, zegt Henk. "Instellingen krijgen een grote som geld die ze naar eigen inzicht besteden aan begeleiding en ondersteuning. Wij kunnen zelf bepalen met welke zorgleverancier we in zee gaan en of specifieke zorg nodig is voor een of verschillende bewoners."

Iedere euro naar zorg.

Het bestuur van Dolfijn telt negen leden: van iedere bewoner in de woongroep zit er een familielid in het bestuur. Zo draagt iedereen verantwoordelijkheid voor het wel en wee van de groep. En iedere euro vanuit het persoonsgebonden budget (pgb) gaat naar de zorg en begeleiding van kinderen. "En niet naar andere flauwekul, zoals organisatorische zaken", zegt Henk.

De grootste uitdaging is ervoor te zorgen dat de toko nog jaren draaiende blijft. "En de grootste zorg is een onbetrouwbare handelspartner: de overheid. Je weet nooit wat er binnen het kabinet wordt beslist dat vergaande consequenties heeft voor de zorg. Ik weet niet wat de toekomst brengt. Of het pgb blijft of niet en hoeveel financiële middelen daarvoor beschikbaar zijn."

Een woongroep is toch een beetje een klein bedrijf, zegt Henk. "Maar een financiële planning, zoals bedrijfsmatig noodzakelijk is, is haast niet te maken. D'r is te weinig zekerheid."







ARTIKEL: WERKNEMERS WERKEN VAAK ONGEZOND EN ONVEILIG.
bron: Redactioneel/Rijksoverheid. door: Carlijn de Groot.

Vandaag de dag is er nog steeds sprake van tekortschietende arbeidsveiligheid. Werknemers werken vaak ongezond en onveilig.

Voor hen die het treft zijn de consequenties groot. Bedrijven ondervinden schade en de samenleving als geheel krijgt de torenhoge rekening gepresenteerd. Het is ons gezamenlijk belang dat wie gezond naar het werk gaat ook weer gezond en veilig thuiskomt. Alle reden om arbeidsveiligheid hoog op de agenda te zetten bij werkgevers en werknemers”, zegt Marc Kuipers, inspecteur-generaal van de Inspectie SZW.

Gisteren, dinsdag 17 april, publiceerde de Inspectie SZW de Staat van arbeidsveiligheid. De realiteit achter de cijfers over arbeidsongevallen en beroepsziekten.







ARTIKEL: NIEUWE GENEN ONTDEKT OM HAARKLEUR NAUWKEURIGER TE VOORSPELLEN.
bron: Redactioneel/Zorg.nu/ANP. door: Marlies van der Vloot.

De toegang tot de jeugdhulp voor kinderen en gezinnen moet beter. Elke jeugdzorgregio moet dit jaar sluitende afspraken maken over de aanpak van wachtlijsten en wachttijden. Dit zijn enkele onderdelen van het actieprogramma ‘Zorg voor de jeugd’. Het actieprogramma is maandag door de ministers Hugo de Jonge (VWS) en Sander Dekker (Rechtsbescherming) naar de Tweede Kamer gestuurd.

Doel van het actieprogramma is de jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering merkbaar en meetbaar beter te maken voor kinderen, jongeren en gezinnen. Het programma is mede naar aanleiding van de eerste evaluatie Jeugdwet .







ARTIKEL: TOEGANG TOT JEUGDHULP MOET BETER.
bron: Redactioneel/BinnenlandsBestuur. door: Yolanda de Koster/Ton van Vugt.

De toegang tot de jeugdhulp voor kinderen en gezinnen moet beter. Elke jeugdzorgregio moet dit jaar sluitende afspraken maken over de aanpak van wachtlijsten en wachttijden. Dit zijn enkele onderdelen van het actieprogramma ‘Zorg voor de jeugd’. Het actieprogramma is maandag door de ministers Hugo de Jonge (VWS) en Sander Dekker (Rechtsbescherming) naar de Tweede Kamer gestuurd.

Doel van het actieprogramma is de jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering merkbaar en meetbaar beter te maken voor kinderen, jongeren en gezinnen. Het programma is mede naar aanleiding van de eerste evaluatie Jeugdwet en de rapportages van de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) opgesteld. In ‘Zorg voor de Jeugd’ worden afspraken gemaakt over wat er de komende jaren moet gebeuren. Het ministeries van VWS en voor Rechtsbescherming, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ) en de landelijke cliëntenorganisaties voeren het programma in partnerschap uit.

Betere toegang.

De toegang tot de jeugdhulp moet beter. Binnen elke regio moet duidelijk worden wat van basishulp, een lokaal team en de toegang mag worden verwacht. ‘De effectiviteit van lokale teams gaan we vergroten door o.a. meer specialistische hulp aan de voorkant en betere samenwerking met onder andere huisartsen, scholen, jeugdgezondheidszorg en jeugdbescherming’, aldus het programma.

Kleinschalige voorzieningen.

Het aantal gesloten plaatsingen van jongeren moet de komende vier jaar worden teruggebracht. Er moeten dan wel regionale afspraken worden gemaakt tussen gemeenten, instellingen en scholen over de transformatie van gesloten plaatsen naar kleinschalige voorzieningen met een beperkt beveiligingsniveau.

Flexibele onderwijs-zorgarrangementen.

De 42 jeugdhulpregio’s moeten samen met samenwerkingsverbanden passend onderwijs komen tot flexibele onderwijs-zorgarrangementen. In een meerjarig plan moeten ze aangeven hoe ze de inzet van onderwijs- en zorgmiddelen beter op elkaar gaan afstemmen. De pleegzorg wordt standaard verlengd tot 21 jaar.

Onveilig.

Situaties die onveilig zijn voor kinderen, moeten eerder en effectief te lijf worden gegaan. De lokale teams hebben een belangrijke rol bij het signaleren en aanpakken van problemen die kinderen kunnen schaden. Als jeugdhulp nodig is, moet die snel beschikbaar komen.

Landelijk inkopen.

Elke regio moet dit jaar sluitende afspraken maken over de aanpak van wachtlijsten en wachttijden. Ook moet dit jaar duidelijk zijn welke (hoog)specialistische jeugdhulp landelijk wordt aangeboden, ingekocht en beschikbaar is. Dat moeten gemeenten doen op basis van de landelijke raamovereenkomsten van de VNG.

Administratieve lastendruk.

In 2021 moet het ambulant specialistisch aanbod zijn toegenomen en het hoogspecialistisch intramuraal zorgaanbod afgenomen. In 2020 moet de vermijdbare administratieve lastendruk zijn afgenomen, zodat er meer geld en tijd aan de hulp aan jongeren kan worden besteed. De VNG gaat gemeenten stimuleren de landelijke set outcomecriteria te gebruiken.

Transformatiebudget.

Voor de vernieuwing van de jeugdhulp is een transformatiebudget van 108 miljoen euro beschikbaar. De helft daarvan komt vanuit VWS, de andere helft dragen gemeenten bij, via de algemene uitkering. Om hiervoor in aanmerking te komen worden ‘Regionale deals Jeugd’ gesloten. De jeugdzorgregio’s moeten daarvoor een driejarig transformatieplan opstellen. Dat moet aansluiten op zowel de doelen van het programma ‘Zorg voor de jeugd’ als op lokale en regionale ontwikkelingen.

Over de voortgang van de acties en resultaten van het programma wordt de Tweede Kamer twee keer per jaar geïnformeerd door de minister van VWS en de minister voor Rechtsbescherming.







ARTIKEL: KINDEREN ZIJN IN VIJF JAAR AANZIENLIJK MINDER BUITEN GAAN SPELEN.
bron: Redactioneel/NOS/ANP. door: Carlijn de Groot.

Het aantal kinderen dat elke dag buiten speelt is in vijf jaar drastisch gedaald, blijkt uit onderzoek van Kantar Public in opdracht van Jantje Beton. Sinds 2013 is het aantal kinderen dat iedere dag buiten speelt gedaald van 20 procent naar 14 procent. 30 procent speelt nooit of maar één keer in de week buiten, vijf jaar geleden speelde nog maar 20 procent zelden buiten.

Jantje Beton maakt zich hard voor buiten spelen; de goededoelenorganisatie wil dat ieder kind minstens een uur per dag buiten speelt. In het onderzoek wordt buiten spelen door verschillende generaties vergeleken.

"Een belangrijke uitkomst van het onderzoek is dat er een enorm verschil is tussen de generatie van grootouders, ouders en kinderen op het gebied van buiten spelen", zegt Pauline van der Loo, afdelingshoofd bij Jantje Beton. Terwijl bijna 70 procent van de opa's en oma's, en 65 procent van de ouders als kind meer buiten speelde dan binnen, geldt dit nu nog voor slechts 10 procent van de kinderen.

'Van buiten spelen, leren kinderen heel veel'

Een op de drie kinderen zegt eigenlijk wel vaker buiten te willen spelen. Een belangrijke barrière is dat ze speelplekken te saai vinden of dat ze te druk zijn met school en hobby's. Veertig procent van de kinderen speelt liever binnen.

"De keuzemogelijkheden voor kinderen zijn groter geworden", zegt Van der Loo. "Maar we vergeten dat kinderen ook zélf aangeven dat ze vrolijk worden van buiten spelen. Bovendien is het heel gezond voor ze en leren ze zo sociale vaardigheden."

75 procent van de kinderen geeft aan zich vrolijk en blij te voelen na buiten spelen en 48 procent voelt zich sterk en gezond na buiten spelen. Kinderen zouden volgens het onderzoek vaker naar buiten gaan als er meer spannende speelplekken en grasveldjes zijn of als ze minder last van verkeer zouden hebben.

De favoriete speelplekken zijn nu het schoolplein, de tuin en het bos. Ze worden minder enthousiast van hangplekken of skatebanen. Als kinderen buiten spelen dan willen ze het liefst fietsen, klimmen en klauteren of zelfverzonnen spelletjes doen. Een op de zeven kinderen heeft het te druk met school en hobby's om buiten te spelen.







ARTIKEL: MOEILIJKE ECZEEM PATIENT NU OOK GOED BEHANDELBAAR.
bron: Redactioneel/UMC Utrecht. door: Marlies van der Vloot.

Er waren tot voor kort geen medicijnen beschikbaar die specifiek waren ontwikkeld voor de behandeling van constitutioneel eczeem

Patiënten met ernstig constitutioneel eczeem, waarbij de gangbare behandelingsmethoden niet goed werken of te veel bijwerkingen geven, zijn nu goed te behandelen met dupilumab, het eerste geneesmiddel dat speciaal voor de behandeling van eczeem werd ontwikkeld. Het Nationale Expertisecentrum voor Eczeem van het UMC Utrecht heeft een sleutelrol gespeeld in het onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van dupilumab.

Er waren tot voor kort geen medicijnen beschikbaar die specifiek waren ontwikkeld voor de behandeling van constitutioneel eczeem, een ontstekingsziekte van de huid waaraan volgens het RIVM bijna 400.000 Nederlanders lijden met een jaarlijkse kostenpost van € 150 miljoen. Deze ziekte wordt meestal behandeld met corticosteroïdzalven en/of afweeronderdrukkende medicijnen. Echter, soms werken deze middelen onvoldoende of geven ze te veel bijwerkingen.

Hierdoor houdt een deel van de patienten ernstige klachten die een grote impact hebben op hun eigen leven én dat van hun omgeving.

Er worden nu geneesmiddelen ontwikkeld die doelgericht de onstekingsactiviteit bij eczeem remmen. Dupilumab, dat begin 2018 in Nederland beschikbaar kwam, is het eerste echt specifieke geneesmiddel voor behandeling van constitutioneel eczeem.

Minder klachten.

Dupilumab werd onderzocht in een gecontroleerde studie in 10 Europese landen bij 325 volwassen patiënten met moeilijk te behandelen constitutioneel eczeem. Alle patiënten werden behandeld met een corticosteroïdenzalf. Een deel kreeg daarnaast gedurende vier maanden injecties met dupilumab en een ander deel ontving injecties met een placebo.

Hoofdonderzoeker dr. Marjolein de Bruin-Weller, dermatoloog in het UMC Utrecht zegt: “Toevoeging van dupilumab aan een corticosteroïdenzalf gaf een significante verbetering van huidafwijkingen, zoals roodheid, huidverdikking, schilfering en krabletsels. Ook hadden patiënten minder jeuk, minder pijn aan de huid, minder slaapproblemen, minder depressieve gevoelens en een betere kwaliteit van leven.” Met dupilumab traden niet vaker bijwerkingen op dan in de placebogroep. Wel werden er kleine verschillen tussen groepen gevonden voor oogontsteking (vaker met dupilumab) en huidinfecties (minder vaak met dupilumab).

Expertisecentrum.Er waren tot voor kort geen medicijnen beschikbaar die specifiek waren ontwikkeld voor de behandeling van constitutioneel eczeem

Patiënten met ernstig constitutioneel eczeem, waarbij de gangbare behandelingsmethoden niet goed werken of te veel bijwerkingen geven, zijn nu goed te behandelen met dupilumab, het eerste geneesmiddel dat speciaal voor de behandeling van eczeem werd ontwikkeld. Het Nationale Expertisecentrum voor Eczeem van het UMC Utrecht heeft een sleutelrol gespeeld in het onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van dupilumab.

Er waren tot voor kort geen medicijnen beschikbaar die specifiek waren ontwikkeld voor de behandeling van constitutioneel eczeem, een ontstekingsziekte van de huid waaraan volgens het RIVM bijna 400.000 Nederlanders lijden met een jaarlijkse kostenpost van € 150 miljoen. Deze ziekte wordt meestal behandeld met corticosteroïdzalven en/of afweeronderdrukkende medicijnen. Echter, soms werken deze middelen onvoldoende of geven ze te veel bijwerkingen.

Hierdoor houdt een deel van de patienten ernstige klachten die een grote impact hebben op hun eigen leven én dat van hun omgeving.

Er worden nu geneesmiddelen ontwikkeld die doelgericht de onstekingsactiviteit bij eczeem remmen. Dupilumab, dat begin 2018 in Nederland beschikbaar kwam, is het eerste echt specifieke geneesmiddel voor behandeling van constitutioneel eczeem.

Minder klachten

Dupilumab werd onderzocht in een gecontroleerde studie in 10 Europese landen bij 325 volwassen patiënten met moeilijk te behandelen constitutioneel eczeem. Alle patiënten werden behandeld met een corticosteroïdenzalf. Een deel kreeg daarnaast gedurende vier maanden injecties met dupilumab en een ander deel ontving injecties met een placebo.

Hoofdonderzoeker dr. Marjolein de Bruin-Weller, dermatoloog in het UMC Utrecht zegt: “Toevoeging van dupilumab aan een corticosteroïdenzalf gaf een significante verbetering van huidafwijkingen, zoals roodheid, huidverdikking, schilfering en krabletsels. Ook hadden patiënten minder jeuk, minder pijn aan de huid, minder slaapproblemen, minder depressieve gevoelens en een betere kwaliteit van leven.” Met dupilumab traden niet vaker bijwerkingen op dan in de placebogroep. Wel werden er kleine verschillen tussen groepen gevonden voor oogontsteking (vaker met dupilumab) en huidinfecties (minder vaak met dupilumab).

Expertisecentrum.

Marjolein vervolgt: “We zien bij ons in het Nationale Expertisecentrum voor Eczeem vooral patiënten met meer ernstige vormen van deze ziekte die afweeronderdrukkende medicijnen moeten gebruiken. Patiënten stoppen soms met hun behandeling omdat deze onvoldoende werkt of omdat ze te veel bijwerkingen ondervinden. Ik ben erg blij dat we deze - tot voor kort moeilijk behandelbare patiëntengroep - nu met een behandeling op maat een écht alternatief kunnen bieden.”

Marjolein vervolgt: “We zien bij ons in het Nationale Expertisecentrum voor Eczeem vooral patiënten met meer ernstige vormen van deze ziekte die afweeronderdrukkende medicijnen moeten gebruiken. Patiënten stoppen soms met hun behandeling omdat deze onvoldoende werkt of omdat ze te veel bijwerkingen ondervinden. Ik ben erg blij dat we deze - tot voor kort moeilijk behandelbare patiëntengroep - nu met een behandeling op maat een écht alternatief kunnen bieden.”







ARTIKEL: WMO-BEZUINIGINGEN BEDREIGEN OUDERINITIATIEVEN.
bron: Redactioneel/BinnenlandsBestuur. door: Sjoerd Willen/Ton van Vugt.

Wooninitiatieven door ouders van gehandicapte kinderen komen onder druk te staan door bezuinigingen op de Wmo, gemeentelijke indicatiestelling en angst om pgb’s af te geven, schrijft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in haar rapport 'Net als thuis. Wooninitiatieven opgezet door ouders voor hun kinderen meteen beperking'.

Ouderinitiatieven zijn een alternatief voor verblijf in het ouderlijk huis of wonen in een zorginstelling. Volgens zorgprofessionals zou de zorg bij ouderinitiatieven ‘meer op maat’, ‘persoonlijker’ en ‘vaster’ zijn. Vooral ouderinitiatieven voor zoons en dochters met autisme zijn vaak afhankelijk van de gemeenten omdat zij een beroep doen op de Wmo. Ouderinitiatieven voor kinderen met een verstandelijke handicap of chronische aandoening zijn vaker op de Wlz (Wet langdurige zorg) aangewezen. Als succesfactoren noemt het SCP een gedeelde visie onder de deelnemende ouders, een passende rechtspersoon, geschikte huisvesting, juiste indicaties en zorg, voldoende financiën en goede externe contacten.

Gemeenten terughoudend.

Vooral wat de indicaties, de financiën en de contacten betreft, krijgen gemeenten kritiek in het SCP-rapport. Hoewel sommige gemeenten een bedrag beschikbaar stellen voor ouderinitiatieven waaraan een goed plan ten grondslag ligt, blijkt dat sommige initiatieven het sinds de invoering van de Wmo 2015 een stuk zwaarder hebben gekregen. Bijvoorbeeld doordat de zogeheten wooninitiatieventoeslagen zijn beëindigd. Daarnaast geven gemeenten ‘lagere’ zorgindicaties af sinds de invoering van de Wmo 2015, en hebben zij vaak de tarieven voor Pgb-zorg verlaagd. Door omvangrijke Pgb-fraude die laatste jaren aan het licht kwam, zijn gemeenten ook terughoudender om een pgb-indicatie af te geven. Indicaties zijn ook vaker van kortere duur, hetgeen veel onzekerheid oplevert. Herindicaties zijn volgens het SCP een bron van stress bij zowel ouders als bewoners, en kunnen zelfs tot crisissituaties leiden. Ouders hebben soms het idee dat gemeenten en zorgkantoren onvoldoende oog hebben voor hun vrijwillige inzet. Van sommige ouders komen signalen dat gemeenten ouderinitiatieven ontmoedigen omdat ze bewoners van buiten aantrekken, wat voor gemeenten onaantrekkelijk kan zijn.

Behoefte aan meer duidelijkheid.

De Sociale Verzekeringsbank, zorgkantoren en gemeenten blijken vaak niet goed te weten wat ouderinitiatieven zijn en hoe ze werken. Ouders zijn toe aan meer duidelijkheid op de lange termijn, betere contacten met, en een sterkere positie ten opzichte van de overheid en marktpartijen. Volgens het SCP zijn er in sommige regio’s adviseurs werkzaam die hierin een brugfunctie kunnen vervullen. Als gemeenten zich beter verdiepen in de ouderinitiatieven zou dat volgens het SCP goed kunnen zijn voor de zorginnovatie. Meer besef van de waarde van ouderinitiatieven bij gemeenten zou weer tot meer financiële zekerheid voor die initiatieven kunnen leiden.







ARTIKEL: IS AF EN TOE ROKEN OF DRINKEN SLECHT VOOR JE?
bron: Redactioneel/NU.nl. door: Carlijn de Groot.

Met het mooie weer van de afgelopen dagen ontstaat bij velen automatisch zin om een terrasje op te zoeken, een drankje te nuttigen en misschien wel een sigaret op te steken. Misschien denk je dat het geen kwaad kan om af en toe te drinken en te roken, maar hoe schadelijk is dat nu echt? NU.nl sprak een preventiewerker en een verslavingsarts van Verslavingskunde Nederland.

Vrjidag verscheen het nieuws dat ook matig alcoholgebruik gezondheidsrisico's met zich mee brengt. Dat bleek uit een overzichtsstudie op basis van gezondheidsgegevens van 600.000 drinkers uit negentien landen. Een glaasje per dag is niet gezond, zo bleek uit een pulicatie in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet.

Iemand die af en toe rookt of drinkt zou je een gelegenheidsgebruiker kunnen noemen, hoewel voor dat begrip niet echt een afgebakende definitie bestaat, zegt Floor Bakkum, preventiewerker bij Jellinek.

"Je hebt ook mensen die regelmatig roken of drinken, bijvoorbeeld in het weekend", aldus Bakkum. "Zij zien zichzelf als gelegenheidsgebruikers, maar eigenlijk zit in hun gedrag ook een patroon."

De vraag is hoe schadelijk het is om af en toe te zondigen. Om te beginnen bij alcohol: het advies van de Gezondheidsraad is om liever niet te drinken, maar als je toch drinkt maximaal één glas alcohol per dag. "We weten dat het risico op borstkanker bij die hoeveelheid al toeneemt", zegt Bakkum. "En hoe meer je drinkt, hoe meer gezondheidsrisico's er zijn."

“Is het nog 'gezellig' of ben je eigenlijk stress aan het wegdrinken?”

Floor Bakkum, Jelinek

Het nuttigen van meer dan vijf alcoholische drankjes op één gelegenheid wordt gezien als binge drinken, aldus Bakkum. "Als je meer drinkt, stijgt je alcoholpromillage tot boven de 0,8 promille, waardoor je lever meer moeite heeft de alcohol af te breken en je ook meer risico loopt op schade aan organen."

Volgens Bakkum is het daarom beter om je drankgebruik te spreiden over de week. "Maar let wel op, want elke dag drinken is ook niet goed. Het risico op verslaving is groter als drinken een gewoonte wordt."

Om te kijken of je verslaafd bent aan alcohol, hanteert Jellinek een aantal criteria uit de DSM (Diagnostical Statistical Manual). "Wat voor invloed heeft alcohol op je dagelijks leven, kun je nog normaal functioneren, heb je last van controleverlies, is het nog 'gezellig' of ben je eigenlijk stress aan het wegdrinken", somt Bakkum op. "Het kan ook zijn dat je drinkt uit verveling. Dat zien we vaker bij eenzame ouderen."

Hart- en vaatziekten.

De studie die vrijdag verscheen richt zich voornamelijk op de risico’s op hart- en vaatziekten. Hierover bestond nog altijd enige controverse. Op de vraag of gematigde alcoholconsumptie wel of niet 'goed' is voor hart en vaten antwoorden de onderzoekers "nee".

Zij hebben 83 individuele studies verzameld uit 1964 tot aan 2010. Onder meer het Erasmus MC is betrokken bij de studie, net als meer dan honderd andere universiteiten.

Verslavend.

Roken is slechter voor de gezondheid dan alcohol en ook verslavender. Per jaar sterven zo'n 20.000 mensen aan de gevolgen van roken. "Als er één ding is wat je als roker zou kunnen doen voor je gezondheid, is het stoppen met roken", aldus Bakkum.

Het nuttigen van een drankje en het opsteken van een sigaret gaan echter vaak hand in hand. Beide middelen geven een stimulans aan je hersenen. "Het drinken van een biertje kan het roken van een sigaret uitlokken en andersom", legt verslavingsarts en woordvoerder Verslavingskunde Nederland Robert van de Graaf uit. "Bijkomend probleem bij alcohol is dat je je remmingen verliest. Als je bent gestopt met roken, is het daarom verstandig een tijdlang - liefst een jaar - niet te drinken."

Een groot nadeel van roken is dat de schadelijke merkbare effecten - in tegenstelling tot bij alcohol - pas heel laat optreden, aldus Van de Graaf. "Mensen zijn pas geneigd hun gedrag aan te passen als ze een direct voordeel ervaren. Delay discounting heet dat."

“Zien roken doet roken”

Robert van der Graaf.

Volgens de verslavingsarts is ook af en toe roken heel slecht voor de gezondheid. Zo is uit onderzoek gebleken dat mensen die zo nu en dan een sigaret opsteken, nog altijd gemiddeld vijf jaar eerder doodgaan dan niet-rokers. Zware rokers, mensen die dagelijks minstens twintig sigaretten roken, gaan gemiddeld dertien jaar eerder dood dan mensen die niet roken. Veel rokers sterven aan de gevolgen van (long)kanker.

Kwetsbaarheid.

"Dit geldt natuurlijk niet voor iedereen", zegt Van de Graaf. Bakkum: "Je hoort rokers vaak het excuus geven dat hun kettingrokende opa 90 is geworden, maar je weet niet of jij dezelfde genetische kwetsbaarheid hebt op het ontwikkelen van ziekten."

Volgens Van de Graaf zouden rokers zich ook moeten realiseren dat hun gedrag 'besmettelijk' is. "Als jij een sigaret opsteekt op het terras, kan het zomaar zijn dat je iemand die net gestopt is en die naast je zit, verleidt. Met alle gevolgen van dien voor die persoon. Zien roken doet roken.







ARTIKEL: BESTUURDERSWISSELING BIJ HERSENSTICHTING.
bron: Redactioneel/Hersenstichting. door: Marlies van der Vloot.

Directeur Herman de Haan vertrekt bij de Hersenstichting. De verfijning en implementatie van de meerjarenstrategie zal worden uitgevoerd onder leiding van een nieuw aan te trekken directeur.

De heer De Haan heeft de afgelopen jaren de fundamenten gelegd voor de verdere groei van de Hersenstichting met de daarbij passende inrichting van de organisatie en aandacht voor naamsbekendheid en fondsenwerving. De Raad van Toezicht is hem zeer erkentelijk voor zijn inspanningen. Herman de Haan wordt directeur/bestuurder bij de KNSB.

Inmiddels is een begin gemaakt met de werving van een nieuwe directeur. Tot het moment van een meer permanente invulling zal Sigrid Baas op interim-basis leiding geven aan de Hersenstichting.

1 op de 4.

Eén op de vier mensen in Nederland heeft een hersenaandoening. Het is de droom van de Hersenstichting om het lijden veroorzaakt door hersenaandoeningen te voorkómen, te verminderen en te stoppen. Zodat mensen langer leven met meer kwaliteit. Meer dan 110.000 donateurs dragen daar nu al aan bij.







ARTIKEL: KWALITEIT MEESTE GEZINSHUIZEN EN ZORGBOERDERIJEN VOLDOET AAN BASISVERWACHTINGEN.
bron: Redactioneel/Rijksoverheid/IGJ. door: Ton van Vugt.

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting onderzocht de kwaliteit van 49 aanbieders van kleinschalige jeugdhulp met verblijf (vooral gezinshuizen en zorgboerderijen). Het merendeel van de aanbieders voldoet aan de basisverwachtingen. Verbeteringen zijn echter wenselijk. Verder leidt het streven naar meer gezinsgerichte, kleinschalige vormen van jeugdhulp tot plaatsing van jeugdigen met meer complexe problemen en dit vergt meer professionele hulp.

In een jaar tijd (van eind 2016 tot eind 2017) onderzocht de inspectie 49 aanbieders van kleinschalige jeugdhulp met verblijf. Tijdens het bezoek spraken inspecteurs met de aanbieders (gezinshuisouder, zorgboer, directeur), eventuele medewerkers en de jeugdigen. De locatie werd geïnspecteerd en dossiers en beleidsstukken ingezien.

Het onderzoek vond plaats aan de hand van het toetsingskader Verantwoorde hulp voor jeugd, met de thema’s uitvoering hulpverlening, veiligheid, leefklimaat, cliëntpositie en organisatie.

Kwaliteit voldoende.

Het merendeel van de aanbieders voldoet aan de basisverwachtingen. Gezinshuizen en zorgboerderijen bieden jeugdigen een gezinsgerichte, kleinschalige opvang met een eigen kamer en een zinvolle dag- en weekbesteding.

Verbeteringen.

Er zijn echter ook verbeteringen gewenst op het gebied van veiligheid, cliëntpositie en organisatie.

Zo maakt bijna de helft van de aanbieders onvoldoende gebruik van een systematische risicotaxatie en beschikt een aanzienlijk deel van hen (nog) niet over een onafhankelijke vertrouwenspersoon en klachtencommissie. Een kwart van de aanbieders werkt met niet-geregistreerde professionals, terwijl eenzelfde deel incidenten onvoldoende analyseert.

Professionalisering.

De groei van het aantal kleinschalige aanbieders en de wens om jeugdigen vooral te plaatsen in gezinsgerichte vormen van opvang gaat samen met de plaatsing van jeugdigen met complexe problemen. Dit maakt een verdere professionalisering van deze aanbieders noodzakelijk. Het kleinschalige karakter staat soms op gespannen voet met de gewenste kwaliteit en deskundigheid. Aanbieders kunnen dit verbeteren door professionals met een passende beroepsopleiding aan te nemen en aanvullende opleidingen te laten volgen.

Verder dienen kleinschalige aanbieders duidelijk aan te geven hoe ver hun deskundigheid en capaciteit reikt waar het gaat om het plaatsen van jeugdigen met een complexe problematiek.

Ontwikkelen kwaliteitskader.

De verdere professionalisering van kleinschalige aanbieders is gediend met de ontwikkeling van een eigen kwaliteitskader. Dit kan handvatten bieden aan de professionals voor het bieden van passende hulp en het beperken van veiligheidsrisico’s voor jeugdigen. Het ligt op de weg van de minister van VWS en de brancheorganisaties om de ontwikkeling van een dergelijk kwaliteitskader voor gezinshuizen en zorgboerderijen ter hand te nemen.

Documenten:

'Zo thuis mogelijk opgroeien': Eén jaar toezicht op kleinschalige jeugdhulp met verblijf







ARTIKEL: KINDEREN MET EEN COCHLEAIR IMPLANTAAT LEREN SNELLER WOORDJES.
bron: Redactioneel/Doof.nl. door: Carlijn de Groot.

Horende kinderen hebben ongeveer veertien maanden nodig om woorden aan onderwerpen te verbinden.

Bij dove of slechthorende kinderen met een cochleair implantaat gaat dit sneller, die hebben maar ongeveer 12 maanden nodig. Dat bleek uit een onderzoek van Duitse wetenschappers.

Gehoorzenuw.

Neurowetenschappers onderzochten 32 (tweeëndertig) kinderen met een cochleair implantaat (CI) in beide oren. Dit implantaat stimuleert de in tact gebleven gehoorzenuwen bij dove en slechthorende mensen waardoor zij toch weer in staat zijn te kunnen horen.

Niki Vavatzanidis, wetenschapper en hoofdauteur van de studie zegt hierover: ‘We zagen dat dove kinderen na het krijgen van implantaten woorden sneller leren dan kinderen met een normaal gehoor, met als resultaat dat ze een bepaalde woordenschat sneller opbouwen.’ De onderzoekers vermoeden dat dit kan omdat dove en slechthorende kinderen met een CI pas later aan de opbouw van hun woordenschat beginnen, maar dit sneller kunnen verwerken omdat hun hersenen in de tussentijd beter zijn ontwikkeld en de woorden sneller oppikken.

Geheugen.

De onderzoekers denken dat het nader bestuderen van kinderen met cochleaire implantaten inzicht kan bieden in het proces achter spraak- en taalontwikkeling. ‘Niet alleen het geheugen, maar ook de algemene kennis over de omgeving is al verder ontwikkeld’, licht Vavatzanidis toe. ‘Zo zijn ze zich al bewust van het feit dat een kopje heet kan zijn en dat dat gevaarlijk kan zijn, zonder dat ze het woord ‘heet’ kennen’.







ARTIKEL: HOGE WERKDRUK OORZAAK VAN IVF-FOUT UMC UTRECHT.
bron: Redactioneel/NOS/ANP. door: Marlies van der Vloot.

Te weinig bewustzijn van risico's, een hoge werkdruk, gebrek aan leiderschap en een cultuur met veel autonomie en privileges voor medewerkers hebben geleid tot een fout in het ivf-laboratorium van het UMC Utrecht. Dat concludeert de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) na een onderzoek.

Het ziekenhuis maakte in 2016 bekend dat bij 26 paren mogelijk eicellen zijn bevrucht met zaad van de verkeerde man. Eerder werd al duidelijk dat het een menselijke fout was. Nu is dus bekendgemaakt waar het volgens de onderzoekers is fout gegaan.

Vaderschapstesten.

Het ziekenhuis heeft met alle mensen gesproken bij wie er mogelijk iets was fout gegaan en er zijn vaderschapstesten gedaan. Vooralsnog zijn er geen verkeerde bevruchtingen geconstateerd, maar niet iedereen wilde een test doen. Sommigen hebben ook embryo's laten invriezen en het testen van embryo's is gecompliceerd.

In het onderzoek kwam onder meer naar voren dat het personeel onzeker was over een mogelijke reorganisatie en de uitbesteding van diensten. Over de te hoge werkdruk trok de leiding meerdere keren tevergeefs aan de bel bij de afdelingsleiding, schrijft RTV Utrecht.

Volgens de IGJ heeft het ziekenhuis al veel verbeterd en is de kans op nieuwe fouten in het ivf-laboratorium verkleind. Volgens de inspectie heeft het ziekenhuis "met grote urgentie" actie ondernomen.







ARTIKEL: BETERE VERDELING GELD ACHTERSTANDSLEERLINGEN.
bron: Redactioneel/BinnenlandsBestuur. door: Alexander Leeuw/Ton van Vugt.

De verdeling van het geld voor achterstandsleerlingen verloopt vanaf 2019 anders. Momenteel krijgen grote gemeenten meer middelen dan de rest, ook al is de problematiek relatief gezien even groot.

Onlangs bleek dat Limburgse scholen hier last van hebben. Oorzaken zijn bijvoorbeeld verouderde gegevens bij de overheid en administratieproblemen bij scholen. Volgens minister Slob zal het nieuwe systeem, dat waarschijnlijk in 2019 geïntroduceerd wordt, de verdeling verbeteren.

Oude cijfers.

‘We rekenen met hele oude cijfers’, zegt een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Gemeenten krijgen geld van het Rijk voor voorschoolse educatie, waarmee achterstandsleerlingen spelenderwijs taal leren. Hoeveel geld gemeenten daarvoor krijgen, baseert het ministerie echter op gegevens uit 2009. Dit wordt opgelost met een nieuwe indicator die is gebaseerd op actuele cijfers. Het CBS heeft de indicator in opdracht van de overheid heeft ontwikkeld.

Geld scholen raakt op.

De geldverdeling via de gemeente moet hierdoor beter gaan, maar het nieuwe systeem moet ook de geldstroom verbeteren die direct naar de scholen gaat. De criteria waarmee men bepaalt wie een achterstandsleerling is, veranderen bijvoorbeeld niet, terwijl het opleidingsniveau van heel Nederland wel verbetert. En dus loopt het achterstandsbudget van scholen leeg. ‘Als we met zijn allen steeds slimmer worden, raakt het geld op voor degenen die het niet bij kunnen houden’, aldus de OCW-woordvoerder. Dat de berekening van het geld gebaseerd wordt op actuele CBS-cijfers zou er ook voor moeten zorgen dat de administratieve lasten van scholen verdwijnen.

Landelijk probleem.

De belofte van de minister komt naar aanleiding van berichtgeving over de verdeling van het onderwijsgeld in Limburg. Volgens onderzoek van de Universiteit Maastricht, waar De Limburger half maart over schreef, zouden Limburgse scholen miljoenen aan onderwijsgeld mislopen. ‘De huidige gewichtenregeling kent verschillende knelpunten, waaronder beperkingen aan de doelgroep-definitie, administratieve last voor scholen en risico’s en fouten in de administratie’, schrijft de minister over de problemen, die landelijk spelen. ‘Daarom werk ik momenteel aan een nieuwe verdeelsystematiek.’ Slob wil het nieuwe systeem voor gemeenten invoeren per 1 januari 2019 en voor basisscholen per 1 september 2019. Deze maand komt hij met een definitief plan.







ARTIKEL: FINANCIËLE BEWUSTWORDING HOORT THUIS IN ONDERWIJS.
bron: Redactioneel/ANBO. door: Carlijn de Groot.

Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) berichtte vanochtend dat minstens 40 procent van de Nederlanders met hun financiële administratie worstelt. De mensen missen rekeningen of zijn automatische incasso’s vergeten.

‘Een zorgelijke ontwikkeling,’ vindt Liane den Haan, directeur-bestuurder van ANBO. ‘Als je hierdoor je rekeningen niet meer of niet op tijd kunt betalen, loop je zomaar het risico om in de problematische schulden terecht te komen.’

Volgens het Nibud zijn twee hoofdoorzaken aan te wijzen; het gebruik van automatische incasso’s en de toenemende digitalisering.

Moeite.

Ook ANBO komt in haar achterban soms leden tegen die moeite hebben met hun administratie. Den Haan: ‘Vaak zien wij dat in een gezin maar één persoon de administratie voert en ook de financiële zaken regelt.’ Als deze persoon komt te overlijden, komt de nabestaande in de problemen omdat hij of zij niet of niet goed hoe je deze dingen moet regelen.

‘Gelukkig kunnen ANBO-leden in zo’n situatie weer op weg worden geholpen door één van onze ANBO-consulenten,’ aldus Den Haan. ‘Maar het is in zo’n situatie wel repareren bij de achterdeur van iets dat bij de voordeur niet goed is.’

Opvoeding.

Met het Nibud is ANBO van mening dat meer aandacht voor de financiële opvoeding nodig is. Den Haan: ‘Meer aandacht klinkt nogal vrijblijvend. ANBO wil verder gaan. Wij vinden dat financiële bewustwording een integraal onderdeel van het onderwijs moet zijn. Hoe beheer je een bankrekening, wat zijn belastingen, waarvoor betaal je zorgpremie zijn voorbeelden van belangrijke zaken die je al op school zou moeten leren!’

Op deze wijze kun je ervoor zorgen dat veel burgers zich meer bewust worden van het belang van een goede administratie.







ARTIKEL: WEEK VAN HET JONGE KIND - AANDACHT VOOR DE EERSTE ZO BELANGRIJKE JAREN.
bron: Redactioneel/Koninklijke Visio. door: Marlies van der Vloot.

We zitten nu midden in de Week van het jonge kind (van 16 t/m 20 april ).

Deze week is voor iedereen die betrokken is bij het jonge kind. Zo vraagt de Week van het jonge kind aandacht voor de zo belangrijke, eerste jaren van het kind. Ook laten we zien wat er in het land gebeurt voor jonge kinderen en de gezinnen waarin zij opgroeien.

Daar sluit Koninklijke Visio graag bij aan.

Als expertisecentrum voor slechtziende en blinde mensen hebben we veel kennis en ervaring in huis om kinderen met een visuele (en eventuele bijkomende) beperking en hun ouders/verzorgers te ondersteunen in verschillende levensfasen. Voor professioneel betrokkenen biedt Visio deskundigheidsbevordering, cursussen en uiteenlopende publicaties.

Samenwerken in belang van het kind.

Wanneer een kind een visuele beperking heeft, kan dat allerlei vragen met zich meebrengen. Voor de ouders/verzorgers, maar ook voor het kind zelf. Visio kent een speciaal team voor kinderen en jongeren dat ondersteuning biedt bij het vinden van passende antwoorden.

Ouders/verzorgers begeleiden hun kind naar een zo zelfstandig mogelijk leven. Visio-medewerkers helpen hen daarbij in de verschillende levensfasen. Of het nu gaat om revalidatie, onderwijs, of wonen en dagbesteding.

Cursussen.

Visio organiseert jaarlijks cursus- en studiedagen voor kinderen en jongeren met een visuele beperking, hun ouders, verzorgers, leraren en anderen die bij de opvoeding betrokken zijn. Bekijk ons cursusoverzicht.

Kennis delen is kracht.

Als expertisecentrum heeft Visio veel specialistische kennis in huis. Bovendien werken we voortdurend aan nieuwe methodieken en producten. Ook voor jonge kinderen met een visuele beperking. De opgebouwde kennis delen we graag met belanghebbenden binnen en buiten de organisatie. Samen zorgen we ervoor dat slechtziende en blinde kinderen kunnen meedoen in de maatschappij. Een greep uit onze publicaties:

Boek Ouderbegeleiding aan gezinnen met een jong blind kind

Themapagina Ouders van jonge blinde kinderen (in samenwerking met Bartiméus)

Kennisportaal eduVIP, voor onderwijs aan leerlingen met een visuele beperking

Curriculum Kijk wat kan!, met praktische leerlijnen voor leerlingen met ontwikkelingsniveau van 0 tot 2 jaar

Theorieboek Spelontwikkeling en -begeleiding van slechtziende en blinde kinderen

Observatie-instrumenten Tactiel Profiel en Tactiel Profiel MB om tastontwikkeling in kaart te brengen







ARTIKEL: KABINET: MEER ONDERSTEUNING VOOR KWETSBARE JONGEREN.
bron: Redactioneel/Rijksoverheid. door: Ton van Vugt.

Minister De Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en minister Dekker (Rechtsbescherming) komen met een brede aanpak om de jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering te verbeteren.

Zo krijgt elk kind dat uit huis is geplaatst een eigen mentor en gaat elke jongere in de jeugdzorg een toekomstplan maken voor na zijn achttiende. Ook wordt de pleegzorg standaard verlengd naar 21 jaar, worden kinderen die in hun ontwikkeling worden bedreigd eerder en effectiever beschermd en is het separeren van jongeren in de gesloten jeugdzorg straks verleden tijd.

Dat en meer is te lezen in het programma ‘Zorg voor de Jeugd’ dat de ministers zojuist naar de Tweede Kamer stuurden. Uitgangspunt is dat het belang van het kind nog meer centraal moet komen te staan in de jeugdhulp. Dat betekent tijdiger passende hulp, zoveel mogelijk thuis opgroeien en meer begeleiding om zelfstandig te worden. Bovendien worden de wachtlijsten aangepakt.

Minister De Jonge:
‘Met de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeenten is een goede beweging in gang gezet. Maar kinderen, ouders en medewerkers hebben daar nog te weinig van gemerkt en lopen soms nog tegen problemen aan. Het werk is nog niet af. Daarom ben ik trots op dit ambitieuze programma dat er nu ligt.’

Minister Dekker:
‘Het belang van jongeren staat duidelijk bij iedereen voorop. Ik vind het mooi te zien dat we in dit programma nadrukkelijk samen optrekken: de justitieketen, de zorgkant, Rijk, gemeenten en instellingen. Met als einddoel dat geen enkele jongere in de kou komt te staan.’

Het kabinet gaat dit programma samen met gemeenten, zorgaanbieders en cliëntenorganisaties uitvoeren. Er is in totaal 108 miljoen euro beschikbaar om de transformatie van de jeugdhulp in de komende jaren een impuls te geven. Jeugdregio’s moeten een driejarig plan opstellen om in aanmerking te kunnen komen voor een bijdrage uit het zogenaamde transformatiefonds. Voor gemeenten die tekorten ervaren is er daarnaast een fonds van 200 miljoen euro waarop een beroep kan worden gedaan. Een speciaal ondersteuningsteam gaat gemeenten ondersteunen en adviseren.

Uit de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat 392.445 kinderen in 2017 gebruik maken of hebben gemaakt van enige vorm van jeugdhulp. Ook geven de cijfers aan dat eind 2017 30.715 kinderen werden beschermd met een maatregel voor jeugdbescherming en dat 6.360 jongeren werden begeleid in het kader van de jeugdreclassering.

Documenten:

Actieprogramma Zorg voor de Jeugd

Dit actieprogramma heeft als hoofddoel de jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering merkbaar en meetbaar steeds beter te...

Rapport | 01-04-2018







ARTIKEL: STERKE DALING AANTAL MANTELZORGERS IN DE TOEKOMST.
bron: Redactioneel/SupportBeurs. door: Carlijn de Groot.

Ons zorgstelsel steunt in grote mate op de zelfredzaamheid van zorgbehoevenden en de steun vanuit hun netwerk, mantelzorgers en vrijwilligers. Maar wat als er in de toekomst veel minder mensen zijn die mantelzorg willen en/of kunnen verlenen?

Als gemeenten vandaag geconfronteerd worden met een zorgvraag, kijken ze naar jouw persoonlijke situatie en naar de mogelijkheid om ondersteuning te krijgen vanuit je eigen netwerk. Mantelzorgers zijn voor gemeenten uitermate belangrijk. Wanneer er minder mantelzorgers zijn, wordt een groter beroep gedaan op de zorg en ondersteuning die gemeenten in het kader van hun Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) verplichting moeten verlenen. En dat is een scenario waarmee gemeenten terdege rekening moeten houden.

potentiële mantelzorgers gaat. Lang niet alle potentiële mantelzorgers verlenen ook daadwerkelijk hulp en ondersteuning aan hun naasten. Uit een eerder onderzoek van het SCP bleek dat het aantal mensen daalt dat bereid is om mantelzorg te verlenen.

Oorzaak voor de forse daling in de zorgratio[i], is vooral de snelle vergrijzing van de Nederlandse bevolking. Het aantal mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben neemt fors toe en er zijn in verhouding gewoon veel minder mensen die de nodige zorg en ondersteuning kunnen verlenen. Een andere reden is dat het verlenen van mantelzorg lang niet altijd goed in te passen is in het leven en werk van de mantelzorger.

Mantelzorgvriendelijke (werk)omgeving.

Als we als samenleving willen blijven steunen op mantelzorgers, dan moeten we nu al maatregelen nemen om het verlenen van mantelzorg beter haalbaar te maken. Mezzo, de landelijke vereniging voor mantelzorgers, richtte in 2005 samen met HR-trainings- en adviesbureau Qidos de stichting Werk & Mantelzorg op om het bewustzijn te vergroten voor de combinatie van werk en mantelzorg.

Op dit moment is één op de zeven werkenden, ook mantelzorger. In de sector Zorg en Welzijn is dat zelfs één op de vier. Veel mensen nemen naast hun werk, dus ook nog eens de zorg voor iemand op hun schouders. De combinatie werk – mantelzorg kan soms erg lastig zijn. Mantelzorgers die minimaal vier uur per week voor iemand zorgen, verzuimen binnen twee jaar meer op het werk, blijkt uit onderzoek van het SCP. Ook neemt hun arbeidsproductiviteit af. Er zijn mantelzorgers die liever minder gaan werken of zelfs willen stoppen met werken, omdat de combinatie werk en zorg te belastend is.

Uit de taboesfeer.

Er zijn al flink wat stappen gezet in de richting van een mantelzorgvriendelijke werkomgeving. Zo staat aandacht voor de combinatie werk en zorg in bijna alle cao’s ingeschreven. Maar mantelzorg blijkt in de werkomgeving toch nog vaak een taboeonderwerp. Veel werknemers willen of durven het onderwerp niet op hun werk te bespreken uit angst dat ze dan minder in aanmerking zouden komen voor een vaste aanstelling of een promotie. Maar ook werkgevers vinden het vaak lastig om hun werknemers te vragen naar hun mantelzorgervaring en die ‘privékwestie’ op het werk aan te kaarten. Volgens Liesbeth Hoogendijk, directeur Mezzo, is één van de belangrijkste stappen mantelzorg bespreekbaar te maken op het werk. Daar is echter een forse cultuurverandering voor nodig.

Meer opties nodig.

Er is veel meer mogelijk dan we nu denken en al die opties moeten op tafel komen”, aldus Hoogendijk. Zo zou het bijvoorbeeld mogelijk moeten zijn dat werknemers tijdelijk wat minder komen werken, met een terugkeergarantie zoals dat nu al bij ouderschapsverlof het geval is. En stedenbouwkundigen zouden meer moeten doen om wijken te ontwikkelen waar het voor ouderen gemakkelijker is om elkaar te helpen. Hoogendijk raadt mensen ook aan om nu al te sparen voor de periode dat ze zelf hulp nodig hebben, zodat ze die kunnen inkopen.

[i] Zorgratio is een maatstaf ontwikkeld in Zwitserland, waarbij het aantal mensen in de leeftijdsklasse van 50 tot 75 jaar gedeeld wordt door het aantal mensen van 85 jaar en ouder.







ARTIKEL: ECJONGPERSPECTIEF.NL HELPT BIJ VRAGEN OVER STUDIE EN WERK BIJ EEN HANDICAP.
bron: Redactioneel/BOSK. door: Marlies van der Vloot.

Ervaringscentrum Jong Perspectief (afgekort ECJP) is een initiatief voor en door jongeren, in het leven geroepen voor alle jongeren met een beperking of chronische aandoening. ECJP vindt het belangrijk dat iedereen op de hoogte is van alle voorzieningen en regelingen rondom studie en werk. Marian met reuma en PDSvertelt over haar ervaringen met ECJP.

Marian (22, reuma& PDS): ‘Met het advies van ECJP hoefde ik niet te stoppen met mijn studie!’ “Vanwege mijn recente diagnose reuma had ik steeds meer moeite om naast mijn studie nog te werken. Maar zonderwerk kon ik mijn huur niet betalen! Veel banen zijn voor mij niet te doen, omdat ik veel last heb van vermoeidheid en pijn in mijn gewrichten.”

"Verder dan alleen je ziekte"

Marian vertelt verder “Leven met een chronische aandoening gaat veel verder dan alleen mijn ziekte. In het ziekenhuis richten ze zich op de medische kant, mijn maatschappelijk werker kijkt of ik wel lekker in mijn vel zit en de apotheker zorgt dat alle pilletjes goed samengaan. Maar ik was op zoek naar iemand die me op weg kon helpen. Misschien is er wel financiële hulp mogelijk in mijn situatie.”

Juist omdat ieder een uniek verhaal heeft is het lastig om advies te vinden wat precies bij jou past. ECJP is opgericht juist om jouw situatie individueel te bekijken en daar advies op af te stemmen.

"Toegespitst op mijn verhaal"

Marian: “Ik merkte dat het lastig was om op internet te bepalen wat bij mijn situatie paste. Toen ik de advertentie op Facebook zag was ik meteen enthousiast. Misschien konden zij me wel verder helpen… Na wat extra vragen stuurde ECJP me tips speciaal toegespitst op mijn verhaal!” zegt Marian met een grote glimlach. “En, nu ik bij de gemeente individuele toeslag heb aangevraagd hoef ik mijn woning niet uit. Met de hulp van UWV heb ik een aangepaste baan gevonden, dus houd ik ook wat geld over. Plus, omdat ik uni doe krijg ik €1200,- terug als ik mijn studie afrond. Toch mooi meegenomen!”

Website:

Ga naar ecjongperspectief.nl (nieuw venster)







ARTIKEL: INNOVATIEVE ONDERSTEUNING VAN DE ADEMHALING.
bron: Redactioneel/RadboudUMC. door: Ton van Vugt.

Vaak kunnen patiënten niet zonder de beademing door zwakke ademspieren.

Mechanische beademing kan het leven redden van patiënten na een hartstilstand, complexe chirurgie of een ernstige infectie. Maar na de behandeling van de aandoening moet de mechanische beademing zo snel mogelijk stoppen. Dit kan een longontsteking of zelfs sterfte voorkomen. Vaak kunnen patiënten niet zonder de beademing door zwakke ademspieren. Jonne Doorduin deed onderzoek naar deze ademspierzwakte en ontwikkelde nieuwe behandelmethoden voor deze patiënten. Hierdoor komen zij sneller van de beademing af.

Technisch geneeskundige Jonne Doorduin promoveerde in juni 2017 op zijn onderzoek naar ademspierzwakte. Hij ontdekte dat technieken die de kracht en elektrische signalen van de ademspieren meten ook ademspierzwakte kunnen detecteren. Hij onderzocht innovatieve beademingsstrategieën die deze zwakte kunnen voorkomen. Patiënt kunnen dan actief en gelijktijdig mee ademen met de beademingsmachine. Daarnaast beschreef Doorduin als eerste een medicijn dat de functie van de ademspieren kan verbeteren. De resultaten van zijn onderzoek worden momenteel gebruikt om patiënten sneller zonder ondersteuning te laten ademen op de intensive care.

NRS Swierenga Award.

Op 11 april is tijdens de Week van de Longen de NRS Swieringa Thesis Award voor het beste proefschrift van 2017 uitgereikt aan Jonne Doorduin. De NRS Swieringa Thesis Award wordt uitgereikt namens het Longfonds, NVALT (Nederlandse vereniging longziekten) en NRS (onderzoeksorganisatie longziekten). Aan de award is een certificaat en een geldbedrag van 4.500 euro verbonden.







ARTIKEL: HANDICAP EN DE MODEWERELD. [+VIDEO]
bron: Redactioneel/NSGK. door: Carlijn de Groot.

In de modewereld zien we vooral ‘perfecte’ lijven; modellen met een handicap zijn zeldzaam. Dat heeft ongemerkt effect op het beeld dat we hebben van mensen met een handicap. En op het beeld dat zij hebben van zichzelf.

Dat vertelt Kelly Sue, oprichter van het modellenbureau Sue’s Warriors. “Mode heeft grote invloed op ons beeld van de wereld. Dus als je wilt dat mensen met een handicap op gelijkwaardige wijze worden geaccepteerd, moet je ze ook in de mode zichtbaar maken. En we hopen dat kledingmerken niet alleen modellen met een beperking laten zien, maar ook in hun mode rekening houden met mensen met een handicap. Als je in een rolstoel zit heb je een andere pasvorm nodig, en aanpassingen die het aan- en uitkleden makkelijker maken. Die aangepaste kleding zou net zo vanzelfsprekend moeten worden als positiekleding voor vrouwen die zwanger zijn. (Lees verder op de website van NSGK).

Deze week begeven de Junior Reporters zich ook in de mode! Ze hebben een te gekke outfit uitgezocht voor de finale van The Voice Kids. Samen met presentator Jamai mochten ze heerlijk shoppen op het hoofdkantoor van WE Fashion. Jamai was benieuwd of Merijn en Roxanne ook tegen obstakels aanlopen tijdens het winkelen in hun eigen buurt. Je ziet het allemaal in het kleurrijke video report van deze week!

(Bekijk de video op onze website)







ARTIKEL: KOM JE IN 2030 NOG VAAK BIJ DE DOKTER? DOE MEE OP 23 MEI!
bron: Redactioneel/Patiëntenfederatie Nederland. door: Marlies van der Vloot.

Kom je in 2030 nog vaak bij de dokter? Of houd je zelf vanuit huis je gezondheid in de gaten? Weet je van tevoren al of je het risico loopt op een bepaalde ziekte en is die misschien dan al te voorkomen? En haal je zorg eigenlijk alleen binnen Nederland of ga je de grens over voor de beste behandeling?

Voor wie?

patiënten, patiëntvertegenwoordigers en mantelzorgers

Wanneer?

woensdag 23 mei 2018, 15.00-21.00 uur

Waar?

Ede, Ziekenhuis Gelderse Vallei

Hoe willen mensen met een aandoening in 2030 hun leven leiden en wat is daar voor nodig? Deze vragen willen wij beantwoorden in de 'Visie 2030' van de Patiëntenfederatie en haar leden. Een visie die we in ons jubileumjaar ontwikkelen.

Denk mee, doe mee, praat mee!

Op 23 mei gaan we met elkaar op een creatieve manier nadenken over de toekomst die wij willen voor mensen met een aandoening. In groepen van 10 tot 12 mensen kijken we wat een patiënt over 12 jaar nodig heeft om te leven zoals hij of zij dat wil. Acteurs kruipen in de huid van iemand die in 2030 leeft. Zo kunt u met elkaar, maar ook met hen in gesprek over de zorg in 2030.

Het programma biedt de mogelijkheid mee te denken over onze gewenste toekomst en wat er voor nodig is om daar te komen. U ontmoet andere patiënten, vertegenwoordigers van patiënten en mantelzorgers. Als onze gast kunt u rekenen op een prettige ontvangst met koffie, thee, limonade en iets lekkers. Tussendoor is er een warme snack en we bieden u graag soep en broodjes aan.

Komt u ook?

Wilt u meedoen, meld u dan aan vóór 1 mei.

> Ga hier naar het inschrijfformulier

U ontvangt in de week van 7 mei een bevestiging. Deelname is gratis.

Wilt u iemand meenemen? Stuur dan deze pagina door of download de flyer.

Graag tot ziens op 23 mei!







ARTIKEL: ZET DE BURGER CENTRAAL! JAARBEELD TOEZICHT SOCIAAL DOMEIN 2017.
bron: Redactioneel/Rijksoverheid/IGJ. door: Ton van Vugt.

Het Jaarbeeld van de samenwerkende rijksinspecties1 – Toezicht Sociaal Domein – staat geheel in het teken van mensen die de zorg en ondersteuning vanuit het sociaal domein nodig hebben. TSD constateert dat er drie jaar na de decentralisaties in het sociaal domein er veel werk is verzet maar dat de beoogde transformatie bij veel gemeenten beter kan. Gelukkig zijn er ook voorbeelden op allerlei vlakken die ter inspiratie kunnen dienen.

1Toezicht Sociaal Domein is een samenwerkingsprogamma van vier rijksinspecties: de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de Inspectie Justitie en Veiligheid, de Inspectie van het Onderwijs en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het Jaarbeeld 2017 gaat in op de volgende drie vragen:

- Wat wil de burger?
- Wat zien we in de praktijk?
- Hoe lossen we (eventuele) knelpunten op?

Wat wil de burger?

- De burger wil serieus genomen worden en heeft graag een klik met een hulpverlener.
- De burger wil zijn of haar verhaal één keer vertellen en heeft daarnaast graag één aanspreekpunt.

Wat zien we in de praktijk?

In de praktijk blijkt, dat professionals vaak niet goed luisteren naar de hulpvraag van de burger. Meer dan eens zijn er ingewikkelde procedures te doorlopen vóór er hulp beschikbaar komt. Verder geven gemeenten onvoldoende vorm aan de regiefunctie, waardoor verdeling van taken en verantwoordelijkheden onvoldoende duidelijk zijn. Ook schort er vaak wat aan het delen van informatie of ontbreekt het nog aan passende voorzieningen.

Oplossingen.

Gelukkig zijn er oplossingen voor de eerder genoemde knelpunten en zijn er ook voorbeelden uit de praktijk voorhanden van gemeenten waar ze een oplossing hebben toegepast. Dergelijke voorbeelden staan in het Jaarbeeld 2017.







ARTIKEL: HN-INFOPUNT: KAN IK EEN RIJBEWIJS HALEN MET MIJN HANDICAP?
Dagelijks een duidelijk antwoord op een gestelde vraag.
Beantwoord door de mederwerkers van ons HN-INFOpunt.

Wij ontvingen de volgende vraag:

"Kan ik met mijn handicap autorijlessen nemen

Onze HN-informateur antwoord:

U wilt een rijbewijs halen maar u twijfelt over uw rijgeschiktheid?
Bijvoorbeeld omdat u een lichamelijke of geestelijke beperking heeft of epilepsiepatiënt bent.Dan is het verstandiger om het CBR ( Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen ) uw rijgeschiktheid te laten toetsen voordat u met uw rijlessen begint, dan weet u van tevoren waar u aan toe bent. Daarnaast kan het CBR u in vele gevallen goed op weg helpen.

Met een handicap of beperking kunt u in veel gevallen zelfstandig de weg op. Bestuurders met een handicap moeten aan precies dezelfde eisen voldoen als andere bestuurders. De verkeersveiligheid staat voorop. Het moet natuurlijk wel mogelijk zijn om aan die eisen te voldoen. Als het mogelijk is wordt het voertuig aangepast aan de mogelijkheden van de bestuurder.

De wet staat veel aanpassingen aan de auto of motor toe om handicaps of beperkingen te compenseren.
Het CBR geeft geen rijbewijs af, dat doet de gemeente. Het CBR verstrekt een verklaring van Rijvaardigheid aan geslaagden voor het praktijkexamen en een verklaring van Geschiktheid aan iedereen die medisch en praktisch gezien verantwoord de weg op kan.

Als eerste vult u een Eigen verklaring in.
Een Eigen verklaring is een formulier met vragen over uw lichamelijke en geestelijke gesteldheid.Voeg bij de Eigen verklaring een brief toe met daarin een korte omschrijving van de problemen en wat u wel en niet kunt.Vermeld in de brief uw telefoonnummer en eventueel de naam en het telefoonnummer van uw rijschool.
Die documenten zijn nodig als u bij de gemeente uw eerste rijbewijs aan vraagt.De Eigen verklaring kunt u kopen bij een rijschool, het gemeentehuis of één van de theorie-examencentra van het CBR.



De medisch adviseur van het CBR beoordeelt of een Verklaring van geschiktheid kan worden afgegeven. Op basis van medische informatie van u zelf en van derden bepaalt de medisch adviseur aan de hand van de regeling eisen geschiktheid 2000 of u geschikt bent.
Deze regeling eisen geschiktheid 2000 is opgesteld door de minister van Verkeer en Waterstaat.
Voor deze regels verwijzen wij u naar de website van het CBR, http://www.cbr.nl/. en kijk dan bij de brochures.

Als u het met een afwijzing of beperkende bepalingen niet eens bent, kunt u een bezwaarschrift indienen of een herkeuring aanvragen bij het CBR. In uw correspondentie met het CBR staat de procedure.

Als u van het CBR een brief hebt gekregen dat alles medisch en praktisch akkoord is (met eventueel beperkende bepalingen) staat niets u meer in de weg om het rijbewijs te halen. U volgt verder het gewone traject voor de auto of de motor.

Indien nodig doet u examen bij een examinator die gespecialiseerd is in het afnemen van examens met een medische achtergrond.

U kunt bij uw gemeente het rijbewijs aanvragen. Als op uw Verklaring van geschiktheid zogenaamde ‘beperkende bepalingen’ staan, worden deze in code overgenomen op uw rijbewijs. Het spreekt voor zich dat het rijbewijs alleen geldig is, als u in een auto rijdt die aan die eisen voldoet. Vergeet niet aan uw verzekeringsmaatschappij door te geven dat u in een aangepast voertuig rijdt of dat u een rijbewijs met beperkte geldigheidsduur hebt. U kunt daar een kopie van de Verklaring van geschiktheid en de brief met de beperkende bepalingen voor gebruiken. Vraag de verzekeringsmaatschappij om een schriftelijke reactie. Die kunt u als bewijsstuk bij uw polis bewaren. De verklaring van Geschiktheid is 1 jaar geldig

Rijbewijs houden met een handicap of beperking.

Als u een rijbewijs hebt kan het zijn dat er bijvoorbeeld door een ongeval of ziekte twijfels ontstaan over uw rijgeschiktheid. Ook kan er sprake zijn van een verslechtering van uw functionele mogelijkheden. In dat geval vraagt u een beoordeling van uw rijgeschiktheid bij het CBR aan. U hoeft niet opnieuw praktijkexamen te doen. Het CBR beoordeelt alleen of u geschikt bent om te rijden.

Met een lichamelijke beperking kunt u in veel gevallen zelfstandig de weg op. Bestuurders met een handicap moeten aan precies dezelfde eisen voldoen als andere bestuurders. De verkeersveiligheid staat voorop. Het moet natuurlijk wel mogelijk zijn om aan die eisen te voldoen. Als het nodig is wordt het voertuig aangepast aan de mogelijkheden van de bestuurder. Hoe u uw rijbewijs kunt houden als er twijfels zijn over uw rijgeschiktheid vindt u op dit deel van de site.

U begint met het aanvragen van een Verklaring van geschiktheid. Daarmee vraagt u eigenlijk het CBR om een beoordeling van uw geschiktheid.

Bij uw gemeente koopt u een Eigen verklaring.

Bent u ouder dan 65 of in het bezit van het rijbewijs CD of E, dan hebt u een Eigen verklaring met Geneeskundig verslag nodig. Het Geneeskundig verslag laat u invullen door een arts.

De Eigen verklaring vult u zelf in. Voeg, indien mogelijk, een brief bij met daarin een korte omschrijving van de problemen en wat u wel en niet kunt. Vermeld in de brief ook uw telefoonnummer. Laat uw arts op de Eigen verklaring een aantekening plaatsen waaruit de aard en de ernst van het gemelde blijkt.

De Eigen verklaring met eventuele bijlagen stuurt u in de bijgeleverde retourenvelop naar het CBR.

De medisch adviseur van het CBR beoordeelt of een Verklaring van geschiktheid kan worden afgegeven. Op basis van medische informatie van u zelf en van derden bepaalt de medisch adviseur aan de hand van de regeling eisen geschiktheid 2000 of u geschikt bent.

Bepalend is dat u lichamelijk en geestelijk in staat moet zijn om zelfstandig en veilig een motorrijtuig te besturen. In dat geval geeft het CBR de Verklaring van geschiktheid af. Vervolgens kan de gemeente een rijbewijs verstrekken.

Soms geeft een Geneeskundig verslag niet genoeg informatie. Dan is nader onderzoek nodig. U wordt dan verwezen naar een medisch specialist of u legt een rijtest af bij een deskundige van het CBR.

Er zijn drie beslissingen mogelijk:

Geschikt: afgifte Verklaring van geschiktheid door CBR, u kunt het rijbewijs laten vernieuwen op het gemeentehuis. De verklaring van Geschiktheid is één jaar geldig.

Geschikt met beperkende bepalingen: u krijgt een Verklaring van geschiktheid met bepaalde voorwaarden waaronder u een motorrijtuig mag besturen. Dit kunnen eisen aan het motorrijtuig of aan de bestuurder zijn. Deze beperkingen staan gecodeerd op het nieuwe rijbewijs. Het kan ook zijn dat u het rijbewijs met een kortere geldigheid krijgt. De verklaring van Geschiktheid is één jaar geldig.

Ongeschikt: geen Verklaring van geschiktheid omdat u niet geschikt bent voor het besturen van motorrijtuigen. Dit kan ook gevolgen hebben voor categorieën die al in uw bezit zijn.

In de meeste gevallen moet u een nieuw rijbewijs aanvragen. Dit is het geval als er op de Verklaring van geschiktheid nieuwe beperkende bepalingen zijn opgenomen. U vraagt dan bij uw gemeentehuis een nieuw rijbewijs aan.

Medische beoordeling.

De medisch adviseur van het CBR verricht zelf geen keuringen. Soms geeft een Geneeskundig verslag niet genoeg informatie. Dan is een nader onderzoek door een medisch specialist noodzakelijk en verwijst de medisch adviseur van het CBR u naar bijvoorbeeld een oogarts, neuroloog, psychiater, cardioloog of internist. Dit doet hij naar aanleiding van de informatie uit de Eigen verklaring of het Geneeskundig verslag, of van al bij het CBR bekende informatie.
Op basis van de uitslag van dit specialistisch onderzoek neemt de medisch adviseur van het CBR een besluit over de geschiktheid.

Tarieven rijbewijskeuring.

De tarieven voor een specialistisch onderzoek verschillen. De kosten hiervan zijn voor uw rekening. Het CBR gaat niet over de kosten van een medische keuring voor het rijbewijs. De maximumtarieven voor rijbewijskeuringen door huisartsen en medisch specialisten worden vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Meer informatie hierover vindt u op http://www.nza.nl/zorgonderwerpen/zorgonderwerpen/psychiatrie/veelgestelde-vragen/veel-gestelde-vragen-rijbewijskeuring/.

De kosten van het CBR zitten verwerkt in het tarief van de Eigen verklaring.

Verwijzing.

Soms is er meer informatie nodig over de geschiktheid van een bestuurder in de praktijk. De medisch adviseur zal u in zo’n geval verwijzen naar een rijtest met een deskundige praktische rijgeschiktheid van het CBR. Dit is geen nieuw rijexamen maar een rijtest. De deskundige bekijkt daarbij of iemand rijgeschikt is.

Rijtest.

Als de medische gegevens daartoe aanleiding geven, krijgt u van het CBR een uitnodiging voor een rijtest of een gesprek met de deskundige praktische rijgeschiktheid.

Waarom een rijtest?

Een rijtest is geen rijexamen. Een rijtest wordt afgenomen om te kijken of de betrokkene het motorvoertuig op een veilige en verantwoorde manier bestuurt.
Is dit niet het geval, dan wordt gekeken of dit met een aanpassing aan het voertuig wel kan. Uiteindelijk kiest u met het CBR voor een eventueel aangepast motorvoertuig. waarin u hetzelfde kunt als een doorsnee weggebruiker. U moet niet alleen dezelfde mogelijkheden krijgen, maar voor u moeten ook dezelfde veiligheidsnormen gelden.

Aanpassingen.

Soms beperkt de aanpassing zich tot een ‘simpele’ automaat of rembekrachtiging. Maar het komt ook voor dat de auto binnenstebuiten moet worden gekeerd om de aanpassingen te monteren. Een aanpassing aan de pedalen of de montage van een volledige handbediening komt veel voor. Soms worden de schakelaars voor bijvoorbeeld de richtingaanwijzers en de verlichting in de hoofdsteun aangebracht. Eigenlijk is bijna alles mogelijk.

U krijgt meestal het advies om met het aangepaste voertuig eerst een aantal rijlessen te nemen. Het CBR helpt u met het vinden van een geschikte rijschool. Daarna beoordeelt het CBR tijdens een rijtest of alles naar wens verloopt. Als dat het geval is dan kunt u bij het gemeentehuis een vernieuwd of nieuw rijbewijs halen, afhankelijk van uw situatie

Motor.

Ook voor motorrijders met een handicap zijn er mogelijkheden om te rijden. Ga voor meer informatie naar: Motormobiliteit voor gehandicapten.

Rijexamen na een rijtest.

Is er een examen nodig, dan legt u dat af bij een examinator die speciaal is opgeleid voor examens in aangepaste voertuigen. Dat is noodzakelijk omdat hij van de medische beperkingen en aanpassingsmogelijkheden op de hoogte moet zijn.

Om het examen goed voorbereid af te kunnen nemen, krijgt de examinator vooraf van de aanpassingsdeskundige een rapport. In dat rapport zijn de resultaten en uitkomsten van de rijtest opgenomen. Zo heeft hij de beschikking over de nodige achtergrondinformatie voor het afnemen van het examen. U legt hetzelfde examen af als ieder ander. In het verkeer moet iedereen aan dezelfde rijvaardigheidseisen voldoen. De verkeersveiligheid staat immers voorop.

We willen u wel op het volgende wijzen.

- De kosten voor dit alles kunnen hoog oplopen.
- De Eigen verklaring kost 21.90 euro.
- Dan moet u hoogstwaarschijnlijk gekeurd worden door een arts of specialist (neuroloog /oogarts) 70 tot 120 euro.
- Indien u een rijtest af moet leggen zijn de kosten ook voor u.
- Uw rijbewijs wordt dan voor 3 of 5 jaar verlengd en dan moet alles weer herhaald en opnieuw betaald worden.







ARTIKEL: ONZE LACHAFSLUITING.
Onze dagelijks afsluiting met een lach.
Vandaag ingezonden door Roos Hoogland uit Alphen aan de Rijn.

Er zitten 3 jongens op een schoolplein. Zegt de eerste: “Ik heb de snelste vader van de wereld.” “Hoezo?” vragen de andere twee. “Nou mijn vader is F-16 piloot.” Waarop nummer 2 antwoordt: “Dan is mijn vader sneller want die is astronaut.” Reageert nummer 3: “Dan is mijn vader sneller, die is ambtenaar… Hij werkt van 9 tot 5, maar hij is om 3 uur al thuis!”











En hiermee zijn we aan het eind gekomen van ons nieuwsoverzicht van vandaag.
Voor meer nieuws gaat u naar www.handicapnieuws.net of volgt u ons op social media.
Morgenvroeg maken we weer een nieuwe update, want je weet het: HandicapNieuws is dagelijks 'uitgsproken' actueel!

Ga naar:
- Maandag.
- Dinsdag.
- Woensdag.
- Donderdag.
- Vrijdag.