Welkom op de speciaal toegankelijke website van HANDICAPNIEUWSnet. HANDICAPNIEUWSnet is uitgsproken actueel: woensdag
Keuzeknoppen om terug te gaan naar: Startpagina
::

woensdag

Keuze: Readspeaker uit.

Lees voor

U luistert naar HandicapNieuws UPDATE van woensdag 20 juni 2018.

VANDAAG IN ONS NIEUWS:
Niet genoeg hulp voor kwetsbare kinderen.
Sociale werkplaatsen kunnen bezuinigingen niet meer opvangen.
VR en 3D-printen mogelijk schadelijk voor volksgezondheid.
Minister: meer oog hulpverleners voor kinderen met zieke ouders.
Nog nooit zoveel kinderen in gesloten jeugdzorginstelling.
Strengere regels voor allergie-info op voedseletiket.
Ruim 40 procent zwangere vrouwen kiest voor NIPT-test.
Mensen met minder gezondheidsvaardigheden gaan vaker naar de huisartsenpost.
Wonen: minister moet lokale samenwerking aanjagen, niet alleen financieren.
RIVM verwacht 500.000 tekenbeten in juni en juli.
66% wil optreden kabinet tegen sigarettenrook.
Jaar begonnen met bovengemiddeld ziekteverzuim.
Eerste bijeenkomst Nivel verbindt over klachten in de zorg succesvol verlopen.
Ronald Giphart vaart blind door de Utrechtse grachten.
Visio in Focusgroep onderzoeksrapport Nachtzorg.
Onze toekomstige volksgezondheid: gezond ouder, maar ook grote maatschappelijke opgaven.
Te weinig cholesterol is ook niet goed.
NZa verruimt mogelijkheden voor e-health.
Kwaliteitsstandaarden GGZ ingediend bij Zorginstituut Nederland.
Investeren in jonge kind loont.
GroenLinks: Kabinetsplan thuiswonende ouderen moet concreter.
Per 1 januari 2019 vervallen heel kleine pensioenen.
Nederlandse student loopt stage op dovenschool in Amerika.
HN-INFOpunt: Kan ik mijn uitkering meenemen als ik ga emigreren?
Onze Lachafsluiting.

Voor meer informatie over de handicap nationaal? ga naar hun site: www.handicapnationaal.nl, mail naar info@handicapnationaal.nl, of bel op kantoortijden naar 06-12390746. en dan nu onze artikelen van vandaag.







ARTIKEL: NIET GENOEG HULP VOOR KWETSBARE KINDEREN.
bron: Redactioneel/Zorg.nu/ANP. door: Marlies van der Vloot.

De hulp aan kwetsbare kinderen in Nederland schiet nog vaak tekort, blijkt uit de elfde editie van het Jaarbericht Kinderrechten van Defence for Children en Unicef Nederland.

De organisaties maken zich onder meer zorgen over de lange wachtlijsten voor jeugdhulp en het hoge aantal kinderen dat in de gesloten jeugdzorg zit, in totaal 2710. 'Dit is extra zorgelijk omdat een uithuisplaatsing in een gesloten instelling juist een uiterste maatregel moet zijn', stellen de organisaties.

Afhankelijk van gemeenten.

Ook de 'explosieve' toename van het aantal meldingen van kinderporno in de afgelopen jaren noemen de instellingen zorgelijk. Daarnaast hekelen zij de gebrekkige hulp voor slachtoffers van kindermishandeling. 'Deze kinderen staan lang op wachtlijsten en krijgen onvoldoende passende hulp. Ze zijn, als gevolg van de decentralisatie van het jeugdbeleid, afhankelijk van wat gemeenten wel of niet voor hen doen. Landelijke cijfers over kindermishandeling ontbreken, terwijl die nodig zijn om de aanpak van kindermishandeling te verbeteren', staat in het rapport.

Minderjarige asielzoekers uit opvang verdwenen.

De kinderorganisaties vragen ook aandacht voor de stijging van het aantal minderjarige asielzoekers dat het afgelopen jaar uit de opvang is verdwenen. In totaal waren dat er 360, voornamelijk jongens uit Marokko, Algerije, Afghanistan en Albanië. 'Omdat deze jongeren alleenstaand zijn en geen rechtmatig verblijf hebben, zijn zij kwetsbaar om slachtoffer te worden van mensenhandel.'







ARTIKEL: SOCIALE WERKPLAATSEN KUNNEN BEZUINIGINGEN NIET MEER OPVANGEN.
bron: Redactioneel/NOS/ANP MediaWatch. door: Ton van Vugt.

Sociale werkplaatsen kunnen niet efficiënter werken dan ze nu al doen en daardoor zijn ze niet langer in staat om bezuinigingen op de werkplaatsen op te vangen. Dat blijkt uit een rapport van twee onderzoeksbureaus, meldt de Volkskrant.

In 2015 werd de Wet sociale werkvoorziening stopgezet, een regeling waardoor honderdduizend mensen met een arbeidsbeperking gesubsidieerd konden werken. Toenmalig coalitiepartners VVD en PvdA vonden dat mensen met een arbeidsbeperking beter af waren 'tussen gewone collega's op een gewone werkvloer'.

Rek eruit.

Nieuwe werknemers met een arbeidsbeperking kregen vanaf toen geen subsidie meer en het Rijk ging tegelijkertijd minder betalen per arbeidsgehandicapte. De sociale werkplaatsen moesten dat opvangen door efficiënter te gaan werken, waardoor de werknemers een hogere productie moesten draaien.

Die rek is er nu uit, staat in het rapport. De mensen op sociale werkplaatsen kunnen niet harder werken dan ze nu al doen, terwijl ze wel loonstappen maken.

Gemeenten.

De rekening van het oplopende tekort komt terecht bij de gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor de sociale werkplaatsen. In 2014 legden de gemeenten in totaal 43 miljoen bij, maar voor dit jaar komt dat bedrag uit op 190 miljoen.

In de krant pleit Cedris, de koepel van sociale werkplaatsen, ervoor om de bezuiniging terug te draaien. "Met een groep werknemers die kleiner en ouder wordt, kun je niet steeds meer productie draaien", zegt voorzitter Jan-Jaap de Haan.







ARTIKEL: VR EN 3D-PRINTEN MOGELIJK SCHADELIJK VOOR VOLKSGEZONDHEID.
bron: Redactioneel/NU.nl/ANP. door: Carlijn de Groot.

Nieuwe technologieën zoals virtual reality en 3D-printen zouden in de toekomst weleens voor gezondheidsproblemen kunnen gaan zorgen.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) signaleert dat in het rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV).

Volgens het instituut gaat het goed met onze volksgezondheid. Nederlanders worden steeds ouder en de meeste mensen voelen zich gezond. Vervolgens gaat het RIVM in op tal van ontwikkelingen die de volksgezondheid juist bedreigen. Het gaat voor een groot deel om bekende problemen die bijvoorbeeld toe te schrijven zijn aan de vergrijzing, zoals een toename van chronische aandoeningen.

Het RIVM keek ook naar ontwikkelingen waarvan de gevolgen nu nog niet goed te overzien zijn. Zo waarschuwt het instituut dat het ''voorstelbaar is dat langdurig verblijf in een virtuele werkelijkheid psychische en lichamelijke problemen kan veroorzaken''.

3D-printen.

Een mogelijke keerzijde van 3D-printen is volgens het RIVM dat kwaliteitscontrole op producten lastiger wordt als mensen ze thuis uitprinten. Bij het smelten van grondstoffen in 3D-printers kunnen bovendien giftige stoffen vrijkomen.

Technologie kan tegelijkertijd veel voor de volksgezondheid betekenen, bijvoorbeeld in de vorm van behandelmethodes. Die zijn vaak wel kostbaar. Het RIVM becijfert dat in 2040 ruim vier maal zoveel zal worden uitgegeven aan de behandeling van kanker als in 2015. Nieuwe techniek leidt er ook toe dat zorg steeds vaker bij patiënten thuis wordt verleend in plaats van in het ziekenhuis.

Ruim duizend mensen die voor het onderzoek zijn ondervraagd maken zich niet zo druk om risico's van nieuwe technologie. De meeste ondervraagden vinden antibioticaresistentie, hart- en vaatziekten en roken ''het meest urgent''.

In hetzelfde rapport wijst het RIVM ook op de toenemende mentale prestatiedruk op jongeren en jongvolwassenen.







ARTIKEL: MINISTER: MEER OOG HULPVERLENERS VOOR KINDEREN MET ZIEKE OUDERS.
bron: Redactioneel/NOS/ANP MediaWatch. door: Marlies van der Vloot.

Minister De Jonge wil dat hulpverleners beter letten op kinderen van wie de ouders een ziekte, verslaving of beperking hebben. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vindt dat hulpverleners bij de behandeling van een ouder altijd moeten nagaan of de kinderen steun nodig hebben en of ze wel veilig zijn.

Nu wordt deze zogeheten 'kindcheck' vooral gebruikt bij vermoedens van ernstige mishandeling. Artsen, verpleegkundigen, maatschappelijk werkers, psychiaters en psychologen moeten in alle contacten met volwassenen die psychische problemen hebben of verslaafd zijn, vaststellen of er kinderen in het gezin zijn en inschatten of die hulp nodig hebben.

Kinderen kunnen door de zorg voor een ouder in de problemen komen op school of zelf in psychische nood komen. Soms ook raken ze overbelast doordat ze een boel taken overnemen en zo onbedoeld mantelzorger worden.

Toch maatregelen.

Minister De Jonge wilde eerder deze maand nog geen maatregelen nemen om kinderen met zieke ouders extra te ondersteunen. Hij reageerde op een rapport van de Kinderombudsman. Zij constateerde dat kinderen te jong te veel verantwoordelijkheden op hun schouders krijgen.

Een aantal politieke partijen zoals D66, PvdA en de PVV maakte zich in het overleg met de minister ook zorgen. D66-Kamerlid Raemakers is bang dat deze kinderen tussen wal en schip vallen, omdat de hulp zich vooral op de ouders richt.

De minister zei toen dat er al heel veel programma's zijn om deze kinderen te helpen. Inmiddels lijkt hij overtuigd van de noodzaak om maatregelen te nemen. Zo is gebleken dat de verplichte kindcheck veel te beperkt wordt uitgevoerd.

Mentor.

Minister De Jonge vraagt daarom de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) daar de komende tijd extra op te letten. Ook in de opleidingen van artsen en hulpverleners moet er extra aandacht voor komen, vindt de minister.

De Jonge wil ook dat kinderen van ouders met een ziekte, verslaving of beperking een mentor krijgen. Hij gaat daarnaast investeren in onderzoek naar de gevolgen voor deze kinderen.

De Jonge gaat bovendien met gemeenten in gesprek om te voorkomen dat een gezin minder thuiszorg krijgt doordat een kind mantelzorger is. Dat is volgens hem in strijd met de wet.







ARTIKEL: NOG NOOIT ZOVEEL KINDEREN IN GESLOTEN JEUGDZORGINSTELLING.
bron: Redactioneel/RTLnieuws/ANP MediaWatch. door: Ton van Vugt.

Het aantal kinderen tot 18 jaar in de gesloten jeugdzorg is toegenomen tot een record van 2710 in 2017. Het is een uiterste maatregel voor kinderen die thuis niet te handhaven zijn. Deskundigen en jeugdzorg zelf maken zich grote zorgen.

Er gaat veel mis in Nederland bij de zorg voor kwetsbare kinderen, staat in een rapport van Unicef en Defence For Children over kinderrechten in Nederland. Kinderen die hulp nodig hebben, moeten te lang wachten op hulp, er is te weinig kindgerichte aanpak en vaak is er geen enkel idee hoe groot de problemen zijn.

Opvallend is dat in 2017 een recordaantal kinderen in een gesloten jeugdhulpinrichting zat. Dat is de uiterste maatregel die mogelijk is voor een kind. Het gaat om 2710 kinderen (zeg maar 100 basisschoolklassen vol), een stijging van 8 procent ten opzichte van 2016.

Oorzaken van groei.

Dat komt doordat de wachtlijsten voor hulp aan jongeren zijn gegroeid of omdat er te weinig hulp beschikbaar is, waardoor de problemen escaleren en ze in een gesloten jeugdinrichting terechtkomen, zegt Maartje Berger, expert bij Kinderrechten bij Defence For Children.

Vaak is er geen goede begeleiding voor jongeren als ze de instellingen mogen verlaten. (foto archief)

Als de jongeren eenmaal in een gesloten instelling zitten, is de zorg niet optimaal. Hulpverleners hebben te weinig tijd en mogelijkheden om de jongeren pedagogisch te begeleiden. "Doe je iets fout, dan ga je naar de isoleerkamer. Dat is traumatisch en verergert de problemen", vertelt Berger. Deze dwangmaatregelen moeten er eigenlijk af, vindt ook de minister, maar er zijn te weinig hulpverleners.

Ook als de jongeren de instelling mogen verlaten, ontbreekt het vaak aan goede begeleiding om echt weer naar buiten te kunnen. Ze wachten daardoor vaak veel langer dan nodig in de gesloten instelling tot die hulp er wel is. Daardoor slibt het systeem dicht.

Niets strafbaars gedaan.

Kinderen die in een gesloten instelling zitten, komen daar terecht via een civiele procedure bij de kinderrechter. Er kunnen kinderen bij zitten die strafbare feiten hebben gepleegd, maar de uithuisplaatsing is geen strafrechtmaatregel.

Het gaat om jongeren die zelf (gedrags)problemen hebben of ouders hebben die niet goed voor hen kunnen zorgen. Deskundigen zeggen dat het verblijf in een gesloten omgeving en de terugkeer naar de maatschappij daarna zeer ingrijpend zijn.

Veel jongeren die het betreft, lopen later een achterstand op en zijn onvoldoende op hun toekomst voorbereid.

Reactie Jeugdzorg.

Jeugdzorg herkent de problemen, maar denkt dat er meer oorzaken zijn. Kinderen van nu zijn ook weer anders en hebben soms andere problemen, zegt een woordvoerder. Maar de stijging hebben zij ook in hun jaarrapport geconstateerd en is zeer zorgelijk, vindt Jeugdzorg.

De bezuinigingen en decentralisatie naar de gemeenten hebben niet geholpen. Jeugdzorg wil met het ministerie onderzoeken waar de problemen liggen en hoe zoveel mogelijk gesloten opnames voorkomen kunnen worden. Ze pleit voor betere en meer alternatieven.







ARTIKEL: STRENGERE REGELS VOOR ALLERGIE-INFO OP VOEDSELETIKET.
bron: Redactioneel/Radar/ANP. door: Carlijn de Groot.

Er moeten betere Europese richtlijnen komen voor waarschuwingen op voedseletiketten. Hiervoor pleiten onderzoekers van het UMC Utrecht en TNO naar aanleiding van hun onderzoek onder mensen met een voedselallergie die door onduidelijke waarschuwingen op voedseletiketten regelmatig een allergische reactie krijgen.

In totaal 157 mensen met een voedselallergie werden een jaar lang gevolgd. Bijna de helft, 46 procent, kreeg in die periode door verkeerde of onvolledige waarschuwingen op voedseletiketten één of meerdere allergische reacties. Zes belandden hierdoor op de spoedeisende hulp.

Groot aantal allergische reacties.

Uit de analyses bleek dat in de helft van de producten waarop helemaal geen waarschuwing stond toch allergenen zoals melk, ei, pinda of hazelnoot zaten. In producten waarop wel een allergenenwaarschuwing stond, klopte deze niet altijd met wat in het product gevonden werd. 'Dit onderzoek laat voor het eerst zien dat de onduidelijke allergiewaarschuwingen ook daadwerkelijk tot een groot aantal allergische reacties leiden. Mensen weten gewoon niet waar ze aan toe zijn en negeren dus ook regelmatig de etiketten omdat ze er niet van op aan kunnen', zegt TNO-onderzoekster Marty Blom.







ARTIKEL: RUIM 40 PROCENT ZWANGERE VROUWEN KIEST VOOR NIPT-TEST.
bron: Redactioneel/RTLnieuws/ANP. door: Marlies van der Vloot.

De NIPT-test, waarmee kan worden getest of een ongeboren baby bijvoorbeeld het syndroom van Down heeft, is populair onder zwangere vrouwen. De test wordt sinds vorig jaar april aangeboden in Nederland, en in het eerste jaar lieten zo'n 73.000 vrouwen de test doen.

?Dat blijkt uit nieuwe cijfers van niptconsortium.nl. Met de NIPT-test kunnen drie syndromen worden aangetoond: het syndroom van Down, het syndroom van Edwards (trisomie 18) en het syndroom van Patau (trisomie 13).

42 procent.

In het eerste jaar koos 42 procent van de zwangere vrouwen ervoor om een NIPT-test te doen. Van de vrouwen die kiezen voor NIPT, kiest de meerderheid (ongeveer 78 procent) van de zwangeren om ook andere bevindingen dan down-, edwards-, en patausyndroom te horen, de zogenoemde nevenbevindingen. Het gaat dan om zeldzame, ernstige chromosomale afwijkingen bij het kind, of om afwijkingen van de moederkoek.

In Nederland hebben zwangere vrouwen en hun partners de keuze of ze wel of geen prenatale screening willen. Voorheen was de combinatietest de enige prenatale test voor alle zwangere vrouwen. Pas als uit die test een verhoogde kans op een afwijking kwam, kon je de NIPT doen. Maar sinds april 2017 kan dat al meteen.

Zelf 175 euro betalen.

Zwangere vrouwen die de test willen doen, moeten zelf 175 euro betalen. De rest wordt betaald uit een subsidieregeling die tot 2020 geldt. Daarna gaat een nieuw kabinet beslissen hoe er vanaf 2020 met de test wordt omgegaan: zelf laten betalen, de subsidieregeling voortzetten, betalen uit het basispakket of op een andere manier vergoeden.

Ongeveer 3 procent van de zwangeren deed vorig jaar de al bestaande combinatietest. Vóór de introductie van de NIPT koos 34 procent van de zwangeren voor screening met de combinatietest. Een onbekend aantal vrouwen liet toen ook al de NIPT-test in het buitenland doen, waar die wel beschikbaar was (tegen betaling).

NIPT-test biedt 99 procent zekerheid.

Het voordeel van de NIPT-test is dat deze betrouwbaarder is dan de combinatietest. Die laatste is een kansberekening. Komt er uit dat de kans 1 op 200 of hoger is, dan is er sprake van een verhoogde kans. Bij de NIPT, een bloedtest, heb je direct voor 99 procent zekerheid.

De NIPT is nauwkeuriger en zorgt dus voor minder onzekerheid. Maar ook als daar uitkomt dat de kans op een afwijking groot is, moet je alsnog een vlokkentest of vruchtwaterpunctie doen om écht zekerheid te hebben. Dat brengt risico's met zich mee voor het ongeboren kind.







ARTIKEL: MENSEN MET MINDER GEZONDHEIDSVAARDIGHEDEN GAAN VAKER NAAR DE HUISARTSENPOST.
bron: Redactioneel/NIVEL. door: Ton van Vugt.

Mensen met een laag opleidingsniveau gaan vaker naar de huisartsenpost dan mensen met een hoog opleidingsniveau. Het hebben van gezondheidsvaardigheden lijkt een deel van het verschil te verklaren. Dit blijkt uit Nivel-onderzoek dat onlangs verscheen in het tijdschrift BMC Health Services Research.

Mensen met een laag opleidingsniveau hebben minder goede gezondheidsvaardigheden. Hierdoor vinden ze lastiger hun weg in de zorg en doen ze vaker een (onnodig) beroep op de huisartsenpost en andere vormen van spoedzorg. Voor een deel komt dit hogere zorggebruik doordat de gezondheid van mensen met een lagere gezondheid ook slechter is, maar dit is niet de enige reden.

Voor het terugdringen van het gebruik van de duurdere spoedzorg is het daarom belangrijk om mensen met een laagopleidingsniveau extra te ondersteunen bij het vinden van de voor hen juiste zorg.

Wat zijn gezondheidsvaardigheden?

Gezondheidsvaardigheden zijn vaardigheden die mensen nodig hebben om hun weg te vinden binnen de gezondheidszorg en om op het juiste moment de zorg te krijgen die zij nodig hebben. Bij vaardigheden gaat het bijvoorbeeld om het kunnen begrijpen en toepassen van gezondheidsinformatie, je hulpvraag duidelijk kunnen stellen aan een zorgverlener en kunnen navigeren binnen de zorg.

Onderzoek .

Het onderzoek is in 2014 gedaan onder 1.811 deelnemers van het Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten (NPCG). De onderzoekers bekeken de relatie tussen opleidingsniveau, gezondheidsvaardigheden en het gebruik van de huisartsenpost. Gezondheidsvaardigheden werden gemeten met de Nederlandse versie van de ‘Health Literacy Questionnaire’, een vragenlijst die de mate van gezondheidsvaardigheden op negen domeinen in kaart brengt.







ARTIKEL: WONEN: MINISTER MOET LOKALE SAMENWERKING AANJAGEN, NIET ALLEEN FINANCIEREN.
bron: Redactioneel/ANBO. door: Carlijn de Groot

ANBO is blij dat het kabinet 340 miljoen euro uittrekt voor het zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen. Het kabinet maakt vandaag bekend dat er met name geld beschikbaar komt voor nieuwe (zorg)technologie, de digitale gegevensuitwisseling tussen cliënten en zorgverleners en tussen zorgverleners onderling en het ontwikkelen van nieuwe woonvormen. Maar vooral het ontwikkelen van nieuwe woonvormen en de nodige samenwerking binnen gemeenten daarvoor, zal in de praktijk weerbarstig blijken, zo vreest ANBO.

“Het is heel mooi dat de minister zoveel geld ter beschikking stelt, maar geld alleen is niet genoeg. De minister zal een manier moeten vinden om gemeenten te dwingen om aan de slag te gaan met wonen, wijken en welzijn. In samenwerking met lokale woningcorporaties, projectontwikkelaars én particulieren. We weten al jarenlang dat de demografische ontwikkelingen nopen tot lokale actieplannen om te zorgen dat mensen op een prettige manier oud worden, maar tot nu toe ontbreekt op lokaal niveau te vaak een visie op woningaanbod en –voorraad in relatie tot de lokale behoeften”, zo zegt ANBO-bestuurder Liane den Haan. Nu al is er een tekort van 80.000 woningen die passen bij de behoeften van ouder wordende mensen, en dan is er nog niet eens gekeken naar de ontwikkeling van nieuwe woonvormen.

Wonen, zorgen, leven.

ANBO pleit al langer voor een geïntegreerde op leven en ouder worden, waarbij gemeenten uitgaan van wonen, zorgen en leven.

Ouderen willen het liefst in hun eigen vertrouwde omgeving zelfstandig oud worden en een fijn en zinvol leven leiden, zo schrijft minister De Jonge (VWS) vandaag in het programma Langer Thuis. 92% van de 75-plussers woont momenteel zelfstandig thuis. Om te zorgen dat mensen daadwerkelijk oud worden zoals zij zelf willen, wordt er niet alleen geïnvesteerd in nieuwe woonvormen, maar ook in e-health en goede ondersteuning en zorg thuis. Mede op initiatief van ANBO moet er voorzien worden in goede en passende, tijdelijke woonoplossingen.

Pact voor ouderenzorg.

ANBO is één van de ondertekenaars van het pact voor ouderenzorg van minister De Jonge, waar dit actieplan onderdeel van uit maakt.







ARTIKEL: RIVM VERWACHT 500.000 TEKENBETEN IN JUNI EN JULI.
bron: Redactioneel/RIVM/Zorg.nu/ANP. door: Marlies van der Vloot.

Elk jaar worden er in de zomermaanden de meeste meldingen gemaakt van tekenbeten. Dit jaar verwachten onderzoekers van het RIVM en Wageningen dat het aantal beten op zal lopen tot ruim een half miljoen.

Het aantal meldingen dat in de eerste vijf maanden van dit jaar gemaakt werd lag 29% hoger dan het gemiddelde van vijf jaar geleden. Volgens het RIVM hangt het aantal tekenbeetmeldingen sterk samen met de weersomstandigheden. Teken worden actiever met warmer weer.

Ziekte van Lyme.

Elk jaar lopen 27.000 Nederlanders de ziekte van Lyme op na een tekenbeet. De ziekte kan concentratieproblemen, vermoeidheid en voortdurende pijn veroorzaken.

Momenteel onderzoekt het RIVM de bruikbaarheid van testen die het ontstaan van langdurige klachten van Lyme zouden kunnen voorspellen. Deze testen worden door sommige klinieken in Duitsland al aangeboden. In een uitzending van Zorg.nu werd eerder aandacht besteed aan Lyme en de behandelingen in Duitsland.

Wat doen bij een tekenbeet?

Wanneer je door een teek gebeten bent is het belangrijk om deze zo snel mogelijk te verwijderen. Het is verstandig om de plek van de beet de volgende drie maanden in de gaten te houden. Neem contact met je huisarts op als er een ring- of vlekvormige uitslag ontstaat of als je last krijgt van andere gezondheidsklachten.







ARTIKEL: 66% WIL OPTREDEN KABINET TEGEN SIGARETTENROOK.
bron: Redactioneel/Zorg.nu/ANP. door: Ton van Vugt.

Dat in sigaretten veel hogere doses schadelijke stoffen zitten dan fabrikanten op de pakjes vermelden, zou gevolgen moeten hebben voor het regeringsbeleid. Dat vinden twee op de drie Nederlanders (66 procent), blijkt uit onderzoek van opiniepeiler Maurice de Hond. Van de ondervraagden vindt 69 procent dat de verkoop van sigaretten buiten gespecialiseerde winkels verboden zou moeten worden.

Het RIVM meldde vorige week dat de hoeveelheid teer, nicotine en koolmonoxide in een sigaret zeker twee keer zo hoog is als fabrikanten opgeven. In het slechtste geval bevat de rook volgens het instituut voor volksgezondheid zelfs 26 keer zoveel teer als op het pakje staat.

Duidelijk verschil rokers niet-rokers.

Uit de peiling van De Hond blijkt wel een duidelijk verschil: van de niet-rokers vindt driekwart dat het kabinet maatregelen moet nemen, van de rokers maar een derde. Een verdubbeling van de accijns op sigarettenpakjes is volgens ruim de helft (56 procent) een goede maatregel. Van de rokers vindt 13 procent dat de verkoop van sigaretten helemaal verboden zou moeten worden.

De tabaksindustrie uitte direct kritiek op het RIVM-onderzoek omdat het instituut een verkeerde, Canadese, testmethode zou hebben gebruikt. Maar volgens de Europese Commissie bestaat er momenteel geen 'gouden standaard' om te meten hoeveel schadelijke stoffen rokers precies binnenkrijgen.







ARTIKEL: JAAR BEGONNEN MET BOVENGEMIDDELD ZIEKTEVERZUIM.
bron: Redactioneel/Fok!/ANP MediaWatch. door: Carlijn de Groot.

Het ziekteverzuim was in het eerste kwartaal van 2018 hoger dan het in jaren is geweest. Het ziekteverzuimpercentage was 4,9. Dat betekent dat van elke duizend te werken dagen 49 zijn verzuimd wegens ziekte. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

De laatste keer dat er evenveel werd verzuimd als begin dit jaar was in het eerste kwartaal van 2007. Het laagste ziekteverzuim, 3,5 procent, werd sindsdien gemeten in het derde kwartaal van 2013. Het eerste kwartaal van 2018 viel samen met de griepepidemie, die volgens het RIVM duurde van half december 2017 tot in april 2018. Eerder meldde het CBS dat in het eerste kwartaal een bovengemiddeld aantal mensen overleed.

Hoogste ziekteverzuim in de gezondheidszorg.

In de gezondheidszorg werd in het eerste kwartaal het meest verzuimd wegens ziekte. Met 6,5 procent lag dit aandeel aanzienlijk hoger dan het gemiddelde voor alle bedrijfstakken. Dit percentage was in de gezondheidszorg voor het laatst zo hoog in 2008.

Binnen de gezondheidszorg is het verzuim het grootst in de verpleeg- en bejaardentehuizen, zoals dat al sinds het eerste kwartaal van 2015 het geval is. In deze bedrijfsklasse werden 77 van de duizend te werken dagen verzuimd (7,7 procent).

Het minste verzuim is er in de horeca. Sinds het derde kwartaal van 2008 heeft deze bedrijfstak het laagste ziekteverzuimpercentage (2,3).

Griep of verkoudheid meest genoemde klacht .

De kwartaalcijfers over ziekteverzuim worden bepaald aan de hand van een enquête onder bedrijven. Daaruit is niet af te leiden met welke klachten is verzuimd. Jaarcijfers daarover worden samengesteld op basis van gegevens uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA), een onderzoek onder werknemers dat het CBS samen met TNO uitvoert. Deze cijfers over de achterliggende klachten van het verzuim in 2018 komen in het voorjaar van 2019 beschikbaar.

Op grond van de cijfers over 2017 en eerdere jaren is wel duidelijk dat griep of verkoudheid verreweg de meest genoemde klacht is onder werknemers die hebben verzuimd wegens ziekte. Vier op de tien noemen dit als reden om ziek thuis te blijven. Daarmee is het niet meteen de klacht die de meeste verzuimdagen tot gevolg heeft. Een achtste van alle verzuimdagen in 2017 was toe te schrijven aan werknemers die de laatste keer verzuimden met griep of verkoudheid.

Een kwart werd verzuimd door werknemers die psychische klachten hadden bij het laatste verzuim. Gemiddeld genomen melden werknemers met griep of verkoudheid zich na bijna drie dagen weer beter. Samen met hoofdpijn is het daarmee de klacht waarmee werknemers het snelst weer aan het werk zijn. Anders ligt dat bij werknemers die verzuimen wegens psychische klachten. Bij werknemers die deze reden opgaven bij de laatste keer dat ze verzuimden, duurde dat verzuimgeval gemiddeld 57 dagen.







ARTIKEL: EERSTE BIJEENKOMST NIVEL VERBINDT OVER KLACHTEN IN DE ZORG SUCCESVOL VERLOPEN.
bron: Redactioneel/NIVEL. door: Marlies van der Vloot.

Met de nieuwe serie bijeenkomsten ‘Nivel verbindt’ brengen we zorgprofessionals en onderzoekers bij elkaar om actief aan de slag te gaan met ons onderzoek. Tijdens de eerste bijeenkomst op 6 juni kwamen 40 zorgprofessionals bij elkaar om elkaar te inspireren op het thema ‘Van klachten leren’.

De missie van het Nivel is om met onderzoek bij te dragen aan een betere gezondheidszorg. Maar hoe zorg je dat resultaten uit ons onderzoek ook echt gebruikt worden? Met de nieuwe serie bijeenkomsten Nivel verbindt gaan deelnemers met elkaar in overleg, stemmen ze op hun favoriete stellingen en krijgen ze de kans om hun keuzen toe te lichten.

Dit jaar organiseert het Nivel 4 bijeenkomsten over een aantal van onze onderzoeksthema’s, zoals Gezondheidsvaardigheden, Big Data en de leefsituatie van chronisch zieken en gehandicapten.







ARTIKEL: RONALD GIPHART VAART BLIND DOOR DE UTRECHTSE GRACHTEN.
bron: Persbericht/Oogfonds. door: Ton van Vugt.

Op donderdag 21 juni geven Oogfonds-ambassadeur Ronald Giphart en directeur Edith Mulder het startschot van Blind voor 1 dag. Zij trappen deze actie af door blind een kanotocht te maken door de Utrechtse grachten. Samen met honderden actievoerders door het hele land vragen zij begrip voor de obstakels die slechtzienden en blinden iedere dag overwinnen, met als doel zoveel mogelijk geld in te zamelen voor oogonderzoek. Naast particulieren komen diverse gemeentes, zorginstellingen, scholen en bedrijven als Microsoft Nederland, Rabobank en Specsavers in actie.

Op www.blindvoor1dag.nl zijn meer dan 100 particuliere acties en 30 teams aangemeld. Alle deelnemers gaan een persoonlijke uitdaging aan terwijl ze een simulatiebril dragen waarmee wordt ervaren hoe het is om slechtziend of blind te zijn. Samen wordt geld ingezameld voor wetenschappelijk onderzoek en begrip gecreëerd voor mensen met een visuele beperking. Zo kunnen de leerlingen van meester Rick in Luyksgestel dankzij het Blind voor 1 dag-lespakket zelf ervaren hoe het is om slechtziend te zijn, net als hun klasgenootje Anne.

Bij de actie van team Eyeopener uit Leeuwarden kan iedereen meedoen. Eyeopener organiseert ‘Komt het zien!’, waarbij bezoekers geblindeerd een theaterstuk bijwonen met live beschrijving door een blindentolk. Aanschuiven voor een blind diner is ook een optie. In het Haagse restaurant De Smulhoeve, dat wordt gerund door mensen met een verstandelijke beperking, stellen geblindeerde gasten hun zintuigen op de proef tijdens een driegangendiner.

Ook thuisblijvers kunnen een steentje bijdragen. Zo verloot kunstenares Andrea Bardoul, die zelf aan een progressieve oogziekte leidt, een bijzonder kunstwerk onder haar donateurs. Inmiddels heeft ze al bijna 1500 euro opgehaald met haar werk dat niet alleen prettig is voor het oog, maar ook voor de handen. “Ik werk veel met verdikkingen, dit betekent dat je kunt voelen wat ik maak. Iedereen moet kunnen genieten van kunst”, aldus de kunstenares.

Over Blind voor 1 dag

Steeds meer Nederlanders worden slechtziend of blind. Deze stijging wordt veroorzaakt door de vergrijzing en de toename van diabetes en hoge bijziendheid, welke het risico op een oogziekte verhogen. Met de actie Blind voor 1 dag zet het Oogfonds toegankelijkheid op de maatschappelijke agenda en zamelt geld in voor wetenschappelijk onderzoek. Dit doen zij samen met ambassadeurs Ronald Giphart, Chantal Janzen, Rick Brandsteder, Charly Luske en Anky van Grunsven. De actie steunen met een donatie kan op www.blindvoor1dag.nl.







ARTIKEL: VISIO IN FOCUSGROEP ONDERZOEKSRAPPORT NACHTZORG.
bron: Redactioneel/Koninklijke Visio. door: Carlijn de Groot.

In het voorjaar is het onderzoek geweest van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) over de kwaliteit van de nachtzorg. Vanuit Visio hebben twee medewerkers van Wonen & Dagbesteding Noord-Nederland deelgenomen aan de focusgroep.

Mede naar aanleiding van de uitzendingen van Nieuwsuur over de nachtzorg heeft (VGN) een onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren door TNO over de kwaliteit van de nachtzorg. Door middel van interviews, focusgroep sessies en locatiebezoeken is een uitgebreid rapport uitgebracht met aanbevelingen.

Visio heeft ook haar medewerking verleend aan dit onderzoek door deel te nemen aan de focusgroepen. Tijdens een symposium bij de (VGN) heeft TNO op 29 mei haar rapport gepresenteerd over de kwaliteit van de nachtzorg in de gehandicaptenzorg. TNO geeft een beeld van de goede kwaliteit van de zorg in de nacht en de hoeveelheid ruimte die cliënten en hun verwanten hebben om zelf te kiezen hoe de nachtzorg vormgegeven kan worden. Visio ziet in het rapport een ondersteuning voor de wijze waarop de nachtzorg bij ons is georganiseerd en nog steeds in ontwikkeling is.

“In de nachtzorg werken gedreven, betrokken en leergierige medewerkers", reageerde VGN-directeur Frank Bluiminck tijdens het symposium. “Het aantal calamiteiten is beperkt, waarbij we benadrukken dat van elke calamiteit geleerd moet worden. Als sector zijn we positief over de mogelijkheden van ondersteunende technologie in de nachtzorg. Met de komst van steeds slimmere systemen kan nóg beter tegemoet worden gekomen aan de grote diversiteit binnen de sector en de dilemma’s op het gebied van zelfstandigheid versus toezicht en privacy versus veiligheid.”

Er is ook een aantal uitdagingen. Goede communicatie met cliënten en hun vertegenwoordigers en gezamenlijke besluitvorming zijn essentieel voor succesvol maatwerk. We hebben als sector, maar ook als Visio, een taak om nachtzorg meer zichtbaar te maken.







ARTIKEL: ONZE TOEKOMSTIGE VOLKSGEZONDHEID: GEZOND OUDER, MAAR OOK GROTE MAATSCHAPPELIJKE OPGAVEN.
bron: Redactioneel/RIVM. door: Marlies van der Vloot.

Het gaat goed met onze volksgezondheid. We worden steeds ouder, en de meeste mensen voelen zich gezond en niet beperkt. Toch staan we voor een aantal grote opgaven.

Deels is dit de keerzijde van ons succes: omdat het aantal ouderen toeneemt, stijgt ook het aantal mensen met chronische aandoeningen en sociale problemen zoals eenzaamheid. Ook andere ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op onze volksgezondheid, zoals een toenemende druk op ons dagelijks leven. De Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) 2018 brengt in kaart wat er op ons af komt als we als maatschappij op de huidige voet door zouden gaan en niets extra’s zouden doen, en hoe we daarmee om kunnen gaan.

De vergrijzing heeft een grote impact op onze volksgezondheid en zorg.

Het aandeel ouderen in de samenleving neemt toe en mensen bereiken steeds vaker een hoge leeftijd. Hierdoor hebben steeds meer mensen een chronische aandoening en vaak ook meerdere tegelijkertijd. Niet alleen medische, maar ook sociale problemen zoals eenzaamheid nemen toe. Ouderen wonen vaker zelfstandig en ook vaker alleen. Door deze ontwikkelingen ontstaat er meer druk op zowel de formele als de informele zorg en wordt de zorg complexer.

Gezondheid bevorderen via gezond gedrag én een gezonde omgeving.

Onze gezondheid wordt beïnvloed door onze leefstijl en door onze leefomgeving. Op het gebied van leefstijl zijn er zowel gunstige als ongunstige toekomstige ontwikkelingen. Minder mensen roken en meer mensen bewegen, maar meer mensen zijn te zwaar. Ongezond gedrag is verantwoordelijk voor bijna 20 procent van de ziektelast. Roken is hierbij de belangrijkste oorzaak. Een ongezond binnen- en buitenmilieu veroorzaakt 4 procent van de ziektelast, met luchtverontreiniging als de belangrijkste oorzaak. Ongezonde arbeidsomstandigheden veroorzaken bijna 5 procent van de ziektelast.

Bekende en nieuwe opgaven vragen onze aandacht.

Antibioticaresistentie, klimaatverandering en de dalende vaccinatiegraad zijn bekende opgaven voor de toekomst. Blijvende aandacht hiervoor is nodig. Er zijn ook nieuwe ontwikkelingen die onze volksgezondheid kunnen gaan beïnvloeden. Zo zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van de toename van medicijnresten, microplastics en nanodeeltjes in ons milieu nu nog onduidelijk. Een andere nieuwe ontwikkeling is dat de samenleving op verschillende gebieden te maken krijgt met toenemende druk, bijvoorbeeld in het onderwijs en op de werkvloer. Ook de verdergaande verstedelijking zorgt voor toenemende drukte. Dit kan leiden tot stress en gezondheidsproblemen.

Integrale en persoonsgerichte aanpak nodig.

Deze opgaven vragen om een nieuwe manier van werken. We zullen meer moeten samenwerken: beleidsmakers, burgers, patiënten, zorgverleners, onderzoekers én maatschappelijke organisaties. Daarbij staat de persoonlijke situatie van mensen centraal. Over de grenzen van volksgezondheid en zorg heen kijken is hierbij van groot belang. De inzet van technologie en de inrichting van de leefomgeving zijn kansrijke oplossingsrichtingen bij het aanpakken van de opgaven waar we voor staan. Er gebeurt al veel in de maatschappij om beter op de toekomst voorbereid te zijn. Hier kunnen we van leren en verder op bouwen. De opgaven hebben veel raakvlakken met bestaand en voorgenomen beleid. Acties gericht op de langetermijnopgaven die de VTV signaleert, zouden hierbij aan kunnen sluiten. De resultaten van de VTV zullen onder de aandacht van de relevante beleidsprogramma’s worden gebracht.

VTV-2018: een gezond vooruitzicht.

De VTV verschijnt elke vier jaar, in opdracht van het ministerie van VWS. Hiermee draagt het RIVM bij aan het volksgezondheidsbeleid in Nederland. Lees meer op www.vtv2018.nl.







ARTIKEL: TE WEINIG CHOLESTEROL IS OOK NIET GOED.
bron: Redactioneel/RadboudUMC. door: Ton van Vugt.

Onderzoekers van het Radboudumc ontdekten een nieuw defect in de stofwisseling, waardoor te weinig cholesterol wordt aangemaakt.

Een te hoog cholesterol is ongezond, want het vergroot de kans op hart- en vaatziekten. Maar een te laag cholesterolgehalte is óók schadelijk. Onderzoekers van het Radboudumc en hun Australische en Amerikaanse collega’s ontdekten een nieuw defect in de stofwisseling, waardoor te weinig cholesterol wordt aangemaakt. Dit leidt tot afwijkingen in de hersenen, ontwikkelingsachterstand, epilepsie en kenmerkende afwijkingen aan het gelaat.

Bij het urineonderzoek van een van hun patiënten vonden artsen in het Wesley Hospital in Brisbane, Australië, een afwijkend profiel van organische zuren dat ze niet goed konden plaatsen. Had dat profiel misschien te maken met de oorzaak van de aandoening? Voor een mogelijk antwoord namen ze contact op met klinisch chemicus Ron Wevers, die in het Radboudumc een techniek had ontwikkeld (NMR spectroscopie). Met die techniek zijn stoffen in de urine met grote nauwkeurigheid te detecteren, ook als het om zeer kleine hoeveelheden gaat.

Haperend enzym.

Wevers: “De combinatie van stoffen die we vonden, gaven aan dat er iets mis moest zijn in de aanmaak van cholesterol. Het lichaam krijgt cholesterol binnen via de voeding, maar kan het zelf ook aanmaken. In dat productieproces was iets mis. Het enzym dat farnesol omzet in squaleen werkte kennelijk niet goed. Van de eerste stof zat veel te veel in de urine, van de tweede veel te weinig. Het enzym squaleensynthase is de aanjager van die omzetting, dus daar moest het probleem zitten.”

Genetische verrassing.

Wevers spoort daarna nog een tweede familie op met hetzelfde defect. Er zijn dan in totaal drie patiënten met dezelfde aandoening bekend. Als het enzym squaleensynthase (SS) de boosdoener is, dan moeten er mutaties zitten in het gen FDFT1, het gen dat codeert voor het SS. Maar het genetisch onderzoek levert een verrassing op. Wevers: “In de ene familie werden wel mutaties gevonden die de werking van het enzym verstoren, maar in de andere familie niet. Dat was een raadsel dat een tijdlang niet kon worden opgelost.

Raadsel opgelost.

De oplossing van het raadsel werd uiteindelijk geleverd door de onderzoeksgroep van Lisenka Vissers, Afdeling Genetica. Vissers: “Een mutatie die zorgt voor een niet goed functionerend eiwit zit meestal in het gen zelf. Bij deze tweede familie zat de mutatie juist buiten het gen, waardoor die in eerder genetisch onderzoek ook niet gevonden was. Deze mutatie voorkomt dat het gen voor SS, dat dus eigenlijk prima in orde is, wordt afgelezen. Dat verklaart uiteindelijk waarop het enzym squaleensynthase, toch niet werkt. Raadsel opgelost.”

Diagnostiek.

Met die kennis hebben de onderzoekers nu ook een test ontwikkeld waarmee in de gebruikelijke urinetesten mogelijke nieuwe patiënten vrij eenvoudig zijn op te sporen.







ARTIKEL: NZA VERRUIMT MOGELIJKHEDEN VOOR E-HEALTH.
bron: Redactioneel/NZa. door: Carlijn de Groot.

Aanbieders en verzekeraars kunnen makkelijker afspraken maken over e–health. Door digitale consulten, of telemonitoring van patiënten kunnen behandelaren vaker zorg op afstand bieden. Patiënten kunnen die zorg dan thuis krijgen en hoeven niet naar de arts of het ziekenhuis te reizen. De Nederlandse Zorgautoriteit heeft de regels voor e-health voor volgend jaar verruimd.

In de nieuwe Wegwijzer bekostiging e-health voor 2019 zetten we per zorgsector op een rij wat de mogelijkheden zijn voor e-health en hoe deze bekostigd kunnen worden. Op die manier willen we ontwikkelingen op het gebied van e–health stimuleren, zodat meer patiënten kunnen profiteren van veelbelovende innovaties. De NZa moedigt e-health aan die de zorg beter en betaalbaarder maakt voor de burger. In de Wegwijzer noemen we ook een aantal goede voorbeelden die zijn aangedragen door patiënten(organisaties), aanbieders en verzekeraars.

De NZa heeft aan huisartsen en zorgverzekeraars voorgesteld om per 2019 makkelijker digitale consulten te declareren. De prestaties telefonisch consult en e-mailconsult vervallen. Het maakt niet meer uit op welke manier de huisarts het consult met de patiënt organiseert, dat kan in de spreekkamer plaatsvinden, maar ook telefonisch, via de mail of op andere digitale wijze. In de medisch specialistische zorg zijn de regels voor telemonitoring gewijzigd. Daardoor kunnen specialisten het monitoren van patiënten op afstand makkelijker declareren.

In de Wegwijzer is een hoofdstuk opgenomen hoe zorgverzekeraars bij hun zorginkoop kunnen samenwerken om nieuwe initiatieven op het gebied van e-health breed beschikbaar te maken voor hun verzekerden. Zorgverzekeraars hebben daarbij meer ruimte dan ze nu vaak denken.







ARTIKEL: KWALITEITSSTANDAARDEN GGZ INGEDIEND BIJ ZORGINSTITUUT NEDERLAND.
bron: Redactioneel/Zorgverzekeraars Nederland [ZN]. door: Marlies van der Vloot.

Namens de verenigingen van cliënten en naasten, zorgprofessionals, zorgaanbieders en zorgverzekeraars heeft het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz (NKO) haar gepubliceerde kwaliteitsstandaarden aangeboden bij het Register van Zorginstituut Nederland (ZiNL).

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) is verheugd met deze mijlpaal, omdat het de kwaliteit van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) inzichtelijk maakt voor cliënten. Het is nu aan de zorgprofessionals om de standaarden in de praktijk te brengen.

In de afgelopen jaren is gewerkt aan de ontwikkeling van de diverse zorgstandaarden, generieke modules en richtlijnen. Vandaag zijn twaalf zorgstandaarden, tweeëntwintig generieke modules en een multidisciplinaire richtlijn aangeboden bij het Register. De standaarden zijn te raadplegen via de website www.ggzstandaarden.nl. ZiNL gaat de aangeboden standaarden beoordelen. Als ZiNL besluit de standaarden op te nemen in het Register volgt een formele aanbieding.







ARTIKEL: INVESTEREN IN JONGE KIND LOONT.
bron: Persbericht/Vroeg/DGcommunicatie. door: Ton van Vugt.

“Er is veel te weinig aandacht voor het preventief bijsturen van ongewenst gedrag op jonge leeftijd”, vindt prof. dr. Bram Orobio de Castro. “Bovendien is dit vooral kindgericht, terwijl de hulpverlening bij jonge kinderen juist via de ouders moet verlopen. Preventie is ten onrechte een ondergeschoven kindje.”

Er is alertheid geboden om in de vroege ontwikkeling gedrag bij te sturen als het de verkeerde kant op dreigt te gaan, vindt Bram Orobio de Castro, hoogleraar ontwikkelingspsychologie Universiteit Utrecht. “Kinderen die snel driftig worden begrijpen bijvoorbeeld vaak niet goed wat er binnen hun omgeving gebeurt. Als zij dit gedrag vertonen bij het verliezen van spelletjes, gaan andere kinderen dit niet alleen vervelend vinden, maar zich ook daarnaar gedragen. Dit soort vroege trajecten kunnen enorm uit de hand lopen, zeker als ouders het gedrag van hun kind proberen te dimmen. Dat werkt namelijk averechts. Zij moeten juist met zo’n kind gaan oefenen met spelletjes verliezen en op de beurt wachten. Kinderen die dat niet mee krijgen, missen een soort sociale bagage en krijgen daardoor later vaak gedoe.”

Verkeerde insteek.

In een uitgebreid interview in de zomereditie van Vakblad Vroeg benadrukt Orobio de Castro dat tijdig bijsturen heel effectief kan zijn, ook zonder zware trajecten in te zetten. “Jonge kinderen zijn immers bijzonder gevoelig voor hoe ze de wereld om zich heen moeten begrijpen. Als leerkracht, professional of ouder kun je hen de taal meegeven om hen daarin op weg te helpen.”

Het met relatief eenvoudige middelen bijsturen van gedrag is het effectiefst op jonge leeftijd, zo tussen de vijf en de tien jaar. Beleidsmatig gaat de aandacht echter voornamelijk uit naar het corrigeren van gedrag op puberleeftijd of nog ouder. Een totaal verkeerde insteek, vindt Orobio de Castro .Als het dan mis gaat,pompen we ontzettend veel geld in instellingen voor jeugdzorg. Die moeten er natuurlijk ook zijn, maar eigenlijk komt die hulp tien tot vijftien jaar te laat. Te meer daar als het eenmaal mis is gegaan - de school is mislukt, de band met de ouders is helemaal beschadigd of de kinderen zijn naast agressief ook hartstikke depressief of verslaafd - het zo ontzettend moeilijk is om daar nog iets aan te doen. Ze hebben dan bovendien al zoveel leed geleden, dat het ook daarom echt zonde is dat de preventieve kant op jonge leeftijd niet veel serieuzer is opgepakt.”

Dilemma.

Tegelijkertijd is het volgens de hoogleraar begrijpelijk dat preventie niet de aandacht krijgt die het verdient. “De besparingen zie je pas terug in minder uitkeringen, minder criminaliteit en minder geestelijke gezondheidszorg. De winst voor de samenleving van vroeg ingrijpen ligt dus vooral op lange termijn. Dit betekent dat tegen de tijd dat investeringen in jonge kinderen zich terugbetalen, de verantwoordelijke bestuurders meestal al lang van het politieke toneel zijn verdwenen. Dat is een geweldig dilemma.”

Zomereditie Vakblad Vroeg.

In de zomereditie van kwartaalmagazine Vakblad Vroeg komt hoogleraar Bram Orobio de Castro uitgebreider aan het woord. Ook bevat dit nummer artikelen over het voorkomen van stress tijdens de zwangerschap, het belangvan hulp aan moeders met autisme, de introductie van leren van een baby in de klas in ons land en de manier waarop de kinderopvang in Nijmegen zorgprofessionals direct en preventief weet in te zetten. Thema is dit keer ‘Vaders’ en een handvol artikelen belicht de diverse aspecten van het vaderschap in relatie tot de ontwikkeling van kinderen. In de rubriek ‘Ouders aan het woord' een interview met de moeder van de vrijwel blinde Mees. “Zijn beperking zien wij als verrijking”, laat zij weten.

Bestellen.

Een los exemplaar van Vakblad Vroeg kost € 10,00 (incl. porto) en is te bestellen via vroeg@dgcommunicatie.nl. De prijs voor een abonnement (vier edities p.j.) is € 25,00 (Ned.) of € 30,00 (België), zie het aanmeldformulier op de website van Vakblad Vroeg: https://www.vakbladvroeg.nl/abonneren







ARTIKEL: GROENLINKS: KABINETSPLAN THUISWONENDE OUDEREN MOET CONCRETER.
bron: Persbericht/GroenLinks. door: Ton van Vugt.

GroenLinks-Kamerlid Corinne Ellemeet vindt dat het vandaag gepresenteerde actieprogramma ‘Langer Thuis’ van minister De Jonge concreter moet.

‘Fijn dat hij de problemen ziet waar ouderen tegenaan lopen als ze thuis blijven wonen. Maar wie het plan goed leest ziet vooral een opsomming van lopende overleggen en onderzoeken, in combinatie met wat bestaande regelingen. Zeker niet slecht, maar bij een actieplan stel ik me meer vuurwerk voor,’ aldus Ellemeet.

Positief is GroenLinks over het geld dat wordt vrijgespeeld voor ‘ehealth’, waarmee mensen via laagdrempelige digitale hulp beter op afstand worden ondersteund. Daarnaast wil De Jonge beter op ouderen toegesneden woningen en daarmee lijkt zijn pleidooi op die uit de nota Lachend Tachtig die Ellemeet in april presenteerde.

‘Verschil is wel dat De Jonge zich beperkt tot een pleidooi voor prestatieafspraken tussen woningcorporaties, gemeentes en huurdersorganisaties. Dat is een stap vooruit vergeleken met nu, maar over verplichtingen op dit punt lees ik niets terug. Daar pleit ik in mijn nota wel voor, want tijd voor vrijblijvende suggesties hebben we niet.’

Daarnaast signaleert Ellemeet opnieuw een probleem in de wat al te strikte scheiding tussen zorg en welzijn. ‘De Jonge gaat op het departement van Volksgezondheid over welzijn en langdurige zorg, Bruins over de ziekenhuiszorg. Je ziet in de papieren werkelijkheid van het ministerie een soort van harde scheidslijn die in het dagelijks leven van ouderen niet bestaat.’

In Lachend Tachtig lanceerde Ellemeet een integrale visie op de ouderenzorg waarin welzijn en zorg hand in hand gaan. ‘Ik stelde met hulp van tientallen specialisten en ouderen vast dat we reuzensprongen kunnen maken als we de samenhang tussen het medische en het maatschappelijke onderkennen en sterker maken. Ik weet zeker dat de ministers dat ook zien. Ik geef ze graag het noodzakelijke duwtje in de rug om zich wat meer met elkaars portefeuilles te bemoeien. De schroom moet er af: samenwerken is niet alleen noodzakelijk, het is ook leuk.’







ARTIKEL: PER 1 JANUARI 2019 VERVALLEN HEEL KLEINE PENSIOENEN.
bron: Redactioneel/Rijksoverheid. door: Carlijn de Groot.

Vanaf 1 januari 2019 vervallen heel kleine pensioenen. Dit zijn pensioenen van € 2 of minder bruto per jaar. Dat mag op grond van nieuwe regels omdat de administratiekosten voor deze heel kleine pensioenen erg hoog zijn.

Mensen die een heel klein pensioen willen behouden, moeten vóór 1 januari 2019 contact opnemen met hun pensioenuitvoerder (bijvoorbeeld een pensioenfonds of verzekeraar) om te vragen naar de mogelijkheden, zoals storten op de bankrekening.

Via mijnpensioenoverzicht.nl kunnen mensen nagaan of zij ergens een heel klein pensioen hebben opgebouwd.

Ook de regels van kleine pensioenen veranderen.

Kleine pensioenen, pensioenen van meer dan € 2 en minder dan € 474,11 bruto per jaar, kunnen door de pensioenuitvoerders worden samengevoegd met uw huidige pensioen.

Waarom zijn er nieuwe regels voor kleine en heel kleine pensioenen?.

Mensen wisselen vaker van baan en blijven korter bij een werkgever. Hierdoor bouwen werknemers bij verschillende werkgevers, en dus bij verschillende pensioenuitvoerders, (meerdere) kleine pensioenen op. Kleine pensioenen worden vaak afgekocht en horen dan niet meer bij het latere pensioen. Door deze kleine pensioenen vanaf 1 januari 2019 samen te voegen bij het pensioen dat nu wordt opgebouwd, behouden mensen hun pensioen en is het over minder potjes verdeeld.







ARTIKEL: NEDERLANDSE STUDENT LOOPT STAGE OP DOVENSCHOOL IN AMERIKA.
bron: Redactioneel/Doof.nl. door: Marlies van der Vloot.

Cathy Geurts is derdejaarsstudent Sociaal Pedagogische Hulpverlening aan de Avans Hogeschool in Den Bosch. Ze loopt stage in Amerika bij The Rochester School for the Deaf. En deze stage is voor haar extra bijzonder omdat Cathy zelf doofblind is.

“Het is een hele ervaring om in een omgeving te zijn waar de dove identiteit heel sterk is. Iedereen kan en moet kunnen gebaren in deze school’, vertelt Cathy op de website Punt, het Onafhankelijk magazine van Avans Hogeschool.

Al sinds de start van haar studie wil Cathy, vanwege haar eigen aandoening, stage lopen bij een universiteit of school voor en door doven. Online zocht ze naar scholen om uiteindelijk in Rochester uit te komen. “Ik begeleid studenten in hun persoonlijkheidsontwikkeling en ontwerp daar programma’s voor. Tijdens lessen social skills leer ik ze over hoe ze problemen kunnen oplossen en ik neem deel aan vergaderingen over de mentale problemen van studenten en hoe we dit kunnen aanpakken.”

Cathy loopt nog stage tot eind juni. “Ik hoop dat ik terugkom als een sterker persoon met de wil om toegankelijkheid, met name in de zorgsector, te verbeteren. We lopen er nog wel eens tegen aan dat mensen in de zorg niet weten hoe ze met ons moeten communiceren. Ik wil die barrière weghalen en laten zien dat het heus niet zo moeilijk hoeft te zijn.”

Lees haar hele verhaal op de website Punt.







ARTIKEL: HN-INFOPUNT: KAN IK MIJN UITKERING MEENEMEN ALS IK GA EMIGREREN?
Dagelijks een duidelijk antwoord op een gestelde vraag.
Beantwoord door de mederwerkers van ons HN-INFOpunt.

Wij ontvingen de volgende vraag:

"Ik ontvang momenteel een uitkering en heb plannen om samen met mijn vrouw te emigreren naar een ander (europees) land. Kan ik mijn uitkering meenemen?"



Onze HN-informateur antwoord:

Als u een uitkering ontvangt en naar het buitenland verhuist, kunt u uw uitkering soms meenemen. De uitkeringsinstantie geeft u informatie over het recht om de uitkering mee te nemen naar een bepaald land.

Welke uitkering meenemen naar buitenland

Onderstaande uitkeringen kunt u binnen de EU, EER en Zwitserland in principe meenemen:

¦Algemene Ouderdomswet (AOW);

¦Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO);

¦Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ);

¦Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA);

¦Algemene nabestaandenwet (ANW);

¦Ziektewet.

Wilt u de uitkering meenemen naar een ander land? Dan is dit afhankelijk van een verdrag dat Nederland met het andere land heeft gesloten. En of dit verdrag daar dan in voorziet. De uitkeringsinstantie geeft u informatie over het recht om de uitkering mee te nemen naar een bepaald land.

Bijstand, WW, Wajong of toeslag op uitkering meenemen

Voor de volgende uitkeringen gelden aparte regels binnen de EU, EER en Zwitserland:

¦ Uitkeringen op basis van de Participatiewet en andere bijstandsregelingen kunnen niet worden meegenomen.

¦ Een WW-uitkering mag binnen de EU voor 3 maanden worden meegenomen. Hierbij geldt als voorwaarde dat u binnen de EU werk gaat zoeken. Buiten de EU kunt u uw WW-uitkering niet meenemen.

¦ Een Wajong-uitkering voor jonggehandicapten mag niet worden meegenomen. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk.

¦ Een uitkering op basis van de Toeslagenwet kan niet worden meegenomen naar een ander land.

¦ Voor kinderbijslag, het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag gelden specifieke regels. Neemt u hierover contact op met de SVB.

Voor de volgende uitkeringen gelden aparte regels buiten de EU, EER en Zwitserland:

¦ U kunt geen uitkering op basis van de Participatiewet en andere bijstandsregelingen meenemen.

¦ Het is in principe niet meer mogelijk om kinderbijslag en kindgebonden budget mee te nemen. Dit komt door de Wet herziening exportbeperking kinderbijslag die sinds 1 januari 2015 geldt. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk.

¦ Een WW-uitkering kunt u niet meenemen.

¦ Een Wajong-uitkering kunt u in principe niet meenemen. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk.

¦ Een uitkering op basis van de Toeslagenwet kan niet worden meegenomen.

Uitkering meenemen als u werkt in het algemeen belang

Werkt u in het algemeen belang en ontvangt u (deels) een uitkering? Dan kunt u uw uitkering naar elk land meenemen. De hoogte van bepaalde uitkeringen wordt dan wel aangepast volgens het woonlandbeginsel.
Onder werken in het algemeen belang valt bijvoorbeeld:

¦ werken in dienst van of voor de Nederlandse overheid;

¦ werken voor een volkenrechtelijke organisatie (bijvoorbeeld het Internationaal Gerechtshof of het Europees Octrooi Bureau).







ARTIKEL: ONZE LACHAFSLUITING.
Onze dagelijks afsluiting met een lach.
Vandaag ingezonden door Jelte Knoops.

Een houtworm heeft een uitstapje gedaan naar de haven.
Als hij thuiskomt, zegt hij tegen zijn vrouwtje:
“Er is een houtlading uit China aangekomen….
… Zullen we vanavond Chinees gaan eten?”











En hiermee zijn we aan het eind gekomen van ons nieuwsoverzicht van vandaag.
Morgen maken we weer graag een nieuwe update voor je en brengen al het nieuws bijeen voor gehandicapten, chronisch zieken en iedereen om hen heen en die interesse hebben.
Niet alleen nieuws dat je 'moet' maar ook 'wilt' weten. Dus graag tot morgen!

Ga naar:
- Maandag.
- Dinsdag.
- Woensdag.
- Donderdag.
- Vrijdag.